Bron, Verwerver, Toepasser
John Owen en de gemeenschap met God [1]
God schiep de mens naar Zijn beeld. Dat betekent allereerst dat wij geschapen zijn om in een liefdevolle omgang met God te leven. In drie bijdragen aandacht voor John Owen (1616-1683), een theoloog uit de puriteinse traditie, auteur van een prachtig werk over de gemeenschap met God.
De puriteinen maakten onderscheid tussen Union en communion. Gemeenschap (communion) met God is gebaseerd op onze vereniging met Hem (Union), onze inlijving in Christus. Daarmee wilden zij zeggen dat de eenheid met Christus een constante is. Gelovigen zijn in Christus ingelijfd. Zij behoren eens en voorgoed bij Hem en kunnen nooit van Hem losgemaakt worden. Gemeenschap met God is de wederkerige betrekking tussen God en de gelovigen. Die kan wisselen, dat wil zeggen: van onze kant. De liefde is de ene keer sterker dan de andere keer. De mate waarin we dicht bij Hem leven kan per dag, per ogenblik verschillen.
Wederkerig
John Owen omschrijft de gemeenschap met God als een wederkerige relatie: God deelt Zich aan ons mee, Hij geeft Zich aan de gelovige en deze antwoordt daarop in geloof, liefde, vertrouwen en vreugde. Uit 1 Johannes 1:3 maakt Owen op dat er sprake is van gemeenschap met de Vader én met Zijn Zoon, Jezus Christus. Op grond van dit vers concludeert Owen twee dingen: er bestaat een geestelijke gemeenschap met God. Maar die gemeenschap is er met de onderscheiden personen, met de Vader, en ook met Zijn Zoon Jezus Christus. De apostolische zegen uit 2 Korinthe 13:13 leert ons dat er ook gemeenschap is met de Heilige Geest.
Owen plaatst de gemeenschap met God daarmee in het kader van de drie-eenheid. Deze gemeenschap is een wonder. De relatie tot God is immers door de zonde zo radicaal verbroken dat er geen gemeenschap met God van ons uit meer mogelijk is. De gemeenschap met God is alleen toe te schrijven aan Hem, aan Wie wij die gemeenschap te danken hebben, de Vader. Owen noemt Hem de Bron van de gemeenschap. Deze gemeenschap is alleen mogelijk door Jezus Christus, die deze genade en zegening heeft verworven. De Heilige Geest is het die ons de gemeenschap met God schenkt. Zo is dus de Vader de Bron, Christus de Verwerver, de Heilige Geest de Uitdeler of Toepasser.
In liefde
Bij elk van de drie personen noemt Owen een kernwoord. De gelovigen hebben gemeenschap met de Vader, en die bestaat vooral in liefde, vrije, onverdiende en eeuwige liefde. Deze liefde wordt in het evangelie geopenbaard. Buiten het evangelie om wordt de Vader niet anders gekend dan vol wraak, toorn en verontwaardiging tegen de zonde. God heeft er behagen in om Zijn kinderen lief te hebben. Als we Vader anders zien dan als Degene die ons liefheeft, ontstaat er in ons hart angst voor God en zelfs afkeer van Hem. Maar zien we God als Vader, die met liefde voor ons vervuld is, dan ontstaat er wederliefde. God openbaart Zijn liefde in Christus. Christus is de schatkamer waarin alle liefde van de Vader opgeslagen ligt. Hij is de priester door wiens hand de Vader onze offers ontvangt.
Overeenkomsten
Tussen Gods liefde en onze liefde zijn overeenkomsten. De liefde van de Vader betekent dat Hij tevreden is met het voorwerp van Zijn liefde en dat Hij niet op zoek zal gaan naar een voorwerp dat Zijn liefde meer bevrediging schenkt. Dat is een diepe gedachte: God is tevreden met Zijn kinderen, Hij gaat niet op zoek naar een ‘beter voorwerp van liefde’. Ook de gelovige heeft op zijn beurt God lief en verlangt naar geen ander: Wie ik heb nevens U in de hemel, nevens U lust mij ook niets op aarde (Ps.73). Een andere overeenkomst tussen Gods liefde en die van de gelovigen is dat de liefde van God een liefde is in Christus en onze liefde ook tot de Vader komt door Christus. De Vader deelt Zijn liefde op geen andere wijze mee dan door Christus en wij geven geen antwoord in liefde dan door Christus.
Verschillen
Gods liefde komt voort uit Zijn goedheid, onze liefde is een liefde die wij Hem verplicht zijn. Wij zijn God liefde verschuldigd, Gods liefde is vrije en onverdiende liefde. Beeldrijk drukt Owen zich als volgt uit: Gods liefde is te vergelijken met een oceaan die uit zijn overvloed water aan de rivieren geeft. De rivieren geven het water terug dat zij eerst van de oceanen ontvangen hebben. Zijn liefde gaat aan die van ons vooraf. Onze liefde volgt op Gods liefde. ‘Hierin is de liefde, niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons liefheeft’ (1 Joh.4:10). ‘God bewijst Zijn liefde jegens ons, toen wij nog zondaars waren’ (Rom.5:8). Wij zijn mensen die God van nature haten. De HEERE is naar Zijn eigen karakter een Liefhebber van mensen. Zijn liefde moet dan ook wel aan die van ons voorafgaan. Een ander verschil is dat Gods liefde is altijd gelijk en constant. Onze liefde wisselt, is het ene moment sterker en het andere zwakker. Ook al kan God Zijn aangezicht tijdelijk verbergen, Zijn liefde wordt er niet minder door. God houdt van Zijn kinderen, ook als ze zondigen. Let wel, Hij houdt van Zijn kinderen, niet van hun zonden.
Leven uit Gods liefde
Christenen hebben vaak harde gedachten over de Vader. Ze zijn wel overtuigd van Christus en Zijn goede wil, maar hun moeite ligt in het aanvaarden van de liefde van de Vader. De gedachte dat God geen liefde voor ons is, moeten we ver van ons werpen. Hij is juist de bron en de fontein ervan. Om in liefde gemeenschap met de Vader te hebben, verlangt Hij van ons dat wij Zijn liefde aanvaarden en Zijn liefde op een passende wijze beantwoorden.
Laten wij de liefde van de Vader overdenken. Bedenk Wie het is die ons liefheeft. Een God, die ons niet nodig heeft. Zijn liefde is eeuwig, al van voor het moment dat wij bestonden of ook maar de geringste goede daad konden verrichten. Besef van dit liefdevolle en eeuwige voornemen van de Vader moet ons wel brengen tot een diepe, ootmoedige en heilige verering, zodat wij ons bevend verblijden voor Gods aangezicht.
Om in gemeenschap met God te komen is het nodig Zijn vaderlijke liefde te overdenken, maar ook dat wij Gods Vaderliefde ontvangen. Zolang we de liefde van de Vader niet hebben ontvangen, hebben we geen gemeenschap met Hem. Hoe wordt deze liefde van de Vader aanvaard en ontvangen? Door het geloof. God heeft Zijn liefde zo overduidelijk geopenbaard, dat we die mogen aanvaarden door het geloof.
Het geloof in de liefde van de Vader is geloof in Christus. Zoals wij door Christus tot de liefde van de Vader komen, zo komt de liefde van de Vader door Christus tot ons. Er komt geen licht tot ons dan alleen via de stralen, we komen via de stroom tot de fontein. Christus is als de stralen van de zon, als de stroom die uit de fontein vloeit. Als gelovigen dit meer verstonden zou dit hun wandel met God een geweldige impuls geven.
Harde gedachten
De Vader weet dat Zijn kinderen Hem niet meer pijn kunnen doen dan door hard over Hem te denken. Het ergste van alles is dat wij door zulke harde gedachten ertoe komen om niet met Hem te wandelen. Een kind blijft immers ook liever uit de buurt van een toornige vader. Bedenk dan dat wie de Heere aanvaardt als een liefhebbende Vader, Hem daardoor de eer geeft die Hij waardig is en dat Hem dat buitengewoon veel voldoening schenkt.
---
Pastorale vragen
Prachtig weet Owen pastorale vragen te beantwoorden. ‘Hoe weet ik dat God mij liefheeft? Ik kan wel geloven dat de HEERE voor anderen liefde is, want Hij heeft ons gezegd dat Hij liefde is. Maar dat Hij mij liefheeft, kan ik nauwelijks geloven. Er is geen enkele aanleiding voor Hem om ook maar één liefdevolle, vriendelijke gedachte aan mij te wijden.’ Daarop antwoordt hij: ‘De HEERE heeft het u in het bijzonder gezegd, op dezelfde wijze als Hij het iedereen in de wereld gezegd heeft. Niemand die vanaf de grondlegging der wereld heeft geloofd dat er in de Vader zoveel liefde was en Zijn liefde heeft beantwoord, is ooit bedrogen uitgekomen.’
Een andere tegenwerping: ‘Pas als ik liefde voor God voel, weet ik dat Hij mij liefheeft. Ik kan God niet liefhebben, maar als ik zou merken dat mijn ziel de Heere God liefheeft, dan kon ik geloven dat Hij mij lief heeft.’ Antwoord: ‘Dit is werkelijk het meest onredelijke dat kan worden gezegd. Op deze wijze wordt de HEERE van Zijn heerlijkheid beroofd. ‘Hierin is de liefde, spreekt de Heilige Geest, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad’ (1 Joh.4:10-11). Neem er goede nota van dat Hij ons eerst heeft liefgehad. Wilt u dit dan omkeren en zeggen: ‘Hierin is de liefde, niet dat God mij heeft liefgehad, maar dat ik Hem eerst liefgehad heb’? Zo ontneemt u de HEERE Zijn heerlijkheid. God heeft ons lief terwijl er niets in ons is dat Zijn liefde verdient of Zijn liefde zou kunnen opwekken.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2012
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2012
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's