De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Wat je doet, is niet goed’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Wat je doet, is niet goed’

Bezinning op taak en positie predikant nodig

7 minuten leestijd

‘Laat hen die last samen met je dragen’, zei Jethro over de mannen die zijn schoonzoon Mozes terzijde moesten gaan staan. Hoe is het met de predikant anno 2011, met zijn arbeidsinvulling en de samenwerking met de kerkenraad?

Mooi is het als iemand met je meekijkt, je taken overziet en vervolgens met een goede raad komt. Immers, in situaties waar veel op een mens afkomt, is het weldadig als er iemand het aandurft te zeggen: ‘Wat je doet, is niet goed. Je zult er zeker aan bezwijken, zowel jij als dit volk dat bij je is, want dit is te zwaar voor je. Je kunt dit niet alleen doen.’ Dat is wat Jethro zegt als hij de taak van zijn schoonzoon Mozes overziet en tot de conclusie komt dat er wat moet veranderen (Ex.18:17,18). Van de vroege morgen tot de late avond komen Israëlieten, het volk van God, tot Mozes om raad. Ik zeg ‘aandurft’, omdat het niet vanzelfsprekend is dat een dergelijke opmerking tegen bijvoorbeeld een predikant gemaakt wordt. Vanuit het verleden sluimert nog steeds de gedachte dat zeker de dominee 24 uur per dag en zeven dagen in de week beschikbaar is, inzetbaar moet zijn en bij alle vragen ook het juiste antwoord zal geven. Dat niemand een dergelijke taakinvulling uithoudt, zal iedereen buiten de kerk erkennen, maar is dat binnen de kerk ook zo?

Alarmerend
Wie realistisch is en goed met zijn of haar dominee omgaat, weet dat dit toen niet en nu niet van de voorganger gevraagd kan en mag worden. Die weet ook dat de positie van de predikant dramatisch veranderd is ten opzichte van het (recente) verleden. Al in het rapport voor de generale synode ‘...Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon’ uit 2005, stellen de opstellers vast: ‘De positie van de predikant in de kerk en in de cultuur, zijn concrete beroepsuitoefening en het maatschappelijke aanzien van het beroep, zijn ingrijpend veranderd onder invloed van de culturele en maatschappelijke, en de kerkelijke veranderingen sinds de jaren ’50 en ’60 van de twintigste eeuw.’ Vanuit deze conclusie komen ze tot de alarmerende constatering: ‘Er is reden tot zorg over de toegenomen (werk)druk op predikanten, met als gevolg collega’s met een forse burn-out, een toegenomen aantal gevallen van (on)geschiktheidproblematiek en/of verstoorde arbeidsverhoudingen.’

Losgemaakt
Zonder het te willen overdrijven onderstrepen getallen de realiteit van bovenstaande constatering. Tussen 2005 en 2010 zijn 33 predikanten van hun gemeente losgemaakt vanwege spanningen in de arbeidsverhouding. Bij deze losmakingen wordt niet op de schuldvraag gekoerst, maar is de beslissing enkel en alleen genomen als gevolg van verstoring van vruchtbare samenwerking; het generaal college voor het opzicht is daarbij niet ingeschakeld. Er zijn geen getallen bekend van predikanten die vervroegd emeritaat hebben aangegrepen om afstand te nemen van de spanningen die dreigden of waarin ze verzeild waren geraakt.

Bezinning
Dit maakt duidelijk dat bezinning op de positie, maar veeleer nog op de taak van de predikant noodzakelijk is. Meer dan ooit moet anno 2011 de nadruk liggen op de predikant als dienaar van het Woord. Alle andere arbeid zal daaraan ondergeschikt zijn. Dat wil niet zeggen dat de dominee niet betrokken is bij het overige gemeentewerk of daarin als een Einzelgänger optreedt. Uiteraard worden pastorale zaken van bijzondere aard (crisispastoraat) aan hem toevertrouwd, maar in het bijzonder brengt de verkondiging van het Evangelie mensen tot geloof en bouwt het de gemeente. Juist daarom zal er rond de verkondiging van de Blijde Boodschap veel overleg en afstemming zijn, in de eerste plaats met de kerkenraad. De gemeente anno 2011 heeft grote behoefte om door de prediking toegerust te worden voor het (christen) leven van alledag. Daarnaast ligt er in veel gemeenten een vraag naar doordenking van de liturgie. Vragen rond de eredienst zijn veelal van dien aard dat ze niet terzijde geschoven mogen worden, maar aandacht en duidelijkheid behoeven, opdat de gemeente niet in een spanningsveld verzeild raakt. Dit vraagt van sommige predikers en overige ambtsdragers een omslag van denken. Juist in een dergelijke situatie geldt: ‘Laat hen die last samen met je dragen.’

Geloofsdaadkracht
Zowel de positie van de predikant als de aard van het gemeenteleven is in beweging. Meer nog dan in het recente verleden wordt in onze tijd geloofsdaadkracht gevraagd. Daar signaleren we misschien ook wel een probleem. Het criterium bij het roepen van (nieuwe) ambtsdragers is nog immer ‘mannen vol geloof en van de Heilige Geest’ (Hand.6:3,5). Nieuw geroepen ambtsdragers moeten vaak nog groeien in theologische en geloofskennis. Bemoedigend is de belofte die de Heere Mozes geeft als Hij zegt: ‘Van de Geest die op u is, zal Ik een deel afzonderen en op hen leggen. Zij zullen samen met u de last van dit volk dragen’ (Num.11:17). De invulling van deze woorden vinden we voluit in onze gereformeerde kerkstructuur terug. Het eigene van de synodale kerk is dat de kerk wordt geregeerd door de ambten in vergadering en niet door een enkeling of sommigen (KO art.V en VI.1). Door een leven uit het geloof en gedegen kennis van de Schriften zullen misverstanden minder gemakkelijk kunnen gedijen en kunnen meer en meer de tekenen der tijden worden verstaan. Het is de krachtige en wellicht enige tegenhanger tegen onze individualistische tijd en tegen een samenleving die steeds meer ingewikkeld en intolerant wordt, die het ‘ik denk’, ‘ik vind’, ‘ik meen’ en ‘ik wil’ hoog in het vaandel heeft staan. Zo hoog, dat het in sommige gevallen ook oorzaak is geworden van sterke verdeeldheid zo niet scheuring van de gemeente.

Goede afspraken
De Protestantse Kerk heeft inmiddels acht predikanten in algemene dienst voor werkzaamheden als interim-predikant. Naast andere werkzaamheden is een van hun taken het analyseren van spanningsvelden en creëren van bespreekbaarheid, om zo tot oplossingen te komen. De interimpredikanten helpen bij een juiste verdeling van de lasten. Het klinkt allemaal heel vanzelfsprekend, maar om spanningen te voorkomen blijkt het uitermate belangrijk om goede afspraken te maken. Nummer twee om misverstanden te voorkomen is een open en goede communicatie. Een beleidsplan is onontbeerlijk, maar laat het niet functioneren als een harnas. Heb de moed om beleid te herzien als dit nodig is.

Niet alles negatief
We leven in een rusteloze tijd. Die turbulentie gaat aan de gemeenten niet voorbij. Toch moeten we oppassen niet alles negatief te duiden. We hebben te maken met de tijdgeest, dat zeker, maar zou ook de Heilige Geest niet de gemeenten in beweging willen brengen? Laat de negatieve effecten van onze tijd ons niet door spanningen uiteendrijven, maar laat een heilige rusteloosheid ons uitdrijven naar de troon van Gods genade. Laat bij alle verschil van inzicht ons gebed zijn te onderscheiden wat al dan niet van Gods Geest is. Anders doen we de Heere tekort en kunnen we de gemeente niet naar Zijn wil dienend leiden. Het zou mij niet verbazen dat we nu in een overgangstijd leven waarin we geleid worden naar nieuwe vormen van gemeente zijn. Jethro zei tegen Mozes: ‘Laat hen die last samen met je dragen.’ Een variant daarop is: ‘Laat ons die lust samen met je dragen.’ Laat het zo zijn in de gemeente.

---
Handreikingen
Goede afspraken

Een predikant is geen werknemer, maar goede afspraken rond arbeidsinvulling en samenwerking met de kerkenraad zijn onontbeerlijk.

Predikant
• schrijf jaarlijks een werkverslag (is over niet al te lange tijd een kerkordelijke verplichting)
• arrangeer minimaal één keer per jaar – in klein comité – een evaluatiegesprek rond het werkverslag en de voortgang van het gemeentewerk
• meld in elke kerkenraadsvergadering bijzondere voorvallen die het werk in de gemeente hebben beïnvloed
• neem een vast agendapunt ‘Prediking en liturgie’ op in de kerkenraadsvergaderingen
• laat geen onduidelijkheid bestaan omtrent declaraties Ik denk ook aan het bevorderen van inzicht in maatschappelijke structuren
• wees goed op de hoogte van de leefwereld van jongeren, ouderen en vooral van die van jonge gezinnen
• besteed tijd aan de ontwikkelingen in de samenleving
• besteed tijd aan de ontwikkelingen in kerk, gemeenten en gezinnen "

Kerkenraad
• besteed bijzondere zorg aan de opening als moment van bezinning en toerusting van de (kerkenraads) vergaderingen
• voer geloofsgesprekken en sta stil bij de vraag of het werk van de Heilige Geest niet belemmerd wordt
• wees goed op de hoogte van de invloed van (opkomende) stromingen in de gemeente van welke aard dan ook
• luister goed naar signalen uit de gemeente en bespreek die in kerkenraads- of aparte vergaderingen
• beperk e-mail, waarbij ambtsgeheim ook inhoudt dat (vertrouwelijke) kerkenraadsmail niet toegankelijk is voor gezinsleden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Wat je doet, is niet goed’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's