Vooruitkijken
Kleine gemeenten zoeken elkaar vaker op
In Gelderland startten zeven van de tien kerkelijke gemeenten 2011 met een negatieve begroting. Van de rest konden sommigen het jaar in de plus beginnen omdat ze van tevoren ingrepen. Vooruitkijken is daarom het devies.
Het maakt je verdrietig als je leest dat de Protestantse Kerk 50.000 leden per jaar verliest. Dat betekent concreet een gemeente met 1000 leden per week – en dan twee weken vakantie. Het is een ongrijpbaar fenomeen, want die 50.000 zijn niet gelijkelijk over de 1600 gemeenten verdeeld. Een van de gevolgen is dat de Protestantse Kerk twee jaar geleden ruim 140 gemeenten telde die structureel geen predikant meer konden hebben. Daarnaast zijn er ruim 400 gemeenten met een parttimepredikant. Van de 1600 gemeenten kent ruim een derde van de gemeenten op dat moment minder dan een volledige predikantsplaats.
Draaikolk
Hoe regelt de kleine gemeente dan haar pastorale zorg? De oplossing is vaak een langdurig consulentschap, hulpdienst van een predikant uit de buurt of van een emeritus predikant. Van de groep van 140 heeft een derde een kerkelijk werker in deeltijddienst. Veel gemeenten zijn dankbaar als ze weer iemand hebben gevonden die de gemeente een tijdje verder helpt in het dienstwerk. Daarna zien ze wel weer verder. Maar krimp heeft het risico van een draaikolk in zich, die zachtjesaan maar gestaag de vitaliteit van de gemeente mee naar beneden trekt. Krimp maakt dat je steeds meer aandacht en tijd moet steken in het dagelijkse voortbestaan. Intussen kun je niet meer op afstand naar de gemeente kijken en al helemaal geen beslissingen nemen over zaken die verbonden zijn met de identiteit van de gemeente: de kerk die je vertrouwd is, de predikant die volledig beschikbaar is voor de gemeente, de taakverdeling voor predikant en kerkenraad waarmee we opgegroeid zijn. We zijn er intens aan gehecht en zien niet hoe een en ander anders zou kunnen.
Vooruitkijken
Toch is het devies voor gemeenten: kijk vooruit. Het onderzoek dat CHE-studenten vorig jaar voor de Gereformeerde Bond deden illustreert dat dit niet gemakkelijk is. Vooruitkijken? Kun je dan grip hebben op de krimp? Om open naar de toekomst te kijken heb je optimisme nodig. Dat is geen blindheid voor de krimp die feitelijk plaatsvindt, het komt voort uit het besef dat God niet loslaat wat Zijn hand begonnen is. Het vergt geloofsmoed om vooruit te kijken, om als gemeente het gesprek aan te gaan over hoe in de toekomst gemeente te zijn, om rekenschap te geven van ontwikkelingen die we voor een deel in de hand hebben, maar voor een groot deel ook niet. En toch: welke gemeente dragen we aan de volgende generatie over?
Elkaar opzoeken
Op steeds meer plekken in het land zoeken gemeenten elkaar met het oog op die vraag. Dat begon aan de rafelranden van Nederland, in het hoge noorden en diepe zuiden, in de kleine gemeenten langs de grenzen, maar ook in de Betuwe, de Bommelerwaard, het Groene Hart, de Langstraat. Ze zochten niet alleen een predikant te delen, maar vooral na te denken over de toekomst van de eigen gemeente en elkaars gemeente. Uit de zoektocht groeiden allerhande initiatieven. Gemeenteadviseurs van de kerk willen die met het landelijke project Samenwerking ondersteunen en verder helpen. We noemen het: samenwerken op basis van een duurzame zelfstandigheid. In clusters van gemeenten die dat willen, denken we na over de toekomst en kijken gericht naar wat we vandaag kunnen doen. Dan blijkt er veel mogelijk. Ik denk aan het uitwisselen van kennis en ervaring over activiteiten in de gemeente, over een restauratie van de kerk, een jeugdwerkproject, een diaconale vertegenwoordiging, het bijhouden van een website, een missionaire activiteit. Uitwisselen leidt tot samen doen. Een diaconale actie, een missionair kerkenpad, een gezamenlijke jeugdwerkactiviteit, gezamenlijke diensten, uitwisseling van predikanten voor een leerhuis, opvang bij ziekte enzovoort. Binnen zo’n cluster komt dan bijna als vanzelf het moment dat een paar gemeenten de mogelijkheid zien om samen een predikant te beroepen of goede hulpdiensten te regelen.
Kleine ommekeer
Wat valt op bij deze samenwerking? Het eerste is dat de Protestantse Kerk kerkverband heet te zijn, maar dat gemeenten eerder eilandjes zijn. Juist de gemeente in de nabijheid blijken we het minst te kennen. Of beter gezegd: daar hebben we een vaststaande mening over die niet op echte kennis is gebaseerd. Cultureel is dat begrijpelijk, in sommige dorpen hebben generaties jongens elkaar bevochten op de dijk. Maar of dat in het kerkverband moet meewegen? Uit onderzoek komt verder naar voren dat nogal wat gemeenten het moeilijk vinden om de eigen identiteit onder woorden te brengen, behalve dan dat je anders bent dan de gemeente(n) in de buurt. Maar een sterk besef van de eigen identiteit helpt juist om de ontmoeting met anderen aan te gaan. Identiteit en modaliteit scheppen afstand. Het beeld over het anders geloven belemmert het zicht op de mogelijkheid dat je elkaar van dienst zou kunnen zijn. En die mogelijkheden zijn er te over, in elk geval op praktisch en organisatorisch vlak. Ik hoop hartstochtelijk op een ommekeer, bid daarvoor. Maar in de tussentijd ligt er een taak. De gemeente waar het vuur van het geloof brandt, kan een andere gemeente aansteken. Geloofsverschillen hoeven geen belemmering te zijn om elkaar te helpen. We kunnen leren van elkaar, elkaar helpen, juist omdat we in de Protestantse Kerk verschillend zijn. Daarvoor openstaan, dat noem ik de kleine ommekeer. Voorzichtig kennismaken met elkaar, zonder de ander de maat te nemen, en kijken naar kansen voor de kerk, die, zoals iemand het mooi zei, we van onze kinderen te leen hebben.
---
Verstandshuwelijken
Een gemeente was volgens de kerkorde van de Hervormde Kerk pas echt gemeente als er een predikantsplaats bij hoorde. Een te kleine gemeente moest om die reden een verband met een andere gemeente aangaan. Dat leidde tot een bont scala van regelingen. Een paar kennen we nu nog, zoals streekgemeenten en combinaties. Ook bestonden er pastorale verbanden en quasipastorale verbanden. Vaak waren dat verstandshuwelijken, waarin de liefde niet hard groeide. Sterker nog, eerder sleet het draagvlak: de dominee werkte toch liever waar hij woonde óf hij reed juist te vaak het dorp uit. Nu in de nieuwe kerkorde een predikantsplaats geen vereiste meer is, zijn veel van deze verstandshuwelijken zachtjesaan beëindigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's