‘Vanavond eet ik met Jezus’
Vooral ouderen worstelen met heilszekerheid
Als je als predikant vraagt of de persoon tegenover je weet van vergeving en behoud, krijg je nogal eens als antwoord: ‘Ik hoop het.’ De onzekerheid klinkt erin door. Mensen gebruiken het woord hopen. Ze durven niet te zeggen: ‘Ik weet het’ of: ‘Ik geloof het.’
Tijdens een vakantie in Canada bezochten we op een schiereiland verschillende vuurtorens. In vroeger tijden liepen veel schepen met slecht weer vlak voor de haven stuk op de rotsen. De regering besloot toen om vuurtorens te bouwen, zodat de schepen veilig de havens konden bereiken. Het kan een christen net als deze schepen vergaan. Voordat hij de haven van de rust ingaat, kan het nog zo ontzettend stormen dat hij bevreesd is dat zijn levensscheepje toch nog schipbreuk zal lijden. In de donkere levensstorm is het dan nodig naar het licht gevoerd te worden. In het pastoraat rondom het levenseinde kom je als predikant de vraag over heilszekerheid regelmatig tegen. Een stervende hoor je zeggen: ‘Een lang leven betekent ook een berg zonden, dominee. Zijn die nu allemaal vergeven? Is mijn geloof wel echt? Zal Hij niet zeggen: ‘Ik heb je niet gekend?’ Kun je wel zeker zijn van je behoud?’ Het stormt!
Hoe komt het?
Hoe komt het dat we worstelen met de heilszekerheid? Laten we na om ál onze zonden te belijden voor God? Volharden we in bepaalde zonden? Laten we het Woord gesloten? Laten we na Gods aangezicht te zoeken in het gebed? Gaan we op ons gevoel af ? Is Christus niet (meer) het middelpunt in ons leven? Zien we te veel op onszelf en te weinig op Christus? Tijdens het gesprek waarin de onzekerheid doorklinkt open je als predikant Gods Woord. In je hart is het stille gebed of de Heilige Geest door de gelezen woorden vertroosting en zekerheid zal geven. Want van zekerheid, daarvan spreekt het Woord! We luisteren naar Asaf: ‘Gij zult mij leiden door Uw raad en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen’ (Ps.73). Of naar Paulus: ‘Wij weten dat zo ons aardse huis van deze tabernakel gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen’ (2 Kor.5). En wat te denken van: ‘Wij weten dat wij overgegaan zijn van uit dood in het leven’ (1 Joh.3:14) en even verder: ‘Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat gij weet dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in de Naam van de Zoon van God’ (1 Joh.5:13). Dit zijn geloofswoorden, vol vertrouwen en zekerheid. In diepe verootmoediging spreken Asaf, Paulus en Johannes met vaste geloofszekerheid.
Rusten op het Woord
Het mag duidelijk zijn – we kunnen dat niet genoeg onderstrepen – dat de zekerheid van vergeving van zonden en de vrede met God rusten op het Woord dat Hij Zelf spreekt. Zekerheid heeft daarom alles te maken met: God op Zijn Woord geloven. Het is belangrijk om iemand bij wie de levenskrachten verzwakken en die worstelt met de heilszekerheid te wijzen op de zekere en de vaste beloften van God. Juist wanneer ons levensscheepje wordt geteisterd door een stormwind, met het zicht op de haven, hebben we de opdracht om van onszelf af te wijzen en op de Heere Jezus te wijzen als de gekruisigde, opgestane en biddende Hogepriester.
Geloof behoudt
Wil een mens behouden worden, dan is geloof in Jezus noodzakelijk. Zondekennis is onontbeerlijk. Paulus had een diep besef van zijn schuld en onwaardigheid. ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ (Rom.7:24). Maar hij had een nog diepere indruk van de alles bedekkende gerechtigheid van Christus. Hij vond niet in zichzelf maar in Christus het heil. Hij is een volkomen Zaligmaker. Heeft de mens alleen maar geloof – hoe zwak ook – dat de toevlucht neemt tot Jezus, zo zal hij zalig worden. De Heere Jezus verzekert het ons met niet mis te verstane woorden: ‘Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen.’ Een ieder die in Hem gelooft – let op, er wordt niet gesproken over een groot of sterk geloof –, die zal niet beschaamd worden. Dit zijn belangrijke woorden, zeker ook voor wie nog maar korte tijd te leven heeft, te midden van de worstelingen. Het geloof in Christus zal een mens behouden! Geloof, zei de Anglicaanse bisschop J.C. Ryle, is de wortel, de zekerheid de bloem. Hij illustreert dat met bijbelse voorbeelden. Geloof vind je bij de moordenaar aan het kruis, die uitroept: ‘Heere gedenk mijner.’ Zekerheid vind je bij Job als hij zegt: ‘Ik weet, mijn Verlosser leeft.’ Geloof is wat God vraagt. Wie gelooft, heeft het eeuwige leven. Heilszekerheid is eigen aan het geloof, zo leert ons de Reformatie.
Getuigenis
Heilszekerheid geeft vreugde en rust. Ze geeft ook een rijk getuigenis naar de omgeving, naar de kinderen en kleinkinderen. Een mooi voorbeeld daarvan is de Schotse predikant Robert Bruce. Aan het einde van zijn leven kon hij niet meer zien. Hij vroeg om zijn Bijbel. ‘Sla Romeinen 8 maar voor mij op en leg mijn vinger bij de woorden van Romeinen 8:38 en 39. ‘Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven noch engelen noch overheden noch machten nog tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.’ Is mijn vinger bij die tekst?’ Toen zijn kinderen tegen hem zeiden: ‘Ja, bij die tekst is uw vinger’, zei Bruce: ‘Kinderen, God zij met jullie. Ik heb met jullie ontbeten vanmorgen, maar ik zal vanavond eten met mijn Heere Jezus Christus in de heerlijkheid.’ Toen gaf hij de geest. De heilszekerheid geeft rust en vrede te midden van allerlei gevaar, bestrijding en in het aangezicht van de dood.
Gaan slapen
Heilszekerheid helpt de gelovige om moeite en verdriet te dragen. Ze stelt hem ook in staat om God te prijzen en te danken middenin de tegenspoeden van het leven. Ze zal een mens ook sterken om te gaan slapen met het oog op de dood, zoals David het zingt in Psalm 4: ‘Ik zal in vrede tezamen neerliggen en slapen; want Gij, o HEERE, zult mij doen zeker wonen.’ Juist met het oog op de dood is heilszekerheid een kostbare schat. Algemene hoop en vertrouwen kunnen we wel hebben wanneer de zon schijnt. Maar wanneer het sterven wordt, dan is het toch belangrijk dat we kunnen en mogen zeggen: ‘Ik weet, mijn Verlosser leeft.’
Jongeren
De vraag rond heilszekerheid leeft veelal bij de ouderen, vooral als zij het einde van hun leven zien naderen. Jongeren lijken hier doorgaans minder worstelingen mee te hebben. Dit komt mede omdat zij nog volop in het leven staan en hun einde nog niet zien naderen. Het kan ook zijn dat de jongere generatie hiermee gemakkelijker omgaat. ‘Ik ben christen en dus ben ik behouden’, hoor je onder jongeren soms. Toch kom ik ook bij hen een worsteling rond de heilszekerheid tegen die dicht bij die van de ouderen ligt. Als we tot de kern komen, zijn de vragen rond de eeuwigheid voor jong en oud dezelfde. Én voor jong, én voor oud geldt dan: het spreken van het Woord van God, de beloften die in Christus ja en amen zijn.
Niet dat aparte gevoel
In de worsteling rond heilszekerheid worden we geroepen te vluchten tot de Heere Jezus, die werkelijk zalig maakt. Denkt iemand om te komen? Wel, laat hij zich dan maar in Zijn armen laten vallen. En dan klinkt: ‘Het gekrookte riet zal Ik niet verbreken. En een rokende vlaswiek zal Ik niet uitblussen.’ Daarmee komen we tot het beste middel om tot zekerheid te komen, namelijk het Woord van God. Calvijn zegt: ‘Geloven is niets anders dan zich onderwerpen aan de sprekende God en het voor waar houden dat Hij zal doen alles wat Hij heeft beloofd.’ Het geloof verlaat zich op het Woord van de levende God. Dan gaat het niet om die ene ervaring of dat aparte gevoel of die ene tekst. Maar dan gaat het om de vaste beloften die de Heere in Zijn Woord heeft geopenbaard.
Heilige Geest
Heilszekerheid is het werk van de Heilige Geest, die niets liever doet dan te zeggen: ‘Zie op Jezus.’ De Geest leert ons ook dat hij die gelooft in de Heere Jezus het eeuwige leven heeft. De Geest wil ons leiden met het Woord als vuurtoren naar de veilige haven van behoud, Jezus Christus. Het Licht der wereld. Wat een heerlijk getuigenis is het als het nageslacht mag horen uit de mond van wie sterven gaat: ‘Want het leven is mij Christus en het sterven is mij gewin.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's