De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij de Geest in de leer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij de Geest in de leer

Bijbellezen de eeuwen door [2, slot]

8 minuten leestijd

De gezindheid waarin wij de Schriften moeten lezen, is die van afhankelijkheid en ontvankelijkheid. Dat is bepaald geen attitude die in de mode is, want de mentaliteit van de huidige mens is mondig, zelfbewust, assertief.

De geesteshouding die toegang tot de Schriften biedt, staat haaks op die van de hedendaagse mens. Ze is er een van de ootmoed; eigendunk wordt gesnoeid tot horigheid en leerzaamheid, de docilitas waartoe Calvijn ooit werd bekeerd. Dan zoekt men in de Schrift niet het eigen gelijk, niet de bevestiging van eigen intuïties, maar laat men zich gezeggen en corrigeren door het kritisch tegenover van de Bijbel. Het is de Duitse theoloog Bonhoeffer die in dit verband trefzeker schreef: ‘Als ík bepaal waar (en hoe) God moet zijn, dan zal ik altijd een god vinden die op mij lijkt, mij bijvalt, bij mijn ideeën past. Maar als Gód zegt waar Hij wil zijn, dan zal het op een plaats zijn die mij op het eerste gezicht in het geheel niet past en bevalt. Die plaats is het kruis van Christus.’ Hij voegt er het volgende aan toe. ‘Sinds ik geleerd heb de Bijbel zó te lezen, wordt die mij dagelijks een groter wonder. Ik lees hem ’s morgens en ’s avonds, en dikwijls ook nog overdag, en iedere dag sla ik een tekst op die ik voor de hele week gekozen heb, en probeer er geheel in te verzinken, om de tekst werkelijk te horen. Ik weet dat ik zonder dit niet meer echt zou kunnen leven, en zeker niet echt zou kunnen geloven.’

Heilige Geest
Bonhoeffer geeft toe dat deze verknochtheid aan de Bijbel in veler ogen uit de tijd is en zelfs ‘primitief ’ heet. ‘Maar je weet niet hoe blij je bent, als je de weg naar deze primitieve zaken weer hebt teruggevonden, na in zo menige theologie het spoor te zijn bijster geraakt. Wat het geloof betreft zijn we dacht ik altijd even primitief.’ Hij kleefde aan het Woord, omdat hij ervan leefde. De ‘primitiviteit’ waarvoor hij pleit, is precies wat ik met ootmoed bedoel. Het cruciale van deze gezindheid laat zich aanscherpen door het besef dat niet ónze geest, maar de Heilige Geest de eerste en eigenlijke uitlegger van de Schriften is. Aan deze grondregel ligt de oeroude overtuiging ten grondslag dat de woorden van God alleen zijn te verstaan onder de adem van de Geest door Wie ze zijn geïnspireerd. De twaalfde-eeuwse theoloog Richard van St. Victor (de voorbeelden zijn overigens met vele te vermenigvuldigen) verklaarde: ‘Zonder twijfel komt het nimmer tot een werkelijk verstaan van de Schrift zonder het licht van Hem die haar inspireerde.’ Thomas a Kempis viel hem later bij: ‘Heel de Schriftuur wil gelezen worden in de Geest door Wie ze is gemaakt.’ Natuurlijk waren Richard en Thomas op de hoogte van de menselijke factor in de totstandkoming van de Bijbel. Maar achter de schrijvers in meervoud wisten zij de enkelvoudige Auteur aan het werk. Waar nu dít geloofsbesef zich laat gelden, kan men de Schrift niet anders lezen dan in een ootmoedige gezindheid. Het is een deemoed van hermeneutisch belang. Ze vormt een sleutel die past op het slot van de Schrift. Wie de zin van de Schrift wil verstaan, moet bij de Geest in de leer, in biddende leergierigheid. Het Woord is immers niet het onze, maar het Zijne. Deze Geest, die God is, vormt een kritische instantie tegenover ónze geest. Ik heb Hem niet ter beschikking. Het gaat er juist om dat Hij over mij beschikt.

Gevulde stilte
Het grove geschut dat onlangs tegen de HSV in stelling is gebracht, lijkt te suggereren dat wij dit grondgegeven zouden negeren. Dat is een treurig misverstand. Men verschiet zijn kruit in een ijver zonder verstand. Wij beseffen terdege dat een toegankelijke vertaling wel de táálkloof kan overbruggen, maar niet de kloof van zonde en verblinding, Dat staat aan God de Heilige Geest alleen. Dit ontslaat ons niet van de roeping om, zoals Dordt dat deed in de zeventiende eeuw, vandaag het taalkleed zo te plooien dat geen oneigenlijke (talige) vervreemding wordt gewekt, maar de eigenlijke (geestelijke) kloof aan het licht kan treden. Wanneer Gods Geest ons van onze geestelijke blindheid overtuigt, verstaan we dat déze kloof alleen van de overzijde wordt overbrugd en dat alleen het licht van de Geest ons in de Waarheid leidt. Dat houdt ons kort en klein. Klein in onszelf en kort bij de genade. Wat betekent dit voor de praktijk van de Schriftlezing? Dit, dat we stapvoets door de Bijbel gaan en telkens bij de woorden stilstaan, om er stil van te worden. Geen rijker zegen dan deze gevulde stilte, waarin het rumoer tot zwijgen komt en alle verzet het veld ruimt voor de overgave. Wie zo de oren spitst en hoort alsof zijn leven ervan afhing (nee, omdát het ervan afhangt), wordt meer en meer verrast en stemt met Luther in: ‘Die Schrift ist ein Kräutlein; je mehr du es reibst, desto mehr es duftet’ (de Schrift is een kruidje; hoe meer je het wrijft, hoe meer het geurt).

Brandpunt
Het derde en laatste aspect dat ik aanstip, is de notie dat de Schrift een centrum heeft. Hoe breed en compleet we de Bijbel ook hebben te eerbiedigen, dit ene brandpunt domineert. Het is Christus, de Gekruiste. Bij uitstek daar laat God zich vinden, zij het in de tekenen van het tegendeel verhuld. Want wie had ooit gedacht dat God zich juist in deze verborgenheid van oordeel, smaad en pijn zou openbaren? Toch is het op deze plek dat Jezus uitriep: ‘Volbracht.’ Dat betekent niets minder dan: het doel is bereikt. Daar kwamen de Schriften tot vervulling en werden Gods beloften ja en amen. Hoe kan dat waar zijn? Omdat Christus daar leven en vrede aandroeg, door Zelf dood en oordeel weg te dragen. Niet voor niets tekende Matthias Grünewald tussen de doper en de Kruiseling een lam. Het is het Lam met de halskerf. Zó wijst de Johannesgestalte naar het kruis: met de Schriften aan zijn hart, het Lam aan zijn voeten en het kruis in zijn blikveld. Ik geloof dat de Bijbel gelezen wil worden met het oog gevestigd op dit centrum. Op deze plek gaat het hart van de Schrift voor ons open en ontsluit zich het hart van God zelf. Niets houdt Hij achter. Alles gaf Hij weg. Zijn Zoon, Zijn alles. Tot op de kruisheuvel, tot in het gericht. Het is geen oord dat in het verlengde van onze verlangens en vermoedens ligt. Om nog één keer Bonhoeffer te citeren: ‘Geen plaats die ons aangenaam is of die men zou kunnen verwachten, maar een plek die ons volkomen vreemd is. Daar ontmoeten wij een God wiens wegen en gedachten niet de onze zijn; Die zich voor ons verbergt onder het teken van het kruis, waar al onze wegen en gedachten ophouden. Is het je nu (vraagt Bonhoeffer) enigszins duidelijk waarom ik de Bijbel op geen punt wil prijsgeven, maar dat ik veeleer uit alle macht vraag wat God híer tot mij wil zeggen?’

Bonhoeffer heeft begrepen dat God zich op dit kruispunt zonder reserve uitspreekt. Wat zegt God hier dan? Dit, dat alle vlees als gras is, maar dat het Woord van God bestaat in eeuwigheid; en dat uitgerekend dit eeuwige Woord vlees geworden is, onze tijd- en lotgenoot, menselijkheid van onze menselijkheid, kwetsbaarheid van onze kwetsbaarheid, zonde van onze zonde, om Zich ons ten goede op te offeren en ons door Zijn dood en verrijzenis het leven te verwerven op Zijn kosten. Onaantastbaar.

Bevrijdingsnieuws
Dit bevrijdingsnieuws wordt ons in de Bijbel bericht. Hier helpt God ons uit de droom van elk bedrog en zegt Hij waar het op staat. Elk ander ontwerp buiten dit Evangelie brengt ons in de waanvoorstelling van een ideologie. Daarin stuit een mens slechts op een dubbelganger van zichzelf, die hij god noemt. In dit kruisevangelie treedt ons een God tegemoet die elke poging tot zelfverlossing aan de kaak stelt en ons voorgoed heeft achterhaald in de Gekruisigde, tot ons eeuwig welzijn. Bij uitstek vanwege dit vreemde Evangelie is de Schrift ons lief en wordt ze ons vertrouwd. Niet omdat het Evangelie zijn vreemdheid zou afleggen, maar omdat we er, in al zijn vreemdheid, ons aan toevertrouwen en ons heil in vinden. Hoe toegankelijker het taalkleed van de Bijbel is, hoe meer deze heilzame vreemdheid ons verwondert. De Bijbel vormt het gewaad waarin Christus ons tot aan de jongste dag toetreedt. Totdat het volle daglicht doorbreekt en we Hem niet langer bemiddeld door de Schriften zullen zien, maar onbemiddeld van aangezicht tot aangezicht. In dit perspectief is niet alleen elke vertáling van de Schrift voorlopig, maar zelfs de Schrift als zodanig. Wat hier en nu nog onontbeerlijk is, zal daar en dan overbodig zijn. God zelf zal in allen alles zijn. Augustinus riep vanaf zijn cathedra het kerkvolk het volgende toe.

‘Tijdens ons verblijf in den vreemde hebben wij de dagelijkse Schriftlezing nog nodig, maar dat zal in de hemel anders zijn. U denkt toch zeker niet dat we, wanneer we eenmaal daar zijn, nog moeten luisteren naar wat er in een boek staat? We zullen het Woord zelf zien en het eten en drinken, net zoals de engelen dat nu al doen. U denkt toch niet dat de engelen boeken nodig hebben, of voorlezers en uitleggers? Verre van dat. Zij zien de Waarheid zelf, en drinken zich vol uit dezelfde bron die ook onze dorst zal lessen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bij de Geest in de leer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's