De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ziek-en-bezoek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ziek-en-bezoek

11 minuten leestijd

Uit een onlangs gehouden onderzoek blijkt een kwart van de omgeving zich in stilzwijgen te hullen als een bekende plotseling ziek wordt. ‘Ik ben ziek en jij hebt mij…’

Heden ik, morgen gij. Ziek en gezond zijn betrekkelijke begrippen. Wanneer ben je ziek, wanneer gezond? Vindt iemand met stevige hoofdpijn of knagende kiespijn zichzelf ziek? Misschien meldt hij zich die dag wel af bij zijn werkgever, maar hem voordragen voor het ziekengebed in de zondagse kerkdienst levert ongetwijfeld vragen op. Bij hartfalen, disfunctionerende nieren of een zware hersenschudding zal ons oordeel anders zijn. Binnen het spectrum van ziek kun je nader onderscheiden tussen acuut en chronisch, behandelbaar en niet-behandelbaar.

Karakter
Het beeld dat wij van zieken hebben is vaak vertekend. De een hoor je niet of nauwelijks, terwijl een ander bij het minste al om aandacht schreeuwt. Niet iedere zieke ligt bovendien op bed of brengt zijn dagen door in de stoel. Velen doen hun werk ondanks een ernstige, chronische aandoening, dankzij medicijnen en een positieve levensinstelling. Denk slechts aan diabetici. De vraag ‘Hoe sta je in je ziekte?’ levert een diversiteit aan antwoorden op. Geen twee zieken zijn gelijk en ieder beleeft zijn ziekte op een eigen specifi eke manier. Daarbij speelt karakter een belangrijke rol. Heeft iemand (nog) oog voor het vele goede naast en boven zijn ziekte? Of is alle aandacht geconcentreerd op verloren gezondheid en op wat niet (meer) realiseerbaar of bereikbaar is? Geloof, hoop en liefde geven een krachtige impuls aan de wijze waarop iemand met ziekte omgaat. Zo kun je zelfs nog zegen ontdekken in je (grondig) veranderde situatie. ‘Ik ben stilgezet op mijn ‘ratrace’ door het leven. Ik hoef niet meer te jagen of me nog langer te laten opjagen. Ik weet nu dat er meer is tussen hemel en aarde dan altijd meer en nooit genoeg. Ik heb Gods bedoeling met mijn leven ontdekt! Ik heb Jezus ontmoet!’ Het is heerlijk en leerzaam om zo’n zieke zijn verhaal te horen doen en om zijn lofzang op Gods liefde en zorg voor hem te horen.

Geen ontmoeting
Het kan ook anders. Er vindt tijdens het bezoek geen ontmoeting plaats. Er is geen contact, in het ergste geval kortsluiting. Dan wordt bezoek bezoeking. Kortsluitingen tussen gezonden en zieken hebben meestal meer dan één oorzaak. Karakters kunnen botsen, latente gevoelens van antipathie en sympathie een dubieuze rol spelen. Gebrek aan inlevingsvermogen doet een duit in het zakje. En dan zijn er ook nog die onuitroeibare onhandigheden over en weer. Gevoeligheden die onvoldoende onderkend worden. Noem dat laatste inschattingsfouten. Een ziek mens is een kwetsbaar mens. Zeker als ziekte ons langdurig of blijvend beperkingen oplegt. Iemand die een fikse stap terug moet doen of zelfs helemaal buiten het arbeidsproces komt te staan, kan zich gemakkelijk aan de kant gezet voelen. Zijn wereld is een andere dan die van de werkenden (in loondienst). Gevoelens van minderwaarheid liggen op de loer, als ze nog niet hebben toegeslagen. Hij is een afhankelijk mens geworden. En de samenleving pepert hem dat continu in. Hij presteert niet (meer). Hij draagt niet bij aan het bruto nationaal product. Hij levert niets meer op, maar kost de samenleving slechts geld. Dus behoort hij dankbaar en bescheiden te zijn en niet te vergeten blij voor wat een ander voor hem doet.

Over je heenkijken
Wie door dergelijke gedachten ingekapseld wordt, komt al snel uit bij de vraag naar het nut van zijn leven. Ben je ook nog eens aan rolstoel of bed gebonden, dan loop je een reëel gevaar dat de ander meer dan letterlijk over je heenkijkt. Bezoek spreekt al gauw niet meer met, maar over je. Vragen worden aan de naast betrokkenen gesteld. Nog erger is het infantiele gesprek. Er zijn ook ziekten die weerstand op roepen bij de bezoeker. Er kan een proces van ontluistering zijn ingezet, waardoor een zekere afschuw zich van de ‘gezonden’ meester maakt. Het is genade als iemand zichzelf hierin overwint. Door heel de Bijbel heen worden melaatsen op afstand gehouden, maar Jezus stapt op hen af en raakt hen zelfs aan. Hij redt van doel- en zinloosheid, van wanhoop en pessimisme. Wat een zegen als mijn omgeving mij niet sterkt in het gevoelen aan menselijke waarde verloren te hebben, maar mij laat merken dat ik er nog helemaal bij hoor. Ze vergeten mij niet. Ook niet in het verpleeghuis.

Met zichzelf bezig
Aan de andere kant moet een zieke niet te veel met zichzelf bezig zijn. Dat schept afstand met hen die zich aan de andere kant van de grens tussen ziek en gezond bevinden. Verwijten in alle richtingen en onophoudelijke klaagzangen drijven een mens het isolement binnen. Dat geldt ook degenen die ontkennen ziek te zijn. Er wordt aan je deur geklopt, maar je doet niet open. Bezoek kan ook aan de ketting gelegd worden. Wie toegelaten wordt tot de zieke wordt vooraf door de familie geïnstrueerd wat vooral niet gezegd en gevraagd mag worden. Echte ontmoeting voltrekt zich op het niveau van het hart. Dan geen monologen of pijnlijk stilzwijgen, maar dialoog. Er vindt ontmoeting plaats.

In de steek gelaten
Nogal wat zieken voelen zich in de steek gelaten. Het is onheus een gezond persoon op voorhand te beschuldigen van liefdeloosheid en egoïsme. Niet iedereen is emotioneel opgewassen tegen de confrontatie met andermans leed. Wie met nauwelijks of nog niet geheelde wonden in zijn ziel loopt, is bang voor activering van eigen verdriet. Dat moet gerespecteerd worden, zolang het maar geen rookgordijn wordt om achter weg te schuilen. Kwalijker is de verontschuldiging dat je te druk bent om op bezoek te gaan. Laten we in dat geval Jezus’ woorden uit Mattheüs 25:36, waarop de laatste zin uit de intro zinspeelt, ons aantrekken. En dan is er ook nog de schroomvallige persoon, die niet weet wat hij moet zeggen. Hij is overigens niet de slechtste bezoeker. Dit soort is vele malen te verkiezen boven hem die precies weet wat ik nodig heb, maar mij ondertussen met doornen geselt. ‘Er zijn erger dingen. Je bent niet de enige, die…’ Het kan in het belang van de zieke nodig zijn dergelijke troosters op afstand te houden. Dat geldt ook de amateurtherapeuten en sentimentbespelers. Verkwikkend daarentegen kan lotgenotencontact zijn. Er is in ieder geval begrip en herkenning.

Warmte, begrip
Wat heeft een ziek mens nodig? Warmte, geborgenheid, begrip. Soms doen een hand op je schouder of een knijpje in je arm meer dan duizend goedbedoelde woorden. Meeleven met zieken, zwakken en lijdenden is uitgesproken christelijk. Het behoort tot de navolging van Christus. We kunnen en hoeven niet de hele wereld op de schouders te nemen. Maar laten we beginnen in onze onmiddellijke omgeving. Het minste is meeleven met zieken in ons gebed. Een idee om hen dat te laten weten per kaartpost? Vergeet vooral de langdurig zieken (en hun partners) niet.

---
Handvatten
• Een zieke is meer dan zijn ziekte.
• Maak door je houding, gedrag en woorden de zieke (in bed, in de stoel) niet nog kleiner dan hij zich al voelt.
• Probeer de wereld eens te bekijken door de ogen van de zieke.
• Denk bij ziekenbezoek vooral aan de woorden van Psalm 41:2a.
• In opstand komen tegen ziekte is niet hetzelfde als opstand tegen God.
• Waarom laten vriendelijke, aardige mensen zieken in de steek?
• Stel als zieke je verwachtingen richting gezonden niet te hoog.
• Wie tegen een zieke zegt: ‘Wij leven met je mee’, verplicht zich minimaal tot gebed voor hem.
• Ga vooral met je hart op zie kenbezoek, maar laat je verstand niet thuis.

---
Willem-Jan: Ik vul vaak zelf in wat anderen denken

‘Je zelfbeeld is belangrijk’

Willem-Jan Roggeveen uit Barneveld weet hoe het is om als gezond man met zieken om te gaan. Sinds hij een gedeeltelijke dwarslaesie heeft, kent hij ook de andere kant van de lijn tussen ziek en gezond.

Als Roggeveen een zieke ontmoet, is zijn eerste gedachte: wat zou hij of zij mankeren? ‘Je stapt niet op hem op haar af om dat te vragen of om contact te maken. Toch vond ik een zieke of gehandicapte nooit zielig en zo behandelde ik hem ook niet. Naar mijn besef zit geluk niet in wel of geen beperking. Als alles voor de wind gaat, betekent dat toch ook niet dat je per defi nitie gelukkig bent?’ Zelf heeft Roggeveen – echtgenoot, vader van een dochtertje – inmiddels drie operaties aan een tumor in het ruggenmerg achter de rug. Na de laatste operatie is er bestraald en leek het resultaat positief, maar bij de afgelopen MRI-scan in november was te zien dat de tumor groeit. ‘Voordat ik wat ging mankeren had ik al een paar jaar het gevoel dat ik meer moest betekenen voor mensen die steun nodig hebben. Ik was actief met het opzetten van en meewerken aan de zondagsschool, samen met een positief team. Zelf ben ik best een workaholic. Ik heb een hekel aan luie mensen. Mijn werk en werken op zichzelf vind ik belangrijk en vooral ook leuk. Misschien ging ik er ook altijd zo tegenaan omdat anderen soms zeiden: ‘Tjonge, wat werk jij veel.’’

Maatje
‘Op een dag meldde ik me aan bij de vrijwilligerscentrale voor het maatje voor maatje-project. Ik kon aan de slag bij stichting Philadelphia, waar ik het maatje werd van Martin. Hij was van middelbare leeftijd en zat door een hersenbloeding in een rolstoel en kon niet meer praten. Eén keer in de twee weken ging ik een avond naar hem toe. Meestal gingen we naar buiten. Hij was net als ik een buitenmens. Hij uitte bijna geen gevoelens, maar de verpleging vertelde dat hij de ontmoetingen leuk vond. In dat jaar kwam ik na vage klachten zelf in de medische molen, op zoek naar een ontsteking of tumor, dat was nog niet bekend. Toen ik Martin net voor de Kerst vertelde dat ik in januari geopereerd moest worden en hem misschien straks niet meer kon duwen, maar naast hem moest zitten, was hij daar erg van onder de indruk. De dag na tweede kerstdag werd ik gebeld met de mededeling dat Martin was overleden. Dat viel zwaar, want voor mij was het een drive om hem zo snel mogelijk weer te kunnen duwen.’

Uitstraling
‘Ik heb mezelf de vraag gesteld of een gehandicapte anders wordt behandeld dan een gezond persoon. Of denk ik zelf dat dat zo is? Het gebeurt namelijk vaak dat ik zelf invul wat andere mensen van mij zullen denken. Dan heb je kans dat je de slachtofferrol aanneemt en dat straal je ook weer uit. Mensen worden daardoor terughoudend. Het is een feit dat ze je heel anders benaderen als je met een open en opgewekte blik de wereld inkijkt. Alles heeft volgens mij dus te maken met denkbeeld en uitstraling. En je uitstraling heeft weer te maken met je zelfbeeld en zelfvertrouwen. In de periode van ziek zijn is de volle aandacht op jou gericht. Dat deed mij ontzettend goed en er werd veel voor mij en mijn gezin gebeden: door familie, vrienden, collega’s, klanten, gebedsgroepen, maar vooral door ook de kerkelijke gemeente. Als ik dan via internet de preek beluisterde en alle honderden kaarten las, waren er zoveel mensen die met me meeleefden. Op dat moment was onze gemeente druk met allerlei vernieuwingen. Ik heb er niets op tegen dat de kerk met onze tijd meegaat, al moet dat wel op een zorgvuldige wijze gebeuren. Maar toen onze predikant op ziekenbezoek kwam, dacht ik: ‘We hebben het iedere keer over vernieuwingen, maar is het niet veel belangrijker dat we als gemeenteleden goede zorg voor elkaar hebben? Op dat moment voelde ik een grote gemeente achter ons staan en dan zijn vernieuwingen niet meer dan bijzaak. Ik ben dankbaar dat ik een biddende gemeente om me heen mocht weten. Het wordt pas moeilijk als mensen je vergeten, als het ‘gewoon’ wordt dat je niet (helemaal) gezond bent. Dan kom je in het proces dat je je ziek zijn zelf een plekje moet geven.’

Beter maken
‘Waar ik het moeilijk mee heb, is dat ik mijn ziekte bewust of onbewust als een straf van God op mijn levenswijze zie. Niet dat ik mij zoveel slechter vind dan anderen om mij heen – zij zijn voor mij geen graadmeter; ieder dient zichzelf te verantwoorden. Ook houdt de vraag mij bezig: als God het wil, kan hij mij toch beter maken? Met deze vragen ben ik nog steeds bezig. Soms moet ik dingen ook loslaten en bidden om inzicht.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ziek-en-bezoek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's