De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Scheiding van kerk en staat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scheiding van kerk en staat

Over profeten, koningen, kerk en staat [1]

7 minuten leestijd

Koningen staan in Israël voor Gods aangezicht. In de Bijbel komen we de profeet in zijn nabijheid tegen. Hetzij als pastor en raadgever naast hem, hetzij als kritische stem tegenover hem. Hoe gaan ze met elkaar om en wat is de les voor vandaag?

Ons land kent de scheiding van kerk en staat. Op zichzelf genomen is daar niets op tegen. De overheid moet geen stem hebben in het beroepen van een predikant. Omgekeerd moet een kerkenraad niet aan de touwtjes willen trekken in het gemeentebestuur. Maar dat is allang de discussie niet meer. Met scheiding van kerk en staat beoogt men steeds meer het terugdringen van het christelijke geloof uit de samenleving. Geloven doe je thuis, is puur privé. Daaruit zijn geen richtlijnen te trekken voor de samenleving. Vooral sinds de paarse kabinetten zitten we zelfs in een tegenovergestelde ontwikkeling. Alles wat nog herinnert aan Nederland als een christelijke natie verdwijnt. Het huwelijk in ons land is niet meer het huwelijk uit de Bijbel. Op medisch- ethisch terrein bestaat een groot spanningsveld tussen wat technisch kan en ethisch mag. Steeds meer koopzondagen betekent steeds minder zondagsrust. Hoe lang zal er nog vrijheid zijn voor ons christelijk onderwijs? De vraag is hoe wij, zeker ook als jongeren en jonge gezinnen, staan in dit proces van steeds verdergaande secularisatie. Laten we alles maar over ons heenkomen? Of is het nu de hoogste tijd over te gaan tot actie? Wat is hier de profetische taak van de kerk of van de kerken? Bij het zoeken van een antwoord op deze vragen proberen wij eerst zicht te krijgen op de manier waarop profeten en koningen met elkaar omgingen in het Oude Testament.

Theocratie
De verhouding tussen profeten en koningen in het Oude Testament kun je niet een op een overbrengen op de verhouding van kerk en staat in onze tijd. Want Israël is het volk van God en de volken rondom zijn heidenvolken. Het Hebreeuws heeft daar zelfs twee verschillende woorden voor. Als volk van God is Israël een theocratie. Het woord ‘theocratie’ betekent ‘de macht berust bij God’, God heeft het voor het zeggen. Het woord ‘democratie’ betekent ‘de macht berust bij het volk’, het volk heeft het voor het zeggen. De Psalmen zingen: ‘De HEERE regeert’ (SV, HSV). Je kunt ook vertalen: ‘De HEERE is Koning’ (NBG 1951). Heidenvolken hebben koningen (1Sam.8:5en19v.), maar over Israël is de HEERE koning. Het is Zijn eigendom (Ex.19:5v.). Dat besef leeft diep in Israël. Gideon wil niet ingaan op het dringend verzoek van de ‘mannen van Israël’ om koning te worden. Hij zegt dan:

‘Ik zal niet over u heersen,
mijn zoon zal niet over u heersen,
de HEERE zal over u heersen’
(Richt.8:23).

Ondertussen gedraagt hij zich wel als een vorst. Hij heeft veel vrouwen. Dat was in de toenmalige wereld een koninklijk statussymbool (Salomo had er duizend). In de Wet van Mozes was ook al in een koningschap voorzien, maar dat droeg een sober karakter: niet veel paarden (macht), niet veel vrouwen (status), niet veel zilver en goud (rijkdom), wel veel lezen in het Woord van God en zich niet verheffen boven zijn broeders. Anders zou hij linksom of rechtsom wel eens kunnen afwijken van het Woord van God (Deut.17:14- 20).

Profeten en koningen
De HEERE is koning. Daarom staan profeten en koningen in Zijn dienst. Profeten zijn gezanten van God. De formule ‘zo spreekt de HEERE’ is dezelfde die een gezant in het Oude Oosten gebruikt als hij een boodschap overbrengt van zijn heer. De Assyrische opperbevelhebber laat Hizkia weten: ‘Zo zegt de grote koning, de koning van Assyrië: wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? (Jes.36:4). Van profeten als Micha ben Jimla en Jesaja wordt zelfs gezegd dat zij hebben gestaan in de raad van God en daar hun opdracht ontvangen (1Kon.21:19-21,Jes.6). Er zijn ook valse profeten. Zij hebben geen boodschap van God ontvangen. Bekend is het conflict tussen Jeremia en Hananja (Jer.28). Ook de koningen staan in dienst van God. Als zij aantreden, worden zij gezalfd. De zalving symboliseert de toerusting met de Heilige Geest. Illustratief is Psalm 2: ‘Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, Mijn heilige berg’. Dit slaat op Christus, dé Gezalfde van de HEERE, maar heeft in de eerste plaats betrekking op koning David (Calvijn). Een koning in het Oude Testament is koning bij de gratie van God. In het boek Spreuken zegt de Wijsheid:
‘Bij Mij is raad en wijsheid, Ik ben Inzicht, door Mij is kracht. Door Mij regeren koningen, verordenen vorsten gerechtigheid. Door Mij heersen vorsten, en edelen, alle rechters der aarde’ (Spr.8:14-16).

Wat de Wijsheid hier zegt, heeft niet alleen betrekking op koningen, vorsten, lagere overheden en rechters van Israël, maar op die van heel de wereld. Vandaar het meervoud. Salomo stond internationaal bekend om zijn wijsheid. Daarin werkt ook de algemene openbaring door: de ordening die God ten grondslag heeft gelegd aan Zijn schepping (Spr.8). Maar dat is een onderwerp apart.

Breuk met antieke cultuur
Hoe meer wij ons verdiepen in de wereld van het oude Oosten, des te meer wordt het ons een wonder wat hier in Israël gebeurt. Het ligt ingeklemd tussen de grootmachten die zich hebben ontwikkeld in het stroomgebied van de Nijl in het Zuiden, Egypte, en in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris in het Noorden, Mesopotamië. Alle koningen daar hebben een goddelijk aureool. In Egypte worden ze beschouwd als goddelijk geboren, in Babel als goddelijk gelegitimeerd. Zij kunnen doen en laten wat ze willen. De farao herstelt het hoofd van de schenkers in zijn ambt, maar het hoofd van de bakkers laat hij ophangen. Hij had ook ‘met evenveel recht’ het hoofd van de bakkers in zijn ambt kunnen herstellen en het hoofd van de schenkers laten ophangen. Van Nebubadnezar wordt gezegd: ‘Hij doodde wie hij wilde en hij liet in leven wie hij wilde. Hij verhoogde wie hij wilde en hij vernederde wie hij wilde’ (Dan.5:19). Maar in dat kleine Israël wordt de absolute heerschappij van welke machthebber dan ook paal en perk gesteld. Dat is een trendbreuk in de heersende cultuur. Een steen, niet door mensenhanden afgehouwen, verbrijzelt het grootse beeld uit de droom van Nebukadnezar. Het is een verborgenheid waar de wetenschap (Dan.2:2) niet achter komt. Alleen God kan en zal haar openbaren. Het zijn messiaanse flitsen in het duister van de geschiedenis. Het boek Daniël is profetie van het Koninkrijk van God te midden van de koninkrijken van deze wereld. Geschiedenis wordt nu ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dan.7:25,12:7), dat wil zeggen: eindtijd. En de eindtijd loopt uit op de verschijning van de Zoon des mensen in heerlijkheid (Dan.7:13v.). Daniël is het boek van geschiedenissen en gezichten. In vier visioenen doorlicht de profetie het wereldgebeuren tot op de voleinding. De Heere Jezus noemt Daniël dan ook nadrukkelijk ‘de profeet’ (Matth.24:15).

Profetie centraal
De boeken 1 en 2 Koningen zijn zo opgebouwd dat de verhalen van Elia en Elisa in het midden staan. De vorm laat al iets zien van de inhoud. Dat komt meer voor in het Oude Testament. Zo herken je in de opbouw van de Klaagliederen het metrum van het klaaglied. In de geschiedenis van de koningen van Juda en Israël staat de profetie centraal. Het is de profetie die de plaats bepaalt voor het koningschap in Israël (1en2Sam.). Het is ook weer de profetie die radicaal breekt met de visie op het koningschap van het oude Nabije Oosten. Achab en Izebel willen daar niet aan. Het wordt hun ondergang. Ook het volk wordt voor de keus gesteld: ‘Als de HEERE God is, volg Hem, maar als het de Baäl is, volg hem. Maar het volk antwoordde hem niet één woord’ (1Kon.18:21). Dat zal toch niet de reactie van ons (kerk)volk zijn als het gaat over de spannende verhouding van kerk en staat in ons Nederland anno 2010?


Volgende week deel 2: Nathan en David.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Scheiding van kerk en staat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's