Het goud van de lijdenstijd
Periode van troost, van inkeer en van zeker weten
De eerste lijdenszondag is in zicht. Deo volente zondag 6 maart. Dan breekt in het kerkelijk jaar de periode aan waarin we stilstaan bij het lijden en sterven van onze Zaligmaker.
Aangezien Pasen dit jaar laat in de tijd valt (op zondag na volle maan na de lente), begint de lijdenstijd ook laat. Zeven zondagen lang staat dan in de reguliere prediking het lijden van Jezus centraal. De vraag wordt wel eens gesteld of deze periode niet te lang is. Zeven weken stilstaan bij het lijden van de Heere Jezus, kan dat wel voldoende kwaliteit krijgen? Is niet onbedoeld het gevolg dat het lijden van Jezus in de prediking niet altijd die plaats krijgt, die het zou moeten hebben? En wanneer altijd al in de prediking het lijden van Jezus een plaats heeft, vervloeien dan niet ongemerkt de grenzen?
Inkeer en boete
Zodat het kan gebeuren dat de prediking in de lijdenstijd haar eigen karakter verliest. Een reden om er eens over na te denken in dit artikel. De lijdenstijd is altijd een bijzondere tijd geweest voor de kerk. Dat geldt vooral voor de westerse kerk. In de oosterse kerk staat de opstanding van Jezus centraal en van daaruit het kruis. In de westerse kerk staat het kruis centraal en van daaruit de opstanding. Al in de Vroege Kerk was de periode voor Pasen een bijzondere tijd. Het was de tijd van de veertig dagen, als pendant van de tijd na Pasen, uitlopend op het pinksterfeest. Het was een tijd van inkeer en boete. Maar het was ook de periode dat mensen die vanuit het heidendom toetraden tot de kerk, zich voorbereidden op de doop. Elke dag kregen zij geloofsonderricht. In de paasnacht beleden zij hun geloof, verzaakten zij de duivel en het oude leven in de zonde en werden zij gedoopt. Dat gebeurde meestal in het zogenaamde baptisterium, het doophuis. Na de doop gingen de nieuwe lidmaten in optocht de kerk binnen waar zij dan voor het eerst het avondmaal mochten meevieren. Wie daar meer over wil weten, leze het prachtige boek van F. van der Meer, Augustinus, de zielzorger. In de Rooms-Katholieke Kerk begint de veertigdagentijd op Aswoensdag. Dan ontvangt men een kruisje van as op het voorhoofd onder het uitspreken van de woorden: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Daarna volgen dan zes lijdenszondagen. In de reformatorische kerken begint de lijdenstijd eerder, op de zondag voor het carnaval. Dat is mede zo gegroeid om te voorkomen dat de gemeenteleden zouden meedoen met het carnaval. Zo komen we aan de zeven lijdensweken. Het zijn en blijven bijzondere weken voor kerk en geloof. Ze eindigen met de stille (of goede) week, waarin er ook weer bijzondere dagen zijn. Palmpasen, de dag van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Witte Donderdag, de dag waarop Jezus het avondmaal instelde. Goede Vrijdag, de dag waarop Jezus stierf aan het kruis. Stille Zaterdag, de dag waarop Hij in het graf lag. Dat alles in het perspectief van Pasen, het grote feest van de opstanding van Jezus.
Gezonde ernst
Ook wij kennen nog steeds de verbinding tussen (Palm)Pasen en het afleggen van de openbare belijdenis, waardoor men zijn doop beaamt en gedoopt wordt, als men nog niet gedoopt is. In de lijdenstijd is de prediking dus gericht op het lijden en sterven van onze Heiland. Deze prediking stempelt het geloof en de geloofspraktijk van de gemeente. Er ligt een waas van gezonde ernst over deze tijd. Het is het ernstig nemen van het bittere lijden en sterven voor onze zonden. Dat gaat met een zekere ingetogenheid en inkeer gepaard. Dr. A.A. Teeuw schreef onlangs het boekje Vasten en minderen. Dat mag ook een plaats krijgen in de lijdensweken. Maar deze tijd is bovenal een tijd van troost. Het geloof mag zich oefenen in de waarheid van zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: ik ben het eigendom van mijn trouwe Zaligmaker, die met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald heeft. Dat is die blijde ernst of die ernstige blijdschap die het goud van de lijdenstijd vormt. De lijdensprediking is niet van vandaag of gisteren. We kennen verschillende bundels lijdenspreken, zoals van Kohlbrugge, Van Oosterzee en Paauwe. Van ds. L. Kievit is het mooie boekje Die geleden heeft. Het zijn preken en meditaties die laten zien hoe onuitputtelijk de rijkdom van het lijden van Jezus voor ons is en hoe onpeilbaar diep de liefde van God voor verloren zondaren.
Slijtage?
Maar nu terug naar de praktijk. Als het waar is dat de lijdensprediking aan een zekere vervaging of zelfs slijtage onderhevig is, is er alle reden ons te bezinnen op deze praktijk. Dat kan heel eenvoudig door als kerkenraad dit onderwerp eens aan de orde te stellen en de praktijk in de eigen gemeente tegen het licht te houden. Daarbij komen ook diepere vragen aan de orde, zoals: waarom hechten wij eraan dat de prediking van het lijden en sterven van Jezus aan de orde komt en hoe zou het komen dat hier sprake is van een zeker tanen? Misschien is het goed eens te kijken naar de mogelijkheid meer structuur in de lijdensprediking aan te brengen. Al kennen wij geen oecumenisch leesrooster, dan kan de lijdensprediking wel volgens een bepaalde structuur worden ingevuld. We kunnen dat doen door stapsgewijs stil te staan bij de laatste hoofdstukken van een evangelie. Of door enkele bijbelse aspecten van het lijden van de Heere Jezus aan de orde te stellen. Bijvoorbeeld: het lijden als het offer van verzoening; het lijden en sterven met Hem en het lijden van de vervolgde christenen vandaag. Ook kan in de opzet een koppeling gemaakt worden met de bediening en viering van de sacramenten van doop en avondmaal. Ik maakte zojuist kennis met het project van de HGJB voor de lijdenstijd. Ook daarmee zou een relatie gelegd kunnen worden. Dat alles niet als een mode of als een moeten, maar als een eenvoudig hulpmiddel om de zegen van de lijdensprediking te mogen ontvangen. De laatste week voor Pasen, de stille week, draagt terecht een bijzonder karakter. Het is goed dan ook te vasten van overladen agenda’s, tijd te nemen voor meditatie en gebed. Persoonlijk en als gezin, maar ook als gemeente. In onze eigen gemeente Harderwijk is het de laatste jaren de gewoonte dat de gemeente elke avond in de stille week korte tijd bijeenkomt als in een soort vesper, uitlopend op de kerkdienst op Goede Vrijdag. De predikanten mediteren om beurten en we zingen en bidden en er wordt een gedicht voorgelezen. Alles sober en eenvoudig.
Zegen
Het is opvallend dat er veel belangstelling is voor deze korte bijeenkomsten. Het biedt de gemeenteleden de gelegenheid stil te staan bij Jezus’ lijden. Te midden van de jacht van het leven is deze vorm van stille tijd een zegen. Ondertussen vraag je je wel af hoe het komt dat deze bijeenkomsten zoveel belangstelling kennen. Hier speelt ongetwijfeld in mee de grote plaats die in onze tijd aan de ervaring van het geloof wordt toegekend. Niet voor niets trekken de uitvoeringen van de ‘Passionen’ (Bach) heel veel mensen. Daar is niets mis mee. Er is pas iets mis mee als de nadruk op ervaring en rituelen zo groot is dat zij een alternatief gaan vormen voor de reguliere lijdensprediking. Daar moeten we dus op bedacht zijn. Bevinding is een kostbaar iets. Maar het gaat niet zozeer om de bevinding, maar om datgene wat bevonden wordt. Dat is de boodschap dat Jezus als een Lam geslacht werd. Dat is niet alleen maar iets om te beleven, maar het is een werkelijkheid die al ons ervaren overstijgt. Het zou goed de lijdensprediking en de bijeenkomsten in de stille week te integreren tot een eenheid. Zodat dit geen los van elkaar staande activiteiten zijn, maar doordachte middelen ons te oefenen in wat we zingen: ‘Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten.’ Hierbij kan ook een lijn getrokken worden naar de huiseredienst. Het is prachtig de onderdelen met elkaar te verbinden. Dan mag er sprake zijn van een gezegende tijd, met wisselende aandachtspunten, waarbij niet slechts een deel, maar de gemeente als geheel betrokken is. Van harte een gezegende lijdenstijd toegewenst.
---
Mijne Geliefden! Over zes weken herdenken wij de opstanding van onze Heere uit de doden. Men heeft het van de eerste tijden af nuttig geacht, in deze weken het laatste lijden en de dood van onze Heere in de gemeenten te overdenken. Hoewel elke prediking Christus, en wel de gekruisigde, ten grondslag moet hebben, zo heeft toch een afzonderlijke betrachting van Zijn dood aan het kruis en van hetgeen daaraan voorafging, zo veel voor, dat ik ook van mijn zijde gaarne iets bijdraag, om u de geschiedenis van het laatste lijden en sterven van onze Heere te verklaren. Ik wens dit in alle eenvoudigheid te doen, evenals het ons onopgesmukt en eenvoudig door de Evangelisten wordt meegedeeld. En hoewel ik door de beperktheid van de tijd niet in staat zal zijn, om alles afzonderlijk en uitvoerig met u te behandelen, mag de voorstelling van de geschiedenis zelf des te heilzamer op ons werken.
(Uit: Lijdenspreken van H.F. Kohlbrugge, p. 1-2)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's