De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Altijd weer lezenswaardig: de ludieke column ‘Tussen hof en binnenhof’ van Menno de Bruyne in de Gezinsgids. Nu over ‘ Zwanen’:

‘Op oude schilderijen van de Hofstad zie je de zwaan nog wel eens elegant in de Hofvijver glijden, maar tegenwoordig is de vogel die symbool staat voor de dichtkunst een zeldzaamheid. Feit is, dat er niet veel politici zijn bij wie dichterlijk bloed door de ad’ren vloeit. Nu is de politiek natuurlijk ook een weinig poëtische bezigheid, wat nu weer niet wil zeggen dat politici en dichters op gespannen voet met elkaar staan. Zo is het al weer een paar jaar vaste prik dat de Kamervoorzitter en enkele minder prozaïsch aangelegde Kamerleden op de nationale gedichtendag in ’s lands vergaderzaal één of meerdere gedichten declameren. Minder hoogstaande gedichten gaan er in de Tweede Kamer over tafel op en rond de vijfde december – Sinterklaas. Voor zover valt na te gaan, is deze traditie geïntroduceerd door de Roomse Kamervoorzitter mr. L.G. Kortenhorst (1948-1963). De dinerpauze werd door de voorzitter op 5 december 1957 als volgt rijmelend aangekondigd:

Het uur is daar voor koffiedrinken,
de bel voor lunchtijd gaat nu klinken. (…)
Ik stel u voor bij ’t repliceren
Het met beknoptheid te proberen:
Vijf minuten, langer niet –
Vrees de gard van Zwarte Piet!
De vergad’ ring wordt geschorst:
Goede honger, goede dorst.

Een Kamervoorzitter die de muze der poëzie een warm hart toedroeg, was dr. D. Dolman (1979- 1989). Voor zijn presidentschap was hij fi nancieel specialist van de PvdA-fractie. In die laatste hoedanigheid sprak de sociaal-democraat bij de behandeling van de begroting van Financiën ooit de treffende woorden:

Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen,
Dat doen de meeste niet slecht.
Maar van het delen
Brengen zeer velen
Weinig terecht!

Dat de debatten in de Tweede Kamer vaak saai en taai zijn, is niet iets van vandaag of gisteren. Journalisten en publiek op de tribune valt dat al op sinds de Tweede Kamer bestaat. Getuige een gedichtje van een op de perstribune gesitueerd journalist in 1911. Hij noteerde:

A dient B van repliek.
Wat zal hij hem nu zeggen?
Ge kunt gerust uw pen een wijl ter zijde leggen.
Hij zegt wis, stellig en bepaald
Hetzelfde … wat hij straks al heeft herhaald!

Dat Jan Modaal een weinig hoge pet op heeft van ‘ de polletiek’ en het verkiezingscircus dat om de paar jaar plaatsvindt, bewijst onderstaande gedicht over het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Kamerontbinding, staat er boven.

Ge ontbindt, jaagt weg Jan, Piet, Klaas, Kees.
’ t Zal weinig baten, naar ik vrees.
Gij maakt rondom rumoer, geraas,
En krijgt terug Piet, Jan, Kees en Klaas.’

Ook ds. Nico ter Linden bracht een ‘portret’ uit in de boekenweek: Mijn vader (uitg. Balans, Amsterdam). Zijn voorgeslacht woonde in Elburg:

‘De ouders van mijn grootmoeder dreven in lang vervlogen dagen een manufacturenzaak in Elburg, wat ze geen windeieren legde, grootmoeder was bijvoorbeeld de eerste die op een rijwiel door het stadje reed. Het spaargeld van de familie werd in aandelen van de Russische spoorwegen belegd, grootmoeder heeft de inmiddels waardeloos geworden papieren haar leven lang zorgvuldig in een kistje bewaard. De vader van mijn grootvader was er muziekmeester en – hoewel hij niet gelovig was, stevig dronk en een vrouw had die kleine sigaartjes rookte – organist van de Hervormde kerk. Op een zondag was de dominee ziek, hij werd vervangen door een evangelist die na zijn preek het volgende lied aankondigde:

Kom, klonk Jezus’ heilig woord,
Dool in nacht niet langer voort,
kom, en ken van vrees u vrij,
moede zwerver, kom tot mij.

Maar het orgel zweeg. Toen na een tweede verzoek om het lied in te zetten nog immer stilte op het godsvolk nederdaalde, spoedde de koster zich naar de orgelgalerij om te zien wat er loos was. Daar trof hij mijn overgrootvader, geknield tegen de orgelbank, in tranen. ‘ Die moede zwerver ben ik,’ zei hij. ‘Een krachtdadige bekering,’ vond Elburg.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's