De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertaling en vervreemding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertaling en vervreemding

Monument weer in gebruik gaan nemen

7 minuten leestijd

In een monumentaal kerkgebouw en in een massale ontmoeting van de gereformeerde gezindte rondom de meest beproefde Nederlandse bijbelvertaling is het bijna profaan te beginnen bij de roman van een jonge en ongelovige schrijfster.

Maar ook met de Herziene Statenvertaling staan we midden in de hedendaagse cultuur. De cultuur van orthodox- protestanten, van seculieren en ietsisten en van hen die vervreemd raakten van het christelijk erfgoed waarmee ze groot geworden waren. Franca Treur werd door haar boek Dorsvloer vol confetti in korte tijd een bekende Nederlander. Ze groeide op in een Zeeuwse gereformeerde gemeente en schreef een roman waarin ze de ‘tale Kanaäns’ feilloos wist weer te geven. Geen wonder als je van jongs af aan wel zes of zeven keer per dag uit de Bijbel hoorde. ‘Van kaft tot kaft en dan weer opnieuw, zo lazen we de Bijbel aan tafel. Natuurlijk in de Statenvertaling. Op een moment hoor je de woorden niet meer, maar je herkent een vertrouwde cadans’, vertelt Franca. Wat zij zegt over haar ervaring met de Statenvertaling is in zekere zin een spiegel van de geschiedenis van het bijbellezen door de eeuwen heen. Ze geeft in een notendop weer hoe in de westerse cultuur met de Bijbel is omgegaan. Eerst was er de cadans, het geringe verstaan en toch de intieme vertrouwdheid. Vervolgens was er het begrip die steun gaf aan het geloof en het dagelijks leven. Daarna kwam, mede door het toenemen in kennis en wetenschap, de vervreemding, althans bij grote delen van de christenheid. de Bijbel was niet langer Woord van God van eeuwigheidswaarde, maar mensenwoord van cultuurhistorische betekenis.

Risico
In de middeleeuwen was de Latijnse Bijbel slechts toegankelijk voor geestelijken, maar bleek de inhoud ervan toch vertrouwd voor velen. In het gangbare wereldbeeld was nauwelijks afstand tussen de bijbelse geschiedenis en de eigen horizon van het dagelijks leven. In de tijd van de Reformatie werd de Bijbel algemeen toegankelijk. Ze werd voor velen verstaanbaar, dankzij de stroom van vertalingen in de moedertaal. In onze cultuur was de Statenbijbel van 1637 het hoogtepunt. De taalkundige kwaliteit ervan was zodanig dat die wel een paar eeuwen kon verduren, al zouden door het levende Nederlands woorden en uitdrukkingen vanzelf als ouderwets en onbegrijpelijk overkomen. De wetenschappelijke kwaliteit van de Statenbijbel kon tegen een stootje. Pas in de loop van de achttiende eeuw werd duidelijk, dankzij de toenemende kennis van de oosterse talen, dat voor tal van bijbelse begrippen en uiteindelijk voor de gehele Bijbel een betere vertaling mogelijk was dan de geleerde vaderen hadden kunnen bevroeden. Het grootste risico voor de verstaanbaarheid van de Bijbel lag op het vlak van de interpretatie. Door de voortgang van de natuurwetenschappen kantelde het concrete wereldbeeld, ondanks verzet van predikanten die trouw wilden blijven aan de letterlijke bijbelwoorden. Zo ontstond de beweging die we de Verlichting noemen. Nadat de menselijke rede over de goddelijke openbaring ging heersen, kwamen stap voor stap de wonderverhalen, de profetieën, de heilsfeiten en het Godsbestaan onder vuur. In de meest radicale vorm leidde de Verlichting tot de afwijzing van het christelijk geloof en tot de secularisatie. Langs die route werd de Bijbel een cultuurhistorisch relict, een boek dat je moet kennen om een museum te bezoeken. Christenen zochten verschillende uitwegen om te ontkomen aan de doorbraak van de Verlichting en aan de groeiende kloof tussen het klassieke wereldbeeld en de moderne werkelijkheidsbeleving. Lang niet voor iedereen betekende de Verlichting een afscheid van het christelijk geloof. Zowel verlichte geesten als orthodoxe gelovigen vonden manieren om te voorkomen dat het toenemende begrip van de bijbeltekst zou leiden tot een definitieve vervreemding van de bijbelse boodschap.

Twee polen
Schematisch valt te spreken van een rationalistische route en een bevindelijke benadering. Beide vormen nog steeds de twee polen in de wereld van bijbellezers. De ene benadering wil de Bijbel verstaan in het licht van het heden, de andere wil het heden verstaan in het licht van de Bijbel. De objectieve benadering wil het bijbels getuigenis vertalen naar de moderne mens, de subjectieve wil de moderne tijd terugvertalen naar de wereld van de Bijbel. De een waarschuwt de ander voor gevaarlijk biblicisme, de ander verwijt de eerste ongeoorloofde schriftkritiek. De verschillende zijwegen konden echter niet voorkomen dat het grootste deel van de westerse christenheid is uitgekomen op de hoofdweg van de ontkerstening. Voor de meeste mensen is de Bijbel in het beste geval een omnibus ‘voor mensen die van lezen houden.’ Ook juist jongeren kochten in 2004 de literaire editie van de Nieuwe Bijbelvertaling omdat die door het weglaten van de versindeling ‘leest als een roman.’ Nu is er dan de Herziene Statenvertaling. Hoe past die in de korte cultuurgeschiedenis van het bijbellezen? De zojuist genoemde christelijke leesmanieren zijn niet één op één te verbinden met bestaande vertalingen. Je kunt heel rationalistisch de Statenbijbel spellen of heel piëtistisch de NBV doorworstelen. De verschillen zitten in de vertaalprincipes. Zowel de oude als de nieuwe Statenbijbel is brontekstgetrouw én doeltaalgericht. Kenmerkend voor de HSV is dat ze naast een algemene doeltaal een specifieke doelgroep heeft. Hoewel ze toegankelijk is voor miljoenen mensen die Nederlands kennen, is ze geboren uit zorg voor een paar honderdduizend mensen voor wie de vaderlandse bijbelvertaling dierbare waarde heeft. Ze wil een verantwoorde en bruikbare Bijbel zijn voor de brede gereformeerde gezindte en dan met name de jongere generatie. In die zin draagt ze net zo goed als bijvoorbeeld de Groot Nieuwsbijbel of Het Boek een missionair karakter, gericht op het bestrijden van het secularisatieproces. Met de HSV is voorlopig een oplossing geboden voor het probleem van de verstaanbaarheid van de Schrift in gezinnen waarin de Statenvertaling de norm is. Wat blijft, is het risico van de vervreemding. De geschiedenis heeft ons dat geleerd. De afstand in tijd en ruimte tot oeroude teksten uit het Midden- Oosten wordt alleen maar groter. Voor veel Nederlanders is zelfs de zeventiende eeuw al vreemd geworden. Ook bijbelgetrouwe jongeren leven in deze historie-arme cultuur. Hun keuze voor de SV of de HSV maakt daarvoor uiteindelijk weinig verschil. Franca Treur is een voorbeeld van iemand bij wie het proces van vervreemding snel is gegaan. Tijdens haar studie in Leiden kreeg ze inzicht in de mythologie en verhaaltradities van oude volken en ging ze de christelijke traditie steeds meer relativeren. Uiteindelijk verloor ze het christelijk geloof. De Bijbel van de huistafel is nu een naslagwerk in de boekenkast. Of dat anders was gelopen als Franca met de nieuwe Statenbijbel was opgegroeid, is een andere vraag. Want zoals een vermeende zuivere uitgave zeker geen garantie is voor het functioneren van de SV, zal een verder investeren in herziening van oude teksten het op de lange duur ook niet zijn.

In gebruik nemen
Nu de tekstuele hertaling is afgerond, wacht weer de culturele vertaling van de inhoud. De restauratie van het monument is voltooid, mensen van hier en nu zullen het gebouw weer in gebruik moeten nemen. Zeker in het begin hoeft een hernieuwd gewaad niet alleen vervreemding op te roepen, maar kan het ook tot verfrissing van geest en hart leiden. Zelfs Franca Treur kan hierin tot lering strekken. Zij heeft een alter ego, de hoofdfiguur in haar roman, de dertienjarige Katelijne. Haar oma koesterde haar oude Statenbijbel als kostbare bron van troost. Op een dag werd het beslagen boekwerk gestolen. Katelijne koesterde hoop. ‘Als ze er maar in gaan lezen, dan brengen ze hem wel terug.’ ‘Het Woord is krachtig’, beaamde oma. ‘Als het inslaat, kun je er geen weerstand tegen bieden.’ Enkele dagen later was de Bijbel teruggebracht bij de politie en de dief gearresteerd. Ik weet niet of Franca dit hoofdstuk zinnebeeldig heeft bedoeld. Maar misschien staat de dief van de Statenbijbel model voor de Verlichting die de erfenis der vaderen heeft ontvreemd uit een huis waarin het Woord werd gelezen, geloofd en geleefd. Als dat zo is, weerspiegelt de reactie van de slachtoffers de hoop op bekering, opwekking en herkerstening. De familie besloot namelijk een Bijbeltje te sturen naar de dief in zijn cel. Sindsdien bad Katelijne ’s avonds of God zijn Woord wilde zegenen. ‘Wilt u zijn stenen hart wegnemen alstublieft en hem een vlesen hart schenken, uit genade om Jezus’ wil, amen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vertaling en vervreemding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's