De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het refrein van armoede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het refrein van armoede

Ontwikkelingssamenwerking krijgt andere inhoud

13 minuten leestijd

In deze wereld zijn de tekenen van de eindtijd zichtbaar en is armoede een feit. Wat vraagt God van mij als christen?

Een poosje geleden was ik op een veiligheidstraining. De trainer vroeg me of ik het verhaal van de gekookte kikker kende. Ik schudde ik mijn hoofd. De man vroeg: ‘Weet jij wat er gebeurt met een kikker die je in een pannetje met koud water stopt en op het vuur langzaam verwarmt?’ Ik vermoedde dat de kikker er na verloop van tijd probeert uit te komen. Hij vertelde me echter dat de kikker niks merkt en langzaam maar zeker dood gaat. Het langzaam verwarmen van het water maakt de kikker niet alert. Een kikker in kokend water gooien levert een ander effect op: hij weet niet hoe snel hij uit de pan moet komen. De trainer vertelde dit omdat hij vaak ziet dat mensen die jarenlang in een onveilig gebied wonen, gewend raken aan de situatie en niet meer altijd de juiste inschattingen maken. Wie bedacht op gevaar naar een bepaald gebied reist, bereidt zich voor op onveiligheid en is alert.

Wakker schudden
Dit voorbeeld bleef bij me haken toen de berichten van de honger in Afrika nieuws werden en de reacties loskwamen. Wat doen de verhalen via de media met ons? Zijn we net als de kikker die in het koude water zit dat langzaam warmer wordt? De verhalen blijven bij ons binnen druppelen. Hoe meer we horen hoe ongevoeliger we dreigen te worden. Wat is er nodig om ons wakker te schudden en ons te doen realiseren dat er wat gedaan moet worden? Zijn het de verhalen en foto’s van mensen die het gebied bezochten? ‘Open uw christenhart voor Afrika.’ Dat zei Arie Slob, partijleider van de ChristenUnie, toen hij op Schiphol uit het vliegtuig stapte en een journalist van het Reformatorisch Dagblad hem bevroeg op zijn opgedane ervaringen in het hongergebied in Oost-Afrika. Slob riep de kerken en christenen op te geven voor Afrika, omdat op dit moment deze hulp nodig is. Tegelijkertijd wil hij in de Tweede Kamer aandacht vragen voor structurele hulp in Afrika. Het alleen geven van noodhulp, wat het kabinet nu lijkt voor te staan, is niet de oplossing voor Afrika, zo zegt hij. ‘We moeten Afrika niet de rug toekeren.’

Onbeantwoord
Toch leven er over de droogte in Afrika vragen bij gevers en nietgevers. Begin augustus was de voorpagina van NRC Handelsblad gevuld met veertien redenen om niet aan Afrika te geven. Het falende beleid, de voedselhulp die de oorzaak van armoede in stand houdt, de conflicten die het gebied parten spelen, het achterblijven van voedselproductie en ga zo maar verder. Daartegenover staat volgens de auteur één reden: in Somalië sterven honderden mensen per dag die niets aan alle voorgaande oorzaken kunnen doen. Hongerend Afrika is het refrein van jaren. Hadden we dit nu echt niet kunnen voorkomen? Ontwikkelingshulp in Oost-Afrika kan beter. Er zullen zeker lessen uit deze ramp te trekken zijn. Als ik de berichten van Oost-Afrika in me opneem en in de Bijbel lees hoe om te gaan met de armen blijven er veel vragen onbeantwoord. We weten allemaal dat armoede niet uit deze wereld verdwijnt voordat Jezus terugkomt. Is de armoedenood de afgelopen jaren groter geworden? Hongersnoden, rampen en epidemieën zijn immers tekenen van de eindtijd. Wat vraagt dat van christenen die in deze tijd leven?

Als je concreet oog in oog staat met een vrouw die niet meer weet waarmee ze haar kind kan voeden of met een werkloze man die zich afvraagt hoe hij voor zijn gezin moet zorgen, kan Genesis 1 troost geven. Een prachtige schildering van woorden waarin we een glimp van Gods almacht in de schepping zien. We lezen hoe God zorgvuldig de wereld schiep. Vanuit chaos bracht Hij orde en rust. Met steeds het refrein: ‘En God zag dat het goed was.’ Als laatste schiep Hij de mens, als uniek en verantwoordelijk schepsel. Met een doel, namelijk: God groot maken en loven. Dat is de reden waarom mensen op aarde zijn. Dat was Gods plan met de mens. Die volmaaktheid was er in het paradijs. Het kreeg echter een wending in Genesis 3. De mensen met hun verantwoordelijkheden lieten zich verleiden tot het mooiere en betere dat ze dachten te vinden door het eten van de vrucht. Vanaf dat moment wordt de mens geconfronteerd met het lijden in de wereld.

Niet gewild
Bij het zien van leed, verdriet en ellende is het belangrijk voor ogen te houden dat ondanks alle vragen één ding vaststaat: God heeft het niet zo gewild en zo niet bedoeld. God schiep de wereld volmaakt en zonder lijden. Ook na Genesis 3 belooft God dat het ooit weer een wereld zonder lijden zal worden. In het laatste bijbelboek krijgen we een doorkijkje naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Er komt een koninkrijk waar geen verdriet meer zal zijn. God zal Zelf de tranen van de ogen afwissen. Een christen kan dus achteromkijken en concluderen dat God verdriet en ellende nooit heeft gewild. En vooruitkijken en zien dat God ook voor de toekomst van Zijn kinderen geen verdriet, armoede en lijden in het vooruitzicht heeft, maar voor eeuwig blijdschap. Het is belangrijk om dit feit voor ogen te houden als iemand je als christen hierop bevraagt, omdat hij of zij niet begrijpt waar God is in het lijden. Ook al is dat geen rationeel antwoord en blijven de vragen er. Ook al is er in de wereld armoede en lijden.

Twee stromingen
Talloos zijn de onderzoeken waarom er armoede in de wereld is en hoe ze opgelost zou kunnen worden. Economen breken zich het hoofd over de problematiek en dragen mogelijke oplossingen aan. In veel oplossingen ontbreekt de notie van het leven in een gebroken wereld. Vaak is het maakbaarheidgehalte in deze studies en daaropvolgende acties en campagnes die de armoede willen tegengaan hoog. Niet voor niets raken veel mensen gedesillusioneerd en vragen zich af of het investeren in armoede überhaupt wel zin heeft. Een zekere nuchterheid is op zijn plaats. Als we kijken naar de oorzaken van armoede zien we vandaag de dag grofweg twee stromingen. De linkse school wijt armoede aan de maatschappelijke, grote krachten waarover wij geen stuur hebben. De rechtse school noemt verval van gezinsleven, verdwijning van zelfbeheersing en discipline en andere tekortkomingen van armen zelf.

Bijbel
De Bijbel is genuanceerder. Ze geeft noch de linkse noch de rechtse denkers volledig gelijk. De bekende Amerikaanse predikant Tim Keller schreef het boek Ruim baan voor gerechtigheid. In dit inspirerende boek laat hij zien hoe evenwichtig de Bijbel antwoorden geeft op de vragen die vandaag de dag leven. In de wetten die we in de eerste bijbelboeken lezen, zien we dat onderdrukking wordt aangepakt. De mozaïsche wetgeving wil voorkomen dat verschillen tussen rijk en arm te groot worden. Ook de profeten Amos, Ezechiël, Micha en Jesaja wijzen vaak naar het leefgedrag van de rijken, die ze als schuldige van de kloof tussen arm en rijk zien. Daartegenover noemt de Bijbel meer factoren van armoede: hongersnood, invaliditeit door letsel, overstromingen en brand. In Spreuken worden de persoonlijke en morele tekortkomingen genoemd, zoals traagheid en gebrek aan zelfdiscipline die armoede veroorzaken.

Complex probleem
De Bijbel leert dus dat armoede niet het aanpakken van factor 1 of 2 is, maar dat het een complex probleem is. Armoede zal er zijn zolang de aarde bestaat, daar is de Bijbel helder over. Deuteronomium 15:11 zegt: ‘Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebied ik u, zeggende: Gij zult uw hand mild opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukte en aan uw arme in uw land.’ Naast de nuchtere constatering dat de arme altijd in het midden zijn dus de oproep er voor de arme te zijn. Toch kan deze tekst ook vragen oproepen. Want even eerder staat er: ‘Alleen, omdat er geen bedelaar onder u zal zijn; want de HEERE zal u overvloedig zegenen in het land dat u de HEERE uw God ten erve zal geven om hetzelve erfelijk te bezitten’ (vs.4). Op het eerste oog spreekt het een het ander tegen. Maar als we de eerste vijf bijbelboeken verder bestuderen is duidelijk waarom God op diverse Schriftplaatsen zegt: ‘Er zal geen bedelaar onder u zijn.’

Balans
Gods wetten zijn gericht op sociale rechtvaardigheid. En daarmee dus op armoedebestrijding of, beter nog, armoedepreventie. De wetten uit Deuteronomium en Leviticus illustreren dat. Ten gunste van de arme is er de wet die kwijtschelding van schulden voorschrijft en de bepaling over het aren lezen, wat Ruth bij Boaz doet. We lezen ook over bescherming voor de landeigenaren tegen al te enthousiaste druiven- en korenplukkers (Deut.23:24- 25). Hierin laat God ons de balans in Zijn wetgeving zien. We lezen ook over het geven van de tienden. Elke Israëliet geeft een tiende deel van zijn jaarinkomen aan de priesters en Levieten voor het onderhoud van de tempel. Om de drie jaar worden deze tienden naar een opslagruimte gebracht, waar de vreemdelingen en wezen ervan mogen nemen (Deut.14:28,29). Er is ook het sabbatsjaar, waarin de schulden worden kwijtgescholden en slaven losgelaten (Deut.15:1-18). Ieder zevende sabbatsjaar wordt het jubeljaar uitgeroepen. Dan worden niet alleen de schulden kwijtgescholden maar moet het land of een deel van het land ook weer in het bezit van de stammen en families komen aan wie het was toegewezen toen de Israëlieten uit Egypte terugkeerden. In al deze wetten zien we aan de ene kant een oproep tot ruimhartig geven (de tienden). Aan de andere kant is er de relativering van het privébezit van mensen (het sabbatsjaar). Niet verwonderlijk dus dat God zegt: ‘Niemand van u zal in armoede leven.’

Voor ons?
Als we de citaten uit het Oude Testament lezen, kan de vraag rijzen: geldt dit ook voor ons? De gegeven wetten lijken haaks te staan op de cultuur en wetgeving van vandaag. Het geven van tienden kan nog wel een plek krijgen in het leven van een christen. Het hebben van een sabbatsjaar en jubeljaar lijkt onmogelijk in de huidige samenleving, waar economische stelsels hiervoor geen ruimte laten. Toch kunnen we er wel persoonlijk lessen uit trekken.

Ontwikkelingen in de afgelopen jaren hebben we wereld veranderd – en doen dat nog –, ook het leven van de armen. Door de opkomst van internet en mobiele telefonie is de wereld een dorp geworden. De verbinding noord-zuid is snel gelegd. Dat vraagt een andere aanpak in ontwikkelingswerk dan dertig jaar terug. Zelfs in afgelegen plattelandsgebieden is internet mogelijk, waardoor een grote informatiebron beschikbaar is gekomen. De lokale man en vrouw worden zich, evenals de westerling, meer en meer ervan bewust wereldburger te zijn. Steeds meer mensen reizen de wereld rond en doen zo internationale contacten op. Door sociale media kunnen contacten gelegd en gemakkelijk onderhouden worden. De groepscultuur die in landen in Afrika kenmerkend is, versterkt nog meer het leven en werken in netwerken. Neem daarbij de toestroom aan informatie. Dit alles verandert de één op ééncontacten die organisaties in Nederland met organisaties in ontwikkelingslanden hadden sterk. De Afrikaanse partnerdirecteur in Benin tipt Woord en Daad dat er een goede subsidiemogelijkheid in zijn regio is, in plaats van dat Woord en Daad hem attendeert op fondsmogelijkheden. Een goede ontwikkeling, die de nodige gelijkwaardigheid in de relatie brengt.

Bewust
Het aansluiten van netwerken en bundelen van krachten is een voorwaarde om armen op een juiste wijze te bereiken. Omdat het belangrijk is je bewust te zijn van de context waarin je werkt en je daarbij voortdurend af te vragen of jij de organisatie of persoon bent die een toegevoegde waarde voor de omgeving is. Grenzen zijn niet meer scherp te trekken. Daarom is het des te belangrijker om als christen je van deze veranderingen bewust te zijn, niet achter te blijven maar zelf weloverwogen je plaats in te nemen. Om juist aan anderen te laten zien wat het betekent christen in deze wereld te zijn. Veranderingen zijn dan niet meer een bedreiging of belemmering, maar bieden steeds meer kansen om als leesbare brief van Christus Zijn liefde te laten zien.

Oost-Afrika, het nieuws van de dag. Hongerende mensen vragen om ruimhartig geven. God draagt dat in het Oude Testament al op. Het is ook duidelijk dat Hij daarbij de verantwoordelijkheid van mensen wil benadrukken. Wat vraagt God van ons als christen in onze tijd, waarin tekenen van de eindtijd zichtbaar zijn en armoede een feit is? De wetten die God gaf kunnen we één op één toepassen in ons eigen leven. Maar al is het sabbatsjaar noch het jubeljaar concreet naar de huidige samenleving over te zetten, toch kunnen we er een boodschap uit halen. Ze roepen ons tot spiegelen. Wat is mijn bezit? Hoe ben ik eraan gekomen? Hoe gaan we met onze eigendommen om? Hoe consumeren we? Maar ook hoe gaan we met de ander om? Juist in het jubeljaar werden immers slaven vrijgelaten en schulden kwijtgescholden.

Niet iets toestoppen
De vraag die naar ons toekomt, is of ons leefgedrag zo is dat we de ander als gelijkwaardig zien en met respect benaderen. Aan de ene kant is er de vraag om naastenliefde en aan de andere kant het appèl op ieders verantwoordelijkheid. Concreet betekent het niet alleen het geven van voedsel. In Deuteronomium staat dat we arme moeten lenen zoveel hij nodig heeft (15:7- 8). Dat is: niet iets toestoppen zodat hij weer even vooruit kan, maar lenen en kijken hoe hij zelfvoorzienend kan worden, juist met alle mogelijkheden die er zijn. Daarbij nemen we Gods veelkleurige schepping mee: de lokale context. Elk land en elke cultuur heeft zijn eigen wetten en gewoonte – blauwdrukken bestaan niet –, maar we vinden elkaar wel vanuit een en dezelfde bron. Dat betekent veel. Als eerste moeten we wellicht het beeld van ontwikkelingssamenwerking van nu bijstellen. Het is niet meer alleen het geven van geld, niet meer de witte dokter die de arme zwarte helpt. We bezien vanuit het gezamenlijke domein veel meer met elkaar hoe we elkaar kunnen versterken met de gegeven middelen. Het tweede is wellicht dat we ons leefgedrag aan de Bijbel spiegelen. Het betekent niet meer elke dag vanzelfsprekend ons leven leven en onze tienden geven. We moeten ook in ons eigen vlees durven snijden en eerlijk kijken welke zaken er in ons leefpatroon anders kunnen en moeten, zodat ons leefgedrag hier betekenis zal hebben voor het leefgedrag daar. Ons leefgedrag hier werkt aanstekelijk voor de ander en stemt onze buren tot nadenken. Het kan de naaste wakker schudden en weer op scherp zetten. Hij of zij is misschien net als de kikker die zich al te lang in het kokende water bevindt en te weinig beseft dat het echt tijd is om als christen je roeping serieus te nemen en je christenhart te laten lezen aan anderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het refrein van armoede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's