De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en Hollywood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en Hollywood

8 minuten leestijd

In de lezenswaardige kroniek van Kerk en Theologie staat prof. dr. C. van der Kooi (VU) stil bij zijn verblijf in de buurt van Hollywood.

In de maand februari en maart had ik het voorrecht enkele weken te verblijven aan het Fuller Seminary in Pasadena in Californië. Pasadena is als stad onderdeel van het grotere conglomeraat Los Angeles, de plaats waar de grote studio’s van Hollywood te vinden zijn en talloze ‘celebrities’ hun huizen en paleizen hebben ingericht. Op zondagavond 27 februari vindt in het enorme Kodak Theatre de uitreiking plaats van de Academy Awards, bij ons beter bekend naar de uitgereikte beeldjes als de Oscars. Terwijl dit in Nederland iets is waarvan men hoogstens een fl ard meeneemt in de krant van de daarop volgende dinsdag, blijkt de geografi sche nabijheid van de film- en showwereld ineens van grote betekenis te zijn.

De kerk die ik die morgen bezocht, de Lake Avenue Church in Pasadena, bleek voor een behoorlijk deel bevolkt te worden door mensen die hun brood verdienen in de fi lm- en showwereld. In de dienst op de die morgen werden alle mensen die werkzaam waren in de entertainmentindustrie verzocht op te staan en vervolgens werd luid en duidelijk voor ze gebeden. Hollywood, met zijn films, toeleveringsbedrijven, scriptschrijvers, toneelbouwers, reclamebedrijven etc. is de werkgever van vele mensen die daar hun leven en creativiteit vorm geven. Ik vond het commentaar waarmee het gebed werd ingeleid buitengewoon verfrissend. ”They don’t need our judgment, but our blessings and prayers.” [‘Zij hebben niet ons oordeel maar onze zegeningen en gebeden nodig’, GvM] Eerst werd er gedankt voor al het plezier dat mensen opdoen aan fi lms en shows, daarna werd er gebeden, voor onderscheidingsvermogen, voor menselijke benadering. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er in een Nederlandse kerk voor John de Mol werd gebeden, voor Linda, voor Tjitske Reidinga of Carice van Houten, Johan van Doesburg of welke regisseur of acteur dan ook. Waar ligt dat aan?

Vermoedelijk bezoekt een aanzienlijk deel van het kerkvolk en van de predikanten nauwelijks fi lm of toneel. De kloof naar deze vormen van cultuur is nog steeds groot. Van oudsher behoorde de wereld van het toneel en de fi lm tot de ‘wereld’, waar je niet gevonden wilde worden. En daar valt vaak in te komen. Het is dezelfde afstand die ik voel tot het betaalde voetbal. De ervaring die ik als argeloze bezoeker jaren geleden opdeed bij een grote wedstrijd staat me nog goed bij; eenmaal op de tribune bleek ik me te bevinden in regelmatig opkomende golven van verwensingen en vloekingen jegens scheidsrechters, spelers en tegenpartij. Sindsdien ben ik er niet meer geweest. Van een dergelijke kloof, maar dan anders, zal wellicht ook sprake zijn tussen de wereld van de toneelkunst, opera en fi lm enerzijds en de wereld van geloof en kerk. In de praktijk zijn het vaak gescheiden werelden.

Met opzet noemde ik niet de musicals. De musicals in Nederland, onder de machtige hand van Joop van den Ende, bereiken wel een breed publiek. De muziek ligt gemakkelijk in het gehoor, het verhaal is herkenbaar, het drama nooit te groot, grove woorden vallen er nauwelijks, en de uitvoering heeft onmiskenbaar kwaliteit. De bezoeker komt oren en ogen te kort.

Van der Kooi signaleert een kloof tussen kerk en (populaire) cultuur. Maar de vraag is of die kloof – vooral ten aanzien van de film – niet in hoog tempo aan het verdwijnen is. Dat The King’s Speech de grote winnaar was van de Oscars, is in Nederland wel degelijk groot nieuws. En door de opmars van de dvd is het niet meer noodzakelijk om de gang naar de bioscoop te maken.

Hoe gaan we om met de populaire en ‘hogere’ vormen van cultuur? Kerk en theologie hebben vaak een kritische, gedistantieerde houding aangenomen of een afwijzende houding. De gronden daartoe zijn vele en vele van de gronden zijn begrijpelijk. Tegelijkertijd zou het zaak kunnen zijn hier met frisse ogen naar te kijken. De wereld van het amusement, de wereld van fi lm en toneel brengt het menselijk bestaan op zijn eigen wijze ter sprake in lied, woord en beeld. Als het goed is, doen we dat in de kerk ook. Het evangelie als het drama van God en mens doet dat ook. Het ‘Woord van het kruis’ is de vertelling van het drama waar we in verwikkeld zijn. De wereld van het amusement vertelt op haar manier het verhaal van gewone mensen, van dromen, van mislukking en drama, van zonde en momenten van licht. De theologie kan er in elk geval van profi teren wanneer ze deze wereld niet links (of rechts) laat liggen en bovenal zich iets aantrekt van de eis van kwaliteit die in deze wereld van het amusement gesteld wordt.

De wezenlijke vragen die Van der Kooi stelt, zijn enkele jaren geleden op een andere manier aan de orde gesteld door prof.dr. Barend Kamphuis, hoogleraar dogmatiek in Kampen (Broederweg), in het Nederlands Dagblad. Hij schreef samen met zijn zoon Lammert over dogmatiek en film. Omdat er zinnige dingen in staan, citeer ik bij uitzondering uit dit oudere artikel.

Al heel lang houden theologen zich bezig met vragen die door literatuur worden opgeroepen. Dante, Dostojevski, Eliot – en zoveel andere grote schrijvers hebben theologische reacties opgeroepen. Of, om in ons eigen land te blijven: Simon Vestdijk, Maarten ’t Hart, Jan Siebelink, we kunnen er niet omheen om er ook als theologen op te reageren. Ook gereformeerde theologen hebben dat gedaan en doen dat nog steeds. Literatuur roept een beeld op van de werkelijkheid, dat om theologische refl ectie vraagt. (…)

Maar zo intensief als literatuur is verwerkt, zo mager is het resultaat als het om films gaat. Zeker gereformeerde theologie heeft daar tot nu toe meestal met een grote bocht omheen gelopen. Ongetwijfeld heeft dat te maken met morele bezwaren die films oproepen. Vanouds heeft de gereformeerde traditie uiterst gereserveerd gestaan tegenover toneel en ballet. Enerzijds werd de onwaarachtigheid veroordeeld, die met toneel gepaard zou gaan: mensen doen zich anders voor dan ze werkelijk zijn. Anderzijds werd ernstig gewaarschuwd voor de onkuisheid die gepaard kan gaan met het tonen van het menselijk lichaam in deze kunstvormen. Dezelfde kritiek geldt films – en misschien nog wel sterker, vanwege het indringende karakter van dit medium.

Het is de vraag of deze bezwaren moeten betekenen dat wij de film buiten onze aandachtswereld blijven houden. Onwaarachtig is het pas als de suggestie wordt gewekt dat het om realiteit gaat, terwijl het alleen maar fictie is. Maar dat geldt voor literatuur niet minder dan voor films. Inderdaad kunnen films leiden tot onkuisheid – en dan moeten wij ons er ver van houden. Er is een tijd geweest dat bioscopen vooral hun geld verdienden met erotiek. Logisch dat gereformeerden zich daar toen niet wilden laten zien. Toch laten veel hedendaagse films juist ook zien hoe leeg en onbevredigend het is om alleen maar seksuele pleziertjes na te jagen. Een film is nog niet onkuis als seksualiteit of erotiek er een plek in heeft – evenmin als een roman.

Maar theologie heeft toch met het Woord te maken – terwijl het bij films om beelden gaat? De reformatorische afkeer van beeldenverering speelt ook een rol. Toch hebben velen van ons thuis een Rembrandtbijbel: Woord en beeld strijden kennelijk niet altijd. Vergeet niet dat de Bijbel zelf ook buitengewoon rijk aan beelden is. Als Johannes over Jezus Christus als het Woord spreekt, noemt hij Hem in één adem ook het Licht ( Joh.1:4,5). Licht is het centrale element van films. Roy Anker, hoogleraar Engels aan Calvin College, heeft zijn boek over God in de fi lms de prachtige titel meegegeven: Catching Light. In een film wordt het licht gevangen. Misschien wordt er ook iets opgevangen van het ware Licht dat in de wereld schijnt.

Steeds meer orthodoxe christenen kijken naar films. Hoe je dat moet waarderen gaat het bestek van deze rubriek te buiten. Het lijkt me van belang om in gezin en gemeente het gesprek over dit medium te voeren. In zo’n gesprek kunnen de morele bezwaren tegen films – zoals hierboven door beide scribenten verwoord – aan de orde komen, maar ook aspecten van schoonheid en waarheid. Dr. Kamphuis vraagt, mijns inziens terecht, aandacht voor de theologische verwerking en beoordeling van films en de beeldcultuur waarin wij leven. Net zoals er goede christelijke literatuurkritiek bestaat, is er behoefte aan christelijke fi lmkritiek. Het ND probeert daaraan gestalte te geven in de wekelijkse cultuurbijlage Gulliver. Samen met andere partners heeft het de website www.blikoponeindig.nl ontwikkeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerk en Hollywood

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's