De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nogmaals Jakobus 5

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nogmaals Jakobus 5

Voortgaande bezinning op ‘ziekenzalving’

8 minuten leestijd

Het is een goede zaak dat aandacht gevraagd wordt voor de uitleg van Jakobus 5, want er zijn steeds meer protestantse gemeenten die ziekenzalving in praktijk brengen.

Over het onderwerp wordt verschillend gedacht en daarom is het nodig de teksten in Jakobus zorgvuldig uit te leggen. Prof.dr. P.H.R. van Houwelingen en drs. M.W. Sebens, beiden verbonden aan de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg), hebben eerst in het Nederlands Dagblad en daarna in De Waarheidsvriend (6 en 13 januari 2011) een exegese met toelichting gegeven. Hun conclusie is dat de ziekenzalving zoals door Jakobus genoemd wordt, niet meer van toepassing is in deze tijd omdat die aan de apostelen en oudsten was toevertrouwd als teken van genezing. En die ‘genezingsgarantie’ geldt tegenwoordig niet meer. Al bijna twintig jaar houdt dit onderwerp mij bezig, maar ik kom tot andere conclusies. De passage in Jakobus 5 is beknopt. Voor de lezers en hoorders in de eerste eeuwen was er veel vanzelfsprekend, terwijl wij zoeken naar achtergronden. Hoe komen wij in die omstandigheden verder? De beste oplossing is om bij de vroegchristelijke kerk in de leer te gaan: daar zijn het onderwijs en de praktijken van de apostelen bewaard en doorgegeven. Daar kunnen wij leren hoe zij de passage in Jakobus in praktijk gebracht hebben.

Oudsten uit Jeruzalem
De genoemde auteurs stellen dat Jakobus met ‘de oudsten van de gemeente’ geen gekozen ouderlingen bedoelt, maar de voorgangers uit Jeruzalem. Deze oudsten zijn dan afkomstig uit de Zeventig van Lukas 10. Ook de zeven diakenen in Handelingen mochten wonderen verrichten. Deze mensen konden geroepen worden door ernstig zieken. Deze interpretatie is – in grote lijnen – eerder verdedigd door prof. J. van Bruggen in zijn boek Ambten in de apostolische kerk. In mijn boek Vergeving en genezing: ziekenzalving in de christelijke gemeente heb ik die interpretatie van tegenargumenten voorzien (p.96-100). Uit de vele bezwaren noem ik slechts dat in Handelingen 14:23 en 20:17 de oudsten bedoeld zijn van een plaatselijke gemeente. Het getuigenis van de vroege kerk in Azië, Afrika en Europa toont in ieder geval dat de plaatselijke oudsten de zalving uitvoerden. Wanneer speciale oudsten uit Jeruzalem bedoeld waren, zou dit toch wel vermeld staan? Dan is er ook nog een praktisch probleem: moet een doodzieke eerst een bode sturen naar Jeruzalem of een andere plaats waar zo’n oorspronkelijke getuige woonde om hem te laten komen? Hoeveel tijd ging hierover heen? Had men die dagen of weken nog?

Blijvende genezingswonderen
De auteurs schrijven: ‘Die gave van genezing was uniek, verbonden aan het apostolaat uit de begintijd en volgens de kerkvaders daarna langzaam uitgedoofd.’ Op grond van het historische getuigenis uit de vroege kerk was deze gave echter niet uniek en ook niet uitsluitend verbonden aan het apostolaat. Inderdaad zijn er aanwijzingen dat de gave van genezing langzamerhand uitdoofde. De vraag rijst dan wel waarom dat het geval was. Vanwege uitsterven van de eerste generatie? De vroege kerk wijst in een andere richting, omdat deze en soortgelijke gaven nog eeuwen aanwezig waren en ook bijdroegen aan het krachtige getuigenis van de kerk in een heidense omgeving. De vermindering treedt vooral op nadat de kerk algemeen aanvaard wordt in het Romeinse Rijk en de oppervlakkigheid bij de gemeenteleden toeneemt. De vermindering wordt als schuld gezien en niet als noodzakelijkheid. De kerkvaders maakten heel wat meer genezingen mee dan vaak gesuggereerd wordt. Voor een grondige bespreking van de ontwikkelingen in de eerste vijf eeuwen op het gebied van genezingen en bevrijdingen is van belang: Andrew Daunton-Fear, Healing in the Early Church: The Church’s Ministry of Healing and Exorcism from the First to the Fifth Century, Paternoster, 2009.

Geneesmiddel of symbool
Was olie een populair geneesmiddel? Wel om wonden en striemen te verzachten (Jes.1:6; Luk.10:34), maar niet voor ernstige ziekten. Zoals een aspirine geen passend geneesmiddel is bij een zwaar hartinfarct, is olie geen passende remedie bij een dodelijke ziekte. Het zalven van de twaalf discipelen werd door God in Zijn dienst genomen, zodat mensen genazen. Waarom zouden de Twaalf met olie gezalfd hebben en waarom doen de oudsten dat in de brief van Jakobus? Dat zal een godsdienstige handeling zijn geweest. Ook in onze tijd vragen wij de ouderlingen niet om ons te helpen bij het innemen van penicilline of bij het aanbrengen van een pleister. Het Griekse woord aleiphein kan ook gebruikt worden in godsdienstig verband. Dr. L. Floor noemt in zijn commentaar als voorbeelden Genesis 31:13, Exodus 40:13 (of 15) en Numeri 3:3 in de Griekse vertaling van het Oude Testament. In de vroege kerk is de olie opgevat als een symbolische verwijzing naar de Heilige Geest, vooral op basis van het Oude Testament (bijv. Jes.61:1).

Belofte of garantie
De genoemde auteurs delen Jakobus 5:12-18 in drie situaties in: vers 13 over leed en blijdschap, de verzen 14-15 over ernstige ziekte en ziekenzalving (alleen voor toen), en de verzen 16-18 over bidden om genezing (ook voor ons) en Elia. Een andere indeling is echter ook mogelijk, waarbij vers 16a een conclusie is van het voorafgaande en niet een andere situatie schetst. Het verschil in indeling lijkt een kleinigheid, maar er zijn ingrijpende consequenties: in de tweede situatie is er ‘genezingsgarantie’, terwijl die in de derde situatie zou ontbreken (‘opdat’). Maar wanneer vers 16, over het elkaar belijden van de zonden en het bidden om genezing, over hetzelfde gaat (en dat lijkt mij veel aannemelijker), geldt dezelfde belofte. Dan is er geen onderscheid in zekerheid van vervulling van de bede. De term ‘genezingsgarantie’ die Van Houwelingen en Sebens gebruiken, vind ik tekortschieten. Het is bijbelser te spreken over ‘beloften’. Beloften zijn bedoeld ter aansporing, maar ze worden niet automatisch vervuld. Zo spreekt de Heere Jezus in Johannes14:14 ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen’. Deze belofte is waar en bedoeld als aansporing, maar er is geen sprake van een ‘verhoringsgarantie’. De vroege kerk besefte heel goed dat er allerlei factoren in het geding waren. Toen de gemeente van Korinthe in ruzie en verdeeldheid leefde, verdwenen de genezingen, ondanks alle aanwezige gaven (zie de spanning tussen 1Kor.11:30 en de volgende hoofdstukken). Voor ons westerlingen die leven met een te grote scheiding tussen de medische wetenschap en de christelijke gemeente, is het de moeite waard aandacht te besteden aan de gehele mens: ziel, geest en lichaam. Als wij dat niet doen als gemeente, gaan zieke gemeenteleden gemakkelijk naar allerlei (eenzijdige) ‘gebedsgenezers’ of ‘oosterse’ geneesmethoden – zoals de praktijk helaas uitwijst. Bezinning op de eigen aard van de ‘dienst der genezing’ van de christelijke gemeente is van belang.

Geestelijke vrucht
Als we overzien welke zegen God wereldwijd geeft aan de ziekenzalving in navolging van Jakobus 5, is er nog een extra argument om niet alleen af te gaan op een veronderstelde beperking tot de eerste eeuwen. Hoe komt het, dat waar de Geest van God krachtig werkt, allerlei gaven uit de tijd van de vroege kerk herleven (al is er verschil in mate)? Hoe komt het dat mensen genezen, ook al is dat niet iedereen? Hoe komt het dat mensen geestelijk opgebouwd worden en Gods nabijheid ervaren? Ook de geestelijke vrucht is een graadmeter om te beoordelen wat Gods bedoeling is met een bijbelgedeelte.

---
Notities bij de reactie van dr. M.J. Paul
• De oudsten van Jeruzalem (een Joods-christelijke gemeente) waren geen gekozen oudsten, zoals later in de door Paulus gestichte gemeenten uit de volken. Daarom zijn de teksten uit Handelingen waarnaar Paul verwijst volgens ons niet ter zake. De Jeruzalemse oudsten hoorden net als de apostelen tot een unieke generatie, die onder andere volmacht had gekregen zieken te genezen (met zalving als teken) en doden op te wekken. Toen de Jeruzalemse christenen aan wie Jakobus schrijft, moesten vluchten, waren daar ook oudsten bij. Die hoefden dus niet helemaal uit Jeruzalem te komen.
• Wij stemmen Paul toe dat de vroege kerk gedurende de eerste eeuwen nog genezingswonderen kende. Maar dat is tegenwoordig niet anders. Er gebeuren altijd wonderen op het gelovige gebed. Alleen, dat is ons niet gegarandeerd.
• De Griekse vertaling van het OT gebruikt bij cultische handelingen en bij de priesterwijding altijd chriein, op tientallen plaatsen. De door Floor (die trouwens onze interpretatie van de oudsten steunt) genoemde teksten zijn de enige drie uitzonderingen op deze regel. Bovendien ligt Markus 6:13, over het zalven van zieken met olie, qua situatie dichter bij Jakobus 5 dan al die oudtestamentische teksten.
• Ook indien je vers 16a als conclusie bij het voorgaande neemt (wat wij niet doen), blijft het verschil dat daar geen stellige belofte staat: ‘Bidt opdat u genezen wordt’; terwijl vers 15 zegt: ‘Het gelovig gebed zal de zieke genezen.’ Johannes 14:14 is ook zo’n stellige belofte, die zeker vervuld zal worden. Maar deze belofte was allereerst geadresseerd aan de twaalf apostelen; zij zullen niet tevergeefs vragen om bewijstekenen bij hun verkondiging.
• Wij kunnen ons de behoefte aan een pastoraal ritueel bij begeleiding van ernstig zieken en stervenden levendig voorstellen. Maar de ziekenzalving uit Jakobus is daarvoor naar onze overtuiging niet geschikt. Waarom niet gekozen voor het bijbelse ‘zegenen’?

P.H.R. van Houwelingen en M.W. Sebens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Nogmaals Jakobus 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's