Bidden vraagt discipline
Het gebed van de predikant [2, slot]
In het leven van een dienaar van het Woord neemt het gebed een belangrijke plaats in. Hoe spitsen we dat toe op de prediking?
De prediking is niet het enige werk van de predikant. Nee, we noemen de prediking wel het hart van het werk. En wat geldt ten aanzien van het gebed rondom de prediking kan met nodige wijzigingen worden toegepast op het andere werk. Daarbij denk ik allereerst aan de voorbereiding op de prediking. Een preek voorbereiden is geen kleinigheid. De bekende Schotse predikant M’Cheyne schreef dat hij verlangde de gemeente iets te geven wat hemzelf moeite had gekost. Ds. G. Boer bezigde meer dan eens de uitdrukking dat ‘de voorbereiding op de prediking, het graven in de Schriften bloed, zweet en tranen kosten.’ Het komt je werkelijk niet aangewaaid. Als we dan ook nog bedenken dat er vaak sprake is van een tijdsdruk – de tijd van voorbereiding moet bevochten worden – dan is daarmee noodzaak van gebed gegeven. Om nog maar te zwijgen van het feit dat inzicht in de Schrift een gave van de Geest is. Augustinus wees erop dat er naar aanleiding van een bepaalde tekst zo ontzaglijk veel te zeggen valt. Voor predikanten is het vaak heel moeilijk te bepalen door welke dingen onze hoorders het meest getroffen zullen worden. Is dan gebed tot de Kenner der harten niet nodig?
Loopjes
Als steeds maar weer schatten opgegraven moeten worden, als met inspanning gezocht moet worden naar de mening van de Geest in een bepaald Schriftgedeelte, als voorkomen moet worden dat we ons op een gemakkelijke en goedkope wijze met dezelfde loopjes van de tekst afmaken, is het nodig onze knieën steeds opnieuw te buigen en de genade te zoeken bij de Heere om dat prachtige en zware werk te kunnen doen. Temeer daar ook ons eigen hart altijd weer tot de Schrift gebracht moet worden, en omgekeerd. Niet minder dan de voorbereiding mag ook het houden van de preek tot gebed leiden. Wanneer Paulus het heeft over prediking in betoon van geest en kracht, met volmacht, dan heeft hij het over een geschenk van de Geest dat biddend verkregen wordt. Het is geen prestatie, maar genadegave. Wie anders is het dan Hij, de Geest, Die ons hart brengt bij de dingen die we anderen voorhouden. Wie overtuigt ons al prekend van de waarachtigheid van de dingen die we verkondigen, zodat zelfs een donkere blik van een zeer kritische hoorder ons er niet toe brengt dingen in te slikken. Wie zorgt ervoor dat we zelf het Woord zo waarachtig bevinden dat mensenvrees noch behaagzucht ons ertoe kunnen brengen iets anders dan Gods Woord te prediken? Het is de Heilige Geest en het besef daarvan wil drijven tot een aanhoudend gebed. Als de preek gehouden is, is daarmee het gebed bepaald niet overbodig geworden. Er loopt, als het goed is, een pad van de preekstoel naar de binnenkamer. Het is opmerkelijk dat Christus na de wonderbare vermenigvuldiging van broden en vissen alleen de berg opgaat om te bidden. Moet ik na het houden van mijn preek niet bewaard worden voor knagende moedeloosheid en voor smerige trots en hoogmoed? Soms zou je terug willen hollen naar de preekstoel om de preek nog eens te houden, maar dan beter en krachtiger. Soms waan je je een echt goede dominee – je gemeente heeft het toch maar getroffen met zo’n man. En is er vooral ook – als het zaad is gestrooid – geen reden dat we vurig de Naam van de Heere aanroepen en bidden om het ontkiemen van het zaad en het dragen van vruchten? Kom, Heilige Geest.
Spurgeon
Wat als soms bittere teleurstellingen ondervonden worden? Spurgeon zegt in zijn Pastorale Adviezen: ‘Indien wij de mensen niet kunnen winnen voor God, zullen we althans trachten om biddend God te winnen voor onze mensen.’ De landman wacht en ziet uit naar vrucht op de akker als hij het zaad heeft gestrooid. Hoop op vrucht en zegen doet roepen tot God. Het is met het oog op ons gebedsleven goed voortdurend geworpen te worden op de beloften van God. Willen Zijn toezeggingen, bijvoorbeeld de belofte dat Zijn Woord niet ledig zal wederkeren, niet aanzetten en aanmoedigen tot een hartelijk gebed? Na dit alles is het niet zo moeilijk meer iets te zien van de gevaren bij verwaarlozing en verflauwing van het gebed. Trouwens, zegt Spurgeon, ‘we zijn wel ijdele mannetjes als we het gebed nalaten. We menen onszelf wel te kunnen helpen en zelf wel te kunnen zorgen voor vrucht op ons werk.’ Daartegenover zet ootmoed aan tot gebed. Ik duid kort enkele gevaren aan: verkilling en verschraling in onze dienst en een zekere plichtmatigheid. Of we houden ons op de been en willen indruk maken met ‘gemaaktheden’ waar God dwars doorheen ziet. We menen door ons draven de zaken wel te kunnen redden. In de storm van secularisatie nemen we toevlucht tot middelen die niets goeds brengen. Ondanks alle activiteiten merken we niet dat het geestelijk in de gemeente zo angstig stil wordt.
Discipline
Wat we gezien hebben, wil ons brengen tot het zoeken van de Mariagestalte. Dat vraagt tijd en discipline, al is ons gebedsleven daarmee nog niet automatisch gegeven. Ook voor ons gebedsleven is en blijft de Geest der gebeden nodig. We doen de dingen niet zomaar op bevel. De Engelse puritein Ambrosius beveelt aan jaarlijks een maand van afzondering te hebben. Ik zeg hem dat niet zomaar na, maar het heeft wel wat te zeggen. Hoogst actueel is het woord van Cyprianus tot Donatus: ‘Vermeng het voortdurend gebed met ijverig lezen.’ Elia stond voor Gods aangezicht. Dat zegt iets voor het kanselgebed: het zal toch niet zo zijn dat we bij ons bidden op de kansel meer vragen hoe de mensen naar ons gebed luisteren dan ons te bekommeren om de vraag hoe de Heere ons gebed moet horen. De God Die we verkondigen, hebben we meer en meer te kennen. Dat impliceert dat we Hem onder ogen komen en bij Hem op het spreekuur komen.
Talent
Als u eens het ambt van predikant zult bekleden, zult u misschien geen man met buitengewone talenten zijn. Geen nood, als u maar een man van gebed zult zijn. Eén talent met een biddend leven is meer dan veel talenten zonder een biddend leven. In onze ambtelijke dienst is de liefde tot onze gemeente een van de meest noodzakelijke voorwaarden. Deze liefde moet biddend verkregen en bewaard worden. Ze kan diep wegzakken en soms zelfs plaatsmaken voor verbittering, maar laat dan des te indringender gebeden worden. Aan noden is in ons persoonlijk en ambtelijk leven geen gebrek. Ook is de volheid van gaven en genaden in Christus onuitsprekelijk. Het verbonden aan het ander maakt ons duidelijk dat het nooit ontbreekt aan stof tot gebed. Calvijn roept daarom zijn collega’s van Genève op te strijden in de gebeden. Het laatste woord is over Hem, Die ’s morgens vroeg, nog in de nacht, opstond, uitging in een woeste plaats en bad. Van Hem kunnen predikanten leren biddend te leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's