De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoogleraar en parochiediaken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoogleraar en parochiediaken

8 minuten leestijd

Het Nederlands Dagblad had in de persoon van Wim Houtman, eerder deze maand een boeiend gesprek met prof.dr. Marcel Sarot (1961). Hij is sinds 2008 hoofd van het departement religiewetenschap en theologie, de vroegere faculteit godgeleerdheid van de Utrechtse universiteit. Bijzonder is dat Sarot in 2007 ook zijn diakenwijding ontving in de Rooms- Katholieke Kerk. Binnen de parochie Sint Maarten op de Utrechtse Heuvelrug is hij vooral actief in de geloofsgemeenschap Sint- Andries in Leersum-Amerongen.

In de H. Catharinakerk in Woudenberg val ik met mijn neus in de boter, die zondagochtend. Diaken Marcel Sarot gaat er preken over de ‘meest besproken tekst’ uit het evangelie, kondigt hij aan. Het gaat, blijkt even later, om Jezus’ woorden uit Matteüs: ‘Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen…’ Het is dé Bijbeltekst waarop de traditie van het ‘Petrusambt’ is gebaseerd: de paus als hoofd van de kerk. Sarot vraagt aan zijn toehoorders: Wat hoopt en verwacht ú vooral van de paus en de bisschoppen? Daar legt hij dan de Bijbeltekst naast. ‘Jezus zegt deze woorden na de belijdenis van Petrus: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Het gaat er dus niet om wie de beste vredestichter is, of wie de kerk het beste up-to-date kan brengen. Het gaat erom dat paus en bisschoppen de kerk bij die belijdenis bewaren.’ (…) Aan de koffie na de dienst, zegt hij dat het een ‘goede protestantse uitleg’ is om de belijdenis van Petrus te zien als de rots waarop de kerk is gebouwd, en niet Petrus – en diens opvolgers – zelf. ‘Dan leg je de nadruk nóg meer op die belijdenis.’ Omgekeerd veronderstel ik dat veel protestanten met het ‘Petrusambt’ zoals hij het in zijn preek invulde, niet eens zoveel moeite zouden hebben. Dat herkent hij.

Het lag niet voor de hand dat Sarot theoloog zou worden want hij werd niet gelovig opgevoed. Sarot werd wel gedoopt en bezocht ook christelijke scholen (onder andere in Huizen), maar thuis was het geloof opgegeven.

Zijn grootouders van moeders kant waren wél gelovige katholieken. En bij hen woonde hij als jongetje van een jaar of vier een tijdje in huis, toen zijn ouders op punt van scheiden stonden. ‘Mijn grootvader had op zijn kamer een kleine verzameling relieken, van alle apostelen, Maria en nog enkele heiligen. Hij legde me een keer uit wat dat betekende. Die kamer was een soort heilige plaats, waar ik veel ontzag voor had.’ Marcel Sarot is naar eigen zeggen ook altijd gelovig geweest. ‘Maar wel helemaal op m’n eentje, buiten de kerk om. Ik geloofde van alles.’

Dan komt het gesprek op de voorbestemming. In hoeverre heeft de mens een vrije wil?

Sommige protestanten geloven wel dat alles voorbestemd is; voor hen heeft de mens niet of nauwelijks een vrije wil.
‘Iemand van de Gereformeerde Bond, een stevige roker, zei eens tegen mij: ‘Je gaat toch als het Gods tijd is.’ Dat zul je een katholiek niet gauw horen zeggen. Je hebt als mens vrijheid en verantwoordelijkheid en die zijn allebei echt. Als alles vastligt, doe je daaraan tekort.’

‘God heeft een plan met je leven’, wordt tegenwoordig vaak gezegd. Onderschrijft u dat?
‘Ja… Ik zou zeggen: Hij heeft wel duizend plannen. Rabbijn Harold Kushner gebruikt het beeld van een Perzisch tapijt, dat precies symmetrisch moet zijn. Het wordt geweven door een vader aan de ene kant van het weefgetouw en een paar kinderen aan de andere kant. Als een van de kinderen een fout maakt, ziet vader dat en dan maakt hij aan de andere kant dezelfde fout. Zo wordt het toch symmetrisch. Wij leven niet heilig en zondeloos, wij sturen Gods plannen elke keer in de war. Maar Hij heeft steeds weer een antwoord. Hij heeft een eindeloze reeks aan plannen.’ Zijn ouders kwamen toch weer bij elkaar, al was dat geen succes. ‘Het waren typisch mensen die niet met elkaar konden en niet zonder elkaar.’ Toen hij zestien was, kwam er crisis in huis en zocht hij hulp. Via een pater, die betrokken was bij de Katholieke Charismatische Vernieuwing, kwam hij (weer) bij de kerk. (…) Vervolgens ging Sarot theologie studeren.

Waarom wilde u daarnaast diaken worden?
‘Mijn keuze voor theologie was niet alleen uit interesse, ook uit liefde voor God. Als je van iemand houdt, wil je meer van hem of haar weten. ‘Roeping’ vind ik een groot woord, maar het kloosterleven heeft me altijd aangetrokken. Als ik in een klooster ben, voel ik me helemaal thuis.’

Waar zit dat in?
‘Het getijdengebed. De hele dag laten ordenen door het gebed, zonder te veel storing van buitenaf. Ik begrijp ook niet waarom mensen niet graag naar de kerk gaan. Ik vind het in de kerk zo leuk! In de vakantie kijk ik in het buitenland ook altijd of er diensten zijn, en daar wil ik dan naartoe. Al heb ik geleerd dat je kinderen daarmee ook kunt overvoeren. Ik ben altijd actief geweest in de kerk: kinderen voorbereiden op het vormsel, voorgaan in vieringen, lezingen houden. (…) Ik doe nu zelf [als diaken, GvM] het werk dat veel studenten later zullen gaan doen. Het kan geen kwaad, voordat je anderen de modder in stuurt, om er zelf met beide benen in te staan. En omgekeerd kan je je in de parochie niet verschuilen achter abstracte, theologische taal. Zoals mijn katholieke grootmoeder zei toen ik zou gaan promoveren: ‘Als je het mij niet meer kan uitleggen, gaat het nergens meer over.’’

Toch is het opvallend dat u als theoloog aan de universiteit zo kerkelijk betrokken bent.
‘Toen ik studeerde, waren de meeste docenten erg kritisch op de kerk. Het was de generatie voor wie het Tweede Vaticaans Concilie een bevrijding was. Ik ken die ervaring niet en een hele generatie jonge theologen ook niet. Sommige docenten hadden een hekel aan deze conservatieve jongeman. Ze dachten dat ik terug wilde naar de tijd vóór het Concilie. Maar ik wilde niet terug, ik wilde verder. Maar dan moet je weten waarmee. Anders heeft de kerk straks de wereld niets meer te bieden.’

Waarom was het voor u zo vanzelfsprekend om orthodox te zijn?
‘Ik heb mezelf nooit in die termen gezien. Ik ben gelovig. Maar in de theologie werd vaak wegverklaard wat ik geloofde. God bestaat, Jezus is God – dat kon je eigenlijk niet zeggen. Het werd ook niet ontkend; er werd wollig omheen gepraat. Daar had ik niet het geduld voor. Ik heb liever een theologie die articuleert wat je gelooft.’ (…)

Zijn er dingen die u moeilijk vindt aan geloven?
‘Natuurlijk. Zeker.’

Wat vindt u het moeilijkste?
(Na even nadenken) ‘Twee dingen. Als eerste dat de mens toch zwak is. Ik in elk geval. In het consequent leven naar wat je gelooft schiet ik steeds weer tekort. En dat gaat ook niet over. Als tweede: toen ik katholiek werd, geloofde ik dat allerlei misstanden in de kerk tot het verleden behoorden. Ik heb het moeilijk met de schandalen die de afgelopen periode naar boven zijn gekomen. Voor een katholiek is de kerk het lichaam van Christus op aarde, en dat lichaam is minder heilig dan zou moeten. Dat we zo onvolmaakt zijn, is voor mij een groot verdriet. Mijn generatie is nu ruim dertig jaar bezig in kerk en theologie, we hebben onze beste krachten gegeven – en toch hebben we alleen maar teruggang gezien. Dat kan je wel eens moedeloos maken. (…)

Wat zou de kerk anders kunnen doen?
‘We moeten ons niet richten op behoud van wat we nog hebben. Want dat kruimelt en brokkelt alleen maar verder af. We moeten getuigen van de vreugde die we gevonden hebben in ons geloof in Jezus Christus. De deuren open, de wereld in, veel meer missionair.’ (…) Er gaat in de kerk zoveel energie zitten in de structuren. ‘Samenop- Weg’ in de Protestantse Kerk was in theorie een prachtig, oecumenisch proces. Maar de praktijk is dat men vooral druk is geweest met de processen van het samengaan op lokaal niveau. In ons aartsbisdom gaat nu ook alle aandacht naar de fusies, het sluiten van kerken, de organisatie van de nieuwe parochies. Maar we moeten ons niet naar binnen richten; we zouden juist met een nieuw missionair elan naar buiten moeten. De Heer zorgt wel voor het voortbestaan van zijn kerk, als wij ons maar in zijn dienst willen stellen om zijn kerk te zijn. Wat is vandaag bij uitstek de missie van de kerk? Daar moeten we beginnen. En van daaruit nadenken hoe we daar gestalte aan geven.’

Mooi is het om te zien dat voor Sarot de theologisch wetenschappelijke vragen nooit los kunnen staan van het gewone leven. Het leven dat weerbarstig is, niet maakbaar en waarin de Heere God toch zijn Koninkrijk laat komen. Op de grens van een nieuw jaar onderstreep ik graag de regel: ‘De Heer zorgt wel voor het voortbestaan van zijn kerk, als wij ons maar in zijn dienst willen stellen om zijn kerk te zijn.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hoogleraar en parochiediaken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's