Boekbesprekingen
Dr. Henk Askes Wat gaat er mis met de preek? Kan het ook anders? Uitg. Boekscout, Soest; 150 blz.; € 16,95.
De auteur (1934) is emeritus hoogleraar toegepaste taalkunde en uit in dit boek zijn onvrede over de doorsneeprediking, zoals hij die zelf meemaakt. Veel kerkgangers zitten volgens hem met een groot probleem, dat er ’s zondags zo gepreekt wordt dat het hen niets zegt. Op een betrokken en bewogen manier gaat de auteur op dit probleem in en geeft allerlei adviezen om uit de impasse te geraken. Het boek bevat na een Verantwoording en een Inleiding zeven hoofdstukken. Daarin behandelt hij de volgende onderwerpen: De prediker (1); de prediking (2); kritiek (3); is er een nieuwe aanpak van de preek nodig? (4); de hoorder (5); hoe kan er dan gepreekt worden? (6); slotopmerkingen (7). Het boek besluit met een literatuurlijst (boeken, artikelen in tijdschriften en internet). Ik heb dit boek vooral gelezen als een noodkreet van de schrijver. Hij lucht zijn hart. Dat heeft op z’n minst twee gevolgen. Hij zegt heel wat rake dingen aan het adres van prediker en hoorder. Maar ook staan er nogal wat dingen in zijn boek die mijns inziens te ongenuanceerd zijn en die zelfs een beetje cynisch klinken. Bijvoorbeeld: ‘Is de professor preekkunde zelf wel bekwaam om de studenten te laten zien hoe het moet?’(40). Of: ‘Wat mij betreft is een van de meest indringende problemen van de prediking van vandaag (…), dat de prediker er nog nooit bij heeft stil gestaan dat wij in de 21e eeuw leven’ (126). Deze en andere zinsneden zijn niet erg vertrouwenwekkend, al is het de auteur ernst met wat hij zegt. Veel van wat de schrijver aanreikt aan fouten en verbeteringen raken de praktische kant van de prediking, zonder dat hij er een bijbelse onderbouwing aan geeft. Vragen als: wat is de prediking ten principale hadden mijns inziens veel meer uitgediept moeten worden. Ook al bedoelt de auteur het wellicht niet zo, hij wekt toch een beetje de indruk dat hij predikanten wil leren hoe het moet. Veel van wat hij schrijft, hebben die predikanten die elke week met hun preek worstelen al vele malen gehoord en bedacht. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zelf na 45 jaar gepreekt te hebben toch nog niet zo ver ben dat ik ‘sta te trappelen van ongeduld om de preekstoel op te gaan’, zoals het volgens Askes – in navolging van Jager – zou moeten zijn (81). Jammer is dat de auteur literatuur raadpleegde die nogal gedateerd is, terwijl hij de predikers juist voorhoudt te bedenken dat zij in de 21e eeuw leven. Wellicht doen we Askes het meest recht door eerlijk in de spiegel te kijken die hij ons in dit boek voorhoudt.
W. Verboom, Harderwijk
---
Dr. M.A. van Willigen Dagboek Vroege Kerk. Uitg. Groen, Heerenveen; 377 blz.; € 24,95.
Dr. Van Willigen heeft zonder meer een uniek dagboek geschreven: het bevat voor elke dag een stukje van een kerkvader. We hadden al dagboeken van schrijvers uit onze eigen tijd, uit de negentiende eeuw (Spurgeon, Kohlbrugge), uit de Reformatie (Luther, Calvijn). En nu een dagboek dat ons passages voorlegt uit de Vroege Kerk. Er is geput uit de werken van Ambrosius, Augustinus, Chrysostemus en Eusebius van Caesarea. Er zijn twaalf preken genomen, die handelen over Psalm 1-8, 22 en 25-27. Deze preken zijn als het ware verknipt tot kleine dagelijkse brokjes. Nu behoren de commentaren uit de Vroege Kerk op de Psalmen niet tot de eenvoudigste schriftuitleggingen van de kerkvaders. Dr. Van Willigen heeft daarom een stuk eigen verklaring toegevoegd. Op een heldere wijze: de tekst van de kerkvader is zwart afgedrukt, de uitleg van dr. Van Willigen in rood. Toch vraagt dit dagboek meer concentratie dan het gemiddelde dagboek. Het zal heel goed kunnen functioneren in de persoonlijke overdenking. Een stukje lezen en er dan bij jezelf rustig over nadenken. Dan brengt het heel wat. Want er schitteren vele rijke en ware inzichten waar je je winst mee kunt doen. Het valt op hoe de kracht van de kerkvaders is dat zij Oude Testament en Nieuwe Testament heel nauw op elkaar betrekken. Ze hadden een heel diep besef dat het de ene God is, die ons schiep, die de aartsvaders leidde, die Zijn volk uit Egypte verloste, die de Psalmen gaf, en die in Christus ons verlost. Ook vinden we er veel aanwijzingen voor het geloofsleven. Het is bijzonder op deze manier door kerkvaders uit de derde/vierde eeuw tot een rijk verstaan van de Psalmen te kunnen komen. Van de vier kerkvaders wil ik Chrysostemus er uitlichten. Het is opmerkelijk hoe helder en –in verhouding tot de andere drie – eenvoudig deze een Psalm weet uit te leggen en toe te passen. Hij komt in zijn prediking heel dichtbij. Als we zijn uitleg lezen, is het ineens begrijpelijk dat hij in de historie de naam ‘goudenmond’ heeft gekregen. Het dagboek is prachtig uitgegeven.
P.F. Bouter, Bodegraven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's