Kerken met stip
Kerken met stip zijn gemeenten waar ex-gedetineerden welkom zijn. Nogal wat mensen die een gevangenisstraf uitzitten ontdekken tijdens die gevangenschap (opnieuw) de waarde het geloof en de geloofsgemeenschap. Na hun straf vinden ze echter maar zelden aansluiting bij een kerk, terwijl ze tijdens hun detentie wekelijks de vieringen meemaakten. Voor de meeste ex-gedetineerden is de drempel naar een onbekende kerk buiten de muren te hoog. Daarom zoekt de vereniging Kerken met stip rooms-katholieke en protestants-christelijke geloofsgemeenschappen die aan deze mannen en vrouwen godsdienstig en sociaal een dak boven het hoofd kunnen geven. De ‘stip’ in de naam verwijst naar de tekens die zwervers vroeger aanbrachten op bomen en grote stenen in de buurt van boerderijen waar ze welkom waren.
Een van de oprichters van Kerken met stip is dr. Paul Oskamp (1932), oud-rector van Hydepark. Hij nam onlangs, na bijna tien jaar, afscheid van de vereniging. Voor het Reformatorisch Dagblad van 23 september had Eunice Hoekman een gesprek met hem.
Klopt het dat veel gedetineerden de waarde van geloven en een geloofsgemeenschap ontdekken?
‘Ik heb daarvan veel voorbeelden gezien, hoewel ze misschien niet representatief waren omdat ik onderzoek deed onder gevangenen die de vieringen bezochten. Maar, het is ook geen wonder dat mensen in detentie daarop terugvallen. De wereld achter hen is ingestort. Ze zijn hun woning en werk kwijt, vaak ook hun vrouw en kinderen. Als je nauwelijks toekomstperspectief ziet, wil je de reddingsgordel van het Evangelie wel aangrijpen.’
Bezoeken gevangenen ook niet vaak een kerkdienst om even uit de cel te zijn?
‘Zeker. Ik heb hen ook wel stiekem zien dealen. Ze drinken koffie en als er vrijwilligers zijn, krijgen ze nog eens een mooie vrouw te zien. Er is niks mis mee dat het gezellig is in de kerk. Daarbij is het uitzonderlijk dat je in die harde wereld met respect behandeld wordt, dat er iemand belangstelling voor je heeft.’
Wat is ervoor nodig om een kerk met stip te worden?
‘Stipkerken zijn doorgaans open en gastvrij, diaconaal ingesteld, kennen veel vrijwilligers en schenken aandacht aan de buurt. Wat wij willen is dat een meerderheid van de gemeenteleden achter het werk voor (ex-)gevangenen staat. Van een kerkbestuur en een voorganger vragen we een principebesluit en de bereidheid om extra pastorale aandacht te geven. Verder zijn er speciale opvang en begeleiding nodig, bijvoorbeeld door een aparte maatjesgroep. De gemeente wordt op haar beurt begeleid door een justitiepastor. Betrokkenheid bij ex-gedetineerden begint vaak al in de gevangenis. Gemeenteleden zoeken contact en kijken wat ze kunnen doen. Een kerstpakket of paasgroet sturen, kleren geven of een goed koor uitnodigen. In Silo, een baptistengemeente in Utrecht, maakte ik mee dat een ex-gedetineerde erg verdrietig was. De voorganger stelde voor om – net als tijdens diensten in de gevangenis – een kaars aan te steken. Het is bijna een sacrament. Dat geldt ook van de vredesgroet, waarbij men elkaar de vrede van Christus wenst [voorafgaand aan het heilig avondmaal of de eucharistie GvM]. In de bajes wordt dat als een heilig moment beschouwd. Stipkerken raad ik aan deze dingen in te voeren. Ex-gevangenen zijn gevoelig voor symboliek, en niet zo verbaal.’
In veel reformatorische kerken zijn dergelijke rituelen niet gebruikelijk.
‘Het gaat er vooral om dat een kerk een echte gemeenschap vormt en dat er aandacht is voor elkaar. Dat kan op vele manieren. Ook door bijvoorbeeld zang of mooie muziek of door de boodschap die er klinkt.’
Hoe verloopt de overgang van de bajeskerk naar een gewone kerk?
‘Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan. Persoonlijk heb ik gezien dat ex-gedetineerden blij en trots zijn als ze een kerk gevonden hebben en daarin hun partijtje meeblazen. In een andere gemeente barstte een flinke discussie los over de opvang van exgevangenen. Nou, de mensen die een kerk willen bezoeken, vormen niet de harde misdaad. Zij vormen een bedeesd soort mensen dat zich vaak schuldig en minderwaardig voelt.’
De kerken met stip verschillen onderling sterk van elkaar. Een gemeente moet maar net bij je passen.
‘Gedetineerden zijn over het algemeen niet zo eenkennig. De diensten in de gevangenis zijn oecumenisch van aard. Protestantse en rooms-katholieke voorgangers wisselen elkaar af. Daarbij zijn er veel plaatsen waar je weinig keus hebt. Tot nu toe vindt een ex-gevangene eigenlijk alleen aansluiting bij een kerk na een warme overdracht, waarbij er bijvoorbeeld contact is tussen de justitiepastor en de voorganger.’
Ex-gedetineerden kunnen terugvallen. Welk risico is er voor gemeenten?
‘In een zekere gemeente werd gestolen. De mensen daar hebben het afgeleerd om hun portemonnee in hun jas in de garderobe te laten zitten. Als gastheer heb je het recht bindende afspraken te maken met je gasten. Bijvoorbeeld dat een zedendelinquent zich op afstand houdt van kinderen. Wie niet te vertrouwen is, wordt de toegang ontzegd. Een van onze instructies is dat je niet te gemakkelijk je privéadres moet geven.’
Is uw gemeente een kerk met stip?
‘Néé, die is veel te netjes en te elitair. Maar ik zou dolgelukkig zijn als een ex-gedetineerde zich er thuis zou voelen.’
Bij zijn afscheid hield dr. Oskamp een referaat (of preek?) over het thema verzoening. Hoe werkt het om met God en met elkaar (slachtoffer en dader) in het reine te komen? Bijzondere aandacht schenkt hij aan het proces van de biecht dat ook in protestantse kring ingang vindt. Hij onderscheidt vijf elementen: zelfonderzoek, berouw, bekentenis van schuld, vrijspraak, boetedoening (penitentie).
Een verzoeningsproces begint met zelfonderzoek. Dat kan op alle mogelijke manieren. Zo kan een kerkdienst ons zelfkennis bijbrengen, bijvoorbeeld door een gebed dat latent onbehagen omhoog haalt of een preek die confronterend werkt. Of men komt zichzelf tegen voor het slapen gaan, bij het opmaken van de balans van de dag. Men kan zich spiegelen aan de Tien geboden of de Zeven hoofdzonden. Maar vaak weten wij het al lang als je een ander onrecht hebt gedaan of iemand ongelukkig hebt gemaakt. Ja, wat zijn de gevolgen van mijn handelen en wat heb ik een ander aangedaan? Een goede biechthoorder vraagt op dit punt door, want een mens zit vol uitvluchten. De schuld moet in volle omvang blijken, zonder er doekjes om te winden. Boetedoening begint met een verontrust geweten. Berouw is de pijn om wat is misgegaan en misdaan, men rouwt om een onherstelbaar verleden, maakt zich verwijten, ziet zichzelf in zijn armzaligheid. Van de Verloren zoon wordt verteld: ‘Hij kwam tot zichzelf.’ Dat is het gouden moment van inkeer en omkeer; je neemt de schuld op je: it’s me, it’s me o Lord. Van Petrus, in de nacht van het verraad, staat in het evangelie: hij weende bitter.
In een schuldbekentenis brengt men het besef van schuld naar buiten, voor een gedupeerde, voor een biechthoorder of voor God. Men evalueert zichzelf als het ware ten overstaan van een ander, zonder zich te verontschuldigen of in schaamte te vluchten. Dat is pijnlijk maar lucht ook op. Het hoge woord is eruit: ’t is mijn schuld, mea culpa, mea maxima culpa. (aldus in de Romeinse liturgie). Psalm 32 zegt: Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg. Want verdringen helpt niet maar maakt het alleen maar erger. En zo is de eerlijkheid van de biecht het begin van genezing.
Vrijspraak. De dader heeft gedaan wat hij kon, hij heeft ongelijk bekend en berouw getoond. Nu is het slachtoffer aan zet (…) Zal hij of zij het verlossende woord spreken: ‘ik vergeef je’? Zal hij of zij kwaad met goed vergelden? Verzoening is lang niet altijd mogelijk en in sommige gevallen zelfs niet wenselijk bijvoorbeeld wanneer het slachtoffer getraumatiseerd is. Eigenlijk is het een wonder als een slachtoffer de hand over het gekrenkte hart strijkt en de schuld kwijtscheldt, zodat de partijen een stap naar elkaar toe zetten. Wie schuld belijdt leert nederigheid, wie een ander vergeeft betoont zich grootmoedig. Verzoening is in de grond overwonnen vijandschap en vergt van beide partijen moed om zelf te veranderen. Hier blijkt dat de raad van Jakobus ‘Beken elkaar je zonden’ een belofte inhoudt. Want, zo heet het, ‘dan zul je genezen’. Boetedoening. Een opticien vertelde mij het volgende verhaal: hij trof op zijn bankafschriften een substantieel bedrag aan van een onbekende, hij kon het niet thuisbrengen. Na verloop van tijd werd hij door een pastoor opgebeld: Hebt u een anonieme overschrijving op uw bankrekening ontvangen? Daarop kwam hij met de volgende verklaring: een jongeman had hem in de biecht bekend dat hij in de winkel van de opticien een kostbare verrekijker had gestolen. De pastoor had met de jongen afgesproken dat deze het verlies van de verrekijker als boetedoening aan de opticien zou vergoeden. Vandaar de controle of de biechteling zijn belofte was nagekomen.
Wat leert ons dit? Dat een biecht bijna altijd met boetedoening gepaard gaat. Er is geen genade met behoud van buit. Boeten betekent herstellen, denk maar aan nètten boeten. Ook als de vrede getekend is valt er vaak veel te repareren, want het slachtoffer blijft met de brokken zitten, met schade, verdriet of letsel. In de moslimcultuur wordt als regel door de families van slachtoffers en daders onderhandeld over de prijs van de schadevergoeding. Dat hoort bij de verzoening want de gevolgen van een delict zijn niet zomaar weg Daarom zal een dader alles willen doen om een en ander goed te maken door schade te vergoeden en zijn goede wil te tonen. Is verzoening dan toch te koop? Nee. De vrede staat weliswaar niet los van menselijke inspanning. Het blijft erbij: op vergeving kun je geen recht doen gelden maar het is een geschenk dat als manna uit de hemel daalt. U zult nu begrijpen dat er voor zware delicten geen instant vergeving bestaat maar dat men een lange en zware weg heeft te gaan.
Dr. Oskamp maakt duidelijk dat het in de zorg voor ex-gedetineerden om heel wezenlijke dingen gaat. Onwillekeurig denk ik ook aan het woord van Jezus in Mattheüs 25:39-40, over de liefde voor gevangenen die opkomt uit de verbondenheid met Hem. Dat is geen bijkomstigheid maar er zal naar worden gevraagd als de Zoon des mensen komen zal. Op dit moment zijn er 67 kerken met stip, zie www.kerkenmetstip.nl. Staat uw kerk er ook bij?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's