Het heilige gebeurt
In de kerkelijke pers staat de laatste tijd de betekenis van de eredienst in de belangstelling. Prof.dr. F.G. Immink van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) schreef er een mooi boek over – 30 september is er op Hydepark een studiemiddag over – en in het Nederlands Dagblad ontstond naar aanleiding daarvan een discussie over de betekenis van de eredienst. Waar gaat het nu eigenlijk om als de gemeente op zondag in de kerk samenkomt? Immink zegt daar in een kort gesprek op de website van de PThU het volgende over:
'Ik ben gefascineerd door wat er tijdens de kerkdienst gebeurt’, zegt Gerrit Immink (…): ‘Je neemt met elkaar deel aan iets dat kracht biedt, dat troost. Je komt bijeen om met elkaar iets heiligs te beleven. Maar wat is dat grote geheim waar je met elkaar aan raakt? Wat gebeurt er nu precies in dat samenzijn?’ (…) Voor Immink is er geen twijfel mogelijk: de eredienst vormt de kernactiviteit van de christelijke gemeente: ‘De rest komt er uit voort. De kerkdienst laat zien waarom je gemeente bent. Niet voor niets kwamen de eerste christenen op zondag samen om de opstanding te vieren. Je kunt ook wel eens iets heiligs ervaren tijdens een boswandeling of in een goed gesprek met iemand, maar het draait uiteindelijk om dat samenzijn op de zondag.’ Maar hoe dan precies? ‘Het zit in het deelnemen. Daar vindt de ontmoeting met God plaats. Je bent geen toeschouwer, maar deelnemer. En nee, dat gebeurt niet altijd. Er is echt af en toe wel een kerkdienst waarbij je je verveelt en denkt: is dit het nou? Dan gebeurt het kennelijk niet.’ Het heilige gebeurt in de gezamenlijkheid, aldus Immink: ‘Iedereen doet mee. Zingen doe je samen. Maar de preek uiteindelijk ook: het is een dialoog tussen predikant en kerkgangers. Zij worden deelgenoot. Ze delen in het heilsmysterie. De kerkdienst is die zin een performance. Maar niet zoals een theaterstuk. In de kerk maakt iedereen deel uit van de performance.’ Het woord performance gebruikt hij niet voor niets. In zijn boek breekt hij een lans voor het sacramentele besef in de katholieke eredienst: ‘In de protestantse traditie denken we al gauw: doe maar gewoon. Maar daarmee lopen we het risico het mysterie kwijt te raken. Katholieken zijn niet bang om het heilige ook als heilig te benoemen. In sommige eucharistievieringen wordt met een belletje het heilige moment aangekondigd. Wij protestanten voelen ons daar al gauw wat ongemakkelijk bij. Niet voor niets heb ik het in de titel van het boek over het ‘heilige’. Het gaat uiteindelijk over het Christusmysterie, over de werking van de Geest.’ In ‘Het heilige gebeurt’ onderscheidt Immink drie stijlen van protestantse eredienst: klassiek gereformeerd, evangelisch en protestants oecumenisch. Heeft hij zelf een voorkeur voor één van de drie? ‘Ik ben opgegroeid met de klassiek gereformeerde kerkdienst. Daar voel ik me het meest bij thuis. Maar ik kan bij alle drie dat heilige beleven.’ Dus bij alle drie gebeurt uiteindelijk hetzelfde? ‘Bij alle drie gebeurt iets van het heilige. Er gebeurt iets van de presentie van de opgestane Heer. Christus wordt ervaren en verkondigd.’ Ook bij een bijeenkomst van, zeg, de Protestantenbond? ‘Ik wil dat niet annexeren, en ik weet ook niet of ze het zelf zo zouden zien, maar ik zeg: ja. Ook daar gebeurt iets van dat heilige.’
Immink zou graag zien dat de evangelische eredienst meer serieus wordt genomen binnen de Protestantse Kerk in Nederland. ‘Ik zoek een weg om het evangelische meer te incorporeren in onze tradities. Mijn bevindelijke achtergrond speelt daarin mee. Voor mij is geloof ook iets dat het in het gemoed zit, in de ervaring. Dat mag best wat meer zichtbaar zijn binnen onze kerk.’
Met zijn boek over de protestantse kerkdienst wil Immink theologen en ambtsdragers aan het denken zetten. ‘Ik hoorde laatst ergens bij het avondmaal de formulering: ‘Brood uit de hemel / Wijn van het Koninkrijk’. Dat is natuurlijk nogal wat, als je dat zo zegt. Het lichaam en het bloed van Christus raken dan helemaal buiten beeld. Ik weet niet of mensen wel door hebben dat dit een vergaande aanpassing is. Mijn boek zou kunnen bijdragen aan een discussie hierover.’
In Kerk in Mokum, het professioneel ogende maandblad van de Protestantse Kerk in Amsterdam, wordt nog een andere invalshoek van de kerkdienst belicht. Gerrit van den Berg, journalist en ouderling in de Noorderkerk, sprak met schrijfster en filosofe Désanne van Brederode. Zij zal dit najaar in de Amsterdamse Singelkerk een zogenaamde Preek van de Leek houden. Wat is voor haar de kern van de dienst?
‘Volksmenners fascineerden me vroeger al enorm, vertelt Désanne van Brederode (1970). Hoe kon het toch dat Hitler massa’s op de been kreeg voor zijn ideeën? Kon iemand maar diezelfde massa’s op de been krijgen voor de goede zaak. Waarom was er geen volksmenner die de honger uit Afrika wilde verdrijven?! Ik droomde wel eens: zou ik dat kunnen...’ (…) Ze glimlacht even voor ze doorpraat over de kracht van volksmenners die haar ooit zo fascineerde. ‘Maar nu weet ik zeker: zo moet een preek juist niet zijn! Het gaat niet om de spreker met welke prachtige idealen dan ook. Dan wordt het veel te veel een fi nest hour: zie eens wat ik voor elkaar krijg!’ Om haar punt te illustreren vertelt Van Brederode het bijbelverhaal van Jezus die in de woestijn beproefd werd door de duivel. Jezus was net gedoopt. De duivel bood Hem als test macht aan over alle koninkrijken van de aarde en daagde Hem uit om stenen in brood te veranderen. ‘Denk je eens in wat Jezus toen had kunnen doen. Stenen veranderen in brood. De honger in de wereld was verholpen! En die macht, Hij kon het lijden uit de wereld wegnemen. Dit was Zijn kans om een goeroe te worden. De volksmenner voor het goede, waar ik altijd zo van had gedroomd. Waarom deed Jezus het niet? Liefde, dat is volgens mij het antwoord. Want ware liefde is niet het antwoord voor een ander bedenken. Reik een ander iets aan waarmee die persoon zelf een beter mens kan worden. It takes two to tango. Een kerkdienst moet niet mooi gevonden worden vanwege een goede spreker, een geweldig koor of wat voor symboliek dan ook. De kern is dat de dienst mensen helpt om contact te hebben met het Allerhoogste. Dat kun je ervaren tijdens die dienst. En die ervaring kan juist in de soberheid zitten. Steeds meer ontdek ik dat de herhaling, de vaste elementen uit een traditie die mensen al eeuwen aan elkaar doorgeven enorm krachtig zijn. Dat inzicht was een openbaring. Op mijn 24e woonde ik eens een dienst bij zonder toeters en bellen, een dienst met een vast patroon. Juist in dat ogenschijnlijk saaie kwam de diepste essentie totaal bij me binnen. Het Onze Vader werd uitgesproken en bij de woorden die ik al duizenden keren had gehoord en uitgesproken, ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’, werd ik diep geraakt. Doe ik dat wel, heb ik dat ooit gedaan, kan ik het eigenlijk wel? Die gedachten waren onontkoombaar. Op dat moment werd ik geraakt door iets dat ik niet kan verklaren. Als zoiets gebeurt, besef je dat je niet in een kerk zit om te ontvangen. Om getroost en bemoedigd te worden. Dat kan ook, maar het is meer. Een dienst is inspanning. Je zoekt naar iets dat tegelijkertijd ook tot je komt. Het is fitness voor de ziel.’
Het gesprek met Désanne van Brederode vormt een illustratie van wat Immink bedoelt: het heilige gebeurt. Al blijft dat altijd een geschenk van de Geest. Schreef de theoloog Noordmans niet dat wanneer wij naar de kerk gaan het niet automatisch betekent dat de Heere God ook naar de kerk gaat?
In het ND van 16 september ten slotte brengt Hans Werkman in zijn rubriek ‘Lettergrepen’ een – zelfgeschreven – lied in. Als je het over de kerkdienst hebt is het niet verkeerd een lied aan te heffen. De melodie van Psalm 8 leent zich voor deze tekst.
Lied van de zondag
1. Op zondag kijk ik door gekleurde ramen.
Ruimte voor God en ruimte voor ons samen!
Het licht valt binnen uit de hoge lucht
en hult ons in Gods stil en goed gerucht.
2. Dag van de Heer, de eerste dag der dagen.
Ik luister naar hem en ik stel mijn vragen.
Ik breng mijn hoop en onrust in zijn huis.
Hij wijst mijn hart een rustplaats bij hem thuis.
3. Dag van het Woord, dag van het samen bidden,
dag van de hoge stilte in ons midden,
de stilte in mijn hoofd en in mijn hand,
dag dat ik adem schep en God ontvang.
4. Geen dag van regels maar een dag van rusten,
want ik ben moe, ik ben een schuldbewuste
en leg voor Jezus, opgestane Heer,
de kwade last van mijn geweten neer.
5. Geen strenge dag van laten en verbieden.
Dag van de zon en dag van Jezus’ liefde.
Geen lege dag en niet genadeloos,
een dag vol van Gods aandacht die ons koos.
6. Dag die zich uitstrekt over alle dagen
van hoop en vrees, geluk en tegenslagen.
Dag van genezing, dag van het begin,
dag van bevrijding: Christus overwint.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's