ds. C. van den Bergh (1923-2011)
Naar het lichaam werd ds. Cornelis van den Bergh de laatste jaren meer en meer afgebroken, zijn geestkracht echter bleef ongebroken.
Al eerder verkeerde hij in grenssituaties, maar nu kwam zijn einde toch onverwachts. Een heupbreuk kon het lichaam niet meer verdragen. In de nacht van 19 december overleed hij in het ziekenhuis, op de leeftijd van 88 jaar. Hij ontviel aan zijn twee kinderen en hun echtgenoten, aan zijn negen kleinkinderen en aan de nog in leven zijnde schoonfamilie. Hij ontviel ook aan de gemeenten die hij mocht dienen: Polsbroek en Vlist (1959- 1963), Oud-Beijerland (1963-1968), Katwijk aan Zee (1968-1973), Rotterdam- Zuid (1973-1981), Barneveld (1981-1988) en (als bijstand na zijn emeritaat) Noordwijk (1988- 1992). Hij diende de gemeenten in grote trouw, met vreugde en met ere. Hij was er ook in ere, om zijn pastoraat en om zijn prediking, die voor hem pastoraat in optima forma was.
In zijn eerste gemeente, Polsbroek, begon hij zijn dienst met het woord uit Hebreeën 8: 1 en 2: ‘De hoofdsom nu der dingen waarvan wij spreken, is dat wij hebben zodanige Hogepriester, die gezeten is aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen. (…)’ Het werk van de Barmhartige Hogepriester stempelde zijn pastorale, bewogen prediking.
Laat
Cornelis van den Bergh was al 36 jaar, toen hij dominee werd. ‘Een lang gekoesterd ideaal, soms onbereikbaar schijnend’, meldt het intredeverslag van Polsbroek. Hij dankte zijn bevestiger, ds. W. L. Tukker, voor alle steun die hij van hem had ondervonden ‘bij de vaak moeilijke studie’, die hij naast het werk, op de boerderij waar hij geboren werd verrichtte. Hij richtte zich ook tot zijn moeder, die kort voor zijn geboorte weduwe was geworden en die, zei hij, ‘alleen wist wat er in hem omging nu het ideaal van predikant was bereikt’.
In Delft groeide de jonge Van den Bergh op in de evangelisatie, toen Delft nog geen hervormd-gereformeerde predikanten had. Ds. P. Zandt, het Tweede-Kamerlid voor de SGP, was daar mentor. De geestelijke sfeer aldaar is hem altijd bijgebleven. De worsteling om de toe-eigening des heils kende hij van binnenuit en daarom kon hij er ook in prediking en pastoraat doorleefd op ingaan. Wat heeft het hem een vreugde gegeven toen zijn vrouw Barbra Neeltje de Boo, die hem op 27 juli 2010 ontviel, enkele dagen voor haar heengaan zo ruim voor de dag kwam in het zicht op Christus. Dat heeft hem door het verdriet heengeholpen. Hij heeft haar slechts anderhalf jaar overleefd. Die tijd was overigens welbesteed. In een laatste gesprek vertrouwde hij me toe dat hij nog wel even wilde blijven, omwille van zijn kinderen en kleinkinderen, aan wie hij zeer verknocht was.
De kerk
In de Delftse evangelisatie leerde hij ‘nochtans’ zicht houden op de hele kerk, ook in haar ongestalte. Toen ds. J. Fokkema als eerste hervormd- gereformeerde predikant in Delft intrede ging doen, moest op ‘bevel’ van Zandt vanaf dat moment de zondagse evangelisatie sluiten. En dat terwijl Fokkema, Tweede-Kamerlid voor de Antirevolutionaire Partij, een andere ligging had dan Zandt. Van den Bergh bleef Zandt met ere noemen. Maar meer was ds. W. L. Tukker zijn oriëntatiefiguur, met name als het ging om de kerk in het licht van het verbond.
In zijn grote liefde voor de kerk leerden we hem kennen in de jaren dat hij lid was van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond (1978-1995), de laatste negen jaren als voorzitter. Op zich was het al een genoegen om onder zijn leiding te vergaderen. Hij kende zijn eigen beperkingen, maar de voorzittershamer hanteerde hij met verve. Zelfs financiële stukken wist hij grondig te analyseren. Boven dit alles uit ging zijn geestelijke insteek.
Bij zijn afscheid op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 1995 boden we hem een bundel aan met openingswoorden op de jaarvergaderingen en de predikantenconferenties, onder de titel Aanschouw het verbond. Dit woord uit Psalm 74 heeft nogal eens geklonken op de jaarvergaderingen. Bij Cornelis van den Bergh kwam het recht uit zijn hart. Ik citeer: ‘Wie aan dat Verbond denkt op weg naar de preekstoel, krijgt goede moed. Tot dat Verbond behoort ook Gods verkiezende genade. We staan in dienst van Hem, Die gevonden is door hen, die naar Hem niet vraagden en die Hem niet zochten. Het is een bemoediging te weten dat de gemeente het niet van ons behoeft te verwachten en wij niet van de gemeente.’
Einde
‘De Heere zal het voor mij voleinden’, zegt de tekst op de rouwkaart. Eind goed, al goed. We staren Cornelis van den Bergh na als een getrouwe dienaar, een Christusgetuige, een leraar en pastor, en een verknochte vriend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 2011
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 2011
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's