De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreugde van de viering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreugde van de viering

De rustdag [3]

7 minuten leestijd

Als Calvijn het over de sabbat heeft, zou het voor de hand liggen dat hij zich vooral richt op het verleden, op de praktijk van de Joodse sabbatsviering. Het tegenovergestelde is het geval. Hij richt zich vooral op de toekomst. God is het doel van alles, ook van de sabbat.

Hoe zit het bij Calvijn met de bijzondere positie van de zondag? Onder verwijzing naar Galaten 4:10 stelt hij dat deze dag niet heiliger is dan de andere dagen van de week, ‘maar hij is ingesteld, opdat de gemeente op die dag zou samenkomen om te bidden en God te loven, om het Woord te horen en om de sacramenten te gebruiken’. Het onderscheid van de dagen berust dus niet op godsdienstige motieven, maar heeft te maken met de goede orde in de gemeente. Voor de concentratie op het Woord is het nodig ons dagelijks werk te laten rusten. Vanuit de zondag valt nieuw licht op de overige dagen van de week: ‘Wanneer wij dit Woord met heel ons hart indrinken en daardoor de werken van de oude mens doden, heiligen wij niet slechts de feestdagen, maar elke dag onafgebroken als een sabbat [!] en maken wij een begin met het vieren van sabbat na sabbat.’

Afgezonderd
In latere uitgaven van de Institutie heeft de uitleg van het vierde gebod geen wezenlijke veranderingen ondergaan. Wat valt er te zeggen over de zondagheiliging in Genève? In de preken krijgen we daar een beeld van – uiteraard een beeld dat gekleurd is door de bril van de prediker. In de preek over Jeremia 17:17- 23 zet Calvijn op heldere wijze uiteen wat heiliging in het vierde gebod betekent: ‘God scheidt ons van de andere volken wanneer Hij ons heiligt. Niet dat Hij ons met Zijn armen trekt, maar Hij verbindt ons met Hem. Ziedaar dus de heiliging die de rustdag aanduidt. De Schrift noemt heiliging de doding van het vlees en dat onze ongeordende verlangens neergeslagen zijn, zodat zij niet meer in ons heerschappij voeren. En vervolgens dat Hij ons hervormt door Zijn Heilige Geest, zodat wij niets anders meer willen dan Zijn wil. Wij zien dus dat deze heiliging van de rust uit twee dingen bestaat. De eerste is dat onze slechte begeerten niet langer in ons heersen. En vervolgens dat wij niet langer verlangen, maar dat Zijn Geest in ons verlangt en ons leidt waarheen wij moeten gaan.’ Het sabbatsgebod is dus geen juk, maar God laat daarin zien dat Hij Israël afgezonderd heeft, opdat zij zouden ervaren dat Hij hun Vader is. We zagen al dat het kerkelijk leven een zekere ordening niet kan missen. Het einde van de onderhouding van de Joodse sabbat betekent voor de kerk geen losbandigheid, maar dat de gelovige oog krijgt voor het geestelijke doel waarvoor de sabbat is ingesteld.

Praktisch
De praktische aspecten van het gebod heeft Calvijn niet verwaarloosd. Immers, wat voor de Joden goed was, moet dat ook zijn voor de christenen. Voor de Joden was de sabbat een ordening om in de tempel de wet van God te horen. Calvijn verliest zich evenwel niet in een discussie over de vraag wat wel of niet mag op zondag. Hij laat op de vraag welke orde de kerk op deze dag moet bewaren de kinderen als volgt antwoorden: ‘Dat het volk bijeenkomt om onderwezen te worden in Gods waarheid, om gezamenlijk te bidden en getuigenis te geven van hun geloof en vroomheid’ (Catechismus van Genève, vraag 179).

Meditatie
Het liefst zou Calvijn zien dat zijn hoorders thuis de preek overdenken die zij even tevoren in een van de kerken in de stad gehoord hebben. De reformator heeft echter geen hoge dunk van de meditatie in de Geneefse huizen. Vanuit het algemene religieuze besef zal ieder zeggen dat hij de schatten van het Evangelie wil hebben, maar ‘hoe vaak roepen wij eigenlijk de inhoud van de preken in herinnering om daar ons profijt mee te doen? Hoe spreekt men er over in de huizen? De meesten schijnt het toe dat het voor hen voldoende is wanneer zij eenmaal per zondag uit gewoonte een preek hebben gehoord. Wanneer zij in hun huizen zijn teruggekeerd, spreken zij alleen over goddeloze en wereldse plannen, in plaats dat zij rekening houden met hetgeen in de preek gezegd is om beter in het geheugen vast te houden wat daar behandeld is. ‘Nee, nee!, zeggen zij, het maakt alleen maar zwartgallig om daaraan te denken; laten wij ons het hoofd er niet over breken.’’ (preek over Hand.5:17-21).

Naar de kerk
De bepaling om tenminste eenmaal per week naar de kerk te komen ontleent Calvijn aan de betekenis van de sabbat. In de preek over Jeremia 17:17-23 zegt hij dat de sabbat ook een verordening vormde, opdat de Joden naar de tempel zouden komen om de wet van God te horen. Omdat velen echter op doordeweekse dagen niet naar de kerk komen, moest een dag worden vastgesteld waarop allen in het bedehuis moeten samenkomen. Zeer scherp wordt de toon van de prediker wanneer hij de dag waarop de gehele gemeente samenkomt ‘de dag van de ezels’ noemt, omdat dan de mensen komen die alleen onder dwang komen. Regelmatig klaagt Calvijn over de onzorgvuldigheid in het kerkbezoek van zijn stadsgenoten. In Genève gold de bepaling dat men tenminste op zondag en op woensdag – de dag van gebed – het gepredikte Woord diende te horen. Calvijn wekt bij ons echter vanuit de preken de indruk dat de trouw in het kerkbezoek bij velen ver te zoeken was. ‘Dagelijks wordt er gepreekt, men doet de gebeden, men moet maar de straat oversteken om er te komen, maar ieder zegt dat hij iets in huis te doen heeft.’ Calvijn kan de mensen aanwijzen die openlijk laten blijken dat zij geen voordeel doen met het Evangelie. Zij zijn spotters en verachters van God, vijanden van Hem en Zijn Woord, die spotten en lachen in hun huizen. Zij genieten liever van hun ontbijt dan van het getuigenis van hun behoud.

Geloof belijden
Calvijn wil juist het positieve van de zondagsviering onder de aandacht van zijn hoorders brengen. De zondag biedt de mogelijkheid om, ontslagen van de dagelijkse bezigheden, samen het geloof te belijden. ‘Maar indien deze ordening niet in acht wordt genomen, is het zeker dat wij duidelijk tonen dat wij geen rekening met God houden. Zoals blijkt wanneer de zondag aanbreekt; sommigen die gedurende de week geen gelegenheid hebben om de stad uit te gaan, omdat zij hun zaak moeten beheren en in beslag worden genomen door hun bezigheden, gaan op de feestdag hun bezittingen bekijken; anderen gaan voor hun plezier ’s zondags de velden in, omdat zij door de week geen gelegenheid hebben om zich te vermaken en het lijkt wel alsof de rustdag speciaal verordend is, opdat zij dan hun vrije tijd doorbrengen’, (preek over Jer.17:24-27, augustus 1549).

Weerbarstigheid
We zien dat Genève in Calvijns ogen wat betreft het vierde gebod geen paradijs op aarde is. Calvijn heeft diep moeten zuchten: ‘En behaagde het nu God dat men de voorbeelden ervan verder af moest zoeken en dat zij zeldzamer waren! Maar men ziet hoe alles wordt ontheiligd, dat het merendeel zich helemaal niet bekommert om het gebruik van deze dag, die ingesteld is opdat wij uit alle aardse beslommeringen, uit alle bezigheden zouden worden weggehaald om ons helemaal aan God te geven’ (GW IV, 86v). Met beide benen stond Calvijn in de weerbarstigheid van het dagelijks leven en heeft hij gezocht naar de vreugde van de zondagsviering: het gaat om de voortdurende overdenking van Gods grote verlossingswerk. ‘De overdenking van Gods daden heeft ons reeds gevormd en toegerust, om ook ’s maandags en het overige van de week er toe te worden gebracht, onze God te danken, wanneer wij tevoren Zijn werken rustig hebben overdacht.’


Volgende week het slot van deze serie: zondagsheiliging in de zeventiende-eeuwse Nederlanden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De vreugde van de viering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's