De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Biddend leven als noodzaak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Biddend leven als noodzaak

Het gebed van de predikant [1]

8 minuten leestijd

In het leven van een dienaar van het Woord neemt het gebed een belangrijke plaats in. Luther wees er al op.

Twee citaten van Luther onderstrepen het belang van het gebed in het leven van de dienaar van het Woord. Allereerst de bekende uitspraak: oratio, meditatio en tentatio maken een mens tot theoloog. Hieruit blijkt onder meer dat het zonder gebed niet kan om theoloog te worden en zijn. Want dat willen we toch zijn en zo willen we toch gezien worden: als theoloog. Een tweede citaat van Luther luidt: ‘Vaak verkreeg ik meer kennis door één gebed dan door meerdere uren van studie.’ Er zijn immers zoveel dingen die op de knieën geleerd worden. Mochten we nog enigszins twijfelen aan de noodzaak van een biddend leven voor een dienaar van het Woord, dan kan Luther met zijn bijbels inzicht en zijn schat aan ervaring ons met deze woorden uit de droom helpen. Hiermee staat of valt het predikant-zijn.

Afbakenen
Dan hebben we met deze citaten de zaak vanuit de predikant bekeken, we zouden hier ook vanuit de gemeente en vanuit de kerk naar kunnen kijken: arme gemeente met een predikant die geen man van gebed is. Op zijn minst wordt hier schade toegebracht aan een gemeente. Het zal goed zijn het terrein dat we betreden wat af te bakenen. Zo is het niet de bedoeling om allerlei dingen naar voren te brengen die met het gebedsleven in het algemeen te maken hebben. Natuurlijk is het voor ieder nodig een mens van gebed te zijn. En ook een predikant is een mens tot wie de Heere zegt: zoek dagelijks Mijn aangezicht. Ken Mij in al uw wegen. Ook tot de dienaar van het Woord komt de geladen en indringende aansporing van het Woord: zoek eerst het koninkrijk van God. Wie zou durven beweren dat het voor een predikant vanzelfsprekend is dat hij zijn hart gezet heeft op het koninkrijk? Dat dit er bij ons wel is buiten de genade om? In dit verband denk ik aan een novelle van Kierkegaard. Het gaat over een kandidaat in de theologie met de welluidende naam Ludwig Fromm. Hij zoekt, zo zegt Kierkegaard. ‘En als men hoort dat een theologiekandidaat zoekt, is er geen levendige verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken wat hij zoekt: natuurlijk zoekt hij het koninkrijk Gods.’ Maar dat blijkt toch een beetje anders te zijn. Na zijn studie schrijft hij het ene vel papier na het andere vol aan de bisschop en aan de minister van Kerkelijke Zaken, loopt van Pontius naar Pilatus om een gemeente te verkrijgen. Eindelijk heeft hij een gemeente, maar het traktement blijkt 150 thaler minder dan waarop hij rekende. Dat moet dan eerst gezocht worden. Vervolgens wordt hij voorgesteld. Hij heeft, geniaal, als tekst gekozen het woord van Petrus: ‘Zie, wij hebben alles verlaten om U te volgen.’ Zo gaat Kierkegaard nog even door over onze Ludwig Fromm die zo mooi kan preken over ‘Zoekt eerst het koninkrijk Gods.’ De toepassing mag duidelijk zijn: ook predikanten moeten leren het koninkrijk te zoeken.

In de pastorie
Er zou naast het bovenstaande over het gebed in het algemeen nog wel wat gezegd kunnen worden over het gebedsleven in de pastorie en in het gezin. We kunnen daarbij denken aan het gebed voor ons gezin. Behalve de voordelen en zegeningen voor onze gezinnen zijn er ook de moeiten en gevaren van het pastorieleven. Ik acht het niet denkbeeldig dat satan soms tracht ons vleugellam te maken in onze dienst door allerlei nood in onze gezinnen. Net als op andere jongeren komt ook op onze jongeren ontzaglijk veel af. Misschien soms nog meer dan op andere jongeren. Ze maken ellendige dingen mee. Is dan het gebed om bewarende genade van God voor onze huwelijken en gezinnen overbodig? Naast het gebed voor onze gezinnen kan hier ook gewezen op het gebed als gezin. Het gebedsleven samen met onze vrouw en samen met onze kinderen (wanneer God die ons geeft). Laat het niet zo zijn dat onze kinderen die ons ’s zondags horen bidden in de kerk, een groot verschil merken tussen ons bidden op de kansel en ons bidden thuis, zodat ze wel de indruk moeten krijgen dat we ’s zondags onze domineesstand ophouden. Dat het ‘mooie’ gebed ineengeschrompeld is wanneer we thuis zijn en onze gemeenteleden ons bidden niet horen. Wanneer de eerste vrouw van Kohlbrugge is gestorven, zet hij zich in de nacht aan zijn schrijftafel. Hij kan dan eerlijk schrijven over de strijd, ook de gebedsstrijd die ze samen hebben gevoerd. ‘Ik heb met haar gestreden, ben met haar in de duisternis geweest van de doodsschaduw en heb met haar mogen juichen.’ Het is een zege zo samen te strijden en dan ook vooral biddend te strijden. Overigens geloof ik dat we van Kohlbrugge ook kunnen leren dat hij daar bij het leven van zijn vrouw niet zoveel over sprak, en er zeker al geen ophef over maakte. Laat Gód ervan weten. Er wordt wel gesproken over een stuk eenzaamheid die in de pastorie wordt ervaren. Deze eenzaamheid zou wel eens minder kunnen knagen als we meer biddend voor Zijn aangezicht leefden.

Ambtelijk
Vooral en in de eerste plaats gaat het ons over het gebed van de predikant met het oog op zijn ambtelijk leven. Nodig is een biddend leven, als het ware een ademen in de sfeer van het gebed, met het hart op God gericht. Het gaat om meer dan alleen op gezette tijden een gebedshouding aannemen; noem het een handelen en wandelen in afhankelijkheid, het hart vragend uitstrekken tot de God van alle genade. De Schrift: bidt zonder ophouden. Overdrijf ik wanneer ik zeg dat grote predikers in de geschiedenis vaak mensen waren met een vurig gebedsleven? Daar mogen we dan de conclusie aan verbinden dat die ‘grote predikers’ in zichzelf heel kleine mensen waren die veel genade van Christus nodig hadden. Was het niet het geheim van mannen als Luther en Calvijn dat ze voor God zo ontzaglijk klein waren en daarom voortdurend Hem zochten, dat ze klein van zichzelf, groot van de Heere dachten? Zij waren in de regel mensen bij wie het gebedsleven heel diepe voren trok in hun leven. De vertrouwelijke omgang met de Heere liet veel na bij hen, gaf een bepaalde kracht en gedrevenheid aan hun verkondiging, volharding en standvastigheid in hun dienst. Van sommige mensen is wel gezegd dat ze zo vanuit de nabijheid van de Heere kwamen en Gods Woord spraken. Hun hoorders voelden: deze man komt bij God vandaan! Niet voor niets wordt van Elia gezegd dat hij ‘stond voor het aangezicht van zijn God.'

Bijbelse lijnen
Dit voorbeeld van Elia brengt me bij enkele bijbelse lijnen, helemaal niet zo opzienbarend voor ons, maar toch wel goed om ze onder ogen te hebben, al is het maar kort. Wat hebben profeten en psalmdichters gesmeekt en nog eens gesmeekt om de voortgang van Gods werk in het midden van hun volk. We krijgen de stellige indruk dat ze zonder dat aanhoudende gebed werkelijk hun dienst onmogelijk konden verrichten. Hoe kan Jeremia volharden? En zoveel anderen? In de pastorale brieven geeft Paulus misschien niet zoveel directe aansporingen tot gebed, maar wel roept hij op tot een ambtelijk leven dat zich niet laat denken zonder voortdurend gebed. Hoeveel voorbeelden zijn niet te noemen van zegen die gevonden werd op het gebed? Om maar één voorbeeld te noemen: Daniël is in gebed – hij belijdt zijn schuld, de schuld van het volk, doet een vurig beroep op Gods barmhartigheid en terwijl hij in gebed is, verschijnt hem de engel Gabriël, worden hem de boeken geopend. Bedoelde Luther dat niet toen hij zei, dat hij vaak door één gebed meer kennis kreeg dan door vele uren van studie? Maar het meest aangrijpende bijbelse voorbeeld is toch dat van de grote Profeet en Leraar. Hij zocht voor de nacht de eenzaamheid van een berg, bad daar tot Zijn Vader.

Gebedswapen
Als voor Hem, voor Christus de noodzaak tot gebed er voortdurend al was, hoe nodig hebben wij het dan niet van dag tot dag ‘onszelf neer te werpen voor God’ (Calvijn)? In onze dienst zijn er meer dan een of twee aanvechtingen, beproevingen, moeiten, valkuilen, verzoekingen. Geldt het al van ieder christenmens dat hij voortdurend in het spervuur van de boze ligt, dan zal dan nog in versterkte mate gelden voor hem die Gods Woord heeft te verkondigen. Satan zal alles op alles zetten deze man vleugellam te maken en te doen verdorren. Verleent God ons Zijn genade om een instrument te zijn in Zijn handen, medearbeider in de werkplaats van de Geest, dan wil de grote tegenstander ons het liefst uitschakelen en krachteloos maken. Dat kan door trots en zelfverheffing, maar ook door diepe moedeloosheid; dat kan door lui, vadsig en ingezonken te maken, maar misschien ook wel door ons te laten draven en hollen en daarbij intussen te steunen op onze activiteiten. Door ons onchristelijk te laten reageren op kritiek of ook door ons genoeg te laten hebben aan de complimenten van onze gemeenteleden. Zo valt er nog veel meer te noemen. Als het gaat over de listen van satan en als het gaat over de overleggingen en verlangens van ons eigen ik zijn we nog zomaar niet aan het eind. Is dan niet van dag tot dag nodig het gebedswapen aan te wenden, de levende God aan te roepen? De vragen van onze tijd, de noodzaak om de geesten te onderscheiden, het besef dagelijks wijsheid, ootmoed en geloof nodig te hebben in onze dienst – dat alles moet ons steeds weer op het spreekuur van de Heere brengen, voor Zijn genadetroon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Biddend leven als noodzaak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's