De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nathan en David

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nathan en David

Over profeten, koningen, kerk en staat [2, slot]

7 minuten leestijd

Hoe staan koningen en profeten tot elkaar in de Bijbel? Er zit in de omgang van de profeten met de koningen in het Oude Testament een internationale component die van wereldwijde betekenis zal worden.

Nergens is het contact tussen koning en profeet zo intensief als in de boeken 1 en 2 Samuël. David zoékt ook dat contact, maar hij heeft het niet altijd gezocht. Dat was dat éne moment toen hij bezweek voor de geest van zijn tijd. Even werd hij een despoot. Dan laat hij zich leiden door zijn lusten. Hij ontdoet zich op listige wijze van een van zijn topgeneraals. Wie durft daarvan iets te zeggen? Een profeet! God stuurt Nathan. Hij vertelt David het verhaal van een rijke en een arme man. Die rijke man krijgt bezoek. Daarvoor wil hij een lammetje slachten. Hij neemt niet een dier uit zijn eigen kudde, maar pakt de arme zijn ooilam af. David windt zich daar geweldig over op: ‘Zo waar de HEERE leeft, voorzeker, de man die dat gedaan heeft is een kind des doods!’ Nathan antwoordt: ‘U bent die man!’ (2Sam.12:7). De zonde van David is daarom zo pijnlijk omdat uit het nageslacht van David de Messias geboren zal worden. Hij is dé Zoon van David. De tegenhanger van het ‘U bent die man’ is de belijdenis van Petrus: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’ (Matth.16:16). Er zit in de omgang van de profeten met de koningen in het Oude Testament een messiaanse component.

Elia en Achab
De wijngaard van Naboth grenst aan het paleis van koning Achab. Hij zou die wijngaard wel willen aankopen. Daar zou hij dan een moestuin van maken. Naboth weigert dat. Wij kunnen dat moeilijk begrijpen, want hij kan daar veel geld voor krijgen. Een goede deal! Maar Naboth zegt: ‘Laat de HEERE daarvan bij mij geen sprake doen zijn, dat ik u het erfelijk bezit van mijn vaderen zou geven!’ (1Kon.21:3). Naboth houdt vast aan de verdeling van het land onder Jozua. Dat is zijn erfdeel. Daarvan is hij de rentmeester, want God is daarvan de eigenaar. Als koning nieuwe stijl wil Achab nu de eigenaar worden van dit stukje land. Daarmee doorbreekt hij de sociale structuur van Israël. Dat zal grote armoede veroorzaken. Dat het hier inderdaad gaat om de doorvoering van het koningschap zoals gangbaar in de wereld van het Oude Nabije Oosten blijkt uit de smalende opmerking van Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël?’ (1Kon.21:7 [NBV]). Zij zal wel eens even laten zien hoe je dat aanpakt. Naboth wordt onder een vals voorwendsel gedood. Elia spreekt daar Achab op aan. Er zit in de omgang van de profeten met de koningen in het Oude Testament ook een sociaaleconomische aspect.

Amos en de volken
In de omgang van de profeten met de koningen worden ook de volken betrokken. In de wereld van toen vormen koning en volk een tweeeenheid. Is het met de koning gedaan, dan is het eveneens met het volk gedaan. Dat is ook omgekeerd het geval. In Amos 1 en 2 wordt het oordeel aangezegd aan de volken rondom Israël om hun misdadig optreden. Het is een reeks van acht profetieën met steeds dezelfde aanhef. Daarvan luidt het begin van de eerste profetie:

‘Zo zegt de HEERE: Vanwege drie overtredingen van Damascus, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen, omdat zij met ijzeren dorssleden Gilead gedorst hebben. Daarom zal Ik vuur werpen in het huis van Hazaël; dat zal de paleizen van Benhadad verteren’ (Amos1:3v.).

Van deze acht profetieën zijn er twee gericht Juda en Israël. Er zit in de omgang van de profeten met de koningen in het Oude Testament een internationale component die van wereldwijde betekenis zal worden.

Jezus is de Heer
De wijze waarop profeten en koningen met elkaar omgaan in het Oude Testament komt op die wijze niet meer voor in het Nieuwe Testament. Dat kan ook niet want de profetie en het koningschap vallen samen in onze Heere Jezus Christus. Hij is onze hoogste Profeet en onze eeuwige Koning. Geleidelijk aan zal het nu steeds meer gaan over de verhouding van kerk en staat. Maar in die relatie blijft de theocratie het uitgangspunt. Dat zit er vanaf het begin van het Evangelie al in. De Heere Jezus begint Zijn prediking met te zeggen: ‘Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen’ (Matth.4:17). Daarmee knoopt Hij aan bij het boek Daniël. Hij noemt Zichzelf dan ook de Zoon des mensen (Dan.7). Als de Opgestane zegt Hij: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’. Dat is weer Daniël 7!
Het is een theocratie die staat in het perspectief van de wederkomst van Christus. Dat besef is zo diepgeworteld dat het is overgeleverd in de taal waarin het oorspronkelijk werd verwoord: Maran-atha. Het is een getuigenis en een gebed. Je kunt vertalen: ‘Onze Heere komt!’ maar ook: ‘Onze Heere, kom toch.’

Theocratie in de democratie
Het Nieuwe Testament kent niet meer de theocratie als staatsvorm zoals Israël in de periode van Mozes tot Samuël. Jezus zegt tegen Pilatus dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is (Joh.18:36). Zijn Koninkrijk is een geestelijk Koninkrijk. Dat wil zeggen: Zijn Koninkrijk is er op de wijze van de Heilige Geest. Maar het blijft niet onzichtbaar. Het werkt door in de samenleving. Dan is er iets te zien van het messiaanse deel: heil, heling, sjaloom, en geen ‘apartheid’ of discriminatie in welke vorm dan ook. Er wordt ook iets zichtbaar van de sociaal-economische component: opkomen voor armen, verdrukten, vervolgden, geen ongebreidelde marktwerking, dus nee zeggen tegen de geest van Kaïn: ‘Ben ik hoeder van mijn broer?’ Dat wordt moord en doodslag. Er wordt ook iets zichtbaar van een wereldwijde gerechtigheid. Misdaden tegen de menselijkheid worden ontmaskerd en bestreden. Dat alles ‘in beginsel’, bij flarden en vlagen, vanwege de gebrokenheid van deze wereld als gevolg van de zonde. Maar toch. Er is hoop. Wat betekent dat nu concreet voor ons? Wij leven hier in een democratische rechtsstaat. Dank God daarvoor. Maar daarom zijn wij ook persoonlijk verantwoordelijk voor het bestuur van onze woonplaats, van onze provincie en van ons land. Daarom worden er ook verkiezingen gehouden. Van iedere Nederlander wordt als hij in het stemhokje staat gevraagd of hij/zij de Heere Jezus erkent en belijdt als de Heer der heren en de Koning der koningen. Dat is de theocratie in de democratie. Het betekent ook dat wij elke bestuurder accepteren en respecteren als dienaar van God (Rom.13:1-7). Of die bestuurders dat zelf zo zien of niet, doet er niet toe. Onze koningin is koningin bij de gratie Gods.

Eindtijd
Onze tijd is de eindtijd. Nog wordt de definitieve doorbraak van de antichrist tegengehouden. Hij is de ‘mens van de wetteloosheid’, de ‘zoon van het verderf ’, de ‘tegenstander die zich verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt’ (2Thess.2:3v.). Ook dat staat weer in Daniël, ditmaal hoofdstuk 11. Daarom zal nu in de eindtijd de rechtvaardige meer dan ooit tot zegen zijn. Want wat de antichrist nog blokkeert, is het Woord van onze God, het getuigenis van Jezus en de uitstraling die dat heeft vanuit allen die Zijn Naam belijden. Laat dat onze grondhouding zijn tegenover alle politieke ideologieën van links tot rechts, ook tegenover het oprukkende populisme in Europa. Het laatste (vijftiende) couplet van het Wilhelmus, ons nationale volkslied, zegt het zo:

Voor God wil ik belijden
en Zijne grote macht,
dat ik te genen tijden
de koning heb veracht,
dan dat ik God de Heere,
de hoogste Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.

‘Obediëren’ betekent ‘gehoorzamen’. Dat is de grens: ‘Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen' (Hand.5:29). We zitten nu in die grenssituatie, want dit is de eindtijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Nathan en David

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's