‘Niet somberen!’
Kontekstueel-jubileumdag over geloof ‘dat het houdt’
Van meet af sprak het thema van de jubileum- en studiedag van het blad ‘Kontekstueel’ mij aan: ‘Welk geloof houdt het?’
Het is de vraag die je afleest van de gezichten van je gemeenteleden en je catechisanten. De vraag ook van de wereld om je heen, soms door haar bewust je voor de voeten geworpen, vanuit interesse of treiterend; nog vaker onbewust. Het is vooral de vraag van je eigen hart. De ene keer beantwoord je die vol goede moed en voel je je aangesproken door Zondag 1: mijn enige houvast in leven en sterven is dat ik het eigendom van Christus ben. Godzijdank! Maar een andere keer twijfel je eraan of het waar is, of er wel een geloof is dat het houdt, dat jou houdt. Voor je er erg in hebt, zak je door de golven. Precies daarover mediteerde prof. Verboom in het jubileumnummer van Kontekstueel: over Petrus die over het water wandelt. Naar Jezus toe! Dat is de goede richting. Maar op een onbewaakt ogenblik gaat hij toch kopje onder. Ik las deze meditatie en het hele nummer de avond voorafgaande aan het jubileum. Ter voorbereiding, omdat ik er in Amersfoort bij wilde zijn. In een ruk. Want schríjven kunnen de Kontekstuelers. Aan het eind van de avond had ik echter een tweeledig gevoel. Vanwege de artikelen die mij in theologisch opzicht aanspraken. Zo las ik mooie dingen over Barth en Miskotte, en over de middeleeuwse theologie. Maar door meer dan een bijdrage raakte ik ook somber gestemd. Door het bewogen relaas van ds. Rob van Essen, die spijtig aangaf dat hij ooit zijn – inmiddels overleden – vrouw er ten zeerste toe bewogen had zich over te laten dopen. Nog minder liet mij los wat ds. T. Poot vertelde, open en kwetsbaar, over zijn zoon en kleinzoon, bij wie de lijn van de vreze Gods niet werd doorgetrokken. ‘Smartelijk’ noemt hij het zelf. Inderdaad, welk geloof houdt het? Ook en juist anno 2011? Het geloof dat het in evangelicale richting zoekt (Van Essen)? Of het geloof dat de traditie herschikt (Marchand)? Of het geloof dat de grote lijnen in het oog probeert te houden en de kleine traditie aan de kant schuift (Poot)?
Luxe
Zo ietwat somberend reden mijn vrouw en ik de volgende morgen naar Amersfoort. Daar aangekomen, waren we getuige van een mooie opkomst en van de gepaste trots waarmee redactie- en bestuursleden van Kontekstueel ons als deelnemers ontvingen. Ja, en toen was daar de lezing van ds. A. Zoutendijk uit Utrecht. ‘Niet somberen!’ riep hij ons met de reformatoren toe. Zijn lezing bleek een bevindelijke preek, die ons op allerlei manier voorhield dat het geloof een zeker weten is. We hebben de luxe niet om wat heen en weer te zwabberen. Hij diepte dat op uit de Eerste Johannesbrief. ‘Wij wéten’ schrijft de apostel meer dan eens met nadruk. Dat klinkt massief. Maar het is niet anders. Ds. Zoutendijk begon bij prof.dr. C. Graafland. Zijn proefschrift, verschenen in 1961, ging ook over (heils)zekerheid. Die vinden we buiten onszelf in Christus, leerde Graafland van Calvijn. Die ontdekking zette hem en vele anderen in de ruimte. Vijfentwintig jaar later schreef hij in het eerste nummer van Kontekstueel, zoekend naar een gereformeerde hermeneutiek: hoe staan we met het gereformeerde belijden in de vragen en uitdagingen van onze tijd en van de theologie? Eigenlijk ook de vraag naar zekerheid. Nu is het opnieuw een kwart eeuw verder en opnieuw vragen we naar zekerheid. Zij het dat de vraag niet op dezelfde manier wordt gesteld. Was het voorheen: hoe word ik als goddeloze gerechtvaardigd? – nu is het: hoe wordt een godloze door mij getrokken? Of zijn in het grond toch dezelfde vragen? Niet voor niets heeft de Heidelberger het erover dat wij uit de vruchten verzekerd worden van ons geloof en dat door datzelfde geloof onze naaste gewonnen wordt voor Christus. (Zondag 32)
Instructie
Wat collega Zoutendijk vooral op zich af ziet komen, met name van de kant van jongeren, is de vraag naar ‘instructie’: Vertel eens, wat is nu die hooggeroemde gereformeerde identiteit? Wijs ons daarin de weg. Wel, dat deed hij. Bijvoorbeeld door aan te geven dat het erom gaat dat wij op onze plek komen. Ik vulde dat voor mijzelf maar meteen wat klassiek in: dat wij zondaar worden tegenover God. Mooi was wat hij vervolgens over het geloof zei: enerzijds is het geloof géén menselijke mogelijkheid, anderzijds worden aan het geloof grote dingen toegeschreven: ‘Je geloof heeft je gered!’ Vanwege dit alles noteert Johannes in zijn brief: ‘Wij weten!’ Hij zegt dat terwijl zijn gemeente schrikbarend afkalft. Niettemin, wij wéten. Het heeft alles te maken met (besef van) urgentie. Is dat besef er bij ons? Zekerheid hoort dus bij nood, niet alleen van je eigen ziel, maar ook van de kerk en van de wereld. Ds. Zoutendijk zette verder een dikke streep onder het ‘wij’. Dat duidt natuurlijk op de gemeenschap der heiligen. Slechts met elkaar krijgen we dit geweldige weten te pakken. In dat ‘wij’ schuilt ook een tegenover: wat ik niet weet en wat ik vaak ook niet wíl weten, wordt mij aangereikt vanuit de traditie van de kerk der eeuwen. Zo leerde de Utrechtse pastor me niet te somberen. En om het te wagen met het nochtans van het geloof. Iedere generatie zal deze zekerheid, deze wetenschap voor zichzelf moeten bevechten.
Zuil
Aansluitend hield dr. P.J. Visser een lezing over ‘geloven als een levenslang gehoorzamen’. Hij sloot sterk aan bij de Duitse theoloog Bonhoeffer. Het ‘striemende’ van diens beroemde geschrift Navolging stempelde ook Vissers lezing. Ook dat zette ons op onze plaats: wij volgen Jezus tot áán het kruis, niet tot óp het kruis; wij willen liever dicht bij onszelf blijven dan dat we ons oefenen in zelfverloochening. Dr. B. de Leede sprak een ‘voorlaatste woord’. Daarin klonk zijn bewogenheid door met de kerk: zij dient een katholieke kerk te zijn. Anders heeft ze geen toekomst. Met het oog daarop dienen wij ons niet in een zuil te verschansen, zo bond hij ons op het hart. Een frappant appèl waar de Kontekstueel-zuil bijeen was…
Kruidig
Ds. P.L. de Jong sprak een column uit, gekruid met ironie en humor. Dat kruidige beluister ik ook in zijn opmerking in het Reformatorisch Dagblad van vorige week, waarin hij zich afvraagt of de Gereformeerde Bond wel echt begrepen heeft waar het Kontekstueel om te doen is. Ik antwoord: jazeker! Al maken we – heel bewust – niet dezelfde keuzes als Kontekstueel, ook wij staan midden in de vragen van de tijd. Ook wij zakken meer dan eens door de golven. Ook wij moeten het hebben van Jezus, die nog steeds terstond Zijn hand uitsteekt, ons klemvast grijpt en ons toevoegt: ‘Kleingelovige, waarom heb je gewankeld?’ Is dat niet het diepste van de gereformeerde belijdenis? Dat is bij voorbaat bindend, reddend. Dat geloof houdt het. Nochtans.
De lezingen zijn te vinden op www.kontekstueel.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's