Kerkelijk erfgoed in nood
Signalement
In een interview zei de heer Karel Loeff, directeur van de 100-jarige vereniging Heemschut (doelstelling: beschermen van stad en stedeschoon): ‘De komende jaren zullen veel kerken hun deuren gaan sluiten. Maar de torens van die kerken zijn heel bepalend voor het stads- of dorpsgezicht. Ze laten ook sporen zien van een christelijke traditie van ons land. Het is dus van belang dat die kerken een goede en passende herbestemming krijgen. Dat hoeft niet te betekenen dat het allemaal appartementencomplexen worden, want dat is een slimme grondpolitiek van gemeenten en parochies, omdat dat het meeste geld opbrengt.’ (RD 02-02-2011)
Teveel
Signaal van een proces dat al jarenlang gaande is: het probleem van de krimpende kerk met een teveel aan gebouwen. Men verwacht dat van de RK-Kerk en de Protestantse Kerk binnen tien jaar een kwart tot een derde niet meer voor de eredienst gebruikt wordt. Heemschut heeft vooral het oog op kerkgebouwen met een historische en culturele waarde en beziet het probleem vanuit de te waarderen, maar beperkte eigen doelstelling. De Protestantse Kerk en in het bijzonder de VKB-kerkrentmeesters houden zich al sinds 2006 intensief bezig met de problematiek, maar uiteraard primair vanuit een kerkelijke gezichtshoek. De overheid riep het jaar 2008 uit tot het ‘jaar van het religieus erfgoed’. Reden voor grondige bezinning onder de kerkrentmeesters, die verder ging dan alleen gebouwen met een monumentale status. De term ‘religieus erfgoed’ typeert intussen de geseculariseerde periode waarin de kerk terecht is gekomen. Voorop dient de vraag te staan: wat is de aard van een kerkgebouw? Het is niet heilig. Gebouw en inrichting weerspiegelen echter wel het beleid en belijden van een gemeente, kortweg haar identiteit. Van hieruit moet bezien worden wat het afstoten of afbreken voor de gemeente betekent. In financiële nood verkerende gemeenten vormen een aantrekkelijke ‘prooi’ voor projectontwikkelaars, al is dat soms een uitkomst.
Betekenis
Voordat afbraak of verkoop aan de orde is, zal worden gezocht naar mogelijkheden tot behoud. Maar hoe? Heemschut duidt op de historische betekenis en meerwaarde van een kerkgebouw als oriëntatiepunt van dorp of stad, wat niet alleen geldt voor de torens. Soms vertegenwoordigt zo’n gebouw ook een waarde voor niet-kerkelijke omwonenden. Het kan een sociale en culturele functie vervullen in de sociale samenhang in steden, wijken en dorpen. Wanneer en waar deze context een rol speelt, is het begrijpelijk dat men het behoud zoekt te realiseren door hergebruik of medegebruik. Multifunctioneel gebruik; maar wat past bij de identiteit van de gemeente en wat niet? Voorbeelden van het één en het ander noemen wij niet. Wat wel duidelijk is, is dat er grenzen zijn aan vormen van medegebruik en ook qua commerciële exploitatie. Bij multifunctioneel gebruik vraagt de authentieke functie om respect. Sinds 2006 opereert een landelijk burgerinitiatief, geheten ‘Task Force Toekomst kerkgebouwen’, dat zich inzet voor behoud, herstel en hergebruik van ‘religieus erfgoed’. Men stelt het eigenaarschap ter discussie: kerkgebouwen zijn van het volk, vormen een collectief eigendom. Want men hanteert de stelling dat de samenleving ook gemeenschapsgeld in kerkgebouwen heeft geïnvesteerd. Het uitgangspunt is het voorkomen van sloop. Citaat: ‘De vele burgerinitiatieven bewijzen dat kerkgebouwen een centrale plek in de harten van betrokken burgers innemen. Ze zijn er emotioneel mee veerbonden en beschouwen het als hun visueel eigendom.’ Dat zijn nogal discutabele stellingen, hoe sympathiek ook, die wij hier niet van commentaar zullen voorzien. Het doel is helder: zo mogelijk behoud, zelfs al is het niet ten behoeve van de kerkelijke gemeente.
Exploitatie
Een vraag die zich bij medegebruik en gebruik voor andere functies aandient, is in welke vorm de gemeente bij deze vormen van exploitatie betrokken wil blijven. Duidelijk is wel dat de invulling van de exploitatie in een stad sterk kan verschillen van die van een dorp. In een dorp zal men moeten trachten de gehele gemeenschap erbij te betrekken. Dan is er ook de overheid. De slogan ‘scheiding van kerk en staat’ fungeert soms als dooddoener om een gesprek te blokkeren of overleg uit de weg te gaan. Mede financiering door overheden is hard nodig voor het behoud, de restauratie en eventueel herbestemming van met name monumentale kerkgebouwen. Er is een restauratie-achterstand van honderden miljoenen. De overheid zal echter voorwaarden stellen aan subsidiëring , aangenomen dat men een publiek belang en verantwoordelijkheid erkent. Niet volstaan zal kunnen worden met openstelling gedurende één of tweemaal anderhalf uur op zondag. Tegenover betaling zal zeggenschap staan. Zo blijft de zoektocht naar behoud van materiële en immateriële waarden van een kerkgebouw omgeven met veel voetangels en klemmen, maar ze is de moeite waard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's