Kom op voor christen in nood
Een keer per jaar organiseert Open Doors, de stichting die zich inzet voor vervolgde christenen, een zogenaamde Nacht van Gebed. Tijdens de Nacht van Gebed wordt gebeden voor zusters en broeders die lijden onder de druk van de overheid, familie of sociale omgeving. Dit jaar wordt deze Nacht gehouden van 17 op 18 juni. Maar niet alleen christenen maken zich sterk voor hun geloofsgenoten. In de Volkskrant van 4 juni stond een opiniestuk van voormalig Europees commissaris Frits Bolkestein en de in Parijs studerende politicologe Hala Naoum Nehme. Boven hun bijdrage staat in grote letters: ‘Nederland, kom op voor vervolgde christenen.’ De tekst volgt hier integraal.
‘Ik beschuldig de regering, haar functionarissen en de miljoenen gematigde moslims onder ons van het spelen met de aanwezige antichristelijke sentimenten. Ik beschuldig hen die furieus waren dat er geen islamitische centrum naast Ground Zero zou komen, maar hebben geapplaudisseerd toen de Egyptische regering het bouwen van een kerk heeft tegengehouden.’ Met zijn J’accuse (‘ik beschuldig’, GvM) uitte Hani Shukrallah, hoofdredacteur van een prominente Egyptische krant, zijn ongenoegen over de dubbele moraal jegens christenen. Een moraal die kerkelijke brandstichtingen, discriminatie, doden en ontvoeringen legitimeert zonder waarneembaar verzet vanuit de samenleving.
Westerlingen weten weinig van de christenen in het Midden-Oosten. Hun bestaan gaat terug tot de tijd kort na Christus. Vanuit Syrië heeft het christendom zich verspreid. De Syrische katholieken zijn de rechtstreekse afstammelingen van de allereerste kerken, die door de apostelen zijn gesticht. Na de islamitische veroveringen in de 7de eeuw werden niet-moslims voor twee mogelijkheden gesteld: Jizya (overlevingsbelasting) afdragen of zich bekeren tot de islam (wat veel arme christenen ook deden). Rond 1500, toen het Turkse rijk grote delen van het Midden-Oosten bezette, kregen christenen de offi ciële status van dhimmis (tweederangs burgers). Zij konden alleen bescherming genieten wanneer hun Jizya werd geïncasseerd. In de praktijk bleek die belasting onvoldoende om hen van georganiseerde slachtingen zoals in Aleppo (1850), Mosul (1854) en Egypte (1882) te beschermen.
Veelzeggend is de observatie van de troepen van Napoleon in 1798 dat in Egypte de christenen (ook wel kopten genoemd) derdeklasse burgers waren. Zo zagen ze dat koptische vrouwen één blauwe en één rode schoen droegen. Dit om ze als christenen te kunnen herkennen. Vrijwel altijd werden christenen gezien als handlangers van de westerse kruisvaarders en werd hun loyaliteit in twijfel getrokken, wat aanleiding gaf voor de Turkse overheersers om in 1915 op een miljoen Armeense christenen genocide te plegen. Begin jaren 1970 was er een nieuw dieptepunt. Ayatollah Khomeini, door de meeste westerse intellectuelen destijds als liberaal neergezet, sprak een fatwa uit tegen de Iraanse christenen. Volgens hem ‘werkten zij samen met Amerikaanse imperialisten om de islamitische waarheden te verstoren, moslims te misleiden en islamitische kinderen te bekeren.’ De islamitische revolutie in 1979 had ernstige gevolgen voor de in het Midden- Oosten wonende christenen. In Iran daalde het aantal christenen sindsdien met tweederde. In Egypte, waar de grootste christelijke minderheid woont, beval president Sadat in 1981 de verbanning van de koptische paus Shenouda naar de woestijn en de opsluiting van 32 bisschoppen.
Sadat moest niets hebben van niet-moslims, wat hij ook duidelijk liet blijken. Zo benadrukte hij in een beroemde toespraak dat zijn eerste naam Mohammed was en dat hij een ‘islamitische president is van een islamitisch land’. Daarbij hoorde volgens hem wijziging van artikel 2 van de Egyptische constitutie in: ‘De islam is de staatsreligie en de sharia-beginselen zijn de bron van de wetgeving.’ Volgens mensenrechtenorganisaties stimuleert dit artikel nog steeds de onverdraagzaamheid jegens niet-moslims. Thans is de situatie van de christenen zorgwekkend. Wereldwijd zijn driekwart van alle slachtoffers van religieuze intolerantie christenen. In Saoedi-Arabië mogen zij geen kerken bouwen, en vanwege hun onreinheid niet wonen in Mekka en Medina, de twee heilige islamitische steden. In Jemen luidde Freedom House onlangs de noodklok over deportaties van christenen, na druk van de Jemenitische bevolking die ‘geen christenen wenst’. In Turkije, waar 68 procent van de bevolking negatieve ideeën over christenen heeft, is christofobie een dagelijks verschijnsel. Zo worden antichristelijke fi lms op de staatstelevisie uitgezonden en zijn sommige bisschoppen ritueel afgeslacht omdat ze satans zouden zijn. In Algerije en Iran worden christenen hard geraakt door de blasfemiewetten waarbij ‘neerbuigende’ of ‘kleinerende’ taal over de profeet, zijn vrouwen, zijn familie en zijn medewerkers wordt bestraft met levenslang of de doodstraf.
In Irak zijn christenen volgens de UNHCR (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, GvM) het directe doelwit van discriminatie, marginalisatie, gedwongen deportaties en ernstig geweld tegen hun kerken, kinderen en religieuze leiders. ‘Talibanisering’ van de Palestijnse gebieden leidt ertoe dat eigenaren van christelijke boekwinkels worden vermoord en christelijke hoogleraren ontvoerd en bekeerd tot de islam. In Egypte is presidentiële toestemming verplicht voor het bouwen of herstellen van een kerk, terwijl moskeeën deze toestemming niet nodig hebben. Tot slot, in al deze landen is bekeren tot het christendom bij wet verboden, maar wordt bekeren tot de islam aangemoedigd. Ten gevolge hiervan krimpen de aantallen christenen in het Midden-Oosten in ongekend tempo. Dit werd al in 1990 opgemerkt door The Economist die van een ‘exodus’ van Arabische christenen sprak. In 2007 deed Der Spiegel hetzelfde. Vorig jaar waarschuwde Foreign Policy voor de ‘dood’ van het christendom in het Midden-Oosten. Dit onder meer naar aanleiding van de ‘Persecution Index’ die de landen in kaart brengt die zich agressief gedragen tegen christenen. In de top-10 staan acht islamitische landen waarvan vier in het Midden- Oosten. In Nederland heerst een opvallende politieke en publieke stilte over dit onderwerp. Even opvallend is de wijze waarop de NOS over deze kwestie spreekt. Zo ‘klagen’ Egyptische christenen over discriminatie door de overheid en radicale moslims, ‘stellen’ zij dat zij jarenlang worden achtergesteld, worden zij ‘naar eigen zeggen’ gediscrimineerd en ‘voelen zij zich’ achtergesteld. Waarom probeert de NOS met deze terminologie een subjectief karakter te geven aan een ernstige feitelijke situatie zoals aangekaart door gezaghebbende kranten en mensenrechteninstituten? De eerste verwinteringstekenen van de ‘Arabische lente’ worden zichtbaar, zoals onlangs in Egypte met het in brand steken van kerken.
In het post-2011 Midden-Oosten zullen zij het zwaar hebben, zowel in demografisch als in religieus opzicht. Tirannie van de meerderheid is niet ondenkbaar. Tevens maken christelijke kernwaarden als verdraagzaamheid en naastenliefde christenen extra kwetsbaar. De christenen hebben de afgelopen 2000 jaar in het Midden-Oosten gewoond en er de moderniteit geïntroduceerd. Zij hebben dus het recht daar te blijven. Nederland gelooft in mensen- en minderhedenrechten en kwam altijd op voor mensen die geen stem hebben. Laat de Nederlandse regering dan ook opkomen voor de legitieme rechten van de christenen in het Midden-Oosten.
Eind vorig jaar schreef de bekende godsdienstwetenschapper en historicus Philip Jenkins ook al dat de christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten onder druk staan. Hij besloot zijn ‘kerstoverdenking’ aldus: ‘Zo zullen wij het wellicht nog meemaken dat er een eind komt aan een religieuze geschiedenis die bij de apostelen is begonnen. Weldra zullen in de landen die wij associëren met het kerstverhaal geen christelijke gelovigen meer wonen.’
Het doet weldadig aan dat Bolkestein en Hala Naoum Nehme zich inzetten voor de positie van christenen die worden vervolgd. Dat geeft zo’n opiniestuk voor de kerkelijke lezer de lading van ‘nu hoor je het ook eens van een ander’. Tegelijk houdt het ook een spiegel voor. Niet alleen met betrekking tot de daadwerkelijke inzet voor christenen die verdrukt worden maar ook voor andere groepen mensen die omwille van hun overtuiging, ras of geaardheid worden vervolgd en waarvoor organisaties als Amnesty en Human Rights Watch zich sterk maken. Zijn (wij) christenen bereid zich ook voor hen in te zetten?
Ik besluit met enkele gebedspunten voor christenen in Egypte die ik aantrof op de website van Open Doors. Bid samen met Egyptische christenen voor:
• de kerken die voor christenen meer werkgelegenheid proberen te creëren. Veel gelovigen hebben moeite met het vinden van een baan.
• meer aandacht voor de bestrijding van de schending van mensenrechten in Egypte.
• de afname van de spanning tussen christenen en moslims zodat zij in vrede kunnen samenleven.
• kracht voor nabestaanden van de 21 slachtoffers en de vele gewonden van de bomaanslag op een koptische kerk in Alexandrië.
• vrede voor Thabet. Hij ondervindt als ex-moslim veel weerstand van moslimleiders nu hij christen is geworden. Hij wordt bedreigd en gedwongen om terug te keren naar de islam.
• de christenen in het dorp Al-Nahawid. Enkele maanden geleden hebben moslimjongeren huizen geplunderd en mensen aangevallen. Daardoor zijn veel inwoners slachtoffer geworden.
• een goede overgangsregeling voor de inwoners van Egypte. Bid dat er na de massale protestacties een positieve ommekeer komt in het land.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's