Zwevende gelovigen
Een klein bericht op de website kerknieuws.nl: De protestantse gemeente in Den Haag zal op korte termijn drie kerken sluiten. Voor 2014 zullen daar nog vier kerken bijkomen. Op dit moment kent Den Haag nog veertien wijkgemeenten. Daarvan blijven er vier over. Zo’n bericht spreekt boekdelen. Niet alleen aan pijn en verdriet om wat teloor gaat. Maar het zegt ook veel over hoe de kerk ervoor staat.
Dr. Joep de Hart (1954), werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en onlangs benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Universiteit, schreef een boek over de veranderingen in christelijk Nederland en de opkomst van nieuwe vormen van spiritualiteit. Voor de Volkskrant, die de laatste tijd opvallend veel aandacht aan geloof en levensbeschouwing besteedt, had Peter Giesen een gesprek met hem over de toekomst van de religie.
Is er nog toekomst voor de georganiseerde religie in Nederland?
‘De toekomst daarvan is niet hetzelfde als de toekomst van het dragen van een paardenstaartje door mannen. Religie is nog steeds alom aanwezig, in organisaties, in leefstijlen. Maar toch, als het in dit tempo doorgaat, is het vóór 2050 afgelopen met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), in het laatste kwart van de eeuw met de katholieken. Ik geloof niet dat ze helemaal zullen verdwijnen. Maar vanaf een bepaald punt is de weg terug heel moeilijk te vinden. Er groeien generaties op die wat betreft het christendom volstrekt analfabeet zijn. Ook al zouden ze behoefte aan een geloof krijgen, het kerkelijk leven zegt hen weinig. Veel jongeren lijken eerder op zoek naar intrigerende vragen dan naar pasklare antwoorden.’
De evangelische ‘hallelujah-kerken’ doen het wel goed.
‘Ja, maar ze zijn klein, 2 procent van de bevolking. Tegenover de 170 duizend leden die jaarlijks afhaken bij de PKN en de katholieken staat een aanwas bij de evangelische kerken en de pinkstergroepen van 14 duizend. Bovendien komt die aanwas vrijwel geheel uit christelijke kringen. Zelf suggereren deze stromingen dat mensen het geloof weer ontdekken, bijvoorbeeld als ze afgekickt zijn of een echtscheiding hebben meegemaakt. Gelukkig is Andries Knevel dan net ter plekke om ze te interviewen. Maar zulke bekeringen zijn zo zeldzaam dat je meteen bij de EO op prime time mag uitleggen wat er is gebeurd. De evangelische kerken trekken vooral mensen die zich in de gereformeerde kerken niet meer thuis voelen. Die vinden ze te anoniem en te ouderwets. Ze willen het geloof meer beleven, met zang en dans. De evangelische kerken zijn heel gedreven en inventief, maar uiteindelijk zullen ze ook over hun hoogtepunt heen gaan omdat ze geen niet-christenen trekken. Het is rondpompen van gelovigen.’
Spiritualiteit leek in de jaren tachtig en negentig een alternatief voor traditionele religie te worden. De term New Age suggereert dat ook.
‘Destijds werd gezegd: met elke generatie wint spiritualiteit aan populariteit. Dat is niet waar gebleken. De personen die in dit circuit actief zijn, zijn gemiddeld 10 tot 15 jaar jonger dan de kerkleden. Dat is bepaald geen jong gezelschap. Ze vormen bovendien een tamelijke kleine groep die niet veel aanwas vertoont.’
De culturele invloed van de spirituele beweging is wel groot.
‘Je hoort het om je heen, in het taalgebruik. ‘Het voelt goed’. ‘Ik ben er klaar mee’. Dat soort uitspraken zijn in de plaats gekomen van argumentatie. Veel mensen vinden ook dat je je bij beslissingen moet laten leiden door intuïtie, blijkt uit ons onderzoek. Spiritualiteit is vertrouwd geraakt. Mensen beheersen het jargon, ze herkennen de manier van denken. Kijk naar de tv (…): Char, Derek Ogilvie. Mijn vader, die in 1971 is overleden, zou er niets van hebben begrepen. Als ideeënbron heeft spiritualiteit overal ingang gevonden. In het onderwijs, met het zelfontdekkend leren. In de zorgsector. Zelfs managementboeken staan er bol van. Vroeger kon je als manager zeggen: zo gaan we het doen, start! Nu moet je je medewerkers in hun waarde laten. (…)’
De meeste Nederlanders laten zich de waarheid niet meer uitleggen door dominee of pastoor, blijkt uit het onderzoek van De Hart. Waarheid moet je innerlijk ervaren, vindt een meerderheid. Een houding die geheel in tegenspraak is met de orthodoxe leer, fraai verwoord in het gereformeerde tijdschrift De Waarheidsvriend: ‘De Heere heeft zich niet geopenbaard opdat we over Hem discussiëren, maar opdat we voor Hem buigen.’ (Uitspraak van drs. P.J. Vergunst over de zaak ds. Klaas Hendrikse, GvM)
De relatieve teloorgang van het dogmatische geloof betekent niet dat religie verdwijnt, zegt De Hart. Sociologisch kun je een onderscheid maken tussen de substantiële en de functionele kant van religie. Als de substantie verdwijnt, kan de functie blijven bestaan: de behoefte aan troost, verdieping, saamhorigheid, aan momenten waarop je boven jezelf uitstijgt.
Maar religie veronderstelt toch het geloof in een god die ingrijpt in je leven?
‘Zo kun je religie definiëren. Maar dan ben je snel klaar. Dan hadden we dit gesprek in vijf minuten kunnen voeren. Maar die opvatting gaat volledig voorbij aan wat mensen vertellen. De meesten noemen zichzelf op zijn minst enigszins gelovig. Soms is dat heel ingewikkeld. Veel jongeren zeggen ze dat niet in God geloven, maar wel bidden. Dan hebben ze het over mediteren, een moment inbouwen, zichzelf bezinnen. Dat beschouwen ze zelf als religieus. Ten tweede denk ik dat religie een kern heeft, een oerbron. Dat is niet zozeer het geloof in een man met een baard die in zes dagen de wereld schiep, maar het geloof dat er zoiets is als een bovenzintuiglijke wereld, dat er goden en geesten kunnen zijn, dat er een leven na de dood is. Samen met de behoefte aan rituelen is dat de kern van religie, die je in elke tijd en in elke cultuur tegenkomt. En er zijn ook altijd een paar intellectuelen die er niet in geloven: de Multatuli’s en de Baron d’Holbachs. De Ierse schrijver James Joyce zei: je wordt geboren, je gaat dood en de rest is vrijetijdsbesteding. Mooi geformuleerd, maar de meeste mensen kunnen daar niet mee leven.’
‘Laatst bezocht ik het graf van mijn vader, nadat ik lange tijd niet in Kampen was geweest. Er was een hele rij graven bijgekomen, en het contrast met het sobere graf van mijn vader was enorm. Plaatjes van de overledene; gedichten van, voor en over de overledene. Het waren een soort advertenties voor de dode, steen na steen na steen. Allemaal hadden ze dat ene aspect: met de dood is niet alles gezegd. Die religieuze dimensie zat erin, maar totaal anders dan bij het sobere graf van mijn vader, dat verwees naar een tijd waarin de wereld niet om jou draaide.’
Dan kun je alles wel religie gaan noemen. Ik maakte een wandeling en voelde mij één met de natuur.
‘Heel veel mensen beginnen inderdaad over religieuze ervaringen in de natuur. Dat is belangrijk voor ze. Ik vind het pedant om dat niet serieus te nemen. De socioloog Durkheim bijvoorbeeld zag de kern van de religie niet in dogma’s en pauselijke encyclieken, maar in samenkomsten waar je even boven je zelf wordt uitgetild. Die samensmelting, dat was voor hem de essentie. Die kan ook optreden bij de herdenking van André Hazes, het WK voetbal of het massale meeleven na een tsunami.’
In elke tijd en cultuur neemt het religieuze een eigen vorm aan. In 2040 zal die informeel en flexibel zijn.
‘Ja, rituelen en ervaringen zullen belangrijk zijn. Er is een trek naar beleven, ervaren. Religie als event. Veel rituelen zullen heel erg lijken op traditionele christelijke rituelen, hoewel ze er inhoudelijk niets mee te maken hebben. Religie zal ad hoc en spontaan zijn, verbonden met bepaalde momenten in het leven, waarna het weer wegebt in de maalstroom van het dagelijks leven.’
Zal dat alleen voor Nederland en Noordwest-Europa gelden?
‘Op dit moment rijden we in Nederland in elk geval als een spookrijder tegen het internationale religieuze verkeer in. In Azië, Amerika en Afrika groeien de kerken. Het aantal christenen zal de komende decennia mondiaal nog stevig blijven toenemen, de katholieke kerk is de afgelopen 20 jaar 15 procent gegroeid, dat is toch niet gering.’
Dr. De Hart schetst geen florissant beeld van de Nederlandse kerk en het is verleidelijk om te zeggen dat sociale wetenschappers ook maar mensen zijn die nu eenmaal fouten kunnen maken. Dat is echter een vergissing. Sociologen hebben iets van een seismograaf, die de trillingen en bevingen in de aardkorst registreren en iets proberen te zeggen over de gevolgen. De Hart maakt duidelijk dat de kerk zich echt zal moeten instellen op fundamenteel nieuwe verhoudingen. En de vraag is of dat besef doordringt. Ook in het deel van de kerk waar het gemeenteleven zijn vertrouwde gang (nog) gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's