De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In Straatpost van de Stichting Ontmoeting aandacht voor de ‘moedige moeders’ op Goeree-Overflakkee.

Er wordt een zakje pillen gevonden in de slaapkamer van uw zestienjarige zoon. Wat nu? Weggooien en doen alsof er niets aan de hand is? Of confronteren met de vraag wat dit is, van wie dit is en waarom dit zakje in huis ligt? Een dilemma waar veel ouders voor (komen te) staan. Als het aan Corrie Dupon ligt, kiezen ouders voor het laatste: de confrontatie met kinderen aangaan. (…) Corrie Dupon, actief lid van de werkgroep Moedige Moeders op Goeree- Overfl akkee. ‘Mijn zoon gebruikt al zo’n achttien jaar drugs. Als je als moeder tot die ontdekking komt, gaat alles op z’n kop. Eerst ontken je dat je kind een probleem heeft, jouw kind doet zoiets immers niet. Totdat een en ander extremere vormen aan gaat nemen; het probleem dringt zich dan gewoon aan je op. Maar dan nog heeft het hulpvaardige moedergevoel de overhand. Je bent als moeder ‘verslaafd’ aan je kind…’ (…) ‘Ik moest en zou mijn zoon helpen. Helpen wanneer hij suggereerde een fi nancieel probleem te hebben, helpen wanneer hij uit zijn woning was gezet, enzovoort. Voor je het weet word je meegezogen in zijn problemen. Echter, wat ik toen niet wist is dat verslaafden hun directe omgeving enorm manipuleren. Hun leven hangt van leugen en bedrog aan elkaar, ze leven in een andere realiteit.’ ‘Het allerbelangrijkste wat ik in die tijd te horen kreeg is: leer jezelf aan om je kind liefdevol los te laten, neem afstand. Je dient er altijd voor je kind te zijn, maar je bent er als moeder niet voor om zijn of haar probleem op te lossen.’ Op het eiland is gelukkig een verschuiving zichtbaar. Het taboe op verslaving lijkt minder te worden en in de gesloten cultuur beginnen openingen te ontstaan. Het probleem wordt meer en meer bespreekbaar.

In de Gezinsgids aandacht voor de doopsgezinden vanwege 550e sterfjaar van Menno Simons. Niet alle doopsgezinden zijn vrijzinnig. Ds. Joh. Smink was 23 jaar doopsgezind predikant in Ouddorp. Zijn gemeente groeide van 17 tot 225 (gedoopte) volwassen leden.

• ‘Doopsgezind staat bij ons, net als elders, voor ruimhartig, tolerant en niet exclusief denkend. De oproep tot bekering en de concrete navolging van Christus volgens de regels van de Bergrede staan bij ons centraal. Sinds Menno is dit zo. Om deze principes op een moderne manier te vertalen, heb ik samen met de gemeente heel wat vernieuwingen ingevoerd, waaronder kerstnachtdiensten, praisediensten en een geheel vernieuwde en rijke liturgie. Nu tref je in onze moderne, op deze tijd betrokken gemeente een heel palet van opvattingen aan: bevindelijk, evangelisch, charismatisch, orthodox en zelfs vrijzinnig. Kortom: alle facetten van de doopsgezinde wereldbroederschap.’

De gemeente heeft een interessante geschiedenis. Ds. Smink vertelt er enthousiast over: ‘Wij hebben als kleine doopsgezinde gemeente al 391 jaar lang naast een grote hervormde gemeente geleefd. Van oudsher was er een goede samenwerking. Als de hervormde dominee er niet was, nam de menniste predikant waar, en omgekeerd. Ruziemaken deed je niet op de kop van het eiland.’

• Op advies van zijn vader kwam ds. Smink in augustus 1967 voor het eerst als student naar Ouddorp. ‘Voor die tijd had ik maar één keer gepreekt: drie minuten! Hier werd de gewone hervormde liturgie gepraktiseerd: minstens drie kwartier preken, drie keer zingen en de lezing van de wet. Dat laatste is zeer ongebruikelijk voor een doopsgezinde gemeente. Voor de gelegenheid had ik een zwart pak aangetrokken en een priesterboordje geleend van een vriend die rooms-katholiek geweest was… Ik preekte 55 minuten over Zacheüs: voor de boom, in de boom en uit de boom. Daar zou het niet aan liggen. Dacht ik. Maar… na de dienst ging een ouderling voor me staan en merkte op: ‘Dominee, je liet één vers te veel zingen. Het is hier geen zangdienst!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's