De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie God zoekt, vindt Hem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie God zoekt, vindt Hem

Twaalf kleine profeten [9]: Zefanja

4 minuten leestijd

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844- 1900) gebruikt in één van zijn werken het beeld van een man die op klaarlichte dag op de markt een lantaarn aansteekt en aanhoudend roept: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!'

Aangrijpend is het vervolg van de vertelling van Nietzsche. Hij laat de man met de lantaarn zelf antwoord geven op de vraag waar God dan is: ‘Ik zal het jullie zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik.’ Nietzsche besluit zijn vertelling met de woorden: ‘God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood!’ Nietzsche vertelt dit om te laten zien hoe rationalisme en moderne wetenschap het christelijke wereldbeeld hebben ondermijnd. Hij ziet God verdwijnen uit het moderne leven. Zefanja ziet ook iemand met de lantaarn rondgaan (1:12). Het is God Zelf die de lantaarn draagt. Hij leeft en Hij zoekt Zijn mensen. Hij houdt het licht van Zijn lantaarn bij de inwoners van Jeruzalem om hun lamlendigheid en zonde aan het licht te brengen. Zijn licht valt over mannen ‘die dik worden op hun droesem’ en die denken: ‘De HEERE doet geen goed en Hij doet geen kwaad’ (1:12). Zij verwachten niets meer van God. Houden ook zij God niet voor dood?

Oordeel
In deze situatie klinkt de oordeelsprediking van Zefanja. Niet alleen deze mannen ontvangen straf (1:12), maar het begin van de profetie maakt duidelijk: het oordeel gaat heel de schepping aan. De HEERE zegt: ‘Ik zal alles volkomen wegvagen van de aardbodem’ (1:2), ‘Ik zal mens en dier wegvagen’ (1:3). Het is groot alarm bij Zefanja, want ‘de grote dag van de HEERE is nabij; hij is nabij en nadert zeer snel’ (1:14). Deze dag heeft een universeel karakter. Alle volken krijgen met Gods oordeel te maken. In Zefanja 2:4-15 worden diverse heidenvolken aangesproken. Zij krijgen van doen met de God van Israël ‘vanwege hun trots, omdat zij zich al honend verheven hebben tegen het volk van de HEERE van de legermachten’ (2:10). Echter, voordat Zefanja de volkeren aanspreekt, moet hij verkondigen dat Gods universele oordeel Juda en Jeruzalem niet voorbijgaat: ‘Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda en tegen alle inwoners van Jeruzalem’ (1:4).

Koning Josia
Opmerkelijk is dat deze oordeelsprofetie klinkt tijdens de regering van koning Josia. Deze koning is bekend geworden door de hervorming in zijn dagen. De vraag is of Zefanja voor die reformatie profeteerde of enige tijd daarna, als er weer sprake is van verslapping. We gaan er vanuit dat we zijn optreden rond het jaar 630 v. Chr. moeten plaatsen, voor de Josiaanse reformatie. In die tijd is er alle reden om afgodendienst (1:4-6) en misdragingen van de leiders van het volk (3:1-5) aan de kaak te stellen. Overigens, het kan goed zijn dat Zefanja zelf van koninklijken bloede is geweest. In Zefanja 1:1 worden maar liefst vier voorvaderen genoemd, van wie de laatste Hizkia is. Het is niet onmogelijk, maar ook niet zeker dat dit de koning is.

Een rest
De profeet wil het volk tot bekering bewegen. Daartoe is het nodig dat het volk in wezen zelf doet wat ook ‘de Man met de lantaarn’ deed: ‘Onderzoek uzelf nauwkeurig, ja onderzoek uzelf, volk zonder verlangen naar God’ (2:1). Het volk moet zelf doordrongen raken van de ernst van de situatie en onder ogen zien dat er maar één weg ter ontkoming is: ‘Zoek de HEERE, alle zachtmoedigen van het land, die Zijn recht uitvoeren. Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid, misschien zult u dan verborgen worden op de dag van de toorn van de HEERE’ (2:3). En dan is Gods werk, door het oordeel heen: ‘Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk. Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen’ (3:12). De HEERE zorgt Zelf voor een rest, die overblijft. Die rest is arm, ellendig, zachtmoedig. Mag ik ze de mensen van de zaligsprekingen noemen? In hun gemis stellen zij hun vertrouwen op de HEERE. De oordeelsprofeet is ook heilsprofeet. Wie op de manier van Zefanja 2:3 God zoekt, die vindt Hem. Zefanja sluit af met belofterijke woorden voor Gods volk en de volken (3:9-20).


Volgende week: Haggaï

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wie God zoekt, vindt Hem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's