Boekbesprekingen
Hanneke Schaap-Jonker, Harmen van Wijnen e.a. Alle aandacht! Preken voor kinderen en jongeren.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 124 blz.; € 13,50.
De plaats van jongeren in de eredienst is één van de zaken waarvoor de HGJB de komende jaren nadrukkelijk aandacht wil vragen. Onder de noemer ‘De integrale eredienst’ wil de bond allerlei ontwikkelingen rond het thema van kind en jongere in de eredienst signaleren en aan bezinning op deze ontwikkelingen sturing geven. Het boek Alle aandacht! wil daartoe een aanzet zijn en een zinvolle bijdrage leveren. In zeven hoofdstukken wordt achtereenvolgens ingegaan op de huidige jeugdcultuur, de ontwikkelingspsychologische visie op kinderen en jongeren, de preek als gebeuren in het midden van de gemeente, de vormgeving van de preek met het oog op kinderen en jongeren, de vraag wat een integrale benadering van de eredienst inhoudt, de persoon van de prediker en ten slotte wordt een theologische motivatie gegeven waarom aandacht voor kinderen en jongeren zo nodig is. Gezien de beknoptheid van de hoofdstukken kunnen de aangesneden onderwerpen niet uitgebreid worden behandeld, maar soms niet meer dan benoemd en van enkele kanttekeningen voorzien worden. Dat geeft een wat onbevredigend gevoel na het lezen van dit boekje. Bij alle scribenten proef je zorg voor kinderen en jongeren – ‘de kleinste schapen van de kudde’ – en bezorgdheid over het feit dat heel wat jongeren en jongvolwassenen uiteindelijk afhaken. Deze terechte zorg en bezorgdheid is de rode draad door dit boekje. Na het lezen van het boek bleef ik met een aantal vragen zitten. De meest prangende is wel: ademen de artikelen – al wordt keer op keer het tegendeel beweerd – toch niet een sfeer van maakbaarheid? Is het bereiken van het hart van jong en oud niet een door de Heilige Geest geschonken geheimenis, dat geschiedt ondanks ons (de predikers)? Wanneer er gepreekt wordt over en vanuit de liefde van Christus, zullen kinderen dat dan niet op de één of andere – voor ons niet te bepalen en aan te wijzen – manier proeven? Af en toe bekroop me bij het lezen het gevoel dat de gemeente (vrijwel) alleen maar bestaat uit kinderen en jongeren. Is het zo gefocust zijn op deze groep ook niet het meegaan in een trend die momenteel gangbaar is? Ik denk hierbij aan de reclame-industrie. De kinderen zijn de prinsjes en prinsesjes van deze tijd. Wanneer we zo gericht zijn op kinderen, de dienst voor een aanzienlijk deel op hen afgestemd wordt, ligt dan niet het gevaar van simplificering en infantilisering van de eredienst op de loer? Al zijn de auteurs zich dat gevaar bewust – er wordt niet voor niets gesproken van het ‘inwijden’ van kinderen – toch ligt door veel van wat wordt voorgesteld mijns inziens de weg open naar vervlakking en versimpeling. Bij alles mis ik helaas een duidelijk bijbelse onderbouwing. Er wordt wel enige theologische motivatie gegeven voor de gevraagde aandacht voor kinderen en jongeren, maar ik vind deze in het geheel van het boekje wel erg summier. Zou vanuit de Schrift niet veel meer op de rol van de ouders gewezen moeten worden? Zijn zij niet de eerstverantwoordelijken in het doorgeven en overdragen van de liefde van God en de liefde tot Hem en Zijn dienst? Ik denk hierbij aan Deuteronomium 6, Psalm 78 en de door ouders positief beantwoorde derde vraag van het doopformulier. Is het ‘probleem’ van de kinderen en jongeren niet heel vaak het probleem van hun ouders? Zou wanneer ouders positief spreken over de HEERE en Zijn dienst en hun kinderen de vreze des HEEREN bij hen proeven al niet veel ‘gewonnen’ zijn? Het is een boekje om over door te praten, om ons te bezinnen op een aantal vragen: hoe staan we – als ouders met onze kinderen – in de gemeente, hoe bereiden we ons voor op de ontmoeting met God in Zijn huis, hoe kunnen we elkaar – als voorganger en gemeente – daarin dienen? Dat de kinderen en jongeren hun hoop op God (gaan) stellen, is, als het goed is, het verlangen van ons allen. Ik proefde dit verlangen in ieder geval bij de zes scribenten. Vanuit dit verlangen is een voortgaand vruchtbaar gesprek over onze kinderen en jongeren gewenst en geboden.
F. Hoek, Alblasserdam
---
Vragen naar het Woord, deel 1 De Torah, de vijf boeken van Mozes. Uitg. Gouds leerhuis, Gouda;
136 blz.; € 14,50 (te bestellen via www.boekhandelsmit.nl).
Hoe lees je een boek als Leviticus of Numeri? Wat zijn de achtergronden en de grote lijnen? En ook: wat is de toepassing van dit soort bijbelboeken voor ons leven, hier en vandaag? Afgelopen winterseizoen (2010- 2011) organiseerde de werkgroep Gouds Leerhuis een serie lezingen over de vijf boeken van Mozes. Dit initiatief wordt (mede) gedragen door de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk. De gehouden lezingen zijn in een prachtig geïllustreerd boekwerkje – illustraties van de gebrandschilderde glazen van de St. Jan in Gouda – samengebracht. De bedoeling is dat er hierna nog meerdere deeltjes verschijnen. Komend winterseizoen is de lezingencyclus gewijd aan de profeten. We lezen mooie dingen in het boekje. Ds. P.L. de Jong doet een aantal rake uitspraken over de scheppingsdagen, en noemt in dat verband Genesis 1 de ‘troostpsalm van God’ (20). Dr. W.M. Dekker toont met behulp van de geschiedenis van het gouden kalf uit Exodus aan dat de zonde in haar wezen dezelfde is gebleven; God een eigen gezicht te willen geven. Prof.dr. J. Hoek wijst op de vraag die het boek Leviticus ons voorlegt: hoe te leven in de presentie van de Heilige God? Treffend vond ik ook zijn opmerking dat orthodox-protestantse gelovigen worden aangemoedigd om nota te nemen van de sensus litteralis van Leviticus: rituele handelingen kunnen aan de levensheiliging bijdragen! Dr. R. Bos doet een poging om de inhoud van boek Numeri dichterbij te halen. De geschiedenis waarvan Numeri verhaalt, is ook een metafoor van ons eigen bestaan. Onderweg naar het Beloofde Land – al is het dwars door de woestijn met alle verzoekingen en beproevingen daarbij inbegrepen. Deuteronomium wordt belicht door prof.dr. M.J. Paul. In zijn mooie bijdrage trof me vooral wat hij te berde brengt over zegen en vloek en de toespitsing naar hier en nu. Vandaag de dag willen mensen graag gezegend worden – en het dienstboek van de Protestantse Kerk biedt daartoe vele mogelijkheden bij allerhande situaties. Maar ‘bij het doorlezen van het dienstboek valt mij op dat het woord vloek of vervloeking nagenoeg ontbreekt (…) door slechts te spreken over onze daden van zegenen, lopen we het gevaar ons niet langer onder Gods normen te stellen’. Zegen is toch niet los verkrijgbaar? Prof.dr. A. van de Beek trekt in de laatste lezing enkele lijnen die de samenhang van de Torah willen laten zien. Pas daar vond ik wat ik al in eerdere bijdragen verwachtte, namelijk hoe we de boeken van Mozes lezen in het perspectief van Christus. Wat betekent het precies dat Christus de vervulling van de wet is? Daar heeft de emeritus hoogleraar zijn eigen gedachten over. Ook al hoef je die niet volledig te delen, het is toch cruciaal dat we met elkaar helder krijgen hoe we ‘Mozes en de profeten’ (Luk.24:27) lezen en de gemeente uitleggen. Kortom, een lezenswaardig boekje, dat uitnodigt tot gesprek.
C.H. Hogendoorn, Oud-Beijerland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's