Bitter, vrolijk, verzoenend
Brood en wijn [2, slot]
Er is een gewijde stilte tijdens de avondmaalsdienst. Het brood wordt gebroken en gedeeld, de beker gaat rond. Heilige woorden klinken. Over het lichaam van de Heiland dat verbroken is, en over Zijn bloed dat vergoten is tot een volkomen verzoening van alle zonden. Toch is daarmee niet alles gezegd.
Graan en distels groeien tegelijk op de akker. Ook wijn heeft in de Bijbel een tweeledige betekenis. Psalm 104 zingt van de wijn die het hart verheugt. Maar ook deze wijn wordt geschonken en gedronken buiten het paradijs. Noach nam er te veel van en we weten welke ellende daaruit is voortgekomen. Op veel plaatsen waarschuwt de Bijbel dan ook voor dronkenschap. Sterke drank veroorzaakt tot op de dag van vandaag veel leed, niet het minst in het leven van een verslaafde, die in wezen diep ongelukkig is. Wijn is zelfs het teken van de climax van de vijandschap tegen God. Met felle kleuren tekent Openba ring 17 en 18 dit. De vrouw op het scharlakenrode dier is in het toppunt van haar goddeloosheid dronken van het bloed van de heiligen, de getuigen van Jezus. De koningen der aarde doen eraan mee in dit theater van verschrikkingen. Maar dan wordt hen de beker van Gods toorn aangereikt, vol van de oordelen van de Almachtige.
Nieuwe wijn
Te midden van dit alles is er de wondere belijdenis van Christus’ werk. De gaven van God, die de duivel op een verschrikkelijke manier misbruikt, worden door Hem geheiligd. Hij verlost niet alleen Zijn kerk van het oordeel over de zonde, Hij zet ook het dagelijks leven in het licht van Zijn genade. Dat zien we op de bruiloft te Kana. De wijn is op! Is dat nu zo’n groot probleem? Dat is toch niet levensbedreigend? Deze vragen zijn overbodig. De Heere Jezus zorgt voor nieuwe wijn. Trouwens, Hij zorgt ook voor brood als die duizenden mensen om Hem heen honger hebben. Voor ons een troostvolle les. We mogen ook onze dagelijkse zorgen en noden bij Hem brengen. Dan is er vreugde in het leven. In het Woord van de Heere lezen we van het werk in de wijngaard. Dat is een vreugdevol gebeuren. De druiven gaan naar de wijnpersbak, waar de arbeiders vrolijke liederen zingen. Het is goed om dit te overdenken in ons bestaan, dat getekend wordt door angst en onzekerheid. In de chaos van deze wereld kan gezongen worden van de Heere, die een Toevlucht is voor allen die op Hem hopen. We moeten allen, oude mensen, vaders, moeders en kinderen, onze weg door deze tijd gaan. Is ons oog dan op de Heere gericht? Dat geldt niet alleen de wereldwijde rampen, maar ook datgene wat ons in ons persoonlijk leven kan treffen aan ziekte en dood.
Zure soldatenwijn
Dit brengt ons bij het hart van het Evangelie, de verzoening. Het grote wonder dat we niet allen zonder meer aan de helse verlatenheid zijn overgeleverd. Er is een weg om behouden te worden. Er is een troost, in leven en in sterven. Die weg wijst het Evangelie ons. We worden indringend opgeroepen het leven in Christus te zoeken. Het wondere teken hiervan vinden we in het heilig avondmaal, dat de Heiland Zelf heeft ingesteld. Op zichzelf een eenvoudig gebeuren. Brood wordt gebroken, een beker wijn doorgegeven. Daarin is allereerst de gedachtenis. Als we aan de avondmaalstafel zitten, mogen we denken aan de Heiland, die Zijn strijd streed in Gethsémané. Hij kreeg een beker in handen. Een beker vol van de toorn van God. Dat was zo vreselijk, dat het uitliep op een bange vraag: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.’ Het kon echter niet anders. Jezus is Zijn weg gegaan, in gehoorzaamheid aan de Vader en uit liefde voor Zijn kerk. Deze weg eindigde in de verschrikkingen van het kruislijden – en daarbij in de diepste verlatenheid van de hel. In die meest ontzettende ogenblikken kreeg Jezus wat zure soldatenwijn met gal gemengd. Bitter.
Onvoorstelbaar
Als we dat overdenken, spreken we niet meer over een simpel teken van brood en wijn. Dan doorleven we bij ogenblikken het wonder van Gods genade. Het is met het verstand niet te bevatten, maar met het hart wel te bewonderen. Onvoorstelbaar dat je geen beker krijgt aangereikt die vol is van de gramschap van God. Dat je zingen mag: ‘’k Zal bij de kelk des heils Zijn Naam vermelden.’ Dat is de belijdenis van de zondaar die zijn schuld voor God belijdt en troost vindt in het lijden en sterven van Christus. Spreken wij ook uit ervaring, als het om deze wondere belijdenis gaat?
Wijnstok
Laat de duivel aan de wijn een verwoestende kracht geven, dat weerhoudt de Heere niet om er in heerlijke beelden van te spreken. We zien dat in het beeld van de wijnstok. Regelmatig verschuift de betekenis. In de psalmen lezen we dat Israël de wijnstok is, door de Heere geplant. En wat is het een tere voorstelling als we in Psalm 128 lezen van het zuivere huwelijksgeluk: ‘Uw huisvrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis.’ Om over na te denken in onze tijd, waarin de ontbindende krachten het juist op huwelijk en gezin voorzien hebben. Later past de Heere Jezus dit op Zichzelf toe: ‘Ik ben de ware Wijnstok en u bent de ranken.’ Leven en overvloed zijn slechts mogelijk dankzij de Bron van alle goed. We moeten aan Hem verbonden blijven, anders sterven we af.
Niet bij brood alleen
Deze wereld lijkt één groot tranendal te zijn. Daar wordt – naar Psalm 127 – ‘het brood der smart’ gegeten. De mensheid beweegt zich moeizaam van de ene catastrofe naar de andere. Tegelijk lijkt de aarde soms op één groot pretpark. ‘Brood en spelen’, is het devies van de moderne mens, daarin voorgegaan door het oude Romeinse Rijk. Eigenlijk beter gezegd: ‘Brood, wijn en spelen.’ Hoe nemen wij onze plaats in? Daarvoor kunnen bijbelse lijnen getrokken worden. De christen leeft uit de hand des Heeren. Niet bij brood alleen, maar bij alle Woord dat van de Heere uitgaat. Daarin is de Heiland hem ten voorbeeld. Geeft Jezus niet dit antwoord als de duivel Hem probeert te verleiden? Als we de Heere willen volgen, denken we mede aan het woord van de apostel: ‘Word niet dronken in de wijn, waarin overdaad is, maar word vervuld met de Geest.’
Toekomst
Juist als Zijn lijden aanstaande is, spreekt de Heere Jezus over de eeuwige heerlijkheid. Dat kan, want die onafgebroken vreugde is de vrucht van Zijn verzoenend werk. Dwars dood de dood heen – én dankzij Zijn dood – zal er eeuwig leven zijn. In dit verband is het goed te denken aan het beeld dat de Heiland gebruikt: dat van de tarwekorrel, die sterft in de aarde. Op die manier komen wij aan ons brood en het herinnert ons tevens aan de dood en de opstanding van Christus. Als de Heere in de nacht waarin Hij verraden wordt, over het eeuwige leven spreekt, zegt Hij: ‘Ik zal van nu aan niet drinken van de vrucht van de wijnstok tot die dag, wanneer Ik deze nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.’ Dan zullen brood en wijn ten volle aan hun doel beantwoorden. Daarbij mogen wij onszelf de dringende vraag stellen of wij ook zullen aanzitten aan de maaltijd van de bruiloft van het Lam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's