Boekbespreking
Hans Eschbach (red.)
Voortdurend Verlangen. Geestelijke vernieuwing in de Protestantse Kerk Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer;
278 blz.; € 19,95.
Het Evangelisch Werkverband (EW) bestaat vijftien jaar. Ter gelegenheid van deze bijzondere mijlpaal verscheen een bundel onder redactie van ds. Hans Eschbach. Samen met een dertiental andere predikanten en theologen, die zich met het EW verwant weten, maakt hij de balans op. Is het proces van geestelijke vernieuwing in de achterliggende jaren op gang gekomen in de Protestantse Kerk? Heeft het Evangelisch Manifest, het missiedocument uit 1995 waaruit het EW geboren werd, het gewenste effect gehad? En weet de kerk, ook met het oog op de toekomst, gestalte te geven aan haar roeping God te dienen in bewogenheid tot de wereld om haar heen? De bijdragen hebben een verschillende insteek. Er is een persoonlijk getoonzet artikel van ds. Robbert Jan Perk over ‘Vernieuwing begint bij jezelf’. Maar er is ook een scherpe theologische analyse van dr. Benno van den Toren over de ‘Evangelische theologie als bron van geestelijke vernieuwing’. Diverse artikelen cirkelen rond het thema gemeenteopbouw. Ds. Henk Poot moedigt gemeenten aan om ‘Gavengericht’ te gaan werken, waarbij ieder gemeentelid met zijn of haar gaven meedoet in de gemeente. Hoe de ‘dienst van genezing en bevrijding’ gestalte kan krijgen, doet ds. Rob Kranen uit de doeken. Enthousiast wijdt ds. Eschbach een hoofdstuk aan ‘Geestelijke vernieuwing en de rol van jongeren’. De diversiteit van de bijdragen maakt de bundel afwisselend en interessant om te lezen. Telkens, al komt het in ene artikel sterker naar voren dan in het andere, is de rode draad de vraag naar het proces van geestelijke vernieuwing bij een ieder persoonlijk, de kerk en de samenleving. De balans valt overwegend positief uit. ‘Het is fantastisch om te zien wat er is gebeurd in de afgelopen vijftien jaar (…) er is een vitale vernieuwingsbeweging gegroeid waar duizenden gemeenteleden en ambtsdragers zich mee verbonden weten’ (13). Inspirerend blijven ook de huisbijbelkringen. ‘De Gemeente Groei Groepen hebben zich (…) als een olievlek over Nederland verspreid. Naar schatting 15.000 mensen doen eraan mee’ (203). Bovendien is het bijzonder dat de droom naar proeftuingemeenten, een vorm van gemeentestichting met volop ruimte voor het experiment, werkelijkheid is geworden. ‘Vandaag spreken we over Protestantse Pioniers Plekken (PPP’s)’ (211). Ten slotte klinkt in het laatste hoofdstuk uitdagend de vraag: ‘wie durft in geloof richting te geven aan het leven van de kerk in Nederland? Nieuwe avonturen aan te gaan?’ (255/259). Kortom, er is in vijftien jaar veel gebeurd. Voor de oogst van zegeningen komt God de dank toe. Soms vroeg ik me wel al lezend af: worden succes en zegen niet te gemakkelijk aan elkaar gekoppeld?
Zo nu en dan zijn de auteurs kritisch naar zichzelf en het EW. Indringend vraagt ds. Perk in zijn al eerder genoemde bijdrage zich af: ‘Wat is er op het terrein van onze ziel gebeurd in deze afgelopen tijd? Heeft de kaalvreter het gewonnen van het zachte suizen in de hof?’ Dat geeft te denken. Een enkele keer, het sterkst vond ik dit in de bijdrage van ds. Tjitte Wever over de evangelische liedcultuur, wordt de crisis van de ontkerkelijking genoemd. De secularisatie blijft doorgaan. ‘Ook bij de evangelische beweging is de groei eruit’ (168). Echter, het EW ziet hierin geen aanleiding om haar koers te verleggen. Theologische standpunten worden hoogstens uitgebreid, maar niet herzien. De missie voor de toekomst blijft gelijk. Het vernieuwde Evangelisch Manifest waarmee het boek afsluit, streeft opnieuw onverminderd naar geestelijke vernieuwing (275). Hoezeer ik het verlangen naar een geestelijke impuls herken, hoezeer ik het ook waardeer dat de bundel een eerlijk beeld geeft van de achtergronden, identiteit, praktische uitwerking en toekomstvisie van het EW, toch hadden de auteurs kritischer in de spiegel mogen kijken door bijvoorbeeld de volgende vragen te stellen:
1. Wat betekent het voor het EW dat men in de protestantse traditie wil staan die leeft uit het sola fide, sola gratia en sola scriptura (p. 268)? Nauwelijks is hierop bij de verschillende auteurs bezinning. Terwijl het de sola’s van de Reformatie zijn die ons steeds laten beseffen dat kerkgroei, gemeenteopbouw, leiderschap en geloofsgroei niet maakbaar zijn.
2. Zoekt het EW niet te veel de integratie met de moderne cultuur? Door gelovigen vrij te laten in de keuze voor kinder- of volwassendoop (118) sluit je eerder aan bij de moderne autonomie dan bij de bijbelse lijn. De nadruk op genezing en bevrijding (150) past in onze tijd waarin mensen met de gebrokenheid van de schepping moeilijk raad weten. Betekent gerichtheid van de kerk op Christus niet juist een breuk met de cultuur?
3. Beseft het EW voldoende dat de secularisatie meer is dan een sociologische leegloop van kerken? Te snel spreekt de bundel meer dan eens over de ‘uitdaging’ van de ontkerkelijking die kansen biedt om missionair te zijn. Durft geestelijk leiderschap niet juist de crisis (het oordeel) te benoemen waarvoor wij moeten buigen? En zo bescherming in Christus te zoeken?
Hopelijk helpen deze vragen om samen met de auteurs van deze bundel te zoeken naar de weg die Christus gaat met Zijn kerk in Nederland en een ieder persoonlijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's