Leraressen van het goede
Vrouw heeft royale roeping op allerlei gebied
Voor de tweede keer is de bezinning op de positie van de vrouw in de historie van de hervormd-gereformeerden actueel. We ontdekken opnieuw dat de lijn dat de vrouw in de samenkomst van de gemeente niet moet leren en gezag over de man moet uitoefenen, een hoofdgedachte is.
Vijftig jaar geleden aanvaardde de hervormde synode de vrouw in het ambt – en voor sommige predikanten was het een gewetensvraag of ze hun plaats in de kerk konden blijven innemen. Het thema raakt dus ons verstaan van de Schrift en ook het gezag van de Schrift. De zeer kerkelijk denkende ds. W.L. Tukker – jarenlang hoofdbestuurslid en enige tijd voorzitter van de Gereformeerde Bond – was van die tijd af absent in de meerdere ambtelijke vergaderingen. Toen in de jaren zeventig van de vorige eeuw uit tal van Groningse dorpen waar de vrouw vrij geruisloos in de kerkenraadsbank aangeschoven was, het verlangen naar een gereformeerde prediking klonk en predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond er beroepen werden, kwam de thematiek ons dichter op de huid. Het leidde tot het studierapport Man en vrouw in bijbels perspectief, dat zijn uitgangspunt nam in het gegeven dat ‘ons gehele leven, met zijn waarden en intermenselijke verhoudingen dient te worden bepaald door Gods geopenbaarde wil, zoals deze is vervat in de Heilige Schrift’.
Sinds enkele jaren ligt de vraag naar de plaats van de vrouw in de gemeente opnieuw op tafel. De reden is dat gemeenteleden vrouwen op leidinggevende posten in de maatschappij tegenkomen en daardoor opnieuw de teksten uit de Bijbel over de verhouding tussen man en vrouw gaan lezen. ‘De man als hoofd van de vrouw en als degene die leidinggevende verantwoordelijkheid draagt in de gemeente. Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer twijfels ik bij die verdeling heb,’ hoor je gemeenteleden zeggen.
Veel ruimte
Tegen (vrouwelijke) studenten theologie zeg ik in discussies hierover steevast dat in het Woord van God enorm veel ruimte geboden wordt voor de inschakeling van vrouwen in de gemeente. Zij zijn geroepen hun gaven op een breed terrein in te zetten voor de opbouw van Christus’ kerk. Echter, als de Here het in Zijn wijsheid wil dat een beperkt deel van dat gemeentewerk door mannen gedaan wordt, waarom kunnen we daar soms zo moeilijk of helemaal niet mee leven? Waarom gaan discussies dan veelal over dat onderdeel van het gemeentewerk waartoe vrouwen niet geroepen zijn en nauwelijks over de royale roeping tot dienst op allerlei gebied?
Want, van een discriminerend spreken in Gods Woord is – uiteraard – geen sprake. Galaten 3 onderwijst ons dat er voor de volgelingen van Christus geen onderscheid meer is tussen man en vrouw. Dat was kenmerkend én baanbrekend onderscheid van het christendom. In de synagoge was er een bekend ochtendgebed waarin de Eeuwige gedankt werd ‘dat Hij mij niet als heiden, niet als slaaf, niet als vrouw heeft doen geboren worden’. De wijze waarop Jezus met de vrouw omgaat, steekt scherp af tegen de minachting van de vrouw in het jodendom. Des te opmerkelijker is het dat Hij geen vrouw in de kring van de apostelen opnam. De genade van het Evangelie valt mannen en vrouwen ten deel, wat het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk waarvan reeds bij de schepping sprake is, niet opheft. Het is jammer dat het vrouw-zijn in de kerk nogal eens geproblematiseerd wordt. Met die benadering gaan we voorbij aan het grote kapitaal dat in de kerk vanwege de aanwezigheid en betrokkenheid van vrouwen voorhanden is en dat ingezet mag worden.
Frustratie?
Dat problematiseren zie ik in de huidige kerkelijke discussie gebeuren blijkens artikelen met als kop ‘Vrouw-zijn in de kerk. Lastig!’ of ‘Vrouw in de kerk: participatie of frustratie?’ Voor gevoelens van frustratie zie ik geen enkele reden. Op een heel natuurlijke manier is de afgelopen decennia in kerken van gereformeerd belijden meer oog gekomen voor de gaven van de vrouw, voor de ruimte die de Schrift ons geeft om vrouwen in te zetten voor pastorale, diaconale en ook catechetische taken.
Het culturele klimaat in Nederland werkt in die zin in de kerken door dat het Schriftverstaan dat geen ruimte ziet voor de vrouw in het ambt gemakkelijk als fundamentalistisch of discriminerend weggezet wordt. Bij haar aantreden als voorzitter van de moderne predikantenbeweging Op Goed Gerucht in juni 2010 zegt ds. Wilma Hartogsveld dat de grenzen van de kerk inzake haar verscheidenheid liggen bij fundamentalisme en onverdraagzaamheid. ‘Als de stroming binnen de PKN die zich keert tegen vrouwen in het ambt zou proberen de kerkorde op dat punt te veranderen, dan is een grens bereikt.’ De emancipatie van de vrouw gaat blijkbaar zo ver dat degenen die blijven in het spoor dat de kerk bijna twintig eeuwen gegaan is, nauwelijks getolereerd worden. Het onderlinge gesprek zou een betere voedingsbodem krijgen als goedkope kwalificaties als discriminerend of onverdraagzaam van tafel gaan. Die doen immers geen recht aan degenen die op basis van Gods Woord geen ruimte zien voor de vrouw in het ambt.
Niet domineren
De tijd zorgt ervoor dat elke generatie christenen opnieuw naar de Schrift gaat en haar bevraagt. Waar de Holocaust en de terugkeer van het Joodse volk naar Palestina nieuw licht lieten vallen op de blijvende beloften voor Israël, zo heeft de gewijzigde positie van vrouwen in de West-Europese cultuur ervoor gezorgd dat Schriftgegevens opnieuw gewogen zijn én dat in die weg er meer zicht gekomen is op de inschakeling van vrouwen in de opbouw van de gemeente. Maar, dat betekent niet dat het ambt voor haar geopend wordt. Al is dat lastig in een tijd waarin het gezag van de Bijbel, de belijdenis, de kerkorde, de geschiedenis, de kerkenraad en van mijn ouders – om een heel divers rijtje op te sommen – door velen meer als knellend dan als essentieel wordt gezien, we kunnen en willen om de blijvende autoriteit van Gods Woord niet heen. Dat betekent geen ‘gezagsmatig’ afdwingen van een bepaalde overtuiging, maar dat beoogt een leven overeenkomstig de belijdenis dat ‘de hele Schrift door God ingegeven is en nuttig is om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.’ Is het waar dat orthodoxe christenen de Bijbel met het oog op de ethiek reduceren tot een pakket tijd- en contextloze normatieve gegevens? Nee, een beroep op het Woord is doorslaggevend. Voortdurend beriep Christus Zich ook op de Schrift. De inhoud van een enkele tekst uit de Bijbel als bij voorbeeld 1 Timotheüs 2: 11 en 12 relativeer ik daarom niet. Waar eerbaarheid en ingetogenheid nog altijd richtlijnen zijn voor het leven van de vrouw, geldt dit ook het woord van Paulus dat ‘een vrouw zich moet laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.’ Maar dit woord lichten we niet uit de context, maar zetten we in het bredere verband van het nieuwtestamentische spreken over de vrouw. Een verantwoorde kerkelijke ordening, leerde Noordmans ons, is immers een kwestie van exegese in het licht van Gods Geest en in geloof. Dan zien we dat man en vrouw op gelijke wijze delen in de uitdeling van de genadegaven van de Heilige Geest. Die eigen plaats van de vrouw is dat zij met de haar geschonken gaven in de samenkomst van de gemeente niet domineert, maar tegenover de man haar plaats weet, ‘zoals ook de wet zegt’(1Kor.14:34b). Alleen wanneer ieder zijn plaats kent, kan het onderwijs in het Woord en in de leer goede voortgang hebben (Gal.6:6).
Apostolische volmacht
De lijn dat de vrouw in de samenkomst van de gemeente niet moet leren en gezag over de man moet uitoefenen, is een hoofdgedachte. En leren is hier niets minder dan de apostolisch gevolmachtigde overdracht van Gods grote daden in Christus. Dat zegt hij nota bene als prediker en apostel – ‘ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet’ (1Tim.2:7). De andere kant van de medaille van het leren door de vrouw wil ik hier ook noemen, namelijk dat Paulus in diverse van zijn brieven grote betekenis hecht aan het leren van de vrouw in haar gezin, om zo ‘leraressen van het goede te zijn’ in het liefhebben van man en kinderen (Tit.2). Het zich schikken onder haar man verbindt Paulus aan het niet gelasterd worden van het Woord van God. Ik benadruk hiermee dat de verordeningen uit het Nieuwe Testament niet uitgespeeld mogen worden tegen een gavengericht gemeentelijk leven, waarin de vrouwen een voorname taak hebben. De ondergeschiktheid van de vrouw onder de man die de Heilige Schrift leert, is voor de vrouw geen vernedering. Immers, ook Christus is onderworpen aan de Vader. In de Nederlandse samenleving worden de laatste decennia in hoog tempo de scheppingsordeningen afgebroken. Abraham Kuyper heeft dat begrip in zijn lezingen over het calvinisme uitgewerkt. Zijn grondgedachte hierbij was dat in alle geschapen leven een door God voor dat leven verordineerde wet ligt. Die ordeningen houden de aarde in stand, worden in Psalm 119 zelfs Gods knechten genoemd. Die ordeningen zijn, zo schrijft Kuyper, ‘de constante wil van de alomtegenwoordige en almachtige God’. Waar Christus aan de gelovigen het vermogen geeft om in die wereldorde te wandelen, geldt ze voor alle mensen. Uit heilige eerbied voor de levende God houden we ons in de kerk aan Zijn bepalingen, ook in de verhouding tussen man en vrouw. De volgorde in de schepping brengt naar Gods bedoeling ook orde in de samenleving met zich mee.
---
Op de pagina hiernaast bespreekt ds. Van der Veen het recent verschenen boek Omgaan met olifanten, waarin ondergetekende op verzoek van de redactie een bijdrage over vrouw en ambt schreef. Gezien de actualiteit van dit thema nemen we op deze pagina’s grote delen van dit artikel over.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's