De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het hart tussen de oren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het hart tussen de oren

Ons lichaam [1]

6 minuten leestijd

Lichamelijkheid is een thema dat in theologische verhandelingen niet altijd duidelijk uit de verf komt. Ook niet in preken, catechese, huwelijkscatechese of ‘marriage courses’ trouwens. Iets maakt dat kennelijk lastig of misschien zelfs wel onbelangrijk.

Vreemd eigenlijk, want wat is ons meer na dan ons eigen lijf ? Of is misschien het probleem dat we ons bij voorkeur met het hogere willen bezighouden, en dus niet met het lagere? Het hogere staat dan voor de geestelijke dingen, het lagere het aardse en vleselijke, het uiterlijke en vergankelijke. ‘Dat onze ziel niet aan het vergankelijk leven kleve…’ En houdt dat niet vooral in dat we ons op dat lagere vooral niet moeten verkijken?

Vanzelfsprekend
Hoe verhouden we ons tot dat zogenaamde lagere? Hoe beleven we ons lichaam? Ons lichaam is er altijd, zonder dat we daar zo bewust bij stilstaan. Dat wordt meteen anders als we in aanraking komen met mensen die zich erg bewust zijn van hun lichaam. Sommigen maken zich overmatig zorgen over hun gezondheid en zijn behept met de vrees voor het hebben van een ernstige ziekte – geruststelling helpt zelden. Normaal gesproken zijn we niet op die manier met ons lijf in de weer. Iemand die de hele dag aan zijn pols loopt te voelen of zijn hart nog wel klopt, is op ziekelijk wijze met zijn lichaam bezig. Sommigen – vooral vrouwen, maar mannen ook wel – zijn vooral druk met hun lichaamsbeeld, waarover ze niet tevreden zijn. Ze voelen zich te dik terwijl ze al te mager zijn – eetstoornissen zijn het gevolg. Anderen zijn bezorgd om en onzeker over hun voorkomen of verafschuwen bepaalde delen van hun lichaam. Of ze zitten voor hun besef in het verkeerde lichaam, met het verkeerde geslacht. Meestal zijn we met zulke overwegingen niet bezig. Nee, we voelen ons thuis in het lichaam dat we hebben en functioneren daarin, als man en als vrouw. Ons lichaam is onmiskenbaar een vanzelfsprekend deel van onszelf. We verwonderen ons erover als een kindje gezond en wel, ‘met alles erop en eraan’, geboren wordt. We realiseren ons nauwelijks dat we zonder lichaam nergens zijn, totdat het vertrouwen in ons lijf op de proef gesteld of geschokt wordt door een ingrijpende ziekte. Dan kost het vaak tijd en inspanning om dat vertrouwen weer te herstellen.

Seksualiteit
Ondertussen is het lichamelijke bepaald geen onbelangrijk thema. Als we het in verband brengen met seksualiteit, dan dringt zich de kerkelijke actualiteit meteen aan ons op. Seksualiteit was en is voor de kerk een buitengewoon lastig thema. Niet alleen in de leer, maar vooral ook in het leven. Het moge dan zijn dat wij in onze traditie niet op vergelijkbare schaal het seksueel misbruik door ambtsdragers kennen als in de Rooms-Katholieke Kerk, maar wij hebben ook ons incestverleden. En ook wij, in de Protestantse Kerk bedoel ik, hebben een commissie van opzicht die zich met deskundigen met regelmaat moet bezighouden met misbruik in pastorale relaties, waaronder misbruik in de vorm van seksuele handelingen.

Verschuiving
Er is echter nog een andere actualiteit, die al evenzeer om bezinning op lichamelijkheid vraagt, omdat die actualiteit direct raakt aan ons zelfen mensbeeld. Er is namelijk een verschuiving opgetreden in ons beeld van lichamelijkheid en menselijk functioneren, waarvan ik niet weet of die al helemaal is doorgedrongen, laat staan verwerkt. Ik doel op het volgende. Op de vraag wat het centrum van het menselijk zijn en functioneren is, zullen de meeste van ons toch zeggen: het hart. Sluit dat ook niet meteen aan bij hoe daarover in de Bijbel wordt gesproken? Echter, het hart is uit het centrum van het mens zijn verdwenen. Het brein, de hersenen hebben die plaats ingenomen.

Slechts een pomp
In het inmiddels veel gelezen boek Wij zijn ons brein, van rasverteller prof.dr. Dick Swaab (2010), lezen we dat we op basis van beschikbaar onderzoek moeten aannemen dat al onze karaktereigenschappen in onze hersenen zitten en dat het hart slechts een pomp is, die vervangen kan worden. Hij stelt dit aan de orde vanwege de kwestie die gerezen was naar aanleiding van harttransplantaties. De ontvangers van het donorhart zouden eigenschappen hebben ‘overgenomen’ van de hartdonor. Werden dus met de harttransplantatie ook karaktereigenschappen van de donor ‘getransplanteerd’? Swaab acht dat onwaarschijnlijk, zelfs onmogelijk. Die eigenschappen zitten immers niet in het hart, maar in de hersenen. ‘Kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid’ – bekende woorden uit de mond van de Heere Jezus (Mark.7:21-23) – al deze slechte dingen komen van binnenuit, zegt de Heere. Dat is waar, maar niet uit het hart, zoals in vers 21 staat. Ze komen wetenschappelijk gezien uit het brein. Dus als bijvoorbeeld prof.dr. Willem Ouweneel in zijn evangelische dogmatiek De schepping van God (2008) wil volhouden dat het hart het centrum is, waarin het geheel van het mens zijn vertegenwoordigd is, dan staat dat ver van in wetenschappelijke zin aanvaarde kennis omtrent het mens zijn en functioneren. Niet het hart maar het brein is het centrum.

Herzien?
Zou dat nu moeten betekenen dat heel ons spreken herzien moet worden? Dat we niet meer over het hart kunnen spreken zoals we dat gewoon zijn? Dat het hart niet langer het symbool is van de liefde, om maar iets te noemen? Een warm kloppend hart spreekt dan toch veel meer tot de verbeelding dan een grijze massa? Afgezien van dat mensen dat beeld ook niet zomaar kunnen of willen loslaten of veranderen, lijkt het me ook niet noodzakelijk. Als we ons maar realiseren dat ons hart tussen onze oren zit. Het zou overigens wel de moeite waard zijn om stil te staan bij de complexe wereld van ons brein. Dat wordt wel de meest complexe structuur in het heelal genoemd. Inderdaad, vergeleken daarmee is het hart een eenvoudige pomp. Door nieuwe technieken weten we steeds meer over onze hersenen – de ontdekkingen volgen elkaar in hoog tempo op. En we weten nog lang niet alles. Waarom slapen we eigenlijk? Hoe werkt ons geheugen? En zo is er nog veel meer te vragen.

Met lichaam en ziel
We kunnen ons over het lichaam verwonderen. Hoe waarderen we dan onze lichamelijkheid? Opvallend is dat de Twaalf Artikelen van geen ziel weten. Dat is wellicht op te vatten als een heilzame waarschuwing. Alles is geschapen, alles is stof, wijzelf niet uitgezonderd, binnenkant en buitenkant. Wij geloven in de opstanding van het vlees of, zoals sommigen plegen te zeggen, de opstanding van het lichaam. En zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus heeft ook niet alleen maar aandacht voor het hogere. ‘Ik ben met lichaam en ziel eigendom van mijn Zaligmaker.’ Trouwens, ‘onze goede God’ zag de ‘lichamelijke en geestelijke dood’ waarin de mens zich gestort had (NGB, art 17). Is de lichamelijkheid die in deze toch cruciale teksten benoemd wordt misschien te veel als ‘en passant’ opgevat?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het hart tussen de oren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's