Onwetendheid
Tijd in de Bijbel [3]
Als de Bijbel spreekt over ‘tijden van onwetendheid’, waar gaat het dan over? Het lijkt erop dat deze vooral betrekking hebben op Gods handelen met de volkeren van deze aarde. De vraag is in hoeverre dat onze eigen tijd raakt.
'Mooi voor jou, dat jij dat gelooft, maar ik heb er niets mee.’ Zomaar een gesprek dat je kunt hebben op je werk. Ook al kun je het goed vinden met je collega’s, steeds vaker kom je voor die grens te staan.
Wat is voor velen nog de relevantie van het evangelie? Paulus kon op de Areopagus nog vanuit zijn passie voor het evangelie de mensen die ‘van niets’ wisten vertellen van een God, die in Christus naar ons omziet. Maar in onze tijd? Zelfs de drie belangrijke gebeurtenissen van het mens-zijn, geboorte, huwelijk en dood, die vroeger nog aanleiding waren om op te trekken naar het ‘altaar van een onbekende god’, schijnen steeds minder invloed uit te oefenen.
Voorbij
In de vorige aflevering kwam het in de geschiedenis uit Handelingen 3 al even aan de orde. Daar ging het over de mensen die niet het besef hadden wat ze hadden gedaan toen ze de Heere Jezus kruisigden. Ze waren ‘onwetend’.
Maar vanaf Pinksteren is de prediking dat de tijden van de onwetendheid voorbij zijn. Paulus spreekt daarover op een bijzondere plaats: de Areopagus van Athene. Niet in de synagoge, maar op het podium van de wereld van toen. Daar probeert hij nieuwsgierige toehoorders uit te leggen wie die onbekende God is, aan wie ze voor alle zekerheid offers brengen. ‘God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan de mensen dat zij zich moeten bekeren.’ (Hand.17:30)
Eens komt er een dag dat een Man door God aangesteld de wereld rechtvaardig zal oordelen.
Het bewijs daarvan is dat Hij die Man uit de doden heeft opgewekt.
Zo maakt Paulus de weg vrij voor het evangelie van Christus.
Er is blijkbaar een periode geweest waarin de Heere God nog niet het volle licht heeft laten vallen op Zijn plan met deze wereld.
En het lijkt erop of de mens in die tijden van onwetendheid een eigen weg kon gaan, zonder dat God opriep tot bekering en bezinning. Het is de tijd dat de mens leefde zonder het besef te hebben van de God van Israël en de Vader van Jezus Christus.
Volkeren
Maar is dat dan niet in tegenspraak met Gods openbaring aan Israël in vroeger tijden? De weg die Hij begon met Abraham?
Hebben de profeten al niet opgeroepen tot bekering? Je zou kunnen zeggen dat het wel aan Israël is geopenbaard en niet aan de heidenvolkeren. Israël had Gods bijzondere openbaring, Zijn geboden en beloften. ‘Zo heeft Hij aan geen ander volk gedaan; die kennen Zijn bepalingen niet.’ (Ps.147:20)
De tijden van onwetendheid hebben daarom vooral betrekking op Gods handelen met de volkeren van deze aarde. Opvallend is wel dat Hij hen vanaf het begin op het oog heeft gehad. Daar spreekt Paulus ook over op de Areopagus.
Volgens Handelingen 17:26 heeft de Heere voor de mensheid de ‘grenzen van hun woongebied’ bepaald en de volkeren hun ‘tijden toegemeten’ in de wereldgeschiedenis. God heeft dat volgens de apostel gedaan met de diepste bedoeling dat ‘zij de Heere zouden zoeken’. Dat dit zeer sporadisch gebeurde in het Oude Testament is echter voor God geen reden om nu niet alle mensen te verkondigen dat zij zich moeten bekeren.
Het voorzichtige ‘zoeken en tasten’ is voor hen nu verleden tijd, want in de Heere Jezus heeft God duidelijk gemaakt welke toekomst Hij met ons voor heeft.
Evenals voor Israël is bekering mogelijk en nodig.
Vandaag
Zijn de tijden van onwetendheid vandaag dan echt voorbij? Zijn er niet tot op de dag van vandaag mensen die onwetend kunnen zijn over het evangelie, er niet in opgegroeid en mee opgevoed zijn? Die zijn er. Het is juist alle reden om met het evangelie de wereld in te gaan. Met het oog op het komende oordeel. Het is een bevrijdende boodschap, die in onze tijd misschien wel meer nodig is dan ooit.
De uitwerking daarvan ligt in Gods hand. Het valt op dat de apostel die mannen van Athene niet aanspreekt als de ‘blinde heidenen’, maar als ‘Gods geslacht’.
Ze zijn de weg kwijtgeraakt, in onwetendheid terechtgekomen en worden teruggeroepen naar huis. Dat geeft missionaire bewogenheid met de mensen om ons heen. De Heere God plaatst ze niet zomaar op onze weg. Die onwetendheid, die onbekendheid met het evangelie van Jezus Christus geeft ons juist alle ruimte om met hen in gesprek te gaan. We hoeven ons voor dat evangelie niet te schamen, ‘want het is een kracht van God tot behoud voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek’ (Rom.1:16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's