Eten is goed, niet eten beter
Teeuw beschrijft veranderde betekenis van vasten
Het is hoog tijd dat hervormd-gereformeerden zich bezinnen op het vasten. Het boek dat arts-theoloog dr. A.A. Teeuw over het onderwerp schreef, kan daarbij goede diensten bewijzen.
Het vasten lijkt weer helemaal in te zijn, vooral bij de jongeren. Maar even 67 procent van de jongeren heeft bewondering voor mensen die vasten, zo schreef het Reformatorisch Dagblad vorige maand. Wat is vasten precies? Is het een bijbels gebod? Moeten we om te vasten maaltijden overslaan of alleen soberder eten, zoals geen vlees eten en geen koekje bij de koffi e? Moeten we denken aan geen of minder alcohol of gewoon minder snoepen? Of heeft vasten niet zozeer te maken met eten en moet de stekker uit de computer of tv en moeten we meer tijd aan bezinning geven? Het woordje moeten blijkt cruciaal te zijn. Het vasten heeft meer en meer een wetticistisch karakter gekregen. Het boekje Vasten en minderen van dr. A.A. Teeuw wijst een beargumenteerde richting als het over dit onderwerp gaat. De ondertitel luidt: Hoe vasten van betekenis veranderde. In een achttal hoofdstukken beschrijft Teeuw op heldere wijze de bijbelse, maar ook historische en praktische aspecten van het vasten.
Grote Verzoendag
Met de ondertitel hebben we meteen de kracht en kern van dit boek te pakken. Het vasten heeft in de Bijbel een betekenisverandering ondergaan. Met de komst van de Messias, Jezus Christus, heeft er een grondige wijziging plaatsgevonden. Zo moest elke Israëliet zich op de Grote Verzoendag verplicht van voedsel onthouden. Het was een dag van algemene verootmoediging. Deze lijn gaat door naar de boetedag van Israël onder Samuel bij Mizpa, waar het volk vast, schuld belijdt en daarop Gods hulp ervaart in het verslaan van de Filistijnen. Bij Ninevé zien we het volk vasten en bidden als teken van boete en berouw. Mozes, Elia én de Heere Jezus vasten veertig dagen, de markering van onherhaalbare heilsfeiten. Vasten gebeurt als uiting van volkomen gehoorzaamheid en toewijding aan de wil van God, maar ook bij het inluiden van een nieuwe periode: Mozes als wetgever, Elia als heraut en Jezus als Vervuller en Zaligmaker.
Bruidegom en Testamentmaker
De Heere Jezus is niet alleen de Bruidegom maar ook de Testamentmaker. Twee bijbelteksten zijn daarbij cruciaal. De eerste is Lukas 5:33–39, waar Jezus antwoordt dat de bruiloftskinderen (Zijn discipelen) niet kunnen vasten terwijl de Bruidegom bij hen is. De andere tekst is Hebreeën 9:16– 17, waar de apostel betoogt dat de dood van de Testamentmaker het nieuwe, onvoorwaardelijke testament (verbond) van kracht maakt. Het oude verbond met zijn voorwaarden, vasten en offeren is nu voorgoed voorbij en vervuld in Hem. Geen Grote Verzoendag meer en geen vasten meer. Jezus noemt Zichzelf de Bruidegom. En waar de Bruidegom is, daar is een feestmaal. Terecht wijst de auteur op de context van Levi’s uitbundige maaltijd en de gelijkenis van de lap nieuwe stof op een oud kleed en van nieuwe wijn in oude leren zakken in Lukas 5. Je zou er zelfs nog aan toe kunnen voegen het aren plukken, stuk wrijven en eten door Jezus’ discipelen op de sabbat (Lukas 6). Niets duidt op vasten, alles wijst op vieren.
Onopvallend
Het vasten is veranderd van inhoud en vorm. God is tot ons gekomen in Zijn Zoon en de hemel is gescheurd. Het nieuwe vasten wordt nu niet meer inhoudelijk gemotiveerd vanuit boete en berouw, maar dankbaarheid staat centraal. De vorm ervan moet onopvallend zijn. Niemand hoeft het te merken. ‘Zalf uw hoofd en was uw gezicht.’ Wanneer zou je dan bijvoorbeeld kunnen vasten? Als je voor een belangrijke beslissing staat. Als je vast sta je open voor het antwoord dat God je geeft en voor de leiding van de Heilige Geest. Zo deed de christelijke gemeente het (Hand.13:1-3 en 14:21-23).
Gewassen zeug
Veelzeggend is de titel ‘Gewassen zeug’ als het gaat over de ontwikkeling van het vasten in de Vroege Kerk en de Middeleeuwen. Er blijkt opnieuw een tendens op te komen van bepalingen rond de vastentijden. Wel wil de kerk duidelijk staan in de evangelische traditie van de apostelen. Vasten moet daarom niet op de maandag en de donderdag, zoals de farizeeën en essenen van de Qumrangemeenschap deden. De Didachè, leerboekje van de Vroege Kerk, kiest voor de woensdag en de vrijdag. Voor Ignatius en Augustinus was vasten minder eten, maar ook bidden en aalmoezen geven. Het Concilie van Nicea in 325 besloot een veertigdagentijd van vasten aan Pasen vooraf te laten gaan. De Joodse kalender werd afgewezen. Het kloosterleven kwam op en gaf een enorme impuls voor het verdienstelijke vasten.
Reformatie en daarna
Calvijn heeft de veertigdagentijd als vastentijd voor Pasen afgewezen. Vasten zag hij als een middelmatige zaak, die nuttig kan zijn bij rampen, schuldbelijdenis of belangrijke beslissingen. Vader Brakel omschrijft een strikte manier van vasten, maar zonder uiterlijk vertoon. Lloyd-Jones, net als de auteur medicus-theoloog, ziet het vasten als een legitieme gewoonte. Hij zegt dat vasten niet bestaat in het matigen, maar in het compleet afzien van voedsel, omdat een christen altijd matig behoort te zijn. Terecht zegt Teeuw dat elke tijdelijke matiging van voedsel ook vasten is. Als de maat en striktheid ertoe doen, ligt wetticisme op de loer en bovendien zijn dan hele bevolkingsgroepen uitgesloten, zoals schoolgaande kinderen, hardwerkende mensen en zwangere vrouwen. Over al deze praktische aspecten gaan de laatste drie hoofdstukken van het boekje. Omdat vasten thuishoort onder de christelijke vrijheid, is minderen ook vasten, zolang het maar onthouding van voedsel betreft. Vasten zal dan gepaard gaan met bidden, verstaan van Gods wil en gericht zijn op God. Het is heel mooi en praktisch hoe Teeuw het verband aangeeft tussen vasten en bidden. Hoe vlak, kil en gevoelloos kan ons hart soms niet zijn terwijl onze mond de meest ernstige dingen met de Allerhoogste bespreekt. Vasten kan ons daarbij geweldig helpen. Ik heb wel eens gehoord en ook wel eens in de kerk onder de preek gezien, dat mensen spoedig naar dromenland vertrekken als ze een welvoorziene maaltijd hebben genuttigd. Misschien had de schrijver deze kwaal ook even kunnen aanstippen, omdat vasten naar mijn mening hiertegen een probaat middel is.
Christelijke vrijheid
Terecht betoogt de schrijver dat het nieuwe (vrijwillige) vasten behoort tot de christelijke vrijheid. Vasten mag, maar het hoeft niet. Hij gaat in op Jezus’ woorden in de Bergrede: ‘En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht...’ (Mat.6:16- 18). Hij concludeert dat in de Bergrede het vasten niet als vanzelfsprekend wordt verondersteld. Ik waag dit te betwijfelen. Mijn argument is de context van de Bergrede, waar Jezus het vasten in één adem benoemt met aalmoezen geven en bidden. Net zo vanzelfsprekend als mensen aalmoezen geven en bidden, zo vanzelfsprekend vasten ze ook. Teeuw noemt vasten en bidden terecht een veelgebruikte woordcombinatie in de Bijbel. Ik krijg de indruk dat de schrijver vanzelfsprekendheid gelijkschakelt met wetticisme. Maar een gewoonte is iets anders dan een gebod. Ook als vasten mag, kan het nog steeds (vrijblijvende) praktijk zijn.
De nieuwtestamentici Betz en Collins zeggen in hun uitvoerige Bergredecommentaar (Minneapolis, 1995) dat deze verzen in de Bergrede veronderstellen dat de gewoonte van het vasten een belangrijk onderdeel van het godsdienstige leven is. Jezus veroordeelt hier dus niet het af en toe vasten als zodanig, wel kritiseert Hij het uiterlijk vertoon. En daarmee zitten we overigens weer geheel in de hoofdlijn van dit boek.
Oude en nieuwe bedeling
Soms kan ik mij al lezende niet aan de indruk onttrekken dat de schrijver het oudtestamentisch vasten op één lijn stelt met verdienstelijk vasten. Ik val hem helemaal bij als hij keer op keer stelt dat de komst van de Messias, onze Zaligmaker, een levensgroot verschil brengt tussen de oude en nieuwe bedeling wat betreft het vasten. Maar ook al ging het oudtestamentisch vasten gepaard met zichtbare tekenen (zak en as), dan is het nog de vraag of wij dit sowieso als verdienstelijk moeten zien. Daniël zocht de Heere met vasten, zak en as (Daniël 9:3) en de engel noemt hem een zeer gewenst man. Ook Jezus neemt de uitdrukking ‘zak en as’ over als Hij het heeft over Chorazin en Bethsaïda (Mat.11:21). Bovendien zien wij in het Oude Testament zelf al kritiek op het verdienstelijke karakter van vasten (Jes.58:5). Deze details doen niets af van het grote belang van dit boek. Het werd hoog tijd dat de bezinning
ten aanzien van het vasten onder hervormd-gereformeerden op gang komt. Acht hoofdstukken staan boordevol informatie. Het benoemen van de effecten van het vasten op het menselijk lichaam zijn waardevol. Aan het eind van elk hoofdstuk vat Teeuw in enkele korte conclusies nog eens samen wat uit het onderzoek van dat hoofdstuk naar voren kwam. Achter in het boekje staan discussievragen, gerangschikt per hoofdstuk, zodat het boekje uitstekend geschikt is voor een bijbel- of gesprekskring. Het is eenvoudig geschreven. Mijn advies is: neem en lees. Koop het of geef het cadeau, juist in deze vastentijd.
N.a.v. ‘Vasten en minderen. Hoe vasten van betekenis veranderde’, door dr. A.A. Teeuw, uitg. Groen, Heerenveen;
144 blz.; € 12,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2011
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2011
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's