De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

9 minuten leestijd

C. Houtman
Bijbelse geschiedenis herverteld. Woord en beeld. Vraag en antwoord. Uitg. Groen, Heerenveen; 617 blz.; € 29,95.
Vanuit zijn deskundigheid als oudtestamenticus schreef de auteur, emeritus PThU-hoogleraar C. Houtman, een interessant boek over de hervertelling van bijbelse geschiedenissen. Hij onderzocht kinder- en jeugdbijbels, leerboekjes en dergelijke, vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw tot nu toe, vanuit de vraag: hoe verhoudt de hervertelling (niet: na-vertelling!) zich tot wat de geschiedenissen in de Bijbel zelf willen vertellen. Bij dit laatste spelen wetenschappelijke factoren een grote rol, zoals bij de auteur: de historische-kritische methode. Om deze vraagstelling te beantwoorden moest een reusachtige speurtocht worden ondernomen. Dat heeft de auteur dan ook gedaan, tot in eigen privécollecties toe. Dit verdient veel respect, te meer daar het onderzoek een min of meer onbekend terrein betreft. Het boek bestaat globaal genomen uit twee delen. In het eerste deel vinden we een inventarisatie van schriftelijke hervertellingen, verdeeld over drie perioden: 1770-1900, 1900-1950 en 1950 tot begin 21e eeuw. Alles is heel ordelijk onderverdeeld. De auteur onderscheidt de volgende rubrieken: a. Protestantse kinder-, jeugd- en gezinsbijbels, bloemlezingen en losse verhalen b. Protestantse leerboekjes. c. Rooms-katholieke stichtelijke literatuur: handboeken, lees- en leerboekjes, kinder-, jeugden gezinsbijbels. d. Hervertelling in versvorm. e. Hervertelling in prentenbijbels en bijbelse prentenboeken. Ook komen enkele Joodse geschriften in beeld. Functioneel, maar vaak ook heel mooi zijn de illustraties. Dan volgt het tweede deel. Hierin geeft de auteur een theologische analyse van de genoemde hervertellingen. Hij doet dat aan de hand van vier verhalen, die respectievelijk beschreven worden in Exodus 2:1-10 (de redding van Mozes), Deuteronomium 34:1-8 (de dood van Mozes), Jozua 10:12-14 (het wonder van de zon en de maan), 2 Koningen 2:23-25 (het oordeel over de kinderen die Elisa bespotten). Telkens wordt eerst uiteengezet wat de betekenis en de bedoeling is van het verhaal, zoals dat ons wordt aangereikt in de Bijbel. Daarna wordt dit gegeven vergeleken met de strekking van de hervertellingen. De auteur ontdekt dan overeenkomsten, maar ook allerlei verschillen. De geschiedenis uit de Bijbel wordt her-verteld vanuit de theologische uitgangspunten van de stroming waartoe de her-verteller behoort. Zo wordt zichtbaar dat de hervertellingen een weerspiegeling vormen van de theologische en maatschappelijke context van de verteller. Je ziet dan bijvoorbeeld dat er in de negentiende eeuw veel moraal voorkomt. Dat over het algemeen weinig gedaan wordt met historisch-kritische gegevens. Dat er veel gedramatiseerd wordt en dat men zich in de laatste periode vaak laat leiden door theologische uitgangspunten, waardoor de vraag naar de historiciteit minder relevant wordt. Het boek sluit af met enkele registers. Houtman heeft een waardevol boek geschreven. Ik heb er veel waardering voor. Dat neemt niet weg dat er ook vragen rijzen. Ik noem de volgende (tamelijk willekeurig): Waarom vertaalt Houtman Deuteronomium 34:6 met: ‘men’ begroef Mozes, terwijl uit de context blijkt dat de lezing: ‘Hij’ (de HEERE) begroef Mozes, de voorkeur heeft. Hoe denkt Houtman over het hermeneutisch uitgangspunt om Schrift met Schrift te vergelijken? Ik denk aan Exodus 2:2 (welgeschapen of – wat ikzelf beter vind – mooi) en Hebreeën 11:23 (schoonheid als messiaans teken). Ook zou het boek meer compleet geworden zijn als er ook enkele verhalen uit het Nieuwe Testament zouden zijn besproken en er een slotbeschouwing of eindevaluatie zou zijn opgenomen. Daarin hadden dan zelfs enkele richtlijnen kunnen worden gegeven, waarmee rekening dient te worden gehouden voor de wijze waarop niet alleen schriftelijk, maar ook mondeling de bijbelse geschiedenis wordt herverteld. Deze vragen zijn bedoeld als een blijk van betrokkenheid bij het vele waardevolle wat de auteur ons in zijn boek heeft geboden.

W. Verboom, Harderwijk

---
Willem van der Meiden
‘Zoo heerlijk eenvoudig’. Geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland. Uitg. Verloren, Hilversum; 462 blz.; € 35.
Bij de opvoeding tot het bereiken van godzaligheid behoren niet: boeken met navertellingen van de Heilige Schrift. Bij zo’n stelling wrijf je je ogen uit. Maar in de tweede helft van de zeventiende eeuw was dit wel de visie van het orthodoxe protestantisme. Dat is in ieder geval de analyse van Willem van der Meiden in zijn proefschrift Zoo heerlijk eenvoudig. (p. 82). Hierin beschrijft hij de geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland. Daarvoor heeft hij 869 kinderbijbels bekeken. De onderzoeker behandelt de periode van 1640 tot en met 2005 en brengt allerlei verschuivingen in beeld. De kinderbijbel blijkt lang niet altijd gefunctioneerd te hebben zoals vandaag de dag. Zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn, blijken dat vroeger niet te zijn geweest. Dat kinderen het moeten kunnen begrijpen, bijvoorbeeld. Of dat ze bijbels geschiedenissen in verhaalvorm krijgen aangereikt. Met Zoo heerlijk eenvoudig vult de auteur een gat op in de Nederlandse literatuur. Want er bestond nog geen (complete) geschiedschrijving over Nederlandstalige kinderbijbels. Van der Meiden wil vooral beschrijven. Hij behandelt verschillende genres, ontwikkelingen, bijzondere uitgaven en trendbreuken die iets weerspiegelen van het theologische en pedagogische klimaat. Het begrip kinderbijbel vat hij ruim op. Er is sprake van een kinderbijbel wanneer een auteur in een boek probeert een of meer bijbelverhalen aan kinderen en jongeren door te geven door middel van een hertaling van deze verhalen, illustraties en eventueel andere vormen van speelse en/of informatieve aard. Daaronder vallen dus ook speeldoe- en badboekjes, rebusbijbels en de Kijkbijbel. De auteur heeft de kinderbijbels ingedeeld in drie perioden. In het tijd vak van 1640 tot 1811 is de vraag- en antwoordvorm lang populair. Tot en met de achttiende eeuw zijn kinderbijbels meer voor op school en catechisatie dan voor huiselijk gebruik. Dat verandert aan het begin van de negentiende eeuw. Van 1811 tot 1945 staan deugden centraal, leggen leergeschillen een schaduw over de kinderbijbel en zijn veel uitgaven niet aangepast aan de doelgroep, namelijk jong publiek. De historische kritiek werkt ook door in kinderbijbels: wonderen, de maagdelijke geboorte van Jezus en Zijn opstanding verdwijnen uit bepaalde kinderbijbels. In deze periode verantwoorden auteurs zich in kinderbijbels voor de standpunten die zij innemen in de kerkelijke en theologische hectiek van hun dagen. Kinderen krijgen dan meer beschouwingen over bijbelverhalen voorgezet dan de bijbelverhalen zelf. De derde periode loopt van 1945 tot 2007. Sinds 1976 wordt ook gemikt op een publiek dat onbekend is met de bijbelverhalen. Elke (deel)periode sluit Van der Meiden af met een beschrijving van het pedagogisch tijdsbeeld. Ook de illustraties neemt hij uitgebreid onder de loep. Hij besteedt afzonderlijk aandacht aan de rooms-katholieke kinderbijbel, de Israëlitische kinderbijbel en kinderbijbels voor speciale doelgroepen zoals Jehova’s Getuigen. Ook Nederlandstalige koranvertellingen komen aan de orde. In het boek is een lijst opgenomen van de ruim 850 Nederlandstalige kinderbijbels die zijn verschenen. Meer dan tachtig afbeeldingen brengen de ontwikkeling van de illustraties in kinderbijbels duidelijk in beeld. Een enkele keer klopt het verwijsnummer niet (p. 253, 306, 340). Jammer dat de kleurenillustraties niet net zoals de zwart-wit afbeeldingen tussen de tekst staan, maar in een apart katern ergens in het midden staan. Je blijft bladeren. Het boek is vlot en goed begrijpelijk geschreven. De manier waarop Van der Meiden schrijft over kinderbijbels met een orthodoxere inslag bevalt me echter niet. Over De schat der eeuwen van Sara Gazan schrijft Van der Meiden bijvoorbeeld dat de erfzonde van Adam en Eva ‘weldadig’ afwezig is. Zijn persoonlijk oordeel treedt te veel op de voorgrond. Van een wetenschappelijk werk verwacht ik een neutralere beschrijving van het onderzoeksgebied. Dat alles is toegelegd op de komst van Christus, noemt Van der Meiden een ‘dogmatisch schema’. En Kuijts peuterbijbel … ‘schuwt dogmatische taal over zonde en verzoenend bloed niet’. Alsof deze noties niet voluit bijbels zouden zijn. Tot mijn verbazing las ik dat men ‘onder orthodox-protestantse christenen over het algemeen geen kinderbijbels leest’ (p. 365). Dat mag in vroeger dagen misschien zo geweest zijn. Een onderzoek van het Reformatorisch Dagblad in 2006 onder haar lezers toont gelukkig aan dat deze stelling in onze tijd niet (meer) klopt. Ruim 70 procent van de gezinnen met kinderen blijkt zelfs dagelijks uit de kinderbijbel voor te lezen. Van Dam, ds. C.J. Meeuse, Snoek, Schouten- Verrips, Vreugdenhil en anderen hebben hun werk gelukkig niet voor niets gedaan. Dat Van der Meiden binnen vier jaar een werk van dit formaat heeft weten te schrijven is een prestatie. Het boek is zeer mooi, gebonden uitgegeven. Praktisch nadeel: het papier glimt zo sterk dat lezen bij lamplicht de nodige inspanning vergt. Het proefschrift helpt de lezer te doorzien wat er allemaal aan de hand kan zijn met een kinderbijbel. Hoe selecteert een auteur de verhalen? En welke technieken gebruikt een schrijver om een bijbelverhaal verder te vertellen? Laat hij elementen weg of vult hij juist aan? Eén ding maakt het boek in ieder geval duidelijk: het is niet om het even welke kinderbijbel we gebruiken.

M.M.C. van der Wind-Baauw, Hollandscheveld

---
Anne de Vries jr.
Een zondagskind. Biografie van mijn vader. Uitg. Kok, Kampen; 432 blz.; € 29,90.
Het is al bijna een halve eeuw geleden dat Anne de Vries (1904-1964) overleed, zodat alleen ouderen zich de auteur van Bartje, van Jaap en Gerdientje, van Reis door de nacht, van een kleuter- en een kinderbijbel nog herinneren. Vorig jaar verscheen van de hand van zijn jongste zoon Anne een levensbeschrijving van hem, die de auteur plaatst in het vooroorlogse Nederland, in zijn plaats als gereformeerd onderwijzer, in zijn houding ten opzichte van Hitler, in zijn werk om in opdracht van de Surinaamse regering de eerste leesmethode te schrijven enzovoort. Persoonlijk had ik meer dan bij andere biografieën even tijd nodig om meegenomen te worden in de beschrijving van het leven van Anne de Vries. Na de eerste hoofdstukken lees je echter goed door. Anne de Vries jr., ooit docent jeugdliteratuur aan de Vrije Universiteit, geeft een gedocumenteerd beeld van zijn vader en bewaart in zijn woordkeus afstand tot zijn onderwerp. De Vries was een meesterverteller – en daarom is het begrijpelijk dat er van Bartje meer dan 500.000 exemplaren verkocht zijn, dat ooit veertig procent van de Nederlanders een boek van hem gelezen had. Naastenliefde was voor hem de kern van het christelijk geloof, en daarom gaf hij als samenvatting van zijn Kleutervertelboek voor de bijbelse geschiedenis: ‘Alles wat je voor je medemensen doet, heb je voor Christus gedaan’. In de tijd dat hij aan dit vertelboek werkte, brak hij ‘met de goed gereformeerde gewoonte om tweemaal per zondag naar de kerk te gaan: hij was de hele week al met de bijbel bezig.’ Al kon Anne de Vries niet leven zonder ‘de hoofdwaarheden van de bijbel’, schreef hij in het laatste oorlogsjaar aan een vriend ‘door de dogma-prediking en door de onzalige twisten in de Geref. Kerk steeds meer van die kerk losgekomen’ te zijn.

P.J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's