De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en wetgeving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en wetgeving

Pastoraat rond het zevende gebod [2b]

10 minuten leestijd

Elk land kent wetten, dus ook huwelijkswetten. In bijbelse tijden erkenden gelovigen die wetten, met dien verstande, dat regels van God belangrijker waren. Hoe gaan we als kerk om met wetgeving van de overheid?

Dat gelovigen soms niet handelen naar de regels die God gaf, is weer een ander verhaal. Dat zijn de zwarte bladzijden met zonden. Richtinggevend en bepalend zijn dus Gods geboden. Wanneer gelovigen Gods geboden overtreden, laat de HEERE dat duidelijk blijken, hetzij door Zijn afkeuring uit te spreken, hetzij door in de bijbelse geschiedenis de ernstige gevolgen van zonden te tekenen. Gods regels gaan voor. Voortdurend blijkt in de Heilige Schrift dat Gods Woord heilzaam inwerkt op de menselijke samenleving. Gehoorzaamheid aan God gaat voor op gehoorzaamheid aan de overheden en hun wetten (Hand.5:29).

Heilzame correctie
Mozes was onderwezen in alle wijsheid van Egypte (Hand.7:22). Hij zal ook grote kennis gehad hebben van de wetten van zijn tijd. Door Gods ingrijpen gaat hij andere wegen. Hij volgt Gods stem, persoonlijk, maar ook in het geven van wetten, regels en instellingen. De wetgeving op de Sinaï is daarbij een hoogtepunt. We zouden kunnen spreken van de heilzame correctie van Gods geboden. Om een voorbeeld te noemen: Abraham in zijn handelwijze met Hagar. Hagar is een soort draagmoeder avant la lettre. Naar de toenmalige wetgeving van Hammurabi is dat in orde, maar niet vanuit Gods orde. De gevolgen zijn groot. In Romeinen 13 erkent Paulus de Romeinse overheid als van God gegeven. Geen kwaad woord over wetgeving van de overheid, maar laat de overheid wel rekenen met de instellingen van de HEERE. Gods inzettingen zijn heilzaam. De kerk is hierbij tegenover. Want reeds Paulus merkt bij zijn aankomst in Europa weerstand tegen Gods geboden. In Filippi hoort hij vooraanstaanden in de stad roepen, dat hij zeden verkondigt, die zij niet wensen aan te nemen of te doen (Hand.16:21). De kerk heeft dus een eigen boodschap. Laat zij die boodschap frank en vrij uitdragen, ook naar de overheid. Als slotconclusie zou ik willen verdedigen: we mogen als kerk(en) de overheid vragen voorwaardenscheppend en ordenend op te treden, zó, dat zij de huwelijkswetgeving met bijbelse waarden en normen vult.

Nieuwe vragen
Op grond van het juridische en publieke karakter bij het sluiten van huwelijkse relaties in de Bijbel hebben veel kerkelijke gemeenten allerlei vormen van samenleven anders dan die van het huwelijk afgewezen. Nu regels voor huwelijk en geregistreerd partnerschap nagenoeg hetzelfde zijn, stelt dit ons voor nieuwe vragen. Het luistert bij het beoordelen van een kerkelijke huwelijksaanvraag dus nauw. Gaat het om samenwonen al dan niet met een samenlevingscontract, we wijzen dit af, omdat allerlei belangrijke bijbelse noties ontbreken: de verbondsgedachte, het juridische en het publiekelijke. Toch kan een kerkenraad vanuit omstandigheden van bijzondere pastorale aard besluiten een huwelijk van hen die reeds hebben samengewoond te laten bevestigen en inzegenen. Dit ook omdat in de praktijk van de gebroken wereld waarin wij leven niet alle gevallen op dezelfde wijze beoordeeld kunnen worden. Vanuit de verbondsgedachte die gevuld is met liefde en trouw, mag de vraag gesteld worden of ongehuwd samenwonen zonder ook maar iets geregeld te hebben naar de partner toe niet onverantwoord is en naar kind(eren) toe roekeloos gedrag te noemen valt. In contact met hen die ongehuwd samenleven zonder ook maar iets contractueel geregeld te hebben, heeft de kerk een ingang om eens te spreken over de verantwoordelijkheid voor elkaar, ook voor Gods aangezicht. In zo’n gesprek kunnen beweegredenen voor het samenwonen en het bewust en onbewust niet kiezen voor het huwelijk aan de orde komen. Is er sprake van samenwonen met een samenlevingscontract, dan is in het pastoraat de vraag naar de achtergrond van deze handelwijze belangrijk. Is er sprake van onkunde of van een bewuste keuze? Is er een weg te vinden om toe te groeien naar het huwelijk? De notie van het verbond ontbreekt bij dit samenlevingsverband. Juristen noemen deze verbondsgedachte ook wel lotsverbondenheid. Deze lotsverbondenheid houdt in: elkaar trouw zijn in goede en kwade dagen, in gezondheid en ziekte, tot de dood scheiding maakt.

Verschillen
Het geregistreerd partnerschap ligt zo dicht tegen het huwelijk aan, dat er slechts twee grote verschillen zijn (zie tekst in kader). Toch roept ook deze vorm van samenleven enkele vragen op. Wanneer kinderen van de vrouw niet automatisch de kinderen van de vader zijn, ondergraaft dit de bijbelse notie van het gezin. Bovendien heeft de overheid het geregistreerde partnerschap gecreëerd om mensen van hetzelfde geslacht een duurzame vorm van samenleven te bieden. Later is voor hen – naast het geregistreerd partnerschap – het zogeheten homohuwelijk gekomen. Al met al verkeren we hier bij allerlei seculier gedachtegoed dat ver van de bijbelse boodschap verwijderd is. De vraag is derhalve of bij het geregistreerd partnerschap de bijbelse verbondsnotie wel genoeg verdisconteerd is. Ook is een vraag aan hen die kiezen voor het geregistreerd partnerschap waarom zij voor een huwelijkse relatie terugdeinzen. Samenvattend komen we tot een pleidooi voor het alleenrecht van het huwelijk als wijze van samenleven tussen man en vrouw. Omdat voor de Nederlandse wet het geregistreerd partnerschap nauwelijks te onderscheiden is van het huwelijk, is het een optie om aan hen die in zo’n relatie samenleven te vragen het geregistreerd partnerschap om te laten zetten in een huwelijk. Dit op het gemeentehuis geadministreerde huwelijk kan dan door middel van een afkondiging in de kerk publiekelijk gemaakt worden om op die manier het publiekelijke karakter van het huwelijk te onderstrepen. In hoeverre alsnog een kerkdienst kan plaatsvinden waarin Gods zegen over het huwelijk gevraagd wordt, is een punt van overweging tussen kerkenraad en bruidspaar. Algemene regels kunnen niet gegeven worden. Elke situatie vraagt om een afzonderlijke beoordeling. Fundamenteel is hier de bereidheid om te leren en in gehoorzaamheid aan Gods geboden te leven. Is deze bereidheid er, dan is er al gauw een weg om te gaan. Ik sluit niet uit dat we de ene situatie anders zullen beoordelen dan een andere. Degenen die na samenwonen een huwelijksbevestiging in de kerk zoeken om hun dag compleet te maken, vragen een andere benadering dan degenen die oprecht zoekend zijn om Gods geboden in hun leven gestalte te geven. Sowieso is een belangrijke vraag aan een samenwonend stel dat een kerkelijke huwelijksaanvrage doet waarom men – als men toch al leeft als man en vrouw – alsnog Gods zegen wil vragen.

Schuldbelijdenis
Een vraag die soms naar voren komt, is of er bij een huwelijksaanvraag na samenwonen ook schuldbelijdenis gedaan moet worden. Het lijkt mij toe dat, wanneer zaken niet overeenkomstig het bijbels getuigenis zijn, schuldbelijdenis een wezenlijk onderdeel van het leven met God is. De vraag is hoe concreet deze schuldbelijdenis dient te zijn. Concretisering van een schuldbelijdenis in openbare gebeden behoren mijns inziens achterwege gelaten te worden. Dat riekt naar geestelijk exhibitionisme. Schuldbelijdenis in klein verband is een bijbels gegeven. Ik denk aan Jezus’ woord over de tucht. Hij spreekt over het samenstemmen van twee of drie (Matth.18:19). Een kerkenraadsdelegatie van deze grootte is genoeg. Misschien is het zelfs aanbevelenswaardig om vanuit de kerkenraad alleen de predikant en de wijkouderling in dit specifieke pastoraat te betrekken. Schuldbelijdenis is vooral een zaak van gebed. Het gezamenlijk gebed lijkt me hier van groot belang. Ik zou hier de mogelijkheid willen overwegen dit gebed in die vorm te laten plaatshebben waarbij de echtelieden aansluiten bij het gebed van de ouderling en/of predikant. Na schuldbelijdenis is de weg tot het vragen van Gods zegen in een kerkdienst open. Een kerkenraad doet er wel wijs aan bij een huwelijk na samenwonen in een afkondiging de gemeente melding te doen van de gevolgde procedure. Het is goed een dergelijke afkondiging na overleg met het aanstaande bruidspaar op te stellen, waarbij de kerkenraad sturend en richtinggevend optreedt. Dit overleg dient om te voorkomen dat in de zondagse afkondiging woorden staan die bij het aanstaande bruidspaar vervreemding oproepen. In een kerkdienst waarin Gods zegen wordt gevraagd over het huwelijk van een paar dat eerder samengewoond heeft, is als vraag toe te voegen: ‘Belijden jullie van ganser harte, dat het huwelijk de enige en unieke vorm is van een samenlevingsverband tussen man en vrouw, zoals God die in Zijn Woord heeft bedoeld?’ Elk goed verstaander heeft slechts een half woord nodig. Tot slot zou ik willen beklemtonen dat ons bescheidenheid past. Laat deze nederigheid ons pastoraal omzien in het midden van de gemeente bepalen. Desalniettemin ontslaat het ons niet om Gods bedoelingen met ons leven te proclameren, ook als het gaat om vormen van samenleven, waarbij wij pleiten voor het huwelijk, gevuld met de bijbelse waarden en normen. Zo’n huwelijk dient God en dient daarmee ook kerk en samenleving.


Veel relatievormen
Inmiddels zijn er vele relatievormen voor het samenleven tussen man en vrouw. Er is het samenwonen zonder dat er ook maar iets geregeld is. Twee mensen trekken bij elkaar in. Dat is het dan. Loopt een relatie als deze op de klippen, dan kent de wet geen specifieke regels voor hoe samenwoners hun zaken hebben te regelen. Komt een van beide partners te overlijden, dan erft de achterblijvende partner niets. Een tweede vorm is het samenwonen met een samenlevingscontract. Dit contract wordt bij de notaris opgemaakt conform gegeven wettelijke regels. In een samenlevingscontract kunnen allerlei financiële zaken rond levensonderhoud en huishouding geregeld worden alsook het gebruik van bankrekeningen en alles wat met de woning te maken heeft. Het contract legt vast wat er moet gebeuren bij overlijden van een van beide partners of wanneer de relatie beëindigd wordt. Zijn er kinderen, dan kan in een samenlevingscontract een en ander rond verzorging en opvoeding worden vastgelegd. Verder kennen we naast deze vorm het geregistreerd partnerschap en het traditionele huwelijk. Beide – zowel het geregistreerd partnerschap als het huwelijk – hebben plaats in het gemeentehuis ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand. Met name hier ligt een belangrijke vraag, namelijk: in hoeverre verschilt een geregistreerd partnerschap van het huwelijk? Voor de Nederlandse wet zijn een huwelijk en een geregistreerd partnerschap in veel opzichten gelijkwaardig. Een huwelijk kan gesloten worden onder huwelijkse voorwaarden, een geregistreerd partnerschap onder partnerschapsvoorwaarden. In de praktijk is het wel voorgekomen dat een ambtenaar van de burgerlijke stand een geregistreerd partnerschap als huwelijk administreerde. Wanneer twee partners hun geregistreerde partnerschap willen omzetten naar een huwelijk, kan dat eenvoudig op het gemeentehuis door middel van een zogeheten omzettingsakte. Het grote verschil tussen een huwelijk en een geregistreerd partnerschap is dat het huwelijk de familierechtelijke betrekkingen regelt, met alle rechten en plichten. Bij een geregistreerd partnerschap ontstaat bij de geboorte van een kind alleen een familierechtelijke betrekking tussen moeder en kind. Een vader is alleen hij die het kind erkent door middel van een zogeheten akte van erkenning, die opgemaakt wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand dan wel door een notaris. Een ander verschil met het huwelijk is, dat het geregistreerd partnerschap in veel landen niet erkend wordt. Tot slot: het geregistreerd partnerschap was aanvankelijk bedoeld voor mensen van hetzelfde geslacht. Na invoering van het homohuwelijk is het een Fremdkörper in de wetgeving geworden.


Volgende week schrijft drs. N.C. van der Voet in deze serie over seksverslaving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerk en wetgeving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's