‘Van zijn daden leven we nog’
Publicaties Abraham Kuyper op rij gezet
Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is vorige week een lijvige en prijzige bibliografie gepresenteerd. Hulde voor de samensteller, de emeritus predikant Tjitze Kuipers, die op zijn veertiende al werk van Kuyper verzamelde.
Bij het honderdste geboortejaar van Abraham Kuyper (1937) zei dr. H. Berkhof; ‘Van Kuypers daden leven we nog.’ Hij liet een machtige erfenis na in de gereformeerde zuil, op het gebied van wetenschap, onderwijs, politiek, media, kortom op alle terreinen des levens. Er was ‘geen duimbreed’ op het erf van het menselijke leven, waarvan Christus als de Souverein niet zegt ‘Mijn’, zei hij bij de opening van de Vrije Universiteit in 1880. De ‘soevereiniteit in eigen kring’ werd een denkrichting in de filosofie.
Veranderd
Er is na 1937 ontzaglijk veel veranderd. De zuil deconfessionaliseerde en raakte in de versukkeling. En de kerk die Kuyper stichtte is niet meer. Nochtans is de aandacht voor Abraham de Geweldige nog steeds groot. Er is zelfs sprake van hernieuwde aandacht, tot in landen als Korea en Japan, maar ook in Princeton, waar Kuyper in 1898 zijn wereldvermaarde Stonelezingen over het calvinisme hield. De nieuwe bibliografie biedt een overzicht van Kuypers publicaties (ook postuum, tot 2010), in chronologische volgorde, met een korte typering van elk artikel en daarbij ook historische bijzonderheden. In drie lezingen kwam Kuyper vorige week voor het voetlicht, terwijl de aanwezigen hem permanent in beeld hadden, gebogen over een manuscript, lurkend aan zijn pijp.
Politiek
Prof.mr.dr. J.P. Balkenende, voormalig premier, trok Kuypers betekenis voor de politiek door tot op vandaag. Kuyper was de man van het langetermijndenken. De emancipatie van de ‘kleine luyden’ voltrok zich niet van het ene op het andere moment. Dat geldt ook vandaag bij vraagstukken inzake energie, wereldarmoede, omgang met de culturen en de religies. Kuypers werk had internationale dimensies, zoals uit zijn reis naar het Midden-Oosten blijkt. Vandaag tekent zich het einde af van de traditionele natiestaat. We moeten weg van achter de beschermende dijken van de eigen natie. Kuypers arbeid hield morele reflectie in – actueel bij de financiële en economische crisis sinds 2008. Ook hier gaat het om een maatschappij geënt op christelijke waarden. En de architectonische maatschappijkritiek van Kuyper kan tot op vandaag worden doorgetrokken in een nieuwe visie op maatschappelijke organisaties.
Theologie
Prof.dr. C. van der Kooi, die de dogmatische leerstoel van Kuyper aan de VU bekleedt, typeerde zijn ‘voorganger’ als publiek theoloog. Hij citeerde critici: ‘Kuyper ijverde voor zijn Heer, hij wilde Hem volgen, maar hij liep ver voor Hem uit.’ Hij bracht in herinnering de dag waarop Kuyper zijn zoon (H.H.) bevestigde in de gereformeerde kerk van Lollum. Ook de vrijzinnige boeren kwamen erop af. Want ‘als de duivel zelf komt preken, dan willen we het horen’. Kuyper legde nieuwe theologische boulevards aan, uitlopend op twee centra: de verkiezingsleer en de leer aangaande de Heilige Geest. De verkiezing benaderde hij niet lijdelijk. De verkiezing – ‘God wil mij’ – brengt de mens in beweging. De mens is door God ‘gezien’. In de wedergeboorte wordt een mens ook actief, net als in de cultuur. Daarom kon Kuyper ook een universiteit oprichten. Met Psalm 24:1: ‘De aarde is des Heeren.’ Daar ligt voor Kuyper de cultuuropdracht. Wat de leer van de Geest betreft: alles wat God doet wordt door de Heilige Geest ingedragen in de aardse werkelijkheid. De doorwerking van de zonde wordt gestuit en de mogelijkheden in de schepping worden uitgebuit. Ook na het 65e levensjaar heeft het leven zin. Kuyper zou hebben ingestemd met het verleggen van de pensioengerechtigde leeftijd naar boven de 65 jaar. Prof.dr. A. van de Beek heeft gezegd dat door Kuyper met zijn cultuuroptimisme de gereformeerden door de moderniteit zijn geabsorbeerd. Nochtans achtte Van der Kooi Kuypers Gemeene Gratie een uitdaging in de huidige moderniserende samenleving.
Publieke persoon
‘Vanaf zijn vroegst bekende woorden tot aan zijn laatste’ had Kuyper een publiek voor ogen, betoogde prof.dr. G. Harinck, directeur van het Historisch Documentatiecentrum, dat samen met het Princeton Theological Seminary verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de bibliografie. Alles maakte hij publiek: zijn bekering, zijn redevoeringen, zijn meditaties, zijn foto’s, die hij persoonlijk aan mensen uitdeelde. Tot in Amerika hing zijn foto in huiskamers. Hij maakte furore als redenaar. De jonge Hendrik Algra ging hem in 1916 voor het eerst horen, maar nam zich voor niet onder zijn bekoring te geraken. Na enkele minuten gaf hij zich gewonnen: ‘Van alle indrukken, die ik heb bewaard, is dit de grootste en diepste, de toon, de stembuiging, de warmte, waarmee uit de Bijbel werd gelezen (…) Er was iets van muziek in die wat hoge, ijle stem, en zoals een pianissimo van een vioolsolo hoorbaar en voelbaar blijft door de gehele zaal, zo was déze stem in déze stilte.’ Kuyper maakte furore als journalist. Daarin deed hij weinig aan ‘den ouderwetsen calvinist’ denken, schreef het Algemeen Handelsblad: ‘Hij heeft ingezien dat een journalist het recht mist om vervelend te zijn.’ ‘Alles wat hij doen moest verliep langs vaste regelen van orde en regelmaat’, zei J.H. Kok, zijn uitgever sinds 1907. In het voorjaar van 1915 rekende hij de uitgever al voor dat hij in december 1916 de kopij zou aanleveren van het manuscript Antirevolutionaire staatkunde, twee delen van in totaal 1400 pagina’s. En dat gebeurde. In alles had hij als oogmerk ‘granaat op granaat onder de tegenstanders te werpen’. Harinck: ‘Kuyper ging niet publiek, Kuyper was publiek. Hij gaf zich ruim zeventig jaar lang op onnavolgbare wijze weg in boek en blad, die openbare plek waar het persoonlijke van Kuyper publiek werd en het publieke woord zo geheel persoonlijk was als nadien in onze cultuur zelden het geval is geweest.’
Bibliografie
Je behoeft geen kuyperiaan te zijn om respect te hebben voor de denkkracht van Kuyper, zijn werkdrift en de gave om een breed publiek te bereiken en te dienen. In de nu uitgegeven bibliografie spreekt hij nog nadat hij gestorven is. Over alles had hij een oordeel. Tot aan de zigeuners in Hongarije toe, nadat hij daar een bezoek had gebracht. Een zigeunerorkest luisterde dan ook de presentatie op. De bibliografie zal ongetwijfeld het kuyperonderzoek nog lang dienen.
N.a.v. Tjitze Kuipers, ‘Abraham Kuyper. An Annotated Bibliography 1857- 2010’, uitg. Brill, Leiden, 756 blz.; € 217,-.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's