Symbolen van het Koninkrijk
Brood en wijn [1]
Brood en wijn zijn de symbolen van Gods Koninkrijk. Genesis tot Openbaring spreekt ervan. Ook de christelijke gemeente anno 2011 heeft ze van tijd tot tijd in haar midden.
Een prachtige aanblik: uitgestrekte korenvelden die zich tegen de tijd van de oogst in hun volle schoonheid laten zien. Soms strijkt de wind erover, zodat de halmen zich neerbuigen en weer oprichten. Het ruisen van het graan lijkt dan te willen klinken als een lied tot eer van de Schepper. Mooi is dat. Maar uiteindelijk verlangt de boer naar de oogst. En wij met hem, want zonder tarweoogst begint de hongersnood. Wat een bedrijvigheid kent het landleven in de tijd van de oogst. In onze tijd kruipen grote combines grommend over de akkers en verslinden brede stroken graan. In de loop van de tijd is er veel veranderd. Heel vroeger trokken grote groepen mensen eropuit, met hun sikkel, om met de hand te oogsten. Wat kon de zon dan op hun rug branden. Arme mensen mochten aren lezen: een welkome aanvulling op het karige inkomen. Wat nooit verandert, is de behoefte aan het graan. Koren – met name tarwe en gerst – worden al in het eerste bijbelboek genoemd. Of Kaïn deze vruchten al verbouwde, weten we niet. We lezen slechts van ‘de vruchten’ van het land. Maar in de tijd van Jozef is de tarwe volop bekend. Het groeit in een machtige overvloed, zeven jaren lang, om daarna gevolgd te worden door de honger, die Jacob en zijn zonen naar Egypte drijft.
Wijngaarden
Graan – en in het verlengde daarvan het brood – neemt in het Woord van God een ruime plaats in. Israël kende naast de akkers met de tarwe ook de wijngaarden. Daarmee zijn wij niet zo vertrouwd, maar wie thuis is in het Woord van God weet welke kleurrijke beelden de Bijbel in dat opzicht toont. Intussen mogen we niet vergeten dat we leven en werken buiten het paradijs. Dat heeft Adam direct al ervaren. De aangrijpende woorden uit Genesis 3 hebben allereerst een agrarische klank. De mens zal ‘in het zweet van zijn aanschijn’ de akker bewerken en zijn brood eten. Die akker zal weerbarstig zijn en er zullen doornen en distels zijn, die de tarwe dreigen te verstikken. Zo is het gebleven, alle eeuwen door. Nu eens mislukt de oogst door droogte, dan weer vernielen niets ontziende overstromingen de vruchten. En wat doet de mens zelf ? Vele vruchtbare gebieden worden tot een woestijn, omdat oorlog en terreur het werk onmogelijk maken. Mensen slaan op de vlucht, de akkers verpauperen of veranderen in een mijnenveld: de verschroeide aarde.
Maatje tarwe
Is het in de wijngaard anders? De profeten spreken over de wijngaard die er verlaten bij ligt. De wijngaardenier treurt, omdat er geen vruchten zijn. Die ene profeet – Habakuk – tekent dat in felle kleuren. Op de plaats waar anders gezongen wordt tijdens het plukken en verwerken van de wijndruiven, heerst nu de stilte van de dood. Zoete wijn maakt plaats voor bittere tranen. Dit alles loopt uit op het visioen dat Johannes ziet: dat van de ruiter op het zwarte paard met de weegschaal in zijn hand. Daarbij klinken die dreigende woorden: ‘Een matje tarwe voor een penning en drie maatjes gerst voor een penning. En beschadig de wijn en de olie niet!’ We zien het werkelijkheid worden, in onze tijd van klimaatverandering, nucleaire vervuiling en steeds maar oplopende voedselprijzen. Het kan ons toch niet ontgaan dat het Woord in vervulling gaat?
Dagelijks brood
Is het in het licht van deze sombere woorden geen wonder dat we mogen bidden om ons dagelijks brood? Zo heeft het de Heiland het Zijn discipelen – en ons – geleerd in het volmaakte gebed. Toen Noach geboren werd, sprak zijn vader al de bekende woorden: ‘Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart van onze handen vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft.’ Dat is vervuld in de komst van de grote Trooster, zodat mensen – al is het met tranen vanwege leed en kruis – mogen belijden: ‘Er is dagelijks brood!’ Hoe zullen we deze bede echter kunnen nazeggen als alles vanzelfsprekend is? Hoe zullen we voor deze bede onze handen kunnen vouwen, als we vreemdeling zijn van schuldbesef, ootmoed en afhankelijkheid? Zo wordt alles tot een schoon geheel geweven: de grote en de kleine dingen van het leven zijn onlosmakelijk verbonden met het leven van het geloof. We kunnen niet buiten die gezegende wisselwerking.
Zegen
Brood en wijn waren in de bijbelse tijd de primaire dagelijkse behoeften. Wij hebben er meer, maar dat verandert niets aan de vraag hoe wij ermee omgaan. Kennen wij de verwondering dat er dagelijks voedsel is? Leven we uit een diep besef van onze onwaardigheid deze zegeningen te ontvangen? Is het ons verlangen de Heere te volgen als het ons aan het nodige zou ontbreken? Wat brengt een bijbels leven een rijke zegen met zich mee. In die levenshouding zijn we dankbaar voor alles wat God ons geeft en tegelijk bewogen om de naaste die honger heeft. De vrucht is verder dat we in een tijd van gebrek in stilheid achter de Heere aankomen. Dat gaat niet vanzelf. Ook een afhankelijk levend mens zal van tijd tot tijd besprongen worden door kleingeloof en angst en opstandigheid. Wie eens een blik slaat in zijn eigen hart weet dat. In het leven van het geloof leven we met alle grote en kleine dingen van het leven voor Gods aangezicht. Dat maakt ons ook ijverig om in het dagelijks leven onze taak te verstaan. Zo’n levenshouding heeft niets van doen met een doperse wereldmijding. Nee, daarmee staan we midden in het leven – met alle spanningen die erbij horen.
Echo
Door Christus’ verdienste worden de beelden van brood en wijn in een nog rijker perspectief geplaatst. Dat betekent geen vergeestelijking, die de praktische betekenis doet vervluchtigen, maar het geeft ons gezegende geestelijke lessen. Zo noemt de Heiland Zichzelf het Brood des levens, dat uit de hemel is neergedaald. In deze woorden horen we de echo van het wonder in de woestijn: het manna, het hemels brood, waar het volk van Israël jarenlang door gevoed werd. Door dit levende Brood worden hongerigen gevoed. De Heere Jezus noemt Zichzelf ook de ware Wijnstok. De gelovigen zijn als ranken aan Hem verbonden. Wat een heerlijk belijden. Alle geestelijke weldaden komen voort uit het werk van de Hogepriester. Het kostte Hem Zijn bloed. Hij gaf Zijn leven voor zondaren. In Hem is er een rijke overvloed van zegeningen, van genade overvloeiende voor de grootste van de zondaren. Het loopt uit op de persoonlijke vraag of wij delen in wat Christus heeft verworven door Zijn lijden en sterven. Weten we van de honger en de dorst naar Zijn gerechtigheid? Worden we gevoed vanuit de onuitputtelijke bron van Zijn genade?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's