Einde vrijheden in zicht
Christelijke school verkeert in cruciale fase
Christenen in Nederland hebben vandaag reden om wakker te liggen over hun plek in de samenleving. Het einde van de vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs lijkt een kwestie van tijd. En de kerken zwijgen.
Het is van groot belang ernstig na te denken over godsdienstvrijheid en onderwijs en daarover diepgaand met elkaar in gesprek te gaan. Het is zelfs de hoogste tijd. Er voltrekken zich grote veranderingen. Niet plotsklaps en schoksgewijs, maar sluimerend en slinks, in een tempo dat net niet hoog genoeg is om een schokgolf teweeg te brengen. Daar komt bij dat we elke keer als we ergens door geschokt zijn – ook als dat fundamentele vrijheden aangaat – de dag erop worden geconfronteerd met nieuwe onderwerpen die de gemoederen bezighouden. Ook als christen leven we zo bij de waan van de dag dat we de grote lijnen uit het oog dreigen te verliezen. Zelfs binnen kerken brengen beslissingen die belangrijke grondrechten zoals vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs aantasten geen schokgolf meer teweeg. En dat terwijl ze de toekomst kunnen bepalen.
Thema homoseksualiteit
Het komt wat somber over, maar ik ben ervan overtuigd dat de vrijheid van godsdienst onder druk staat en dat christenen in Nederland (en in grote delen van wereld) zich moeten opmaken voor moeilijke tijden. Veel bijbels gefundeerde opvattingen worden door een meerderheid van de samenleving niet (meer) gedeeld en inmiddels ook niet meer geaccepteerd. Ook in het parlement is een ruime meerderheid van mening dat godsdienstvrijheid is toegestaan zolang de door de godsdienst verkondigde opvattingen niet in strijd zijn met de gangbare opvattingen in de samenleving. Het meest nadrukkelijk komt het onbegrip voor bijbels gefundeerde opvattingen naar voren rond het thema homoseksualiteit. In dat kader is de discussie rond het homohuwelijk tekenend.
Gewetensbezwaren
In 2001 voerde Nederland als eerste land ter wereld het homohuwelijk in. Het toenmalige kabinet (Kok II/ Paars II) bood ruimte voor gewetensbezwaarde ambtenaren om aan de voltrekking van dergelijke huwelijken niet mee te werken, de ‘weigerambtenaren’. Hoewel in alle Nederlandse gemeenten een homohuwelijk kan worden voltrokken, is er toch een verbeten strijd om de gewetensbezwaarde ambtenaren voor de keuze te stellen: óf de gewetensbezwaren laten varen óf ontslag. Een ruime meerderheid van het parlement wil hiertoe overgaan. De deelname van CDA en CU aan het vorige kabinet en de deelname van het CDA aan het huidige kabinet – en de bijzondere positie van de SGP hierbij – maken dat de fi nale besluitvorming nog niet heeft plaatsgevonden. De eerste weigerambtenaar is inmiddels ontslagen. Het is een kwestie van tijd dat ook buiten Den Haag mensen met principiële bezwaren tegen het homohuwelijk nog ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen zijn. Even heftig zijn de reacties als een christelijke school afscheid wil nemen van een leerkracht die een homoseksuele relatie is aangegaan. In 2009 was er de kwestie rond een christelijke school in Emst. Alle betrokkenen waren tot een oplossing gekomen, maar de Tweede Kamer hield er nog wel een aantal scherpe debatten over. Momenteel speelt een soortgelijke kwestie bij een (vrijgemaakt-)gereformeerde school in Oegstgeest. De kantonrechter heeft inmiddels besloten dat de school de betreffende docent niet mag ontslaan. Ook in de Kamer bestaat – jarenlang al – een grote stroming die artikel 23 van de grondwet, over vrijheid van onderwijs, ter discussie wil stellen.
Meer kwesties
Niet alleen homoseksualiteit speelt. Er zijn meer kwesties naar voren te halen. In 2009 moest een stadsdeelbestuurder in Amsterdam het veld ruimen omdat het stadsdeelbestuur voor jeugd- en jongerenwerk een contract sloot met Youth for Christ. De meerderheid van de stadsdeelraad wilde absoluut niet in zee met een christelijke organisatie. Ook de gang van zaken rond het vrouwenstandpunt binnen de SGP is een teken aan de wand. Vroeg of laat slaat deze discussie over richting kerkverbanden waar de ambten voor vrouwen niet openstaan. Dan is er het verbod op ritueel slachten. De besluitvorming in de Tweede Kamer daarover, net voor de zomer, maakt duidelijk dat een ruime meerderheid van de Kamer meer op heeft met dierenwelzijn dan met de vrijheid van godsdienst. Binnen de VVD zijn al stemmen opgegaan om de besnijdenis te verbieden, zelfs over de kinderdoop wordt in dat kader gesproken. Er is alle aanleiding om je zorgen te maken. Bijkomend probleem zijn misstanden binnen de moslimwereld. Haatzaaiende imams en wantoestanden binnen het islamitisch onderwijs hebben de discussie over bemoeienis van de overheid met de inhoudelijke activiteiten van levensbeschouwelijke instellingen in een ander perspectief geplaatst.
Kerken blijven stil
Ook al bevinden we ons ten aanzien godsdienstvrijheid in Nederland op een keerpunt in de geschiedenis, toch hebben kerken en christelijke instellingen zich behoorlijk stil gehouden. Is dat niet vreemd? De vergelijking met de kikker in een pan water die op het vuur staat, dient zich aan. Het beestje ondergaat de temperatuurstijging rustig en mogelijk vindt hij het zelfs aangenaam – zoals veel christenen de toenemende liberalisering en de geneugten van de onbegrensde vrijheid als prettig ervaren –, maar ondertussen gaat de kikker wel zijn ondergang tegemoet. Het tempo waarin de ontwikkelingen zich voltrekken en de strekking van genomen beslissingen of gerechtelijke uitspraken lijken de hoofdstroom van kerkelijk Nederland onberoerd te laten. Kennelijk speelt de gedachte: het zal onze tijd wel duren. Maar mogen we zo denken?
Meebewegen
Veel kerken en levensbeschouwelijke instellingen bewegen opvallend genoeg mee als het gaat om het nieuwe denken over homoseksualiteit of vrouwenemancipatie. Het standpunt van de kerk en van de bijzondere school gaat op dat van de hoofdstroom van de samenleving lijken. Er is dan geen sprake van een kwestie van principes maar van een kwestie van tempo. Wie dat weet, kan het gedrag van de Tweede Kamer rond vrijheid van onderwijs en godsdienst wel verklaren. De beweeglijkheid van kerken rond principiële thema’s draagt bij aan een klimaat waarin de politiek het wel aandurft de bakens rond godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs te verzetten.
Bewust maken
Wat staat ons te doen? De kern is dat kerken hun leden bewust moeten maken van de ontwikkelingen. Kerkbestuur en predikanten moeten de tekenen van de tijden onder de aandacht brengen. De ontwikkelingen roepen om profetisch spreken. Daarbij past ook de oproep om actief te worden, om deel te nemen aan de samenleving, om geestelijk te wapenen. Discussies zijn te beïnvloeden, het tij kan mogelijk keren. Het is van groot belang te investeren in de vorming van mensen. Binnen christelijk Nederland moet goed over het waarom en waartoe van de bijbelse standpunten worden gesproken. Als christen van vandaag leef je in een samenleving waarin dat wat bijbels gezien vanzelfsprekend is niet meer vanzelfsprekend wordt gevonden. Daarom moeten we ons erop toeleggen jongeren en ook volwassenen zo te vormen dat ze kunnen uitleggen waarvoor ze staan, wat ze geloven en wat het geloof betekent voor de keuzes die je als christen maakt.
Van jongs af aan
In een wereld die zich vijandiger ten opzichte van christenen opstelt, is het ook van belang mensen nadrukkelijk en van jongs af aan te stimuleren tot het hebben van een persoonlijk, intensief geloofsleven. Daarin hebben ouders en de kerk een taak, maar ook de school. Jongeren nemen immers veel aan van leeftijdsgenoten, delen veel met leeftijdsgenoten en kunnen ook in hun geloofsleven veel aan leeftijdsgenoten hebben. Zeker in een tijd waarin christenen in een minderheidspositie zijn gekomen, is het van belang dat jonge mensen in de eerste jaren van hun leven worden opgevoed en onderricht binnen de kring van geloofsgenoten. Goed toegerust moeten ze dan in de samenleving staande kunnen blijven en het geloofsgetuigenis uitdragen. Daarbij hoort een school met een stevige grondslag, die duidelijk en consequent vorm krijgt. Dat kan alleen als allen die de school vormen voor de identiteit van de school staan en deze ook in hun persoonlijk leven uitdragen. Geloofwaardigheid heeft voor een identiteitgebonden instelling een directe relatie met het beleden geloof van degenen die er vorm en inhoud aan moeten geven. Wie rond de identiteit water bij de wijn doet, kan wachten op een verwaterde identiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2011
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's