De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Uit Lutheranen in de Lage Landen (Boekencentrum, Zoetermeer); over de houding van de Evangelisch-Luthersen voor en in de Tweede Wereldoorlog.
Enkele predikanten zagen wel degelijk het grote gevaar van het opkomende nationaal-socialisme en getuigden daarvan, maar dat was geen gemakkelijke opgave in een kerk met veel Duitse contacten. Ds. Th. Scharten jr. , de predikant die regelmatig voor Israël pleitte, schreef in het nummer van 27 januari 1933 van De Wartburg een uitgebreid artikel over het antisemitisme overal in Europa, maar ook en vooral in de ‘Hitler-beweging’. Vanwege zijn belangstelling voor het jodendom was hij fel anti-nazi. Op 13 november 1938 preekte Scharten over Deuteronomium 28:64-67 naar aanleiding van de Jodenvervolging (pogroms) in Duitsland. Hij en zijn vrouw stuurden in datzelfde jaar een telegram naar minister- president H. Colijn betreffende diens weigering een trein met Joodse kinderen in ons land toe te laten. Scharten voelde zich bij deze actie gesteund door zijn synode, die in juni 1938 een motie had aangenomen waarin aandacht werd gevraagd voor handhaving van het asielrecht met het oog op ‘het tragisch lot van de vluchtelingen om des geloofs en des gewetens wille’.()
Ds. P. Boendermaker was geschokt toen een catechisante van hem in Hilversum, Florentine Sophie Heubel (1914-2007), meldde dat zij tijdens een verblijf in de zomer van 1936 in Berlijn onder de indruk was gekomen van Adolf Hitler en de nazibeweging. Zij deelde mee tot een ander geloof te zijn overgegaan. In 1940 trouwde zij met de NSB-voorman Meinoud Rost van Tonningen.

Mijn liefde tot Ph. J. Hoedemaker (1839-1910) is algemeen bekend. Met rode oortjes lees ik het decembernummer 2010 van het Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, dat voor een belangrijk deel gewijd was aan zes brieven die Hoedemaker in de jaren 1883 tot 1889 schreef aan geestverwanten in de Verenigde Staten. Na een toelichtend artikel van prof. dr. G. Harinck (‘Nederland is Amerika niet’) volgen de zes brieven. Een fragment:
Bij gelegenheid van de receptie, mij zoo vriendelijk te New York gegeven, (Hoedemaker bezocht in Amerika in september 1870een predikantenconferentie, v.d.G.) werkte het op de lachspieren dezen en genen te ontmoeten, die met grooten nadruk, de eene of andere bijzonderheid mededeelde waaruit blijken moest dat hij ‘true Dutch blood in his veins’ had. Een goede broeder stikte bijna in de poging om de letter G op zijn ‘Dutch’ uit te spreken. Waaraan hebben wij dit toe te schrijven? Zou het zijn omdat de mannen, die Washington Irving in zijne geschiedenis van New York heeft vereeuwigd, uit eene andere klasse van de maatschappij zijn geweest, dan onze latere, vooral onze laatste emigranten. Ten deele. Ik geloof evenwel niet, dat men oudttijds voor zijn pleizier de boorden aan de Hudson rivier opzocht. Renteniers en soortgelijken bleven stil te huis. Is het, omdat de u bekende figuur met de klompen aan de voeten, de pijp in den mond en de handen in den zak ‘niet de type van den Hollander’ voor hen is, zooals voor uwe kinderen, als zij prefereeren onvoldragen Yankee’s te zijn? Het is, omdat men ginds iets afweet van de geschiedenis des Vaderlands, omdat men iets begrijpt van de roeping, die Nederland in vroeger tijd voor kerk en staat heeft gehad, omdat men nog niet geheel van de beginselen vervreemd is, waaruit ons ‘voorgeslacht’ leefde. In éen woord, het is om de geestelijke schatten, die men met den Hollandschen naam heeft geërfd.() Wat Nederland beteekenis geeft zijn niet zijne breede akkers, zijn handel en nijverheid, zijne kunst-producten, ofschoon de tentoonstelling van 1883 zal bewijzen, wat het ook op materieel terrein vermag. Het is de waarheid die het beleed, op de dwaling heeft veroverd, tegen haar heeft gehandhaafd, de waarheid, die het op het terrein van het denken en van het handelen, in kerk en theologie, in de maatschappij en in het staatsleven heeft toegepast; - de waarheid bovenal van de volstrekte opperheerschappij van den Heere God, van zijn woord, van Zijne genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's