Christus in het midden
Betekenis puriteinen voor geloofsbeleving nu [4, slot]
De nadruk op de zonde in de puriteinse spiritualiteit kan het idee van een drukkend klimaat geven. Maar dan vergeten we dat de puriteinen de ernst van de zonde steeds in verbinding brengen met Christus.
Diverse studies stellen dat de gemeenschap met Christus de kern van de puriteinse prediking en vroomheid vormt. Opvallend is daarbij dat de persoon en het werk van Christus niet alleen worden genoemd, maar vaak ook ‘geschilderd’. Puriteinse auteurs wilden met de uitvoerige tekening van Christus schuldbewuste lezers tot geloofsovergave brengen, en ook de gelovigen voortdurend bepalen bij het fundament van het heil om hen zo tot versterking van geloof, liefde en toewijding te brengen.
Boektitels
Diverse boektitels maken al duidelijk dat Christus het centrum van de puriteinse prediking en vroomheid vormt. Neem een geschrift van Owens tijdgenoot Thomas Goodwin, waarin de verhoging en voorbede van Christus centraal staan: The Heart of Christ in Heaven to Sinners on Earth. Bekend is het werk van Isaac Ambrose waarin hij de totale weg van Christus gedetailleerd beschrijft: Looking unto Jesus, diverse malen in het Nederlands vertaald onder de titel Het zien op Jezus. Ik noem hier opnieuw John Owen. Hij heeft een vierdelige verklaring op de Hebreeënbrief geschreven, waarin hij uitvoerig ingaat op het lijden en het hemelse priesterschap van Christus. Aan het einde van zijn leven richtte Owen zich afzonderlijk op de persoon en het werk van Christus in A Declaration of the Glorious Mystery of the Person of Christ uit 1679 en Meditations and Discourses on the Glory of Christ uit 1684. Naast deze christologische geschriften handelen talloze puriteinse preken, verspreid in allerlei verzamelbundels, over de persoon en het werk van Christus.
Christus’ werk
We proeven de diepe verwondering over het mysterie van Christus’ persoon, zoals in het eerstgenoemde werk van Owen sterk naar voren komt. Gods Zoon heeft Zich één gemaakt met ons mensen, waardoor we deel kunnen krijgen aan het eeuwige leven. Toch krijgt voornamelijk het werk van Christus aandacht. Regelmatig gaan de schrijvers in op Zijn lijden, maar evenzeer op Zijn verhoging. Christus’ lijden en sterven vormen als basis van de verzoening het fundament van het geloof, maar Zijn verhoging garandeert de bewaring van de gelovigen voor de toekomstige heerlijkheid en is daarom eveneens krachtbron voor het christenleven. Een citaat uit Owens Meditations and Discourses on the Glory of Christ maakt dit duidelijk.
Eén van de grootste voorrechten van gelovigen, zowel in deze wereld als in de eeuwigheid, bestaat in hun aanschouwing van de heerlijkheid van Christus. (…) In de hemelse heerlijkheid van Christus ligt primair onze tegenwoordige geestelijke opbouw, want in de aanschouwing van de heerlijkheid van Christus worden het leven en de kracht van het geloof het meest uitnemend geoefend. En vanuit deze geloofsoefening ontwaakt en ontspringt de liefde tot Christus hoofdzakelijk – al is het niet uitsluitend. Als we daarom verlangen naar een sterk geloof of een krachtige liefde, die rust, voldoening en tevredenheid aan onze zielen geven, dienen we hiernaar te zoeken in de ijverige vervulling van deze plicht. (Works I, 286, 291)
Bewogen Hogepriester
De hemelse heerlijkheid van Christus houdt tegelijk in dat Hij voor de gelovigen tussentreedt bij de Vader. De verheerlijkte Christus is dus tegelijk de barmhartige, bewogen Hogepriester, die betrokken is op ‘allen die door Hem tot God gaan’. Om een indruk te geven van de gevoelvolle manier waarop puriteinen deze geloofswerkelijkheid verwoorden, geef ik een citaat uit het al genoemde werk The Heart of Christ in Heaven to Sinners on Earth van Goodwin.
Deze verhandeling legt het hart van Christus open, zoals Hij nu in de hemel is, zit aan de rechterhand van God en voor ons tussentreedt. Hoezeer gebeurt dit tussentreden betrokken en met een genadige gezindheid ten aanzien van zondaren op aarde die tot Hem komen; hoe gewillig is het om hen te ontvangen; hoe bereid om hen te onthalen; hoe teergevoelig om medelijden te hebben met al hun zwakheden, zowel zonden als ellenden. De spits en het nut hiervan zullen zijn om gelovigen te versterken en te bemoedigen om met meer vrijmoedigheid tot de troon van de genade te komen, tot zo’n Redder en Hogepriester, als ze zullen verstaan hoe liefdevol en teer Zijn hart tot hen is genegen, ook al is Hij nu in de hemel (…). (Works IV, 95).
Gemeenschap in drievoud
De concentratie op de vernederde en verhoogde Christus staat in het kader van de gemeenschap met Hem. Een voorbeeld treffen we aan in Owens geschrift uit 1657, over de gemeenschap met de drie-enige God: Of Communion with God. Hierin analyseert hij de geestelijke gemeenschap in drievoud: met de Vader in liefde, met de Zoon in genade, en met de Heilige Geest in vertroosting. Op de geloofsomgang tussen de gelovigen en Christus gaat hij het uitvoerigst in aan de hand van passages uit het Hooglied. Owens bespreking van deze Hoogliedpassages is een treffende illustratie van de gevoelvolle puriteinse vroomheid, die zowel Christus als de geloofsomgang met Hem schildert. Zoals in het fragment over Hooglied 2:3, waar de bruid de bruidegom vergelijkt met een appelboom en de vruchten ervan.
Deze vruchten draagt Christus. Ze spreken van een boom die alle noodzakelijke levensbehoeften voortbrengt, zoals voedsel en kleding. Christus is deze levensboom die alle dingen voor het eeuwige leven heeft voortgebracht. In Hem is die gerechtigheid waarnaar we hongeren; in Hem is dat levende water, waarvan geldt dat wie daarvan drinkt niet meer zal dorsten. O, hoe zoet zijn de vruchten van Christus’ middelaarschap voor het geloof van Zijn heiligen! Hij die geen verademing kan vinden in barmhartigheid, vergeving, genade en aanneming bij God, heiligheid en heiliging etc., is een vreemdeling van deze dingen die klaargemaakt zijn voor de gelovigen. Zo heeft Hij eveneens schaduwen van verkwikking en beschutting; beschutting tegen de van buiten komende wraak, en verkwikking voor de vermoeidheid van binnen. (Works II, 43).
Mystieke ader
We stuiten hier op een mystieke ader in de puriteinse vroomheid, in de lijn van Bernardus van Clairvaux, die al uitvoerig over het Hooglied schreef. Het eigene van Owen is dat zijn schildering van de affectieve geloofsomgang met Christus ligt ingebed in een klassieke visie op de drie-eenheid en een uitgewerkte heilsgeschiedenis. Op het punt van de gevoelvolle gemeenschap met Christus zouden we behalve Owen diverse andere puriteinse auteurs kunnen inbrengen, zoals de mystiek getinte Richard Sibbes, die in zijn geschrift Bowels Opened eveneens de omgang met Christus aan de hand van het Hooglied uitvoerig bespreekt.
Lessen
Puriteinse auteurs waren vaak allereerst predikers. Van hun gevoelvolle beschrijving van Christus kunnen we lessen trekken voor de prediking vandaag en voor het daarop gebouwde geloofsleven. Het is niet voldoende om Christus terloops te noemen of aan te wijzen. Een predikant dient de enige Redder uit te tekenen in Zijn persoon en werk, in Zijn lijden en verhoging. Hij geeft aandacht aan Zijn liefdevolle betrokkenheid op zondaren in het algemeen en op de Zijnen in het bijzonder. Hij gaat uitvoerig in op de genade van Zijn komst en werk op aarde, maar ook van Zijn voorbede in de hemel. Hij werkt de centrale notie van de geloofsverbondenheid met Christus uit. Vervolgens prijst hij Hem aan of, zoals ook wel gezegd is, legt Hem aan het hart. Als een predikant de heerlijkheid van Christus nauwelijks uitstalt, kun je dan verwachten dat de hoorders voor Hem worden ingewonnen of dat de kennis van Hem verdiept? Kun je dan verwachten dat ze vervuld raken van de liefde tot Hem?
Ook na Pinksteren
De gang van het kerkelijk jaar is een geschikte periode om Christus in Zijn bereidwilligheid, gehoorzaamheid, liefde, geduld te schilderen. Het kan nuttig zijn om diverse personen uit de lijdensgeschiedenis naar voren te halen, maar dat mag de aandacht niet van Christus in Zijn lijden afleiden. De opbouw van het geloofsleven wordt gediend als een predikant uitvoeriger aandacht geeft aan de verhoging van Christus en de betekenis ervan voor het geloofsleven. Dat kan tussen Pasen en Pinksteren, maar ook heel goed in de periode na Pinksteren. Het belangrijkste werk van de Heilige Geest is immers de verheerlijking van Christus (Joh.16:14). De verkondiging van bijvoorbeeld de Hebreeënbrief brengt de gemeente bij de verankering van het heil in Christus’ hogepriesterschap en voorbede.
Scheut puritanisme
Er is gesteld dat het puritanisme – meer dan de Nederlandse Nadere Reformatie – Christus in het middelpunt heeft geplaatst. Ik kan niet precies beoordelen of deze algemene waarneming waar is. Zo ja, dan kunnen we een scheut puritanisme goed gebruiken, wat betreft het accent op de ernst van de zonde alsook op de noodzaak van berouw en bekering. En niet minder in de nadruk op de schilderachtige verkondiging van Christus en op de gevoelvolle gemeenschap met Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's