ds. M.A. Jansens (1922-2011)
In memoriam
Op zaterdagmiddag 21 mei maakten wij met mevrouw R.C. Jansens-Poot de gang naar de Algemene Begraafplaats te Tholen, om daar haar innig geliefde man te begraven.
Marinus Abraham Jansens werd op 19 juli 1922 te Scherpenisse geboren. Toen hij een halfjaar oud was, kreeg hij polio. Een spitsvoetje was het gevolg. In een interview in het Reformatorisch Dagblad ter gelegenheid van zijn veertigjarig predikantschap zei hij daarover: ‘Ik ben een hinkelend jongetje geworden. Ik kwam overal achteraan. Ik heb me waar moeten maken met mijn behendigheid.’ Na een ingrijpende operatie op 21-jarige leeftijd leert hij lopen, al blijft hij gehandicapt. Gezien zijn handicap ligt een beroep waarbij hij kan zitten voor de hand. Jansens wordt kleermaker.
Belijdenistekst
Op een bepaald moment groeit het verlangen om predikant te worden. Zelf zei hij daarover: ‘Eigenlijk was dat altijd al onbewust aanwezig. Ik ging niet graag uit met andere jongens. Eén keer ben ik naar een café gegaan. Ik dronk een flesje bier en voelde me ellendig.’ De grote vraag was of hij kon studeren. Om dat te testen, bestelde hij een talencursus. Intussen was hij gekozen tot ouderling van de hervormde gemeente te Poortvliet. Hij heeft zo zijn bedenkingen. Hij voelt zich veel te jong. Met in zijn achterhoofd zijn belijdenistekst kan hij geen ‘nee’ zeggen. Zijn belijdenistekst blijft levenslang van grote betekenis: ‘Want ik heb mijn mond opengedaan tot de Heere, en ik zal niet kunnen teruggaan.’ Zijn geestelijke vader, ds. W. Vroegindeweij, bevestigt hem in het ambt.
Drie gemeenten
Op 31-jarige leeftijd stroomt hij in, in de derde klas van het roomskatholieke gymnasium in Bergen op Zoom. Vier jaar later gaat Marinus Jansens in Utrecht studeren. Na het doen van zijn colloquium krijgt hij vijf beroepen. Het beroep naar Stellendam moet hij aannemen. Ingrijpende gebeurtenissen uit zijn eerste gemeente weet hij zich jaren later nog precies te herinneren. Mastenbroek, zijn tweede gemeente, was naar zijn gevoel de plaats waar hij het beste paste. Met vreugde heeft hij daar het Evangelie mogen verkondigen. Het enige wat hem en zijn vrouw pijn deed, was dat zij samen in die heel grote pastorie woonden. De kinderzegen werd hen onthouden. In 1976 neemt de predikant een beroep uit Wilnis aan. Omdat zijn gezondheid terugloopt, moet hij na een jaar vervroegd emeritaat aanvragen. Daarna werkt hij nog enige tijd in een bejaardentehuis in Amersfoort, maar ook dat wordt te zwaar. In 1981 volgt de verhuizing naar Tholen. Vanaf 1987 preekt hij niet meer.
Verdeeldheid
Het zich uitgeschakeld weten, kon hem wel eens zwaar vallen. De Heere moet me daar dan weer over heen laten kijken, zei hij. De Heere heeft me willen gebruiken in Zijn dienst, dat moet voldoende voor me zijn. Als dat weer tot hem doordrong, kon hij zich er oneindig over verwonderen. Hij maakte zich zorgen over de kerkelijke verdeeldheid. Het deed hem pijn dat het Woord door allerlei menselijk gekrakeel in het gedrang kwam. De kerkscheuring die na de kerkfusie plaatsvond, was voor hem onbegrijpelijk. Hoe konden mensen de kerk waarin zij gedoopt waren en belijdenis deden, verlaten? Dat hij vanwege zijn mening vrienden verloor, deed hem pijn. Als mensen hem ondanks opgetrokken kerkmuren opzochten, verheugde hem dat des te meer. Zijn laatste levensjaren waren zwaar. Zijn wereld werd kleiner. Dankbaar was hij voor de liefdevolle zorgen van zijn vrouw. Op zijn beurt maakt hij zich echter weer zorgen om haar. Zou zij het allemaal aan kunnen? Zijn zorg kwam ook daarin naar voren dat hij zo veel mogelijk regelde voor zijn begrafenis – anders kwam dat allemaal op Rachel af, die het dan toch al zwaar genoeg zou hebben. Tegelijk zorgde hij op voorhand voor een troostwoord, de tekst boven de rouwkaart: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.’ (Joh. 11: 25 en 26)
Testament
In de rouwdienst hebben we dit geestelijke testament van Marinus Jansens geopend. We hebben geluisterd naar deze heerlijke woorden van Christus. Daarin licht de genade die de Heiland zou verwerven, bij voorbaat al op. Het ging ds. Jansens ter harte als mensen aan Christus en Zijn kruis voorbijgingen. Hij wist wat dat betekende. Buiten Jezus Christus om is er geen leven. Daarom klonk ook in de rouwdienst het appèl niet aan Christus en Zijn kruis voorbij te gaan. Zo staren wij Marinus Jansen na in de wetenschap dat hij in Christus is ontslapen, in blijde verwachting van het uur van de opstanding van de doden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's