De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Misbruik en bescherming

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Misbruik en bescherming

Slachtoffer voelt zich door zowel kerk als God verraden

7 minuten leestijd

De kerk kan ontzettend tegenvallen. Ook als protestant schrik je van het misbruik van jongens in roomskatholieke instellingen en de manier waarop daarmee door de kerkleiding wordt omgegaan. Prof.dr. C. van der Kooi heeft in Kerk en Theologie aandacht gevraagd voor het feit dat we in de Protestantse Kerk enkele jaren geleden een golf van beroering en berichtgeving hebben gehad over seksueel misbruik. ‘Slachtoffers durfden eindelijk voor het daglicht te komen met hun verhaal, waarin verwarring, gevoel van schuldigheid, smerigheid, ontheemding en loyaliteit met elkaar als in een kluwen verstrikt zijn geraakt. Het antwoord van de Protestantse Kerk was toen dat er strikte codes zijn opgesteld. In het pastoraat is sprake van een machtsverhouding en dat betekent dat de pastor in alle gevallen verantwoordelijkheid draagt.’ (…)

In het blad van de stichting In de Rechte Straat gaat klinisch psycholoog drs. A. Hegger in op het misbruik in een godsdienstig klimaat. Hij schrijft daarin dingen die hout snijden voor roomskatholieken en protestanten.

‘De berichten over kinderen die in een religieuze context seksueel misbruikt zijn, vragen om doordenking. Ik wil vier belangrijke aandachtspunten noemen. Het eerste is de godsdienstige context van het misbruik. Om met seksueel misbruik dat gepleegd is binnen religieus gemotiveerde gezagsverhoudingen naar buiten te komen, is extra moeilijk. Ik heb eens beschreven hoe gereformeerde daders godsdienstige opvattingen gebruiken om hun slachtoffers te verleiden, te vernederen en het zwijgen op te leggen. Het slachtoffer krijgt niet alleen het gevoel de kerk te verraden, maar ook de God van de kerk. Een duidelijke afwijzing van dit godsdienstige taalgebruik door kerkleiders is een signaal aan slachtoffers dat misbruik niet deugt en dat ze in Gods Naam ruimte krijgen om met hun verhaal te komen. Dat heeft ook effect op de daders. Een dader vertelde me dat seksueel misbruik een tijdbom is. ‘Je bent steeds bezig om te voorkomen dat de bom ontploft, maar je weet dat het eens gaat gebeuren.’ Deze duidelijkheid over de misstappen van geestelijken verwachtte ik in de Rooms-Katholieke Kerk. Daarin heb ik me vergist. Ook daar werd geprobeerd vooral een ontploffi ng te voorkomen. Maar na de eerste verhalen is een kettingreactie ontstaan. De publiciteit gaf slachtoffers in allerlei landen de moed om eindelijk met hun verhaal te komen. In Nederland heeft de commissie-Deetman bijna 1800 meldingen van misbruik ontvangen.

Uit onderzoek in Boston en Ierland blijkt dat kerkleiders het instituut beschermden ten koste van de slachtoffers. Klachten werden niet serieus genomen en niet correct afgehandeld. Dat is een van de pijnlijkste uitkomsten, omdat het de slachtoffers extra belast heeft. De eed van trouw aan de Heilige Stoel, die de bisschoppen moeten afl eggen, en de loyaliteit aan de kerk die dit meebrengt, worden gezien als medeoorzaak van de doofpotcultuur. Dit onbarmhartige gedrag is een voorbeeld van de kerk als menselijk stelsel dat voor alles gaat. Mijn vader, ds. H.J. Hegger, veroordeelde dit sterk omdat een ‘menselijk stelsel het levende Evangelie wegdrukt’.

Het tweede is dat het misbruik voornamelijk jongens betreft. In Ierland was sprake van een verhouding van 2,3 jongens op 1 meisje. Bekend is dat misbruik voor mannen veel beschamender is dan voor vrouwen. Daarom kost het hun meer moeite ermee voor de draad te komen. In de hulpverlening is er veel minder aandacht voor mannen die misbruikt zijn dan voor vrouwen. Nog onlangs hoorde ik van misbruik van een veertienjarige jongen door een volwassen vrouw. Er was veel rumoer rond de vrouw maar de jongen werd vergeten. Impliciet werd aangenomen dat hij het wel leuk gevonden zou hebben. De combinatie van grootschalig seksueel misbruik van mannen in een godsdienstige sfeer is nieuw en de kennis voor behandeling ontbreekt in de geestelijke gezondheidszorg. De kerk zou er goed aan doen om de kennis om onderzoek naar de behandeling van mannelijke slachtoffers in een godsdienstige context, expliciet en fi nancieel te stimuleren zonder zelf te willen controleren.

Ten derde is er voor zover ik weet nauwelijks aandacht voor het feit dat veel misbruik voornamelijk plaatsvond in internaten. De Amerikaanse socioloog Goffman sprak vijftig jaar geleden van’ totale instituties’. Daarin vinden wonen, werken en vrijetijdsbesteding binnen één instelling plaats én is er een staf die de macht heeft. Elk aspect van het menselijk leven wordt in die omgeving gecontroleerd. Dat ontmenselijkt. Goftman noemt onder andere de kloosters als voorbeeld van een totale institutie. Zijn aanklacht leidde tot stappen (ook door de overheid) om dit soort instellingen open te breken. Het Ierse CICA- rapport wijst erop dat de meeste klachten de periode van institutionalisering betreffen (1936-1970). Het zou de moeite waard zijn als onderzocht werd welk beleid de bisschoppen hebben uitgezet om hun instellingen open te breken.

Ten slotte vraagt de christelijke geloofsgemeenschap om aandacht. Die is in verwarring. Het gevoel van beschaamdheid dat het misbruik gebeurt in een kerk die je lief hebt, roept boosheid en de neiging te ontkennen op. Misschien valt het mee of is het een onheuse aanval op de kerk, klinkt het wel eens. Maar de feiten zijn anders. Volgens een onderzoek in het bisdom van Dublin was er slechts sprake van één valse aangifte. De cynische reactie dat de kerk alleen maar hypocriet is, is een andere reactie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden we als psychologen geconfronteerd met vrouwen uit reformatorische kerken die seksueel misbruikt waren in de familiekring. We zochten naar openheid om dit misbruik bespreekbaar te maken. Dat ging niet vanzelf. Ook daar was sprake van ontkenning en bagatellisering. Een les is dat het helpt als kerkleiders stelling nemen en actief zijn om het misbruik concreet te benoemen. Dat geeft een gemeente of parochie de mogelijkheid te reageren op misbruik.

Wees flink. zou ik kerkleiders willen zeggen. Spreek niet alleen over zonde en vergeving, maar ook over gerechtigheid, eerherstel en troost voor slachtoffers. Laat slachtoffers aan het woord. Erken je feilbaarheid en schaamte. Erken dat de kerk gefaald heeft om kinderen te beschermen. Durf terug te treden als je zaken hebt toegedekt. Creëer openheid om over seksualiteit te spreken. Bouw voor geestelijken die met jongeren werken controles in, wetend dat mensen zondig zijn. Onderzoek de kwetsbaarheid van je stelsel van loyaliteit aan Rome en van de geloften tot celibaat en gehoorzaamheid als voorwaarde om priester te worden. De kerk heeft zich vaker hervormd in perioden van diep verval.’

Ten slotte terug naar dr. Van der Kooi. Hij stelt dat de klassieke begrippen van de verzoeningsleer van Anselmus (te kort door de bocht geformuleerd: de leer van ‘verzoening door voldoening’) waardevol zijn in verband met de problematiek van seksueel misbruik.

‘Kardinaal Danneels (uit België, GvM) heeft gepoogd de luiken nog gesloten te houden, juist die strategie bleek olie op het vuur te zijn. Zo kan men met zaken van schuld niet omgaan. Het advies dat hij aan een neefje deed, zijn oom de bisschop te vergeven, is wel het meest oppervlakkige wat men op dat moment kan doen. Het weerspiegelt overigens een uiterst beperkt begrip van wat verzoening en vergeving is. Vergeving zonder erkenning van schuld aan de daderkant is een slag in de lucht en geeft in elk geval geen ruimte aan de werkelijkheid van verzoening. Verzoening voltrekt zich op het menselijk vlak als een proces, dat tijd vergt, erkenning van schuld, en juist deze erkenning is dan de genoegdoening die noodzakelijk is.

De klassieke begrippen van de Anselmiaanse verzoeningsleer bewijzen ineens hun waarde en potentie. ‘Satisfactio’ is de actie waarmee de dader erkenning geeft dat hij de relatie geschonden heeft en hij zal het zijne moeten doen om helder te maken dat hij de intentie heeft tot herstel. Bij Anselmus is dat het woord ‘meritum’. De verzoening betreft dus niet alleen het slachtoffer, maar bestaat vooral hierin dat de dader weer zijn plek in het vlechtwerk van menselijke relaties inneemt. Een oudere en machtvollere die een jongere en afhankelijke gebruikt, neemt zijn plek niet in. Hij dient zorg te dragen voor leven en bloei in plaat van die te ontnemen. Met andere woorden, juist de klassieke verzoeningsleer is uitstekend te vertalen in een systeemtheorie van menselijke relaties. Waar dat niet gebeurt ettert de wond door en loopt het leven scheef.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Misbruik en bescherming

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's