De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De zondag, een geschenk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De zondag, een geschenk

12 minuten leestijd

Wie terugkomt van een aantal weken vakantie elders, vindt het bijzonder als hij op zondagmorgen zijn plaats inneemt in Gods huis. Hij is thuis, in het midden van de gemeente, onder de bediening van Gods Woord, in het gebed en niet te vergeten het zingen van de psalmen. Dat geldt ook na een gewone werkweek: je mag in Gods huis, van zorg ontslagen, Hem roemen die ons blijdschap geeft.

Het was de Amsterdamse predikant dr. J. Koopmans die in een postuum verschenen boekje over de Tien Geboden (1946) schreef: ‘Een land zonder Zondag moet op den duur worden een land zonder gemeente, zonder het Woord en de Sacramenten, zonder de naam van God en zonder christelijke barmhartigheid.’ Je ziet een rij dominostenen omvallen; het ene effect roept het andere op.
Wie vandaag om zich heen kijkt, kan zien hoe profetisch Koopmans gesproken heeft. Het is een sluipend proces, waarbij we ons steeds meer vrijheden op zondag veroorloven, steeds meer sociale verplichtingen aangaan, steeds gemakkelijker de tweede kerkdienst erbij laten inschieten en steeds minder de zondag als zondag beleven. Wat blijft er van christen zijn over zonder zondag?

Van schepping tot voleinding
De zondag is een HEERlijke dag, een buitengewoon geschenk van de Heere, onze God. Wat heeft de Allerhoogste in Zijn Woord over de rustdag gezegd en wat is Zijn bedoeling met die dag? Vanuit allerlei gezichtshoeken komt in de Bijbel de rustdag ter sprake. Het meest verstrekkende perspectief is wel dat we erover lezen vanaf de schepping tot en met de voleinding. Omdat de HEERE rustte van al Zijn werk op de zevende dag, heeft Hij die gezegend en geheiligd (Gen.2:3). Hoezeer de zonde het werk van God ook heeft verstoord, alles moet in de Schrift uitlopen op de eeuwige sabbatsrust.
‘Er blijft dan een rust over voor het volk van God’ (Hebr.4:9). De rustdag ‘kreeg vanzelfsprekend een taak in de herstelwerkzaamheden die na de val van de zonde op gang kwamen’ (ds. H.G. Abma).
De dienst van God is daarom niet voor te stellen zonder de wekelijkse rustdag. Het maakt trouwens tegelijk ook het grote verschil openbaar tussen hen die leren te rusten van hun boze werken en de goddelozen, die als een voortgedreven zee niet kunnen rusten (Jes. 57:20) en daarom ook geen vrede hebben. Rust en vrede horen bijeen. Dit eerste perspectief betekent dat ons leven in eeuwigheidslicht wordt geplaatst. God wil dat Zijn volk ‘door steeds de sabbat in gedachten te houden, in heel het leven zou streven naar die volmaakte rust’ (Calvijn). Elke rustdag wijst ons daarmee heen naar Christus, die de ware rust bezorgt.

Dag van God
Fundamenteel is ook het gegeven dat deze dag een dag van God is.
Zoals God in de Bijbel het volk Israël ‘Mijn volk’ noemt (Ex.12:31), zo spreekt Hij ook over ‘Mijn sabbatten’ (Jes.56:4). De sabbat was een teken van het verbond tussen God en Zijn volk (Ex.31:17). Zo mag de gemeente van Christus in het Nieuwe Testament de zondag ontvangen als een geschenk van God, maar het blijft ‘de dag des Heeren’ (Openb.1:10). De rustdag is daarmee door God allereerst gegeven om Zijn lof te bezingen. Als we lezen in Genesis 1 dat God Zich heeft verblijd over Zijn werk, dan vinden we de echo ervan terug in een loflied op Hem: ‘(…) de HEERE verblijde Zich in Zijn werken’ (Ps.104:31).

Bevrijding van zonde
Hoe zouden we er ooit toe komen de lof des HEEREN te zingen als we niet weet hebben van de bevrijding van zonde en ellende?
Dat is het motief voor de viering van de sabbat dat Deuteronomium 5 noemt: de bevrijding van de slavernij in Egypte. Daarom komen we in het Oude Testament een vurig verlangen tegen naar Gods heiligdom, naar de ark, die van Gods gunst getuigt. Daar immers vond de bediening der verzoening plaats. We lezen er overvloedig van in de Psalmen.
De bevrijding van de zonde is het centrale motief van de rustdag in de Schrift. Wie ziet in het verlengde van de sabbat nu niet de zondag als de bevrijdingsdag bij uitstek vanwege de opstanding van Christus? Geen wonder dat het rusten van onze boze werken een groot accent krijgt in de christelijke zondagsviering. Door de prediking van het Woord en de werking van de Heilige Geest vergeeft God genadig al wat we hebben misdreven en worden we opgewekt met Christus om in een nieuw, godzalig leven te wandelen. Dat vraagt, zo houdt Calvijn ons steeds voor, ‘om een voortdurende oefening en een vaste regel om niet door een totaal gebrek aan orde en regel in verwarring en verwoesting te geraken’.

Om adem te scheppen
We komen trouwens nog een motief voor de sabbat tegen in Exodus. God heeft de dag ook gegeven om uit te rusten en adem te scheppen, zoals er letterlijk staat in Exodus 23:12. Het is daarmee een dag die ritme geeft aan onze levenstijd. De dagen zijn niet allemaal gelijk. ‘De tijd is niet puur een stroom, die alsmaar voortstroomt, steeds hetzelfde water in de rivier’ (A.A. van Ruler). De zondag zorgt ervoor dat we de tijd niet zo behoeven te beleven. Die ene dag krijgt daarmee een uitstraling naar alle dagen van de week.
Het is van belang de beide motieven, de bevrijding van de slavernij van de zonde en de rustdag als dag van rust en ontspanning, dicht bij elkaar te houden. Ze vormen in feite één geheel. De kerkgang op zondag en de wijding van deze dag aan de dienst van God maken deze dag tot een heel andere vrije dag dan een willekeurige vrije dag. Bij een scheiding tussen een deel van de dag voor God en een deel voor onszelf verliezen we in feite de hele rustdag. Dat betekent van de weeromstuit nu niet een pleidooi voor een soort geestelijk programma voor de hele dag. We zouden daarmee al snel in wetticisme belanden. Het betekent wel: echt genieten van deze dag moet je leren en zou je een heilige kunst kunnen noemen.

Wetticisme en libertinisme
Wetticisme was en blijft een groot gevaar voor een christelijke zondagsviering. Het is veelzeggend dat de felste vijandschap van de Joden tegen Jezus openbaar kwam met betrekking tot de viering van de sabbat. Zijn woord dat de mens niet is gemaakt om de sabbat maar de sabbat om de mens, en dat Hij een Heere is, ook van de sabbat (Mark.2:27,28), mag wel voortdurend in onze gedachten blijven.
Niet alleen het wetticisme, ook het libertinisme is van alle tijden.
We komen het tegen waar mensen zuchten onder het sabbatsgebod en liever met hun eigen werk bezig zijn (Amos 8:5, Neh.13:15). Het openbaart zich ook in een slordig omgaan met de rustdag, waarbij mensen de kerkdienst verzuimen bij te wonen (Hebr.10:25). Het is nauwelijks de vraag welk gevaar vandaag het meeste dreigt.

Dag van de kerk
De wekelijkse rustdag mag de dag van de kerk heten. Het is de dag waarop de gemeente samenkomt, zowel plaatselijk als wereldwijd.
Het is daarmee de dag bij uitstek waarop de gemeenschap der heiligen wordt beleden, de gemeenschap aan Christus en in Hem ook met al de Zijnen.
op zondag naar buiten en zo komt de plaats van de kerk in het publieke leven ter sprake. We krijgen zo ook de taak van de overheid in het vizier. In de Schrift heet de overheid ‘Gods dienares’ (Rom.13:4), of ze er besef van heeft of niet. Van de overheid mag worden verwacht dat ze Gods eer zoekt te bevorderen en het heil van het volk. En voor het welzijn van de hele gemeenschap van het volk is naleving van ook dit gebod van God van het hoogste belang.

Sabbat en zondag
Dit laatste roept meteen een vraag op. Is bij de zondag sprake van een gebod van God of van niet meer dan een kerkelijke traditie?
Er zijn immers geen teksten in het Nieuwe Testament te vinden die in ronde woorden aangeven dat de zondag in plaats van de sabbat is gekomen. Ook zijn er bepaald verschillen te noemen tussen de oudtestamentische sabbatsviering en de nieuwtestamentische zondagsviering. Strafrechtelijke bepalingen ontbreken in het Nieuwe Testament; een nadrukkelijk gebod komen we evenmin tegen; het is ook niet meer de zevende dag, waarover het vierde gebod spreekt. We kunnen aan dit rijtje bezwaren nog toevoegen dat de sabbat in ceremoniële zin vervuld is met de komst van Christus.
Hiertegenover staat de vreemde gedachte dat één van de Tien Geboden niet meer zou gelden. Nog vreemder wordt het als we bedenken hoezeer Gods kinderen in het Oude Testament van dit geschenk, dat tegelijk een gebod was, genoten hebben. Jesaja noemde het ‘een verlustiging’ (58:13). Zou dat dan niet voor de nieuwtestamentische gemeente zijn weggelegd? Zou die gemeente het minder nodig hebben? En hoezeer met de komst van Christus de oude bedeling is voorbijgegaan, er blijft het verlangen naar de eeuwige sabbat.
Laten er dan geen harde bewijzen in het Nieuwe Testament te vinden zijn dat de rustdag van de sabbat is overgegaan op de zondag, aanwijzingen zijn er wel (Matth.28:6; Joh.20:19 en 26; Hand.20:7; 1 Kor. 16:2; Openb.1:10). We zeggen wel dat een goed verstaander een half woord nodig heeft. ‘Alleen biblicisme, dat overal teksten voor wil hebben, kan daar een punt van maken’ (J. Douma).

Stoorzenders
De zondag is wel een heerlijk geheim genoemd. Dat geheim moet worden ontdekt en persoonlijk beleefd. Wie dat geheim kent, weet ook dat er heel wat stoorzenders zijn die ons van de zegen van de rustdag kunnen beroven.
De eerste stoorzender zijn wijzelf.
Hoe vaak worden we op zondag niet beziggehouden met allerlei beslommeringen en dwalen onze gedachten, ook tijdens de kerkdienst, overal heen. We worden opgeroepen te zoeken de dingen die boven zijn, maar worden bezet door de dingen die van beneden zijn. God heeft de rustdag gegeven om Zijn volk te heiligen (Ex.31:13).
Dat heiligen houdt in dat onze eigen wil en boze begeerten worden gedood. Dat sluit bepaald niet aan bij ons natuurlijk hart.
De duivel weet dat maar al te goed en stelt alles in het werk om het Woord van God weg te nemen of te laten verstikken. Om dat doel te gebruiken staan hem veel middelen ter beschikking. We kunnen daarbij aan maatschappelijke ontwikkelingen denken die een bedreiging vormen voor de heiliging van de zondag. Al jaren geleden is erop gewezen hoe het door de overheid gestimuleerde systeem van tweeverdieners zijn tol eist in de gezinnen. Vanwege de drukte in de werkweek worden sociale verplichtingen naar het weekend doorgeschoven. Het betekent uiteindelijk dat de zondag steeds meer hiervoor wordt gebruikt.
Dat hierdoor de tweede kerkdienst in het gedrang kan komen, laat zich verstaan.
Een bijkomend bezwaar is dat er voor een goed gesprek in het gezin steeds minder geschikte momenten overblijven. Daarvoor is innerlijke rust nodig en waar die ontbreekt, gaat ieder uiteindelijk zijn eigen gang.
Een andere maatschappelijke ontwikkeling betreft het sterk toegenomen contact via de moderne media. Internet en mobiele telefoon breken het leven op zondag open. Het wordt steeds normaler gevonden dat we op elk moment bereikbaar zijn. Dat gaat dan wel ten koste van de toewijding aan en de concentratie op de dienst van God, op Zijn dag en Zijn Woord.

Hoe bewaren we het geschenk?
Het is er dus niet eenvoudiger op geworden om de zondag als de dag des Heeren te vieren en te heiligen. Zeker niet als we bedenken waarvoor ouders vandaag in een opgroeiend gezin komen te staan. Dat was natuurlijk vroeger ook niet eenvoudig, maar het steeds grotere gemak waarmee de buitenwereld zich in ons gezin laat gelden, vraagt meer van ouders dan voorheen.

We moeten bij de kern beginnen.
Kunnen kinderen aan hun ouders merken dat de dienst van God hun hart heeft en dat zij trouw zijn aan de kerk? In trouw uit ware liefde zich immers. Horen ze bij tijd en wijle hoe het Woord van Hem in hun hart en leven werkt? Want willen wij graag dat onze kinderen de Heere liefhebben en Zijn dag eerbiedigen, laat er dan in ons leven op zijn minst iets mogen zijn van het verlangen naar het huis des Heeren, zoals we dat zo sterk bij de psalmisten tegenkomen.
Laten we op zondag de gezinsband bevorderen en activiteiten vermijden die ook in de werkweek een plaats kunnen krijgen. De hectiek van het leven vandaag levert doordeweeks voor die gezinsband toch al beperkingen op. Laat het vooral voor jonge kinderen een fijne dag zijn, ook al kan dit voor ouders een hele opgave betekenen, en laat er voor jongeren gelegenheid zijn om te kunnen praten over wat hen bezighoudt.
Meer dan ooit is het van belang dat we in de goede zin van het woord zuinig zijn op de zondag en grenzen trekken, ook al dragen die grenzen altijd een wat subjectief karakter. Het ergste verwijt is niet dat kinderen later zeggen nogal streng te zijn opgevoed. Veel erger is het als van de zondag niet veel meer dan een vrije dag is overgebleven.
Ik geef één concretisering door, die prof. Douma aanreikt. Hij wijst erop dat de zondag vraagt om de gemeenschap der heiligen. ‘Het is een feestdag die ons uit de buurt houdt van hen die dit feest niet meevieren. Daarom is het ondenkbaar dat men de zondag viert en tegelijk zich vrijwillig mengt onder publiek dat vreemd tegenover dit feest staat.’ Hij noemt als voorbeelden een bezoek aan een voetbalstadion en aan het strand, maar deze voorbeelden zijn, me dunkt, uit te breiden.


Gespreksvragen

1 In de aangehaalde uitspraak van dr. J. Koopmans is sprake van een noodzakelijk proces. Bent u het met hem eens en zo ja, kunt u het toelichten?

2 Maakt het veel uit of we de zondag beschouwen als kerkelijke traditie dan wel als goddelijk gebod?

3 Ziet u nog andere dan de genoemde stoorzenders en weet u andere middelen om de genoemde stoorzenders zoveel mogelijk het zwijgen op te leggen?

4 Als u de zondag beleeft als een geschenk van God, wat doet u dan om dat geschenk goed te bewaren?

5 Speciaal voor ambtsdragers: wat doet u als kerkenraad in positieve zin om de gemeente bij het geschenk van de zondag te bewaren?

6 Welke waarde heeft voor u de zondag persoonlijk?


Verder lezen

- J. Calvijn, Institutie, boek II, hoofdstuk 8, 2834
- H.G. Abma, Tien woorden ethiek
- J. Douma, De Tien Geboden, deel II van de serie Ethische bezinning
- A.A. van Ruler, Waarom zou ik naar de kerk gaan?
- P. Schalk (red.), Zondagsarbeid. Geen rust meer?, deel 5 van de serie Christen zijn op de werkvloer, uitg. Reformatorisch Maatschappelijke Unie


Auteur van deze brochure is drs. H.G. Leertouwer, theoloog en docent godsdienst aan het Wartburg College (locatie Guido de Brès) te Rotterdam.


Uitgave van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk
Bijlage bij De Waarheidsvriend, 22 september 2011

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

De zondag, een geschenk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's