De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eigentijdse stemmen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eigentijdse stemmen

Betekenis puriteinen voor geloofsbeleving nu [3]

7 minuten leestijd

In de puriteinse visie op het christenleven neemt de strijd tegen de zonde een belangrijke plaats in. Hoe verhoudt zich dat tot eigentijdse stemmen die invloed onder ons uitoefenen?

De beweging Heart Cry zoekt al geruime tijd naar geestelijke vernieuwing van de reformatorische kring. Heart Cry legt de vinger bij de schraalheid van het geestelijke leven in vele gemeenten en gelovigen. De beweging wijt dit onder meer aan een gebrek aan leven uit de het werk van Christus, met name Zijn overwinning. Heart Cry is een beweging die raakvlakken vertoont met de puriteinen, als we afgaan op verwijzingen naar puriteinse geschriften en citaten op de website. Tegelijk verwerkt ze ook stemmen uit de heiligingsbeweging van de negentiende eeuw en uit onze tijd die een meer optimistische kijk op de christen verwoorden. Al met al wil Heart Cry onderstrepen dat God niet alleen rechtvaardigt, maar ook daadwerkelijke vernieuwing van het leven geeft. In puriteinse geest wil dit initiatief op een praktisch-geestelijke manier leiding geven aan het geloofsleven en daarbij de verantwoordelijkheid van de christen en de zekerheid van het heil benadrukken. Wellicht dat ze juist door deze benadering invloed uitoefent in onze kring. We kunnen met puriteinse accenten die de stichting onder de aandacht brengt, onze winst doen, zoals de nadruk op heiligheid, de doding van de zonde en de waarde van het gebed. De vraag is wel hoe de nadruk op de heiliging en vooral op een overwinningsleven zich verhoudt tot de rechtvaardiging van de goddeloze als blijvende basis van het geloofsleven. Hoe ziet de gelovige zichzelf en hoe ziet zijn geestelijke groei eruit?

Ouweneel
Prof. dr. W.J. Ouweneel spreekt en schrijft al langere tijd over het christenleven. Zo ook in het recente deel van zijn evangelische dogmatiek Over het heil van God. Ontwerp van een soteriologie (Heerenveen, 2010). Hierin vinden we zijn al meer geuite kritiek op aspecten van de heiliging en de vroomheid in calvinistische kring. Zijn kritiek reikt verder dan die van Heart Cry. Hij geeft expliciet aan dat zijn visie op de heiliging aansluit bij die van de negentiende-eeuwse Engelse Keswickbeweging, waaraan bijvoorbeeld de namen van John N. Darby en Andrew Murray zijn verbonden. Ook hij wil de heilszekerheid benadrukken door de zogenaamde positionele heiliging als uitgangspunt te nemen, met name vanuit Romeinen 6: gelovigen zijn niet alleen rechtvaardig voor God, maar ook vernieuwd, waardoor de oude mens is gestorven en de gelovige alleen nog te maken heeft met zijn oude natuur. Vanuit de consequente toewijding aan God zal hij zijn zondige uitingen effectief kunnen elimineren. De christen struikelt weliswaar, maar dat is niet de rode lijn van zijn leven. Hij is geroepen om te groeien naar de positie van een ‘vader in Christus’, die boven de strijd is uitgegroeid omdat Christus alles voor hem is geworden.

‘Arme zondaarsgeloof ’
Ouweneel kiest bewust niet voor het perfectionisme, maar voelt meer voor de oosterse opvatting van de ‘theosis’, de vergoddelijking, waarbij de gelovige steeds meer het beeld van God vertoont. Hoe meer deze werkelijkheid gestalte krijgt in de gelovige, hoe heiliger hij zal zijn. Intussen gaat Ouweneel nogal polemisch in op het door hem genoemde ‘arme zondaarsgeloof’. Hij bedoelt ermee dat gereformeerde gelovigen aan de zonde een zodanig zwaar gewicht toekennen dat ze aan het najagen van radicale toewijding, aan geestelijke groei, en aan het leven uit Christus’ overwinning niet of nauwelijks toekomen. Een belangrijk gevolg van de westerse concentratie op zonde en genade – sinds Augustinus – is dat de heiliging steeds weer voornamelijk wordt beschreven onder het aspect van de zonde en van de strijd ertegen. Volgens Ouweneel spreekt het Nieuwe Testament niet over de heiliging onder het klassieke gezichtspunt van de ‘afsterving’ als levenslang proces, maar van de regelmatige doding van het vlees. Bovendien komt de notie van ‘strijd tegen de zonde’ niet eens expliciet in het Nieuwe Testament voor. Heart Cry en in veel sterkere mate Ouweneel geven terecht aan dat de gelovigen de fundamentele grens zijn overgegaan van het oude leven zonder God naar het nieuwe leven uit God en dat dit principiële gebeuren gevolgen heeft voor de positie van de zonde. Zij mogen de zonde niet als een gewone zaak beschouwen, terwijl zij door Gods Geest overwinningen kunnen behalen en geestelijk kunnen groeien. Het ‘arme zondaarsgeloof’ dat met de voortdurende klacht over wat ontbreekt, voorbijziet aan de rijkdom van Gods genade en dat geen ernst maakt met consequente toewijding, wordt terecht onder kritiek geplaatst. Toch gaat vooral Ouweneel met zijn meer optimistische kijk op de gelovige te veel voorbij aan de kracht van de zonde in het christenleven. Hij kan zover komen door nieuwtestamentische passages als Efeze 4:17vv., Galaten 5:16-26 en Romeinen 8:13 niet te beschouwen als gedeelten waarin de strijd tegen de zonde ter sprake komt. Dit is echter moeilijk vol te houden. Ouweneel is trouwens niet altijd even helder, want later schrijft hij: ‘Gelovigen lopen kennelijk voortdurend gevaar dat de zonde toch weer de overhand in hen krijgt, dat zij zich toch weer door hun begeerten laten beheersen, dat zij toch weer naar het vlees wandelen…’ (315). Kennelijk is geestelijke strijd in de zin van actieve weerstand tegen het kwaad onmisbaar.

Bemoedigend kader
Het probleem is dat Ouweneel de notie van geestelijke strijd tegen de zonde vooral associeert met de zijns inziens gedrukte spirituele sfeer die hij in delen van de gereformeerde gezindte bespeurt. We kunnen zijn waarneming niet ontkennen, maar stellen wel de vraag of daarmee de innerlijke geloofsstrijd geen levenslange werkelijkheid is. De puriteinen maken duidelijk dat de geestelijke strijd tegen de zonde weliswaar zwaarwegend en intensief is, maar in het bemoedigende kader staat van de heilshistorische overwinning van Christus, van de vernieuwing door de Heilige Geest en van de toekomstige triomf. Ouweneel kan mede zijn tot zijn evangelische visie komen omdat Romeinen 7:14vv. volgens hem niet de ‘gezonde’ christen beschrijft, maar de gelovige die de kracht van de Heilige Geest nog niet kent. Voor de ‘gezonde’ gelovige moeten we in Romeinen 8 terecht, het hoofdstuk van het overwinningsleven. Ouweneel verdisconteert te weinig dat het Nieuwe Testament wel tot voortgang in het geestelijke leven oproept als ook groei belooft, maar nauwelijks spreekt over een daadwerkelijke voorlopige aardse overwinning. In zijn visie op de heiliging lijken de consequenties van zijn opvatting van de rechtvaardiging duidelijk te worden. De rechtvaardiging is volgens hem meer een rechtvaardigmaking dan een rechtvaardigverklaring. De lutherse notie van het simul iustus et peccator komt dan ook nauwelijks aan de orde. Treffend is dat Ouweneel op pag. 308 eerlijk vraagt: ‘Zijn gelovigen arme zondaars of overwinnaars’, waarmee hij het ‘overwinnaars’ wil benadrukken. Wie het christenleven dicht tegen de rechtvaardiging houdt, ziet dit niet als een tegenstelling. De in eigen oog arme zondaar en de overwinnaar in Christus zijn één en dezelfde persoon.

Actueel
De puriteinse visie op het christenleven is dus actueel. Puriteinse schrijvers nemen enerzijds de nieuwtestamentische notie serieus dat de gelovige een nieuwe schepping is en willen dit nieuwe leven op een pastorale manier begeleiden. Ze willen de groei van het geestelijke leven stimuleren en dus stagnatie ervan proberen te voorkomen door te wijzen op de verantwoordelijkheid van de gelovige om de genademiddelen te gebruiken. Het gaat daarbij om discipline en ‘habit forming’. Dit is een overeenkomst met evangelische bewegingen uit de negentiende eeuw alsook met eigentijdse stemmen als die van Heart Cry en Ouweneel. Het is echter evenzeer puriteins de op groei gerichte nieuwe schepping van de Heilige Geest te verbinden met de voorlopigheid van het geloofsleven. Het christenleven kent wel een voortgaande, maar geen opgaande lijn. In zijn boekje Bloeien, snoeien en groeien gebruikt dr. H. van den Belt verschillende keren de uitdrukking ‘het paradoxale karakter’ van de geestelijke groei, waarmee hij wil aangeven dat de geloofsgroei zich voltrekt langs de weg van het steeds kleiner worden in eigen oog. De geestelijke voortgang staat daarom in nauwe samenhang met de rechtvaardiging in Christus. Dit ‘arme zondaarsgeloof’ is overigens een halve waarheid, want het leeft van een rijke Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Eigentijdse stemmen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's