De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet buiten Christus om

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet buiten Christus om

Oud en nieuw in de Bijbel [3, slot]

8 minuten leestijd

Een opvallende verwijzing naar de gedachte van vernieuwing vinden we in Johannes 10:22. We lezen dat in Jeruzalem het feest van de vernieuwing van de tempel wordt gevierd.

Deze woorden herinneren aan de inwijding van de tempel te Jeruzalem door Judas Makkabeüs. Door Antiochus Epifanes was de tempel ernstig ontwijd. Hij had er varkens laten offeren ter ere van de Griekse oppergod Zeus. In december van het jaar 165 voor Christus kregen de Joden echter de tempel weer in handen onder leiding van Judas Makkabeüs. Ter herinnering aan de herinwijding van de tempel vierden de Joden op 25 Kislev het chanoekafeest, het feest van de vernieuwing van de tempel. Acht dagen lang wordt elke dag op de negenarmige kandelaar een kaarsje meer ontstoken. Op dit feest wandelt Jezus in de voorhof van Salomo en presenteert zich als de Gezondene van de Vader. Hij is het Licht van de wereld dat reddend is verschenen. Door Zijn komst gaat een lange rij van beloften in vervulling. We kunnen niet over vernieuwing spreken, zonder Hem te ontmoeten.

Geloofsband
Alles wat in het Nieuwe Testament met het heilswerk van Christus samenhangt, wordt als ‘nieuw’ gekenmerkt. In de vorige artikelen is al duidelijk geworden dat de gedachte van vernieuwing in het Oude Testament volop aanwezig is. Nieuw, dat is geen woord te veel gezegd. Het is een begin vanuit God. Het zijn ongehoorde dingen die in geen mensenhart zijn opgekomen. De betrokkenheid op Christus betekent wel een fundamenteel verschil. Dat maakt ook het verschil tussen de beide testamenten. Voor het geloof is het een verblijdende werkelijkheid: ‘Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet het is alles nieuw geworden.’ Een woord om ons aan vast te houden, juist wanneer we geroepen zijn om te leven in een wereld die op zoveel manieren wil vasthouden aan de zonde. Het Evangelie doet ons zien op dé nieuwe Mens, op Christus die onze Zaligmaker is. We kunnen niet om het kruis heen. Daar is met het oude van ons definitief afgerekend. Het bloed van het Nieuwe Verbond zegt genoeg. In het Nieuwe Testament komen twee grondwoorden voor die de betekenis hebben van ‘nieuw’. In zekere zin zijn het synoniemen, al is er onderscheid. In de synoptische evangeliën en de pastorale brieven wordt het woord neos gebruikt, dat vooral een temporeel karakter heeft. Vaker komen we het woord kainos tegen, dat de betekenis heeft van kwalitatief nieuw in de zin van ‘ongehoord’. Vooral daarin wordt het nieuwe karakter van de genade van Christus onder woorden gebracht. We kunnen zonder meer stellen dat ‘nieuw’ een fundamenteel begrip is in de Schrift. Wie zich in de betekenis van alleen al dit woord verdiept, ziet dat theologie meer is dan menselijk spreken over God. In het nieuwe stuiten we op de werkelijkheid van God Zelf. Waarin blijkt dat?

Nieuw gebod
De nieuwe gebod van de liefde is werkelijkheid in de verhouding tot God. Een gedachte die ook in het Oude Testament te vinden is, maar door het onderwijs van Christus voluit gaat spreken. Hij leert Zijn discipelen het nieuwe gebod van de liefde, zo wordt duidelijk in het Johannesevangelie. Het is nieuw omdat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons liefgehad heeft. Zijn liefde maakt het verschil, en het is een verschil tot in eeuwigheid. In de eerste Johannesbrief wordt hetzelfde duidelijk gemaakt. Het is enerzijds een oud gebod, want zo was het vanaf het begin. God is Dezelfde in de liefde die Hij geeft en vraagt. In Christus is het waarachtige Licht gekomen. Daarom is het oude gebod nieuw geworden. In 2011 geen overbodig gebod, we hebben nog heel wat huiswerk te doen. De diepe reden ervan is het nieuwe leven en de nieuwe geest, waar de Romeinenbrief over spreekt. Alles in het Evangelie hangt met elkaar samen. De opstanding van Christus doet ons in een nieuw leven wandelen (6:4). Dat wandelen is het uiterlijke gevolg van een innerlijke verandering. In plaats van het oude van de zonde is er een nieuwe geest die God Zelf heeft gegeven (7:6). Bekering is er het teken van: afsterving van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens. Een levenslang proces, een voortdurende strijd.

Door God Zelf gegeven
Het nieuwe beginsel is door God Zelf gegeven. In de Efezebrief zegt de apostel dat Christus Zichzelf deze nieuwe mens geschapen heeft (2:15). Daarom is er de aansporing vernieuwd te worden in de geest van ons gemoed. Daarom is er de aansporing om de nieuwe mens aan te doen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid (4:23-24). Het thema van de vernieuwing, dat in vele toonaarden wordt bezongen, richt onze blik op de totale vernieuwing in het nieuwe Jeruzalem. Allesomvattend zal de uitwerking zijn van Gods genade in Christus. Juist de Evangeliën maken duidelijk dat deze werkelijkheid van God zichtbaar wordt in onze alledaagse werkelijkheid. In verschillende gelijkenissen spreekt ook Jezus over het oude in tegenstelling tot het nieuwe. Het Evangelie is zo totaal anders dan menselijke gedachten over het dienen van God. Scherp is het contrast met bepaalde groepen uit het Jodendom van Zijn dagen. De dienst aan God is niet alleen een kwestie van ceremoniële wetten en zaken. Jezus gebruikt het beeld van een oud kleed. Dat repareert men niet met nieuwe stof. Hetzelfde principe geldt oude wijnzakken. Daar bewaart men geen nieuwe wijn in. Onze Zaligmaker laat zien dat het koninkrijk der hemelen werkelijk gestalte krijgt door middel van deze beelden uit het leven van de eerste eeuw. Het zichtbare wordt een afbeelding van de werkelijkheid van God. Het is er tegelijkertijd, daar weet het geloof van. We zien dat het nieuwe tegelijk gave én opgave is.

Nieuwe intentie
Overigens ligt er niet altijd een tegenstelling in de woorden ‘oud’ en ‘nieuw’. De profeet Jeremia dringt ertoe aan te blijven in de oude paden. Het zijn de wegen van Zijn geboden en beloften, waarlangs God het volk tot Zich heeft geleid. Van die wegen moeten ze niet afwijken. Een ander voorbeeld is de oproep een ‘nieuw lied’ te zingen. Een voorbeeld hiervan is Psalm 96. Het is de respons op Gods openbaring. Het is de ervaring van een nieuwe daad van toewijding. Het betekent niet dat de overige liederen worden vervangen door de nieuwe liederen. Ook hier is sprake van een innerlijke vernieuwing die aanspoort tot het zingen van een nieuw lied. Het oude wordt nieuw. Wat van God komt, veroudert nooit. Wij denken in verleden, heden en toekomst. Wat wij maken en bedenken, is onderhevig aan een proces van veroudering. God staat daar altijd boven. Hij is in Jezus Christus Dezelfde tot in eeuwigheid. Jezus spreekt over een Schriftgeleerde die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt. Dan blijken ook oude dingen nieuw te zijn. De genade van God voorziet ze van een nieuwe glans. In ons besef zijn het oude dingen die wij opnieuw mogen ontdekken.

Totale vernieuwing
De Schrift eindigt met de verwachting van de totale vernieuwing. Het is naar Gods eigen belofte dat wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde verwachten. Woorden die ons doen verwachten en uitzien. Eens zal het waar zijn, dat het oude geheel voorbij is gegaan en het is alles nieuw geworden. Herman Bavinck schrijft in zijn Gereformeerde Dogmatiek dat deze wereldvernieuwing overeen komt met wat de Bijbel over verlossing leert: ‘Zoals een mens in Christus een nieuw schepsel is, bij wie het oude voorbijgegaan en alles nieuw is geworden, 2 Kor. 5:17, zo gaat ook deze wereld in haar tegenwoordige gedaante voorbij, om op het machtwoord Gods uit haar schoot aan een nieuwe wereld het aanzijn te geven. Gelijk bij de enkele mens, zo heeft er aan het einde der dagen ook bij de wereld een wedergeboorte plaats, Mattheüs19:28, die geen psychische schepping, maar een geestelijke vernieuwing is.’

Toekomstgericht
Hoe richten wij ons op de juiste wijze op vernieuwing? Het is meer dan alleen de tegenstelling tussen ‘traditie’ en ‘trend’. Ieder zal erkennen dat traditie een waardevol gegeven is. Wat verbergt de geschiedenis een schatten in zich. Er zijn kerken in Nederland waar een stenen doopvont staat van wel 700 jaar oud. Een lange rij van geslachten stond erbij en ontving in het doopwater het teken en zegel van Gods verbond. Het verbindt ons met het voorgeslacht. Ze stonden bij dezelfde doopvont. Ze kwamen met hetzelfde verlangen. En toch, het gaat om het nieuwe. Het doopwater is beeld van de vernieuwing van ons leven. Zonder de genade van God zijn tradities leeg en nietszeggend. Door Zijn genade is er de werkelijke vernieuwing. We moeten de tegenstelling tussen oud en nieuw niet terugbrengen tot traditie versus trends. Niemand zal ontkennen dat we ook in de kerk met trends te maken hebben. Misschien is het een overbodige opmerking, maar de tegenstelling tussen oud en nieuw gaat oneindig veel dieper. Het is een fundamenteel proces dat zich voltrekt waar de genade van God ons bestaan binnenkomt. Het doet ons altijd toekomstgericht zijn. Verwachten is de basishouding van een christen, omdat God Zelf alle dingen nieuw maakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet buiten Christus om

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's