Licht, hitte en de kansel
Preek kan kloppen maar warmte missen
Licht zonder hitte. Hitte zonder licht. Er worden vandaag genoeg preken gehouden waarvan of het één of het ander geldt.
De bekende opwekkingsprediker van de Westminster Chapel te Londen, dr. D. Martyn Lloyd Jones, vertelt in zijn boek Preaching and Preachers een anekdote. Aan het slot van een synodezitting in Wales zouden eens twee hoogleraren in de theologie een preek houden. Toen de eerste zijn preek beëindigd had, fluisterde één van de synodeleden zijn buurman in het oor: ‘Licht zonder hitte’. Daarna kwam de tweede professor aan de beurt. Een oudere man, ietwat emotioneel. Toen hij klaar was met zijn preek, was de reactie van het zojuist genoemde synodelid tegenover zijn buurman precies omgekeerd: ‘Hitte zonder licht.’ De eerste preek was kennelijk helder, een keurige uiteenzetting van de leer, maar er straalde geen warmte en gloed vanaf. De tweede preek was gloedvol, emotioneel, maar de dingen stonden kennelijk niet op een rij. Waarom dit verhaal? Niet omdat ik denk dat hoogleraren in de theologie niet kunnen preken. Ook niet omdat ik vind dat het past om meteen na de preek met je oordeel klaar te staan. Maar omdat ik meen dat van meer dan één preek vandaag het één of het ander geldt. Licht zonder hitte of hitte zonder licht. En wat is het één zonder het ander?
In balans
Moet een preek niet een heldere weergave van de bijbelse boodschap zijn? Laat de preek een lichtende lamp zijn. Laat ze de dingen op een rij zetten. Een predikant dient zich elke keer als hij gaat preken af te vragen welke boodschap hij de gemeente heeft door te geven, en dat op een evenwichtige en geordende manier. Een voorbeeld. Wie over Jakob en Ezau preekt, kan het best zo spannend doen dat ook de kinderen in de kerk de kant van Jakob kiezen, moeders vrome jongetje. Niet de kant van Ezau, het woeste lievelingetje van vader. Maar de predikant moet zich dan wel afvragen of hij misschien niet meer een brave Hendrik-verhaal heeft verteld dan een boodschap van zonde en genade. Het gaat immers in deze geschiedenis om de grootheid van Jakobs God, die met een bedrieger als Jakob Zijn plannen uitvoert. Het gaat er in deze geschiedenis om dat de hoorders duidelijk wordt dat de Heere recht is in al Zijn weg en werk als Hij een ongehoorzame zoals Ezau verwerpt. Een predikant kan beter van deze geschiedenis geen brave Hendrik-verhaal maken, maar hij moet de gemeente ook niet de indruk geven dat Ezau zo’n kwaaddoener was, omdat God hem van eeuwigheid verworpen had. Bij het voorbereiden is het goed als een predikant antwoord geeft op de vraag of de dingen in de preek op een rij staan. Zijn zonde en genade, uitverkiezing en verantwoordelijkheid van de mens in balans?
Heilig land
Een goede predikant zal heel de bijbelse boodschap in zijn bijbelvertellingen aan de gemeente helder en evenwichtig willen doorgeven. Toch kan hij iets vergeten. Een boeiende en ordelijke preek kan als licht zijn zonder hitte, er gaat geen warmte van uit. Laat de preek als een brandend vuur zijn, als Mozes’ braambos, waarin de levende God Zich openbaarde – vuur dat niet verteert. Laat de predikant de schoenen van zijn voeten doen. Elke keer als hij op een kansel staat om Gods Woord te verkondigen, staat hij op een vierkante meter heilig land.
Kloppend hart
Ook daarvan een voorbeeld, nu uit het Nieuwe Testament. Als de apostel Paulus zijn tweede brief aan Korinthe schrijft, moet hij heel indringend opkomen voor zijn apostolische bediening. Die vat hij nog eens samen in 2 Korinthe 5:19v: ‘Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het Woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen.’ Dit is het kloppend hart, het brandende vuur van de prediking. Paulus wist van de schrik des Heeren. Hij werd gedrongen door de liefde van Christus. Beide zetten hem in volle gloed. Moet een predikant zo ook niet omgaan met de gemeente die aan zijn zorg is toevertrouwd? Wat zouden we doen als we midden in de nacht zouden zien dat de benedenverdieping van het huis van de overburen in brand stond? Ik weet zeker dat we in ons nachtgewaad naar buiten zouden hollen en de overburen wakker zouden schreeuwen. Doen we – zeker ook als predikant – dan goed als we elkaar en onze kinderen niet waarschuwen als de hele wereld in brand staat? We leven in een tijd waarin alle remmen zijn losgegooid. Het schijnt elk mens toegestaan te zijn om zichzelf tot en met de meest perverse seksuele uitingen in alles te laten gaan. En inmiddels branden de oordelen van God. We horen van epidemieën, honger, een kernramp, aardbevingen. Moeten wij dan maar doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is? ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren.’ Het moet voor elke dienaar van het Woord een onverdraaglijke gedachte zijn dat iemand in zijn gemeente verloren zou kunnen gaan. God kan het kwade niet zien. Brandt de doornstruik? Weet de predikant wat de schrik des Heeren is?
Heerlijke gedachte
En dan de liefde van Christus. De braambos brandt maar verteert niet. Een Zaligmaker is verschenen op het toneel van de wereldgeschiedenis, die in onze plaats onder het oordeel van God is bezweken. Zijn opzoekende zondaarsliefde strekt zich heel in het bijzonder uit tot afhankelijke en hulpbehoevende mensenkinderen. ‘Laat ze tot Hem komen, verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen’ (Matth.19:14). Bij de Joden is het altijd zo geweest, dat een synagogedienst pas kon beginnen als er tien mannen aanwezig waren, vrouwen en kinderen niet meegeteld. Jezus zei: ‘Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen’ (Matth.18:20). Vrouwen en kinderen zijn wel meegeteld, Hij is er ook als twee of drie moeders en kinderen bijeen zijn. De heilig drang van de liefde van Christus zette elke predikant in vuur en vlam. Het moet voor hem een heerlijke gedachte zijn dat één van zijn hoorders mede door de eenvoudige verkondiging van Gods Woord voor eeuwig mag thuiskomen in het Vaderhuis.
Warm lopen
Laat het bezig zijn op de kansel ook de gloed van het heilige vuur dragen, zodat mensen voor wat ze horen kunnen warm lopen. Warm voor koning Jezus. Laat het geen opgepepte zaak zijn, geen waterval van woorden, geen storm in een glas water en geen remonstrants verhaal: Jezus heeft jou lief, mens – en daarmee klaar. Laten de bezigheden op de preekstoel gedragen zijn door de begeerte om rustig en ordelijk alles wat de Bijbel ons zegt over de drieenige God, over verzoening door voldoening en over bekering en vergeving van zonden aan de gemeente door te geven. Geen licht zonder hitte. Geen hitte zonder licht.
Studeren
Met het oog op dat alles doe ik twee aanbevelingen, in het bijzonder met het oog op de predikant. De eerste aanbeveling is om in het Woord te graven. Juist omdat het de bedoeling van het werk is om gemeenteleden, ook al heel jong, in aanraking te brengen met heel de boodschap van de Bijbel, de volle raad van God, is het nodig dat een predikant zich gedurig oefent in het lezen en bestuderen van de heilige Schrift. Laat hij het goud van de kennis des Heeren eruit opdelven en niet doen zoals de Duitse hertog van wie Spurgeon vertelt dat hij zich elke morgen door zijn dienaar een hoofdstuk uit de Bijbel liet voorlezen. Wanneer hij iets hoorde dat hem niet beviel, riep hij: ‘Hans, streep dat maar door.’ Totdat Hans op een morgen almaar zat te bladeren in de Bijbel. ‘Waarom lees je niet?’ vroeg de hertog. ‘Mijnheer’, antwoordde Hans, ‘er is zoveel doorgestreept dat ik niet meer weet hoe ik lezen moet.’ Is een predikant niet vaak ook zo bezig? Haalt hij niet uit de Bijbel meestal die dingen die hem aanstaan? Streept hij niet ook vaak door wat hem niet bevalt? Laat hij de Bijbel van a tot z lezen en niets doorstrepen. Niet dat God heilig is, een verterend vuur. Niet dat God liefde is, opzoekende zondaarsliefde. Niet dat Jezus’ verzoenend sterven het rustpunt van het hart is. Maar ook niet dat Gods heilige wet vraagt dat een predikant in de praktijk van zijn dagelijkse handel en wandel eerlijk, teer en liefdevol met andere mensen omgaat. En zoveel meer. Laat vervolgens het leven op het stramien van het Woord geborduurd zijn. Het zal de bezigheden op de kansel en eronder evenwichtig en helder maken.
Bidden
Mijn tweede aanbeveling is: worstel in de gebeden – de uitdrukking is van Calvijn. Kan een voorganger met zijn gemeenteleden over de Heere spreken als hij niet ook met de Heere over zijn gemeenteleden spreekt? Een predikant moet er maar op rekenen dat er in zijn gemeente kinderen zijn die in hun ouderlijk gezin meer als lastpost worden beschouwd dan als een zegen des Heeren. Het kan wel zijn dat zij daardoor ook in de kerk, op catechisatie en op de zondagsschool zo onhandelbaar lijken. Laten predikanten vooral de kinderen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd vurig liefhebben. Elk kind is immers een uniek schepsel van God? Er is geen tweede in heel de wereld zoals hij of zij. Elk kind is een kind van het verbond, levend binnen de omarming van Christus. De grote Kindervriend wil niet dat het verloren gaat. Zouden predikanten dan vooral voor de kinderen niet veel en vurig bidden? Zij zullen het merken als de dominee in de stilte van zijn bidvertrek thuis hen opgedragen heeft aan de Heere in de hemel. Laat hij vooral de kinderen een warm hart toedragen. Laat hij hen de boodschap van zonde en genade brengen en dat gloedvol, alsof zijn leven ervan afhangt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's