De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mijn psalm

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn psalm

Op hoeksteen Christus past geen hoogmoedig mens

4 minuten leestijd

De steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden. Psalm 118:22

Het is voorjaar. De bloemen en planten groei-en en bloeien weer volop. Psalm 118 is ook een tuin. Het is Gods bloementuin. Nu, in het voorjaar, een aantal weken na Pasen, kijken we naar een bloem uit deze geliefde psalm.

Psalm 118 was de lievelingspsalm van Luther. Hij schreef eens: ‘Dit is mijn psalm. Ik heb hem lief, omdat hij zich heel dikwijls voor mij verdienstelijk gemaakt heeft en mij hielp in talloze gevaren, waarbij keizers, koningen, wijzen of heiligen mij niet hadden kunnen redden.’ Ieder heeft wel een psalm waarvan je zegt: ‘Dit is mijn psalm.’ Waarom zou Luther deze 118e zo lief hebben gekregen in zijn leven? Dat is zeker ook, los van het citaat, omdat er zoveel goeds van de HEERE in wordt gezegd. Een christen en christin willen toch niets liever dan dat er goed en groot van Hem wordt gesproken.

Afgekeurd
Psalm 118 is een paaspsalm. De Heere Jezus heeft deze psalm gezongen als het Paaslam. Tijdens de Joodse Paasmaaltijd werd ook deze psalm gezongen. Met deze woorden op de lippen ging de Heere Jezus richting Golgotha. De woorden van dit lied zijn ook in Christus vervuld. In gedachten gaan we de bouwwereld in. Een metselaar is aan het werk. Hij staat op het steiger. Zorgvuldig bekijkt hij de stenen één voor één en legt ze neer in het cement. Soms vindt hij er één onbruikbaar en gooit hij deze weg. De steen wordt afgekeurd voor gebruik. Zo is Jezus door de geestelijk leiders afgekeurd, verworpen. Jezus van Nazareth zagen ze niet zitten. Hij paste niet in hun godsdienst, in hun religieus concept. Een Messias wilden ze wel, maar dan wel één naar eigen smaak en snit. Zo’n Messias hadden ze met de fanfare en met vlag en wimpel verwelkomt. Maar wat heb je aan een Messias wiens rijk niet van deze wereld is? Wat heb je aan een Messias die eet met hoeren en tollenaren? Wat heb je aan een Messias die zegt: Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering? Dan blijft er toch niets anders over dan Hem af te keuren? En dat hebben ze gedaan. Jezus is door de bouwlieden verworpen. Opgeruimd staat netjes.

Hoeksteen
Maar de Heere God houdt zelf de regie in handen. De Heiland is en was sterker dan de dood. Hij is tot een hoeksteen geworden. Hij is geworden de fundamentsteen van Zijn duur gekochte gemeente. Op Hem wordt Zijn gemeente gebouwd. Tot een geestelijk huis en tot een koninklijk priesterdom. Spurgeon zei ooit: ‘God heeft me door Zijn genade uit de rauwe stenen van de wereld uitgehakt en op de Levende Paasvorst gelegd.’ Daar komt het voor ons allemaal ook op aan. Door de bloedstorting aan het kruis op Golgotha en door de kracht van Zijn Opstanding is Hij de Hoeksteen, de Vaste Rots van mijn behoud. Op Zijn reddingswerk steunt en leunt Gods Kerk van alle tijden en plaatsen. Op de Vorst van Pasen legt God mensen die de eeuwige dood en de godverlatenheid hebben verdiend. Dat is toch enkel genade, niet?

Klein en stil
Daar word je telkens weer klein en stil van. Dat wonder wordt alleen maar groter en meer als je die genade hebt mogen leren kennen in je leven. Op Christus als de Hoeksteen past geen hoogmoedig mens, dus ook geen kerkelijk meelevend hoogmoedig mens. Maar mensen die door de Heilige Geest zichzelf hebben leren kennen als een verloren zoon en dochter. Die daarom ook de zaligheid zoeken buiten zichzelf. In Christus’ kruis en opstanding.

Op het schavot
In 1762 werd een jonge hugenotenpredikant van 26 jaar oud gevangen genomen. Hij werd veroordeeld. Aan de galg, was het oordeel. En op het schavot in Toulouse zong hij met de dood, ja met het eeuwige leven voor ogen, Psalm 118. Dit is de dag, de roem der dagen, Die Israëls God geheiligd heeft. Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen die ons blijdschap geeft. Zo was Psalm 118 evenals bij Luther, zijn psalm geworden. Wie door het cement van het geloof, gewerkt door de Heilige Geest, aan Hem verbonden is, zingt het uit volle borst mee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Mijn psalm

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's