De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lessen van Antonius

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lessen van Antonius

7 minuten leestijd

Oorspronkelijk is een glossy een tijdschrift gedrukt op glanzend papier met fraaie afbeeldingen. De laatste jaren is het steeds meer een aanduiding geworden voor een eenmalige uitgave van een tijdschrift. Uitgeverij Boekencentrum kwam na de Calvijn en de Arminius onlangs met de Antoine op de proppen. Vernoemd naar reformator noch protestant, maar naar de bekendste priester van Nederland, Antoine Bodar.

Op de website protestant.nl wordt aan de naamgever annex hoofdredacteur gevraagd wat hij met de uitgave wil bereiken. Bodar ziet het als een kans aandacht te vragen voor het rooms-katholieke geloof.

‘Wat maakt uw glossy enig en echt katholiek? (zo luidt de ondertitel, GvM) Er zijn tot heden geen andere glossies gewijd aan de Moederkerk, vandaar enig. Het echt katholieke steekt hem vooral in de mildheid van de toon en de benadering van het geloof vanuit de kunsten en de schoonheid. (…)

Wat hoopt u dat we eruit zullen bewaren en onthouden?
Zo door de glossy de Kerk eindelijk weer eens positief in de publiciteit komt is al iets gewonnen. Mijn ambitie is het heerlijke te laten ontdekken van het geloof, zoals de Moederkerk zulks idealiter gestalte poogt te geven -- indachtig tevens dat Jezus heeft gezegd dat wij christenen één zouden behoren te zijn.’

Ofschoon glossies meestal niet uitmunten door stevige inhoudelijke artikelen, vormt de Antoine daarop een gunstige uitzondering. Bodar zelf staat in een lezenswaardige bijdrage stil bij de Egyptische monnik Antonius en trekt vanuit zijn levensverhaal lijnen naar vandaag.

‘Alleen om zijn vroomheid is de Egyptische monnik Antonius bekend geworden. Lees zijn Vita (Leven) voor aan Christenen en aan heidenen. Allen kunnen van hem leren.’ Zo besloot Athanasius, bisschop van Alexandrië, omstreeks 360 zijn biografie over ‘Antonius Abt’ of ‘Antonius de Woestijnvader’ of ‘Antonius van het varken’ die een viertal jaren tevoren was gestorven – 105 jaar oud. Aangezien hij patroon is van dit tijdschrift dat in Franse schrijfwijze zijn naam draagt, wordt hij ook hier aanbevolen en tot voorbeeld gesteld.

Als jongeling betreedt Antonius de kerk, juist op het ogenblik dat uit het Evangelie van Matteüs (19,21) wordt gelezen: ‘Wilt ge volmaakt worden, ga naar huis en verkoop hetgeen u bezit en geef het aan de armen en volg Mij; ge zult een schat in de hemel bezitten.’ En zo doet Antonius.
Eerste les: Antonius weet te kiezen en standvastig te zijn in zijn keuze. Zijn leven wordt niet bepaald door materialisme, consumptisme, hedonisme. Hij kijkt verder dan de neus van het hier en nu lang is maar richt zich op het leven van het daar en straks voorbij platheid, gewoonheid, begrensdheid. Hetgeen voorbij is aan de zichtbare ervaring en het kale redeneervermogen kan in alle kwetsbaarheid van waarde zijn. De mens is meer dan hetgeen aan hem proefondervindelijk en verstandelijk wordt vastgesteld. Slechts de mens als geheel kan zich openen voor God.

Antonius trekt zich terug in de eenzaamheid en leeft in uiterste eenvoud. Hij eet en drinkt alleen voor zover dat nodig is om in leven te blijven en zo God naderbij te komen.
Tweede les: Hoewel Antonius in deze strengheid niet behoeft te worden nagevolgd, houdt zijn wijze van leven deze waarschuwing in: Matigheid houdt de geest helder. Overgewicht versuft en maakt lui. Verzadiging neemt streven weg. Ontzegging doet eigen grenzen ontdekken en aldus wijsheid rijpen.

In zijn teruggetrokkenheid wordt Antonius gepest door demonen die hem onafgebroken kwellen. Hij weerstaat hen gestaag in overtuiging en in fierheid. Wie uit menselijke duisternis zich wil richten naar goddelijk licht wordt belaagd en achtervolgd door het kwaad dat bestaat. Antonius stelt zich teweer tegen de duivel en diens trawanten. Zij verdwijnen en verschuilen zich als in de Schrift (cf. Mt 8,32) in varkens die zich daar neerstorten in het ravijn. ‘Antonius van het varken’ beduidt: Antonius heeft tegen het kwaad gevochten en zo het varken bij uitnemendheid, de duivel, overwonnen.
Derde les: Biograaf Athanasius houdt ons voor de onderscheiding der geesten te betrachten. Onrust geven de slechte, rust geven de goede. Ignatius, stichter van de Jezuïeten, heeft de leer van de onderscheiding der geesten herhaald in zijn Exercitia (Geestelijke Oefeningen). ‘Wanneer slechte geesten te hoop lopen, geeft dat onrust. Wanneer zo’n plotseling opgekomen vrees terstond verdwijnt, weest dan gerust en bidt.’ Oude raad van toen die evenzeer nu geldt in de ongelovig geworden samenleving. Het blijft ons aller taak altijd te overwegen van welke zijde ons raad wordt toegevoegd. Zo laat Athanasius het Antonius zeggen: ‘Bedenkt dat de Heer met ons is. Hij is het Die de demonen heeft gekeerd en ontkracht. Indien de Heer met ons is, staan de vijanden machteloos.’ Wie demonen buiten zich of binnen zich weet te bestrijden, wordt ook minder belaagd door allerlei vormen van bijgeloof. Indien de mens immers niet meer in God gelooft, gelooft hij niet in niets maar gelooft hij in alles. Gustave Flaubert heeft Antonius’ belaging door demonen in zijn boek La Tentation de Saint Antoine (De Verzoeking van de Heilige Antonius), waarvan de definitieve versie verscheen in 1874, als enig thema gekozen en zo beperkt tot de worsteling tussen mens en duivel. Welke is die verleiding? Het relativisme. De betrekkelijkheid van elke godsdienst. De duivel tracht Antonius te verleiden het Christendom als net zo betrekkelijk te beschouwen als de andere godsdiensten. Een nog actueler thema als in de tijd van Flaubert, nu het enige absolutisme – in intellectuele kringen toegestaan – het relativisme is (naar een uitspraak van Joseph Ratzinger).

Antonius trekt naar de woestijn, dor land van hitte en koude. Anderen volgen hem en willen leven als hij. De woestijn wordt stad van monniken. De kluizen worden tenten van gebed. Elkeen bidt en vast en beijvert zich de Schrift te lezen. Niemand lijdt onrecht. Alleen vrede heerst. Allen delen de overtuiging dat de ziel eeuwig is en het lichaam tijdelijk. Zo wordt de woestijn als een bloeiende tuin, als een paradijs van gelukzaligheid waar de stilte alleen wordt verbroken door Psalmen zingen.
Vierde les: Laat zwijgen geen onderbreking van spreken zijn, maar spreken onderbreking van zwijgen. Zo leert de tong zich te beteugelen en wordt kwaaitongen uitgebannen. Door bezinning in stilte worden we ons gemakkelijker de woestijn in ons zelf gewaar die vraagt om ontginning en aldus leerschool van wijsheid wordt. Stilte is meer nog dan muziek echo van eeuwigheid. Stilte is Gods eeuwige lofprijzing: ‘Bij Hem verstilt mijn ziel’ (Ps. 62,2).

Antonius is de vader van de woestijn, de abt die onderricht geeft, leiding neemt, in mildheid vermaant, in nederigheid dient. Vijfde les: Macht kan genomen worden maar alleen gezag gegeven. Onttrek u nooit aan verantwoordelijkheid en leg steeds verantwoording af. Elk heersen is dienen en elk mens is tot dienstbaarheid geroepen.Dat is zijn schoonste talent. Van leiding gaat bescherming uit. En in geborgenheid schuilt geluk dat gehoor geven bevordert en gehoorzaamheid leert. In mild vermaan en in nederig dienen krijgt nabijheid gestalte in tederheid en troost. Tederheid paart zich aan wellevendheid die achting inhoudt. Troost paart zich aan liefde die vriendschap heet. Ogenschijnlijk is tederheid volledig geweken voor grofheid en heeft elke wellevendheid plaats gemaakt voor lompheid. (...)

Wat heeft tederheid met troost van doen? Eerst in tederheid en empathie, krijgt troost kans. Want de trooster wil de ander nabijkomen die op zijn beurt van troost gediend moet zijn. In troosten en getroost worden bevroeden we eens te meer hoe zeer wij van elkaar afhankelijk zijn, elkaar behoeven, tot over en weer zijn bedoeld en geboren. En wat wekt de troost bij de getrooste en de trooster beiden nog meer? De zin tot vergeving. In elke dienstbaarheid is vergeving besloten.’
In het tweede deel van zijn artikel staat Bodar stil bij Augustinus, die net als Antonius geraakt werd door een enkele bijbeltekst. In Milaan hoort hij een kinderstem zingen neem en lees (tolle lege) en wordt hij overmeesterd door de eerste woorden die hij in zijn Bijbel opslaat: Romeinen 13:13-14.

‘En Augustinus, de minnaar van schoonheid, droogt zijn tranen, keert zich om, bekeert zich en zet zijn vele gaven in voor Christus en Zijn Kerk. Geschoold in antieke retorica en Platonische wijsbegeerte en gewapend met een pen, even scherp als schoon, brengt hij als geen ander Joods geloof en Grieks denken samen tot bestendiging van het Christendom. Hij personifieert de grens van Oudheid naar Middeleeuwen, van heidendom naar Christendom, en zet tot verbreiding van het geloof schoonheid in als eigenschap van God.’

In de glossy Antoine betoont Bodar zich een begaafde leerling van Augustinus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Lessen van Antonius

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's